De beschaving zoals we die kennen zal niet overleven, maar dat betekent niet dat de mens uitsterft © William Keo / Magnum / ANP

Of ik de rente tien of twintig jaar wil vastzetten, vraagt de hypotheekadviseur. Hij vertelt iets over demografische ontwikkelingen, dat onze samenleving vergrijst, net als die van Japan, waar de rentestanden al tijden laag liggen. Hij kan natuurlijk niet in de toekomst kijken, maar hij heeft economie gestudeerd en verwacht dat de huizenprijzen nog wel even zullen blijven stijgen. In mijn hoofd maak ik een rekensommetje voor de maandlasten. De stookkosten kunnen flink oplopen nu er een oorlog woedt in Europa. Als je geen risico wil lopen, zegt de hypotheekadviseur, kies je voor een looptijd van twintig jaar.

Over twintig jaar is het 2042. Dan ben ik 52. En de kans dat we tegen die tijd de anderhalve graad opwarming zijn gepasseerd is meer dan vijftig procent. Moet ik mijn woning alvast laten verzekeren tegen storm- of overstromingsschade?

Meestal gaat het zo: op een persconferentie presenteren wetenschappers een document vol beangstigende scenario’s. Het gaat helemaal mis, waarschuwen ze, maar er is nog een ontsnappingsroute. Er verschijnen krantenkoppen over ‘een nieuw alarmerend klimaatrapport’, wereldleiders spreken hun zorgen uit en beloven beterschap. En dan gaan we weer over tot de orde van de dag.

Deze keer ging het iets anders. Alleen wie heel erg zijn best deed kon nog iets van een ontsnappingsroute ontwaren. De schade was al aangericht en zal alleen maar groter worden. ‘Een atlas van menselijk lijden’, noemde VN-secretaris-generaal Antonio Guterres het nieuwste ipcc-rapport. Hij overdreef niet. Maar de kranten hadden geen ruimte op de voorpagina’s en de wereldleiders waren te druk met statements over wapenleveranties en economische sancties. De orde van de dag ging even voor.

Misschien was het geen geweldige timing, dat ik de samenvatting voor beleidsmakers tot me had genomen kort voor de redactievergadering. De gesprekken gingen over straatoorlog. Financiële oorlog. Kernoorlog. Wat drijft Poetin? Wat doet Europa? Het zijn, daar waren we het allemaal over eens, heftige tijden. ‘Oké, verder nog iets?’ vroeg de baas.

Met alle verhaalideeën die over tafel waren gevlogen, konden we drie dubbeldikke specials vullen. ‘Misschien iets voor de langere termijn?’

Er was nog wel iets, ja, een doorwrochte studie waar wetenschappers over de hele wereld jarenlang aan hadden gewerkt en waarin staat dat het leven op aarde in gevaar wordt gebracht door onze roekeloze kortzichtigheid. Nu al kampt meer dan de helft van de wereldbevolking jaarlijks met waterschaarste en worden miljoenen mensen blootgesteld aan dodelijke hittegolven. Voor inheemse volkeren of lokale vissersgemeenschappen is de aftakeling van ecosystemen geen abstracte zorg, maar een kwestie van leven en dood. Als het ipcc schrijft dat klimaatverandering een negatief effect heeft op de mentale gezondheid, dan gaat het niet over mensen zoals ik die ’s nachts weleens liggen te piekeren over de toekomst, maar over mensen die hun huizen verwoest zagen worden door een tropische cycloon of de bewoners van kleine eilandstaten die hun geboortegrond langzaam onder water zien verdwijnen. En met iedere ton CO2 die de atmosfeer in wordt gepompt, zal de atlas van menselijk lijden omvangrijker worden.

De conclusie mocht niet verrassend heten, maar voelde toch als een stomp in mijn maag: ‘Klimaatverandering is een bedreiging voor het menselijk welzijn en de planetaire gezondheid. Elk verder uitstel van wereldwijde actie op het gebied van adaptatie en mitigatie betekent dat we het snel sluitende window of opportunity zullen missen om een leefbare en duurzame toekomst veilig te stellen voor iedereen (very high confidence)’.

Maar een dag na publicatie was het rapport al weer uit de nieuwscyclus verdwenen.

‘Het is een beetje als Don’t Look Up’, hè?’ zei iemand. Misschien klonk in mijn stem eenzelfde wanhoop door als bij de wetenschappers die vergeefs waarschuwen voor de naderende komeet. ‘Gebruik die woede – dat proef ik toch een beetje – voor een scherp stuk’, opperde een andere collega. Was het woede? Verbijstering, dat dekte de lading volgens mij beter, al zat er vast wat frustratie bij.

Soms denk ik dat de meeste mensen, zelfs degenen die netjes op groene partijen stemmen, het gewoon niet snappen, niet beseffen wat ons te wachten staat. Dat ik het zelf soms niet besef. We zeggen het te weten, dat het echt heel erg is allemaal, maar als er dan een wetenschappelijk rapport verschijnt dat in huiveringwekkend detail beschrijft waar we op afstevenen, hebben we even andere zaken aan ons hoofd.

Natuurlijk begrijp ik dat we het niet over verbleekte koraalriffen hebben wanneer er bommen op kinderziekenhuizen vallen. Maar wat zegt het dat we amper meer opkijken van de mededeling dat honderden miljoenen mensen bedreigd worden door watertekorten, misoogsten, overstromingen of hittestress? Wat zegt het dat ik een hypotheek afsluit, terwijl de wereld waarschijnlijk onherkenbaar veranderd is tegen de tijd dat ik die heb afgelost?

Een tijdje terug was ik uitgenodigd door een serieus praatprogramma op zondag, om te praten over alarmerende milieurapporten. Ze wilden weten hoe ik keek naar de rol van de media, vertelden ze in het voorgesprek. Ik had een genuanceerd antwoord voorbereid, waarin ik zou wijzen op onze hang naar sensatie en het gevaar van vertekende beeldvorming.

Ik had me voorgenomen een anekdote te vertellen, over die keer dat ik gebeld was door een andere talkshow. Tijdens de watersnoodramp in Limburg wilden ze een uitzending wijden aan extreem weer en klimaatverandering. Goed idee, zei ik, heel belangrijk om daar nu aandacht aan te besteden. Ik bracht hen in contact met wetenschappers die dit verband helder en zorgvuldig konden uitleggen.

Wat zegt het dat ik een hypotheek afsluit, terwijl de wereld onherkenbaar veranderd is tegen de tijd dat ik die heb afgelost?

Geen van die wetenschappers zou die avond aan tafel zitten. Over klimaatverandering ging het niet. Het ligt allemaal erg ingewikkeld, legde de dienstdoende redacteur me verontschuldigend uit, het was nog onzeker in hoeverre de opwarming van de aarde had bijgedragen aan deze overstromingen. Ze vonden het beter om te wachten op een wetenschappelijke studie die dat nauwkeuriger zou onderzoeken. Maar toen die studie een paar maanden later verscheen was er ander nieuws dat urgenter was. Wie tot zich door laat dringen wat er op het spel staat kan er moeilijk omheen dat de klimaatcrisis het belangrijkste verhaal is van onze tijd, maar toch wordt het telkens overschaduwd door de tirannie van de actualiteit.

Dat was het punt dat ik die zondag wilde maken bij het serieuze praatprogramma. Maar een uur voor de uitzending werd ik afgebeld. Sorry, er dreigde oorlog in Oekraïne.

Op de dag dat het nieuwe klimaatrapport verschijnt kopt De Speld:ipcc: “Het goede nieuws is dat jullie dit rapport snel weer vergeten zijn”.’ Gevalletje it’s funny, because it’s true.

Voor sommige klimaatwetenschappers is het reden om in staking te gaan. Wat heeft het voor zin om rapporten te schrijven als er toch niets mee gebeurt? Het wetenschapstijdschrift Nature had een enquête gehouden onder de 234 auteurs van het op één na laatste ipcc-rapport. Haast niemand (vier procent) geloofde dat de anderhalve graad doelstelling die in het ‘historische’ Parijs-akkoord was vastgelegd gehaald zou worden. Zes op de tien respondenten verwachtten dat de aarde tegen het einde van de eeuw met drie graden is opgewarmd. Een even groot percentage zei stress en angst te ervaren door de klimaatcrisis. Een aantal ondervraagden zag de toekomst zo somber in dat ze geen kinderen op de wereld wilden zetten.

Toen de pandemie uitbrak circuleerde er al gauw een cartoon op sociale media. Een eilandje dreigt overspoeld te worden door een vloedgolf genaamd ‘Covid-19’. ‘Goed je handen wassen en dan komt alles vast goed’, luidt het advies in het tekstwolkje. Maar in de verte duikt een nóg hogere golf op: ‘recessie’. Het duurde niet lang voordat de cartoon werd aangevuld met steeds hogere tsunami’s. Eerst ‘klimaatverandering’. Dan: ‘de instorting van de biodiversiteit’. De meest recente toevoeging aan het plaatje is de ‘oorlog’-golf.

We hollen van crisis naar crisis die elkaar in steeds rapper tempo – financiële crisis, vluchtelingencrisis, coronacrisis, geopolitieke crisis – lijken op te volgen. We zijn druk met het blussen van brandjes en ondertussen vergeten we het lek te dichten waardoor er olie op het vuur blijft druppelen.

Tijdens de laatste vergadersessie van de ipcc-werkgroep had een Russische klimaatwetenschapper zich, op persoonlijke titel, verontschuldigd voor de agressie van zijn thuisland. Zijn Oekraïense collega moest de online bijeenkomst bijwonen vanuit een schuilkelder. Laten we niet vergeten, zei ze, dat zowel deze oorlog als de klimaatcrisis voortkomt uit onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Ergens anders las ik een analyse dat dit een ‘klimaatconflict’ was omdat Poetin een realist was die begrijpt dat het olietijdperk ten einde komt en aast op de Oekraïense bodemschatten. Een beetje vergezocht, was mijn eerste reflex. Als je zo redeneert kun je van alles wel een klimaatverhaal maken.

Maar is dat niet juist het punt? Dat we inmiddels in een wereld leven waarin niets meer los te zien valt van de stijgende temperaturen. Bij iedere storm, iedere verkiezing, iedere oorlog kunnen we ons afvragen welke rol de uitstoot van broeikasgassen speelt. Hadden we ooit een president Trump gehad, als de concentratie CO2 in de atmosfeer niet was gestegen? Was Poetin Oekraïne binnengevallen als de permafrost in Siberië bevroren was gebleven? Deze vragen zijn minder absurd dan ze op het eerste gezicht lijken. Als de wereld een toneel is, dan zorgt klimaatverandering voor een steeds grimmiger decor dat de loop van het verhaal beïnvloedt. En de kans op een happy end wordt er niet groter op.

Toen het nieuws over oorlog, klimaatverandering en de vogelgriep hem te veel werd greep Martijn Katan naar het Oude Testament. Het hielp hem zich te ‘verzoenen met de onvermijdelijkheid van chaos en onrecht’, schreef de hoogleraar voedingsleer in zijn NRC-column. De levensles die hij eruit haalde: ‘Ik moet doen wat ik kan en me erbij neerleggen dat ik niet te veel kan.’

Het is een variant op de tegeltjeswijsheid die wordt toegeschreven aan Franciscus van Assisi: ‘Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien.’ Bij bijeenkomsten van Anonieme Alcoholisten schijnt het ‘Gebed om Kalmte’ vaste prik te zijn.

Odessa, 10 maart. ‘hier komt de zithoek en langs die muur hadden we de boekenkast gedacht want ja wij hebben nog boeken haha hier de eethoek en daar komt oorlog’ © William Keo / Magnum / ANP

Waar het mij aan ontbreekt is inzicht. Meer dan van moed zou het van grootheidswaanzin getuigen te denken dat mijn inspanningen de koers van de mensheid zouden kunnen verleggen. Maar zou het niet eerder van lafheid dan van wijsheid getuigen om me dan maar neer te leggen bij de onvermijdelijke ondergang van de menselijke beschaving? In The New York Times lees ik: ‘Climate change has a way of making everyone feel at once very small and bothersomely large – big enough to worsen the problem, too tiny to stop it.’

Ikzelf grijp deze dagen niet naar de bijbel, maar naar voetbalpodcasts. Er wordt gebabbeld over wedstrijden die ik niet heb gezien, geroddeld over transfers die er nooit zullen komen en gediscussieerd over het strategische plan van trainers van wie ik nog nooit gehoord heb. Er staat niets op het spel behalve het spelletje (oké, een Russische oligarch is eigenaar van een Premier League-club en bij de bouw van WK-stadions kwamen duizenden gastarbeiders om het leven, maar laten we politiek er even buiten houden).

Het is een ordinaire vorm van escapisme. Het is even doen alsof er geen pandemie is. Alsof er geen Derde Wereldoorlog dreigt, alsof Thierry Baudet niet bestaat, er geen overstromingen in Australië of bombardementen in Charkov zijn, alsof het leven op aarde niet binnen een generatie compleet… Stop! Luister naar Erik ten Hag: wat telt is de volgende wedstrijd. Dan moet je er weer staan, als ploeg.

Stiekem kunnen we het ons niet voorstellen dat we te maken krijgen met hongersnoden, watersnoodrampen of andere humanitaire crises

We weten wat we moeten doen. We moeten anders eten, anders wonen, anders reizen. Anders leven. Het liefst vandaag en uiterlijk morgen. ‘Dit is het moment, zeggen we. Het is nu of nooit. Maar dan trekt iets anders onze aandacht. Twitter. Voetbal. Trump. En voordat we het weten, trekt het leven ons weer in de comfortabele deining van eb en vloed’, schrijft Roy Scranton in We Are Doomed. Now What?, een essaybundel over klimaat en oorlog.

De techno-optimist die denkt dat innovatie redding zal brengen, de politicus die gelooft in stapsgewijze vooruitgang, de populist die klimaatverandering afdoet als een hoax en de activist die blijft vechten voor een betere wereld – allemaal vluchten ze volgens Scranton in een comfortabele leugen. De ontwrichting van het klimaat valt niet meer te stoppen. De wereld zoals we die kennen is ten dode opgeschreven. ‘We zijn geboren aan de vooravond van de grootste catastrofe die de menselijke wereld ooit heeft gekend. Niemand heeft daarvoor gekozen. Niemand kan ervoor kiezen dit lot te ontwijken.’

De kunst is om dit lot onder ogen te komen zonder te vervallen in nihilisme. Scranton vindt troost in de gedachte dat mensen altijd betekenis zullen geven aan ons vergankelijke bestaan. De beschaving zoals we die kennen zal niet overleven, maar dat betekent niet dat de mens uitsterft. Onze generatie vervult een brugfunctie, schrijft Scranton, van het Holoceen naar het Antropoceen. ‘Het Antropoceen impliceert niet dat de menselijke beschaving de natuur heeft weten te ontstijgen, maar het tegenovergestelde: dat de menselijke beschaving gereduceerd wordt tot een fossiel. Op een geologische tijdschaal zijn we gewoon de zoveelste steenlaag.’ Tot die tijd zullen er mensen zijn die geluk en verdriet ervaren, zullen er vriendschappen gesloten worden, kinderen gebaard, kunstwerken gemaakt en zullen nieuwe beschavingen ontstaan. Zullen er mensen zijn die blijven vechten tegen chaos en onrecht, zelfs al is het een verloren strijd.

Misschien was het geen geweldige timing, dat ik vorige maand besloot om eindelijk Years and Years (2019) te kijken. De bbc-serie schetst een dystopisch beeld van de nabije toekomst. Geen vergezochte sciencefiction, maar een akelig profetisch scenario. In aflevering 1 vragen Oekraïense vluchtelingen massaal asiel aan in het Verenigd Koninkrijk en lanceert de Amerikaanse president een nucleaire aanval.

De serie volgt een gezin dat allerlei ontberingen moet doorstaan. De succesvolle oude broer verliest een miljoen door een bankencrash en ziet zich gedwongen om bij zijn oma in te trekken en mee te draaien in de gig economy zodat hij zijn gezin kan onderhouden. De jongste zus woont in een ‘slecht’ postcodegebied dat wordt afgezet met een hek. En de jongste zoon verdrinkt wanneer hij in een rubberbootje het kanaal oversteekt, in een poging zijn Oekraïense geliefde naar Groot-Brittannië te brengen. Voor veel minderbedeelde wereldbewoners zijn dit soort tragedies nu al allesbehalve fictief, maar de slachtoffers in Years and Years zijn de middenklassers die zich onaantastbaar waanden.

We waren allemaal met stomheid geslagen. Dit waren toch negentiende-eeuwse taferelen? Had Poetin de memo niet gekregen dat we het tijdperk van oorlog in Europa achter ons hebben gelaten? Het voelde heel onwerkelijk. Vrede mag natuurlijk nooit vanzelfsprekend voelen, maar stiekem waren we er toch van uitgegaan dat discussies over een algemene dienstplicht iets waren uit een voltooid verleden tijd. Stiekem kunnen we het ons niet voorstellen dat we te maken krijgen met hongersnoden, watersnoodrampen of andere humanitaire crises die we vooral kennen uit andere, armere werelddelen, ook al vertellen wetenschappers ons dat de gevolgen overal voelbaar zullen zijn wanneer het klimaat verder op tilt slaat. De verwoesting van ecosystemen is niet alleen funest voor inheemse volkeren, maar uiteindelijk ook voor de westerling die is vergeten dat hij onderdeel is van het web des levens. Het coronavirus was slechts een eerste herinnering.

In Years and Years wordt de wereld pas in 2029 overvallen door een pandemie (‘the monkey flu’). Tegen die tijd zijn de vogels en insecten al nagenoeg verdwenen, is de bbc vervangen door een zender voor staatspropaganda en wordt het Verenigd Koninkrijk jaarlijks geteisterd door verwoestende overstromingen. ‘Het is allemaal jullie schuld’, zo vat de grootmoeder de moraal van het verhaal samen in een monoloog. ‘Jullie zuchtten en steunden maar jullie deden niets. We lieten het gebeuren. Dit is de wereld die wij gebouwd hebben. Gefeliciteerd.’

Wat Years and Years behalve beklemmend ook hartverwarmend maakt is dat de serie laat zien hoe veerkrachtig mensen zijn. Adaptatie was het sleutelwoord in het laatste ipcc-rapport. We kunnen ons voorbereiden op het leven in een warmere wereld, de schade beperken door slimme aanpassingen te maken in de inrichting van onze steden, dijken te bouwen en de natuur te beschermen. Het slechte nieuws is dat ons aanpassingsvermogen grenzen kent die in rap tempo dichterbij komen. Mensen zijn adaptieve wezens, zeker, maar net zomin als een vis zich kan aanpassen aan het leven op het droge kunnen meer dan zeven miljard aardbewoners zich aanpassen aan het leven op een oververhitte planeet.

Hoe de toekomst eruit zal zien blijft ongewis. De wereld wordt onzekerder, zoveel is zeker, maar het verloop van ons verhaal wordt niet alleen bepaald door het decor. De handelingen van de toneelspelers doen ertoe, zelfs van degenen die denken dat ze een onbeduidende bijrol spelen. Het einde ligt nog open en dat maakt iedere vorm van wanhoop misplaatst.

In de laatste aflevering van Years and Years zit de oudste zus, de activist van het stel, met kabels verbonden aan een futuristische machine. Na jaren en jaren van chaos doorstaan te hebben, te hebben gestreden tegen onrecht, wil ze onsterfelijk worden door haar herseninhoud te uploaden. ‘Volgens de artsen ga ik vandaag dood, maar daar ga ik aan ontsnappen’, zegt ze. ‘Ik moet blijven leven. Ik wil zien wat er de komende tien, honderd, duizend jaar gebeurt. Waar gaan we heen? Ik wil het weten.’

Degene met wie ik een huis koop stuurt me een ‘gelegenheidsgedicht’ van Rob van Essen. De titel is WAT LEUK DAT JULLIE EVEN KOMEN KIJKEN en bij het lezen van de eerste strofe voel ik me tegelijkertijd betrapt en begrepen.

hier komt de zithoek en langs die muur
hadden we de boekenkast gedacht want ja
wij hebben nog boeken haha hier de eethoek
en daar komt oorlog en die hele achterwand
wordt een schuifpui dan kunnen we bij mooi weer
zo het terras op

Het is natuurlijk verschrikkelijk, die oorlog in Oekraïne, zegt de hypotheekadviseur, maar het scheelt wel dat de rente daardoor waarschijnlijk minder hard stijgt. Het bedrag op het koopcontract duizelt me. Als alles goed gaat heb ik deze schuld over dertig jaar afbetaald. Zo deden mijn ouders dat ook: hard werken, huis kopen, hypotheek aflossen en sparen, zodat je je kinderen een betere toekomst kunt geven. Dat was althans het plan.

In de begroting ruim ik geld in voor vloerisolatie, een hybride warmtepomp en zonnepanelen. Het energielabel kleurt weliswaar groen, maar dat zegt kennelijk niet zoveel over het verbruik. Zulke investeringen voelen extra goed nu het niet alleen een klimaatdaad is, maar ook nog eens helpt om het ‘vrije Europa’ minder afhankelijk te maken van Poetins aardgas.

Ondertussen meldt het Internationale Energieagentschap dat de wereldwijde CO2-emissies vorig jaar hoger waren dan ooit. Van het #buildbackbetter na de coronacrash is weinig terechtgekomen. We proberen een goede crisis niet te verspillen, de schok aan te grijpen om de moeilijke maar noodzakelijke veranderingen door te voeren, maar na een beginfase van spontane solidariteit begint het gemor en willen we zo snel mogelijk terug naar het oude normaal, zelfs al weten we dat het een doodlopende weg is.

Ik schrik ervan hoe snel het drukkende gevoel over het naderende einde van de beschaving plaats heeft gemaakt voor het vrolijke vooruitzicht van een nieuwe woning. Natuurlijk, ik lees de berichten over de belegering van Kiev en de wanhoopskreten van klimaatwetenschappers, maar in plaats van te doomscrollen bekijk ik op mijn telefoon de Funda-foto’s. Ik stel me voor waar de platenkast komt, zoek op Marktplaats naar nieuwe stoelen en bedenk hoe ik de garage kan verbouwen tot een werkruimte. Hier de zithoek, naast het fornuis een espressoapparaat, daar de klimaatcrisis en in die tweede slaapkamer is in principe genoeg plaats voor een kinderbedje.