Toneel

Eén groot geluksgevoel

Toneel: Dito’Dito speelt ‹Misschien wisten zij alles›

Het voedsel dat in de dierenverhalen van Toon Tellegen het meest frequent wordt geconsumeerd is taart. Vanwege die taarten is de beer in Tellegens dierenbos meermalen per jaar jarig. De mus geeft les in jarig zijn en voor zijn colleges dragen de dieren zelfgebakken taarten aan die hij als lesstof geheel in zijn eentje oppeuzelt, waarna hij zijn studenten leert voldaan achterover te leunen, respectievelijk snavel en mond tevreden af te likken. Er bestaat een Taartenboek, waarin vrolijke taartverhalen van Tellegen worden afgewisseld met taartrecepten.

Als we binnenkomen bij de voorstelling van Dito’Dito Misschien wisten zij alles, gebaseerd op de 313 dierenverhalen van Tellegen, zijn de acteurs Willy Thomas en Benjamin Verdonck druk bezig met het beslag voor wat later een stapel taarten zal worden. In de loop van de eerste helft begint de toneelvoorstelling doordringend te ruiken, de zaal geurt naar taart. Het duurt drie uur voor we worden uitgenodigd de taartenberg aan te snijden. Vergeet deze mededeling: als toeschouwer vergeet je tijdens deze voorstelling namelijk alles wat met tijd te maken heeft. Een wezenlijk deel van Misschien wisten zij alles gaat over verlangen, over uitgestelde tijd. Verlangen naar eten, liever gezegd: vreten, zwelgen. Maar ook over verlangen naar het missen van iemand, en dus over het zorgvuldig organiseren van afscheid. De magie van de dieren in Toon Tellegens verhalen is dat ze niet weten waar ze over praten. Ze ontdekken de wereld aan zichzelf. Tellegens dialogen zijn de perfecte illustratie van wat Bernlef ooit schreef over het wezen van het komische duo Laurel & Hardy, beter bekend als «de dikke en de dunne»: twee heren zonder geheugen. Ze herinneren zich niets, ze gaan iedere uitdaging aan met de stoutmoedigheid van een ontdekkingsreiziger. Alle dialogen in Misschien wisten zij alles hebben de avontuurlijkheid van het Grote Oeps!

Het acteren in Misschien wisten zij alles is een wonder van eenvoud. Benjamin Verdonck speelt meestal de eekhoorn. In zijn maffe kostuum (het pak van een spreekstalmeester in een afgetrapt provinciecircus, daaronder een gestreept T-shirt met een scheur) beweegt hij zich alsof hij van elastiek is, een marionet aan onzichtbare touwtjes, hij swingt en danst ongrijpbaar over de volgeladen speelvloer. Tegelijkertijd zorgt hij voor de rust in de voorstelling. Als de eekhoorn iets niet begrijpt legt hij de handeling stil. Doodstil. En als hij het impulsief ergens mee eens is, of plotseling denkt iets wél te begrijpen, kan hij prachtig en gretig jaaaaaaaa zeggen.

Willy Thomas is zijn tegenvoeter. Hij speelt de steevast uit bomen vallende en aan broze lampjes slingerende olifant, de weerbarstige horzel, de taartgrage beer. Thomas speelt ook de regisseur van de vertelling. Met de nadruk op speelt. Als hij de controle over de gebeurtenissen verliest – de eierwekker gaat af, een briefje valt niet op tijd uit de lucht – spat de verbijstering uit zijn ogen. En die energie kan hij weer goed gebruiken om het verjaardagen hatende aardvarken te spelen, of de in de top van een boom verdwaalde mol. Willy Thomas danst ze eigenlijk allemaal. En komt tot rust in de quasi-filosofische mier. Hij kent zijn weg in deze kleine uitdragerij van voorwerpen, touwen, krukjes en zand. En als hij de weg kwijt is, zijn wij de eerste die het te zien krijgen: Aanzwellende Paniek en Het Grote Gebaar.

Soms, zelden, is theater één groot geluksgevoel. Dan staat de tijd stil, uren worden minuten, en alles mag langer duren dan de eigen tijd. Misschien wisten zij alles is theater van dat ongekende geluk. Mijn Mokumse middagkrant meldt dat ik afgelopen zaterdagavond de Nederlandse première heb bezocht (de voorstelling is in februari in Brussel uitgebracht). Na afloop bestudeer ik de speellijst (tot en met juni 2005). Allemaal plaatsen in België, stel ik verbijsterd vast. Dat kan niet waar zijn. Nederlandse theaterprogrammeurs, recht de ruggen, schudt uw vooroordelen (Vlamingen moeten van «onze» Toon Tellegen afblijven, voorstellingen mogen geen drie uur duren) van u af. In heel Nederland moet Misschien wisten zij alles te zien zijn. Punt! Uit!

‹Misschien wisten zij alles› reist tot en met juni 2005 vooralsnog uitsluitend door Vlaanderen.

Inlichtingen: Dito’Dito, 00-32-2-5022442; ditodito@skynet.be; www.benjamin-verdonck.be