Voetbal Den Haag pompte miljoenen in stadion en club

Een Haags bakkie van zeventig miljoen

ADO Den Haag draait dit seizoen mee in de top en de supporters lijken het imago van relschoppers van zich af te schudden. Maar de weg er naartoe was lang: hoe een prijzige imagocampagne een stadion en een bijna failliete club opleverde.

DE WOEDE IS van de gezichten van de supporters af te lezen. Het is 22 april 2007, de laatste wedstrijd van ADO Den Haag in het Zuiderpark-stadion, waar de club sinds 1925 zijn wedstrijden speelt. Het afscheid is alles behalve vrolijk. De club is een week eerder gedegradeerd en staat aan het einde van de eerste helft met 3-0 achter. Al tijdens de wedstrijd maken de toeschouwers een begin met de sloop van het stadion, de stoeltjes gaan mee als aandenken. Als iemand vuurwerk naar de grensrechter gooit, komt er een vroegtijdig einde aan het duel. De lege clubkas maakt de malaise compleet. ADO heeft een nieuw stadion, waar al vijftig miljoen gemeenschapsgeld in zit. Maar geld voor de inrichting is er niet. De Stichting Stadionontwikkeling, de geldsluis tussen club en gemeente, krijgt geen lening bij een bank. Twee dagen later stemt de gemeenteraad in met een lening van 6,5 miljoen euro. Maar rond Kerst staat de club weer aan de rand van de afgrond. Het doemscenario van een gloednieuw stadion zonder voetbalclub lijkt werkelijkheid te worden.
‘Het was een diner in het Zuiderpark-stadion, 8 december 1999. Burgemeester Deetman stond op en zei: “Ik heb een droom. Ik zie iets heel visionairs. Ik zie een stadion waar een heel nieuwe toekomst kan ontstaan voor ADO.”’ Zo herinnert Harro Knijff, advocaat en lid van Voor de Stad Voor de Club, een stichting voor de promotie van betaald voetbal in Den Haag, zich de avond. De gemeente gaat voortvarend te werk. Het al jaren noodlijdende ADO krijgt negenhonderdduizend euro balanssteun, er wordt twee miljoen vrijgemaakt om een stichting op te richten die het bouwproces moet begeleiden en het adviesbureau Boer en Croon werkt de plannen uit. En zo begint de omarming van de gemeente en de voetbalclub die uiteindelijk tientallen miljoenen zal kosten en, ondanks weerstand en geschonden beloftes, niet te verbreken blijkt.
De nieuwe Stichting Stadionontwikkeling (SSO) heeft nog een tweede functie. Zij moet naar buiten de indruk wekken dat de gemeente zich niet met de club bemoeit. In werkelijkheid is de afstand er nauwelijks. 'SSO kon alleen maar geld uitgeven met een handtekening van de gemeente’, zegt Harro Knijff, die samen met politici, een accountant en mensen uit het vastgoed zitting neemt in de stichting.
Tot het nieuwe stadion klaar is, krijgt ADO jaarlijks twee miljoen euro om het structurele gat in de begroting te dichten (de zogenaamde loopplank-regeling). De eerste jaren moet dit geld komen uit de rente die ontvangen wordt over het geld voor de bouw. De SSO krijgt het bouwgeld op haar rekening gestort. Daarna zal de winst uit de ontwikkeling van onroerend goed rond het stadion het gat in de begroting moeten dichten. De SSO zal daartoe een groot stuk kostbare gemeentegrond gaan beheren.
De directeur van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, Henk Jagersma, is niet blij met de constructie en komt met een ander idee: 'Ik kwam met Sinterklaas terug vanuit Friesland waar mijn ouders en familie wonen. Ik reed langs het Prins Clausplein en dacht: verrek, ik ga hier beneden nog even kijken. Ik vroeg mijn zoon van acht jaar: “Hoe groot is een voetbalveld?”, want ik had zelf geen idee. Ik had niets met voetbal.’ De oksel van het Prins Clausplein is groot genoeg voor een stadion, maar ruimte voor ander onroerend goed is er niet. De gemeente raakt minder kostbare grond kwijt, maar daarmee verliest de SSO ook de mogelijkheid om geld te verdienen. Geld dat de club hard nodig heeft om haar begroting op orde te brengen. Bij de SSO zijn ze niet blij maar de gemeente krijgt haar zin. Dat het nieuwe plan in de toekomst problemen gaat opleveren, wat bij de betrokkenen duidelijk is, wordt genegeerd.

DAT DE POLITICI van de grote partijen in Den Haag voor de bouw van het stadion zijn is vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 glashelder. 'Als de meerderheid van de raad zegt: “We zien er geen heil in”, dan zal dat het einde van ADO betekenen’, zegt wethouder Stolte met gevoel voor drama tijdens een verkiezingsdebat bij de lokale omroep. Ook zijn PVDA-collega en fanatiek ADO-supporter Pierre Heijnen doet een duit in het zakje: 'De gewone mensen in Den Haag hebben recht op het theater van de sport, en dat is een stadion.’
Tijdens de coalitiebesprekingen verdwijnen complexe financieringsconstructies met hypotheken in de prullenmand. Het nieuwe college gaat voor de 'koninklijke route’ en reserveert 32 miljoen euro. Uiteindelijk zal de bouw van het stadion vijftig miljoen gaan kosten. Het zijn vooral de zorgen om het imago van de stad die de gemeenteraad over de streep trekken. Jarenlang is ADO berucht om de fanatieke supporters en daar moet maar eens een eind aan komen. Dat daar een prijskaartje aan hangt accepteert bijna de hele raad.
Maar er is ook angst. In Nijmegen en Breda kopen de gemeenten in 2002 de stadions van hun noodlijdende clubs voor vele miljoenen. Om niet in dezelfde situatie te komen blijft de gemeente Den Haag eigenaar van het voetbalgedeelte van het stadion, het veld en de tribunes. De commerciële ruimtes en het hoofdgebouw laten ze aan het bouwbedrijf en de SSO. Om snel te kunnen gaan bouwen laat de gemeente geen Milieu Effect Rapportage verrichten, ondanks de ligging naast de snelweg. Dat kan niet, laat de Raad van State weten en daarmee is al snel duidelijk dat het stadion er niet, zoals in de eerste plannen, in 2005 zal staan. Als de bouw eind 2005 eindelijk van start gaat, loopt die vervolgens gesmeerd. Aan het eind van het seizoen 2006-2007, na het nachtmerrie-afscheid van het oude stadion, kan de club de verhuisdozen gaan pakken.
Intussen is het tweede doel van de operatie, een financieel gezonde club, grotendeels uit het oog verloren. 'De SSO was vooral bezig met de bouw. Ik was er al bang voor toen ik nog bij de gemeente zat. Iedereen vindt het bouwen leuk. En dat is natuurlijk ook leuk’, zegt Jagersma.
De bron van de financiële problemen bij de SSO en ADO ligt bij de loopplank-regeling. Door de vertraging moet de SSO twee jaar langer de twee miljoen euro begrotingssteun ophoesten. Nu het stadion klaar is zijn er geen rente-inkomsten meer. Het onroerend goed, waarmee geld verdiend zou worden, is er nooit gekomen. Lang kan de gemeente het probleem, door creatieve constructies, voor zich uit schuiven. Zo maakte ze in 2005 de subsidie voor maatschappelijke projecten voor vijf jaar in één keer over.
Terwijl iedereen bij ADO en de SSO bezig is met de bouw komt er in 2006 een nieuw college. Bij de nieuwe wethouders leeft weinig enthousiasme om de club te helpen. Als de SSO in april 2007 toch een lening van 6,5 miljoen krijgt, zijn de voorwaarden zo streng dat ze als een molensteen om de nek van de SSO en de club hangen.
Al voor de gemeenteraad met de 6,5 miljoen akkoord gaat, is duidelijk dat de financiële problemen hiermee niet zijn opgelost. En als ADO in het najaar van 2007 een nieuwe raad van commissarissen krijgt schrikt die zich een hoedje. 'De cijfers waren niet op orde’, zegt Jagersma, indertijd een van de nieuwe commissarissen. 'Ik weet nog dat ik de eerste rapportage onder ogen kreeg in november [2007] en dacht: als dit het beeld is weet ik zeker dat we failliet zijn.’
Op 13 december 2007 vraagt de raad van commissarissen surséance van betaling aan, de problemen zijn te groot. Zeker na de kostbare degradatie van een half jaar eerder. Er volgt een week vol crisisvergaderingen met aan het eind de redding door een Rijswijkse zakenman. Mark van der Kallen, eigenaar van Thieme GrafiMedia Groep, dat later zelf in een faillissement belandt, steekt achthonderdduizend euro in de club. De houding van de gemeente dat er geen cent gemeenschapsgeld meer naar ADO mag, blijkt geen loze kreet. Voor het moment.
De acht ton is een noodverband en in 2008 wordt verder nagedacht over een langere-termijnoplossing. B. en w. benoemen intussen een externe commissie, onder leiding van PVDA-senator Klaas de Vries, om de relatie tussen de club en de gemeente kritisch te onderzoeken. De commissie komt met harde conclusies. Het college is vooral bezig geweest met de bouw van het stadion en heeft te weinig contact met de club gehouden. Die afstand is begrijpelijk, men wilde niet te nauw betrokken raken bij ADO, maar heeft de financiële problemen verergerd. Intussen heeft de bouw van het stadion een tegengesteld effect gehad: gemeente en club zijn nu helemáál onlosmakelijk verbonden. Een weg terug is er niet volgens Klaas de Vries. Het is beter om toch maar weer extra geld in de club te stoppen, zo lijkt de boodschap van de commissie. En dat gebeurt op 18 december 2008. Aan de reddingsoperatie hangt het lieve prijskaartje van 20,6 miljoen euro. De lening van 6,5 miljoen aan de SSO uit 2007, waarvan pas tweehonderdduizend euro is afgelost, wordt kwijtgescholden. Er komt drie miljoen balanssteun en 1,3 miljoen voor wat men met gevoel voor understatement de 'onrendabele top’ noemt. Als klap op de vuurpijl koopt de gemeente het hoofdgebouw van het stadion voor een slordige tien miljoen euro. Waar de gemeente altijd bang voor is geweest komt uit: ze koopt een deel van het stadion, het stadion dat ze zelf liet bouwen voor vijftig miljoen. Schuilend achter het rapport van Klaas de Vries heeft de gemeente een draai van honderdtachtig graden gemaakt.
Anno 2011 draait de club nog steeds met verlies. De gemeente bereidt zich voor op de aankoop van de resterende stukjes stadion die ze nog niet in handen heeft. De onderhandelingen over de commerciële ruimtes in het stadion en de door de nieuwe eigenaar gebouwde reclamemasten zijn in volle gang.
Harro Knijff, die als advocaat al lang rondloopt in het voetbalwereldje, heeft wel een verklaring voor de problemen: 'Er wordt in deze bedrijfstak meer geld uitgegeven dan er ontvangen wordt. Dat klinkt heel makkelijk maar dat is wel zo. Dit komt omdat de voetbalwereld heel erg door emotie wordt geregeerd.’
Niemand weet dat beter dan John van Ringelenstein, de man die in 1994 eigenaar werd van ADO Den Haag en tot 2008 bij de club betrokken was. Als succesvol zakenman dacht hij indertijd dat hij de club als een bedrijf zou kunnen leiden. Maar daar is hij van teruggekomen: 'Een voetbalclub is geen gewoon bedrijf maar een publieke onderneming die, wanneer het slecht gaat, altijd haar probleem bij de plaatselijke overheid zal leggen. De enige oplossing is dat voetbalclubs collectieve ondernemingen worden die ook collectief worden gedragen, gefinancierd en gecontroleerd.’
Van Ringelensteins oplossing is voor een flink deel al werkelijkheid geworden.