Opheffer

Een groot dichter

Ik zal maar eens een geheim verklappen. Ik zweer u dat het waar gebeurd is.

Mijn dochter en ik waren twee jaar geleden samen in Londen. Zij las de gedichten van Sappho, ik die van Jan Kal. We raakten aan de praat over poëzie. Dochter vroeg mij waarom ik, als ik dichtte, «zo vast in de vorm» was, altijd maar sonnetten, of kwatrijnen. Dat was niet waar, maar zo kwamen we te spreken over poëzie. Ik vertelde mijn dochter — ik was aan het opscheppen — dat ik ook heel goed iets kon maken vanuit een totaal andere persoonlijkheid, in een totaal andere stijl en vorm.

Ze geloofde dat niet.

«Zeg mij wat ik niet ben, dan zal ik als zo iemand poëzie schrijven en opsturen», zei ik. Mijn dochter vond mij geen wiskundige, en ook niet iemand van het vrije vers, en ook niet jong.

«Goed», zei ik, «ik zal nu een paar gedichten schrijven als een jonge, 27-jarige wiskundige.» Zo gezegd, zo gedaan. Binnen vijf minuten vier gedichten.

We verzonnen een naam: Jonathan Brouwers. Jonathan omdat mijn dochter iemand kende die zo heette, en Brouwers omdat dat de naam van een wiskundige was. Ik stuurde de gedichten op naar Hollands Maandblad.

Wat mijn dochter niet wist — en ik ook niet, want ik lees geen literaire bladen — was dat een redacteur van Hollands Maandblad Maarten Doorman was.

Op een dag kreeg ik de «uw verzen waren lang niet slecht, we zullen er eerdaags een paar van plaatsen»-brief. Ondertekend: Maarten Doorman.

Trots liet ik de brief aan mijn dochter zien. «Zie je wel, pappa heeft gelijk!»

Mijn dochter schrok zich rot.

«Maarten Doorman… Papa… Ik ben kinderoppas bij Maarten Doorman.»

Ik wist dat niet. Mijn dochter woont bij mijn Ex. Ik weet wel dat mijn dochter in de buurt oppast, maar niet bij wie. Dochter wilde dat ik «de fraude», zoals zij het noemde, niet zou doorzetten. Ik wel, want ik had nog nooit met iets in Hollands Maandblad gestaan. Ik schreef Maarten Doorman een vriendelijke brief terug. Ik was blij dat het allemaal goed bevonden werd, et cetera. Doorman schreef terug en stelde enkele wijzigingen voor — ik ging akkoord. Ziedaar, een maand later stonden mijn gedichten in Hollands Maandblad.

Opeens was ik 27 en wiskundige… Wat was ik trots, terwijl ik een 46-jarige journalist was.

Was mijn dochter trots op haar vader? Ze vond het verschrikkelijk! Alsof ik iets ergs had ondernomen tegen Maarten en zijn vrouw die zij zo aardig vond.

«Maar heb ik niet iets bewezen?» vroeg ik. Zij vond van niet.

Ik legde mijn dochter uit dat er een groepje literatoren is dat mijn literaire werk niet goed vindt omdat ik tamelijk eenvoudig schrijf vanuit een totaal andere literaire opvatting dan zij. De Zeemannen, de Doormannen, de Mertensen, Schuttes, de Lansu’s, de Jaeggi’s, de weet ik veel hoe ze heten. Ik had nu toch aangetoond dat je makkelijk je opvattingen kon wijzigen en dan wél door die groep geaccepteerd kon worden.

Mijn dochter vond het onzin en zei: «Of je verandert nu je opvattingen, óf je zeurt er niet meer over.» Ik veranderde mijn opvattingen niet en bleef mijn eenvoudige opvattingen trouw.

Maarten Doorman woont tegenwoordig bijna precies achter mij. We groeten elkaar. Ik zie hem ook weleens op De Kring praten met mijnheer Zeeman.

Jonathan Brouwers — het was een aardige jongen — is uit het leven verdwenen. Hij had een groot dichter kunnen worden.