Een half uur geleden leefde hij nog

Wat betekende het schrijverschap van Harry Mulisch? Een goeie vraag voor biografen in spe, ware het niet dat die vraag al beantwoord is. Door Mulisch zelf. Maar moeten we hem geloven?

Medium de pupil

Wie straks de biografie van Harry Mulisch zal schrijven, zal moeten beginnen ten zuiden van Napels, en vanuit de necropool Pompei uitkijken op de Vesuvius, eenzaam en soeverein aan de horizon. In 28 november 1926 knalde de vulkaan de lucht in en negen maanden later, op 29 juli 1927, werd Harry Kurt Victor Mulisch geboren, aan het Westerhoutpark te Haarlem. Trotse zoon en enig kind van Kurt Victor Karl Mulisch, afgezwaaid cavalerist van het Oostenrijks-Hongaarse leger, en de joodse bankiersdochter Alice Schwarz uit Antwerpen. Op het geboortekaartje werd vermeld dat zoonlief een scherpe blik had, en opvallend daadkrachtige handen.
Dat er tussen zijn verwekking en de vulkaanuitbarsting een causaal verband bestond, daar was Mulisch van overtuigd - of dat deed hij de toehoorder graag geloven. Op de achterflap van zijn novelle De pupil (1987) poseerde de auteur familiaal voor de vulkaan, met als koket foto-onderschrift: ‘Van links naar rechts: de Vesuvius, de auteur.’
Uit De pupil: ’(…) het centrum van het panorama was altijd de Vesuvius. Aarde, water, lucht, vuur. Op haar chaise longue staarde Mme. Sasserath soms tot het donker werd naar die zachte, vervagende vorm, die rustgevende verhevenheid, waaruit zoveel verdoemenis was uitgestort.’
Die verdoemenis zette Mulisch weer centraal in zijn klassieker De aanslag (1982), waar as symbool stond voor de Tweede Wereldoorlog - in de initialen van de hoofdpersoon (Anton Steenwijk), in de zwarte schilfers van het brandende ouderlijk huis die op de onschuldige witte sneeuw neerdalen, en in de slotzin, als Anton over straat loopt en de oorlog, na al die decennia, nog steeds met hem oploopt: ’(…) zijn schoenen sloffen en het is alsof zij wolkjes as opwerpen, ofschoon nergens as te zien is’.
(Bij hoeveel schrijvers werkt dit soort symboliek eigenlijk aanstekelijk? Dat je zin krijgt om mee te tellen en te raden en op elke bladzijde het gevoel hebt uitgedaagd te worden met de schrijver mee te denken, hem te verslaan in zijn eigen spel?)
Er kwamen meer natuurverschijnselen. In Voer voor psychologen (1961) diste hij gretig de anekdote op, of mythe eigenlijk, hoe hij de laatste hand legde aan wat het manuscript van zijn eerste roman zou worden, archibald strohalm. Het laatste woord schreef hij '31 juli 1951, ’s avonds 10 uur, - hetzelfde onweer dat in 1870 woedde boven Rome, toen het Concilie in de Sint Pieter stemde over het dogma der pauselijke onfeilbaarheid’. Diezelfde avond sloot om twaalf uur de inzendtermijn voor de Reina Prinsen Geerligs-Prijs, dus spoedde Mulisch zich met boezemvriend Jan Blokker van Haarlem naar Amsterdam, waar donder en bliksem losbarstten toen de jongens het grachtenhuis van de jurysecretaris bereikten. In nachtgewaad verscheen de secretaris en gedrieën werden zij het erover eens dat een manuscript dat met zoveel hemelvuur gepresenteerd werd, wel de prijs moest winnen.
Die prijs won hij, vanzelfsprekend.

Afgelopen zondag, de dag na zijn overlijden, voegde emeritus hoogleraar en beoogd biograaf Marita Mathijsen in het VPRO-programma Boeken nog een nieuw natuurfenomeen aan de lijst toe: toen Mulisch zijn laatste uren inging schokte de Merapi-vulkaan op Midden-Java nog een keer heftig na. Kijk eens aan. Hij zou het op prijs hebben gesteld, en voorzover zijn verbond met natuurverschijnselen geen dikke vette ironie was, had hij goeie voorbeelden in zulke situaties, vertelde hij in een interview in NRC handelsblad in 2001: 'Toen Jezus stierf, scheurde het voorhangsel van de tempel in tweeën; bij Beethovens dood was er een groot noodweer. De werkelijkheid voegt zich naar grote geesten. Dat is geen logisch-positivistisch correcte gedachte (…) Ander voorbeeld: Fidel Castro bevrijdt Cuba en houdt zijn eerste rede in Havana; een witte duif daalt op zijn schouder neer en blijft daar een uur zitten…’
Deze zelfmythologisering werpt de biograaf in spe in ieder geval twee problemen voor de voeten. Allereerst dat zijn waargebeurde verhaal nooit zo interessant zal zijn als wat Mulisch ervan gemaakt heeft, en daarnaast dat de kernvraag - wat betekende zijn schrijverschap? - al beantwoord is. Door hemzelf. Alleen al in Voer voor psychologen vuurde Mulisch een heel hoofdstuk 'manifesten’ op de lezer af, oneliners over de betekenis van schrijven. Met enige plechtstatigheid werden ze de afgelopen dagen in programma’s en necrologieën voorgedragen: 'Wie schrijft, doet iets met mensen. De verandering, die hij aanbrengt in de mens, de maatschappij, de literatuur, is hij. Hierin leeft hij voort.’
Of: 'Er bestaat geen literatuurgeschiedenis. Er bestaan enkel schrijvers.’
Of: 'Wie bestaat, weet niets. De schrijver moet leeg zijn, niet bestaan, zoals de schepper van hemel en aarde.’
Of: 'De schrijver trouwt een vrouw, krijgt kinderen, wordt journalist en schrijft niet meer. De schrijver wordt ziek en kan niet meer schrijven. De schrijver wordt op de tramrails door een meteoor getroffen en is dood. Dit alles is een gebrek aan talent.’
Betekent dit ook allemaal echt iets, wanneer je het achter elkaar leest? Als de aforismen elkaar al niet tegenspreken, dan bespotten ze elkaar wel. Want zo is Voer voor psychologen ook bedoeld, als beschimping van elk gepsychologiseer van zijn werk (ook uit Voer voor psychologen: 'Antwoord aan een psychiater: “Het wordt hoog tijd dat u eens naar een goede psychopaat gaat.”’). Ook hier weer de paradox, omdat niemand zijn werk (en leven) meer psychologiseerde dan hijzelf. Natuurlijk is er het verhaal dat zijn 'formerende jaren’, van zijn twaalfde tot zijn zeventiende, samenvielen met de Duitse bezetting ('als jongens gingen we de oorlog in, als mannen kwamen we de oorlog uit’, vatte Henk Hofland, die van het zelfde bouwjaar als Mulisch is, het eens samen). Er is het geloof dat zijn absolute leeftijd zijn zeventiende is, de leeftijd die hij had toen Nederland bevrijd werd; en er is de roemruchte uitspraak, omdat zijn vader collaboreerde en zijn moeder joods was: 'Ik ben de Tweede Wereldoorlog.’
Hij deed die uitspraak in het tv-programma van Sonja Barend, bijna tussen neus en lippen door: geen plechtig statement, maar een ogenschijnlijk volstrekt logische conclusie. Het scheppen van de zelfmythe was onlosmakelijk verbonden met zijn schrijven, en waarschijnlijk raak je daar dan de kern van zijn schrijverschap: boven alles was Mulisch verslaafd aan creëren. Het lijkt een open deur om vast te stellen dat Mulisch graag zichzelf als schepper zag - Schrijver naast God, zoiets - maar hij voerde het thema door zijn hele oeuvre heen door. De personages in zijn romans zijn bij voorkeur wetenschappers, mensen die orde scheppen in chaos en willekeur. In archibald strohalm (1952) is de titelheld geobsedeerd door het maken van een poppenkastvoorstelling. Anton Steenwijk in De aanslag gaat als detective door zijn verleden om zelf zijn levensverhaal te bouwen. De boezemvrienden Onno Quist en Max Delius uit De ontdekking van de hemel (1992) zijn bovenal filosofen, die hun eigen web van persoonlijke en universele geschiedenis door elkaar weven. Victor Werker in De procedure (1998) is een stand-in van God: als Nobelprijswaardig wetenschapper ontdekt hij een nieuwe methode om DNA aan elkaar te rijgen en zo leven te scheppen. Rudolf Herter in Siegfried (2001) is een succesauteur die overladen wordt met lof omdat hij zijn lezers een volmaakte wereld zou voorschotelen.
Daar zit iets kinderlijks in, al dat geschep. Alsof hij toeval en tijd (twee van zijn favoriete thema’s) wilde knechten, bang was voor willekeur. Maar wanneer je door zijn boeken heen gaat, valt ook op dat ze bijna als pleidooi zijn te lezen voor het belang van de 'gecreëerde werkelijkheid’. Wat zijn laatste roman zou worden, Siegfried, een zwarte idylle, is bijna te lezen als een betoog over de waarde van fictie. De roman begint als succesauteur Rudolf Herter Wenen bezoekt, ter promotie van de vertaling van zijn magnum opus De uitvinding van de liefde. In Herter herkennen we in pijp, neus, taal natuurlijk Mulisch zelf, die zich minzaam alle accolades laat aanleunen, maar er desondanks verwonderd naar blijft kijken. En passant geeft hij een blik op hoe het succes hem beïnvloed heeft, of liever, niet beïnvloed heeft: ’(…) omdat hij voor zichzelf nooit was geworden wat hij sinds tientallen jaren voor anderen was, dacht hij - Dit is allemaal bedoeld voor een jongen van achttien, die, vlak na de Tweede Wereldoorlog, straatarm en onbekend probeert een verhaal op papier te krijgen. (…) Misschien was het eigenlijk wel precies andersom: misschien was hij precies onveranderd, maar dan in die zin dat hij altijd al degene was geweest die hij nu ook voor anderen was, ook al op zijn zolderkamer met de ijsbloemen op de ruiten.’
De premisse van Siegfried is zo origineel dat je je niet kunt voorstellen dat nog niemand dat eerder bedacht heeft: wat als Hitler een zoon had gehad? Tijdens een van zijn mediaoptredens filosofeert Herter dat Wenens beroemdste zoon niet vanuit logica te benaderen is, filosofie en geschiedschrijving krijgen geen vat op het zwarte gat dat Hitler heet. Dit moet het domein van fictie zijn, dat historische gegevens kan ombuigen en nieuw licht kan werpen. Na afloop wordt Herter echter aangesproken door het oudere echtpaar Falk, dat ooit werkzaam was als personeel op Hitlers buitenverblijf Berghof op de Obersalzberg. Ze vertellen hem dat op de dag van de Reichskristallnacht Eva Braun een zoon heeft gebaard, uiteraard vernoemd naar de door Hitler zo bewonderde held uit Wagners Ring des Nibelungen: Siegfried. Maar Siegfried moest geheim blijven, de Führer moest immers 'van alle vrouwen blijven’, en de Falks worden gedwongen 'Siggi’ als hun eigen kind op te voeden. Later, als nazi-Duitsland door het Rode Leger dreigt te worden overlopen, krijgt meneer Falk de opdracht het kind te doden.
Voor Mulisch, en voor veel intellectuelen van zijn generatie, was Hitler altijd een object van obsessie. De spil van het drama van de twintigste eeuw, een man die ondanks honderdduizenden studies nooit logisch verklaard is. Waar meneer Falk uit angst het doodsbevel uitvoert zonder te snappen waarom, snapt Herter het meteen. Herter haast zich naar zijn hotelkamer en voert een onnavolgbare monoloog in zijn dictafoon; het definitieve woord over Hitler moet eruit en het woord is Niets, letterlijk. Hitler is het Grote Niets, geen buitenaards wezen, maar een buitenzijns wezen, geen onlogisch persoon, maar een logisch onpersoon. Uit Voer voor psychologen: 'Het beste is, het raadsel te vergroten.’
En dan, als Herter het geheim van het universum denkt te doorgronden - net als Max Delius in De ontdekking van de hemel - sterft hij. Herters geliefde vindt zijn lichaam, en als een dokter hem officieel doodverklaart, roept ze: 'Maar hoe kan dat ineens? Een half uur geleden leefde hij nog!’ In Frankrijk noemen ze dat een 'lapalissade’, vernoemd naar de zestiende-eeuwse Franse krijgsheer Jacques de la Palice, wiens soldaten kort na zijn dood op het slagveld trots zouden hebben gezongen: 'Que deux jours avant sa mort/ il était encore en vie.’ Twee dagen voor zijn dood leefde hij nog. Ladida.
De ironie van de zaak-Herter/Mulisch is dat hij er vertrouwen in heeft dat fictie de zaken essentiëler kan verklaren dan non-fictie, om vervolgens door het waargebeurde verhaal van het echtpaar Falk van zijn geloof te vallen. De ironie is dat de lezer weet dat ook dat verhaal fictie is; deze leest immers een roman. Aan het geloof is nooit getwijfeld.


Beeld: Op de achterflap van De pupil (1987) deze foto, met onderschrift: ‘Van links naar rechts: de Vesu- vius, de auteur (zomer 1985)’ (Sjoerdje Woudenberg)

Harry Mulisch, Siegfried . € 10,00
Harry Mulisch, De Procedure . € 12,50
Harry Mulisch, De ontdekking van de hemel. € 15,00
Harry Mulisch, De zuilen van Hercules. € 17,90
Harry Mulisch, Voorval. € 14,90
Harry Mulisch, Theater 1960-1977 . € 34,90
Harry Mulisch, De elementen. € 16,90
Harry Mulisch, De gedichten 1974-1983 . € 34,50
Harry Mulisch, De pupil . € 12,90
Harry Mulisch, Hoogste tijd . € 22,90
Harry Mulisch, Egyptisch . € 14,75
Harry Mulisch, De Aanslag. € 10,00
Harry Mulisch, De compositie van de wereld . € 19,90
Harry Mulisch, De verhalen . € 32,90
Harry Mulisch, Oude lucht. € 14,90
Harry Mulisch, De wijn is drinkbaar dank zij het glas . € 11,50
Harry Mulisch, Kind en kraai. € 10,95 (audio)
Harry Mulisch, Twee vrouwen. € 10,00
Harry Mulisch, Mijn getijdenboek . € 16,50
Harry Mulisch, Het seksuele bolwerk . € 17,50
Harry Mulisch, De toekomst van gisteren . € 17,50
Harry Mulisch, De Verteller . € 16,90
Harry Mulisch, Bericht aan de rattenkoning. € 17,50
Harry Mulisch, De zaak 40/61 . € 14,95
Harry Mulisch,Voer voor psychologen . € 18,90
Harry Mulisch, Het stenen bruidsbed . € 24,95
Harry Mulisch, Het zwarte licht. € 16,90
Harry Mulisch, De Diamant . € 18,90
Harry Mulisch, Chantage op het leven . € 12,90
Harry Mulisch, Archibald Strohalm. € 18,90