Menno Hurenkamp

Een groot werk tegen Kroes

Zo verrassend is het niet dat Nederlanders steeds minder vertrouwen hebben in de overheid. Het bleek uit een voorgaand onderzoek van het Sociaal en Cultureel Plan bureau naar de sociale staat van Nederland en het blijkt ook weer uit een recente versie van dat onderzoek. De reden is simpel. Bij alles wat hier misgaat of alles wat anders moet, zegt de regering: de burger moet het doen, of de markt, of iemand anders, maar laat ons er alsjeblieft buiten. Bestuurders en gebruikers van ziekenhuizen, universiteiten, welzijnsinstellingen en al die andere plekken waar mensen veel tijd doorbrengen krijgen voortdurend te horen dat ze niet meer aan de overheid moeten denken bij het afwerken van hun verlanglijstje. Wil je beter worden, of slimmer, of gelukkiger, of sneller op je plek van bestemming aan komen, prima, doen! Maar reken niet op de regering. Bang voor globalisering, bang voor werkloosheid? Terecht, maar neem een verzekering, want wij kunnen er ook niks aan doen!

Of die overheid feitelijk «terugtreedt» kun je trouwens betwisten. Eén blik op het door de staat bestede geld of op de tijd die gestoken moet worden in allerlei controleprocedures over dat geld doet eerder het tegendeel vermoeden. Zo is al het op welzijn bezuinigde geld hele maal niet uit de boeken, maar staat nu on der het kopje «veiligheid». En hoewel volgens het regeerakkoord zo veel mogelijk beleid «naar de burger toe» gedecentraliseerd wordt, moet er ondertussen wel een landelijke politie komen, want anders lopen die dienders de kantjes eraf.

Maar het signaal vanuit de overheid is ondertussen niet mis te verstaan: aan ons hebt u niks, wij willen niks en wij kunnen niks. Er is kortom geen publieke zaak, de burger staat er alleen voor. Niet gek dus dat die burger niet zo veel vertrouwen heeft. Het cynisme over eigen kunnen, of beter gezegd, het staatscynisme, is bepaald ouder dan deze regering, maar in de jaren negentig van de vorige eeuw overstemde de sterke economie het gebrek aan inspiratie. Grote Werken – de Betuwelijn, de HSL, de invoering van de euro – suggereerden ook dat de overheid zelf ambities had. En misschien wel omdat het succes van deze Grote Werken, laten we zeggen, zozo is, kiest de huidige regering ervoor om liever nergens meer haar vingers aan te branden. Feit blijft dat de regering weinig biedt waar burgers gemeenschappelijke trots aan kunnen ontlenen. Gelukkig helpt Brussel een handje. «Leefbaarheid», zorgen dat het prettig wonen is in de gemiddelde grootsteedse buitenwijk, is een belangrijk thema van de laatste tijd. Daarvoor moet je flink aan de knoppen draaien – en vooral niet de markt zijn werk laten doen. Daar hebben we woningbouwcorporaties voor, redelijk unieke instanties waar buitenlandse politici vaak jaloers op zijn. De regering overwoog tot voor kort ook hun rol flink in te krimpen, zonder veel ideeën over de alternatieven. Nu ook eurocommissaris Neelie Kroes een merkwaardige aanval op die woningbouwcorporaties heeft gelanceerd, mag weer hardop gezegd dat die corporaties toch prettig zijn omdat ze ervoor zorgen dat arme en rijke mensen niet helemaal los van elkaar leven.

Sneu dat het «onze» commissaris is, maar met een beetje handigheid kan de regering het verzet tegen Brussel – handen af van onze huizen! eigen corporaties eerst! – als Groot Werk op de agenda zetten.