Een gulden voor een fiets

De terugkeer van de fietstaxi (becak) in het straatbeeld van Jakarta is wel van heel korte duur geweest. Het plan om becakrijders - in 1990 uit de Indonesische hoofdstad verjaagd - weer passagiers te laten vervoeren, was een van de onbeholpen pogingen van de regering om een antwoord te formuleren op de economische crisis.

Even onhandig als president Habibie die het volk vraagt iedere maandag en donderdag te vasten, om rijst en dus geld te besparen.
Gouverneur Sutiyoso van Jakarta had een week eerder bedacht dat vervoer per fietstaxi een centje minder kost dan per (bromfiets)taxi en dat becakrijders daarom weer welkom waren. Maar een week later bleek hun terugkeer zoveel verkeersopstoppingen - en dus ook weer kosten! - te veroorzaken, dat Sutiyoso zijn toestemming weer introk.
Tot grote schade van de 2000 ‘nieuwe’ becakrijders die subiet naar Jakarta waren getrokken in de hoop wat te verdienen met een fietstaxi waaraan zij hun laatste spaarcenten hadden gespendeerd. Pech gehad, vond de gouverneur aanvankelijk, die nu echter onder druk van de volksvertegenwoordiging heeft aangeboden de gedupeerde becakrijders naar huis terug te brengen per vrachtwagen van de gemeentereiniging, en hen bovendien een schadeloosstelling van één gulden in de hand te drukken.
Nog een heel bedrag in het land waar bijna de helft van de ruim 200 miljoen inwoners dezer dagen nog geen twee gulden per maand verdient.