Een halfgare hetero

Nop Maas houdt in zijn biografie van Gerard Reve vol dat Reve geen echte homoseksueel en sadomasochist was. Het zou gaan om een karakterfout.

Nop Maas, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel 2. De rampjaren 1963-1975. € 35,- (Maas spreekt erover in Haarlem op 1 mei

Wanneer Gerard Reve midden jaren zestig zijn vader, hoewel die zijn gedichten niet wenst te waarderen, toch weer gedichten opstuurt, doet hij dat volgens Nop Maas uit een masochistische behoefte, en wanneer Gerard Reve, die dan al lang volkomen open over zijn sadomasochisme is, van een film over De Sade geniet, schrijft Nop Maas dat op het conto van een ‘sadistische inslag’. De homoseksualiteit is volgens Nop Maas bij Gerard Reve een keuze, want 'Reve bleef het vermogen houden om geil te worden van vrouwen’. Eigenaardige opvattingen, die niet als een verrassing komen voor wie het eerste deel van de biografie al had gelezen.
Van de seks heeft Nop Maas helaas geen kaas gegeten. Zijn gebrek aan begrip is zo categorisch en neemt daarbij dikwijls zulke groteske vormen aan dat ik gaandeweg het eerste deel aan zijn goede trouw ben gaan twijfelen.
Het begint al op bladzijde 2 van het voorwoord, waar Maas de ondertitel van zijn biografie toelicht: Gerard Reve leidde een schuldig leven, heet het daar - met schuldig tussen aanhalingstekens -, omdat hij een 'sadomasochistisch aangelegde persoon’ was. Wat volgt is zo onsamenhangend dat ik nog kon hopen dat het niet zo bedoeld was als ik vreesde. Die hoop moest ik spoedig laten varen. Het hele boek door wordt Gerard Reve te pas en te onpas vanuit die sadomasochistische persoonlijkheid verklaard. Feitelijk ziet dat er zo uit: telkens wanneer Reve, of een literair alter ego van Reve - want onderscheid tussen de persoon van de schrijver en het werk wordt in elk geval op dit punt niet gemaakt - iets lelijks tegen een ander doet, beschouwt Maas dat als een bevestiging van de sadistische aard, en telkens wanneer Reve bijvoorbeeld iets over zijn kant laat gaan waarvan je je achteraf kunt afvragen of hij het wel over zijn kant had moeten laten gaan, of wanneer hij zichzelf als slechter voorstelt dan hij is - dit doorgaans in het werk - ziet Maas het masochisme bevestigd. Maas gaat hierin zo ver dat hij Reve’s verhouding met dieren als sadomasochistisch bestempelt op grond van het feit dat Reve het blijkbaar geinig vond om een asbak op het hoofd van poes te zetten en dan met een nagel in de asbak te tikken, waarop poes bij elke tik de ogen toekneep.
Wat Maas intussen onder het begrip sadomasochisme verstaat en wat we ons bij zoiets als een sadomasochistisch aangelegde persoon moeten voorstellen, blijft volkomen duister. Kennelijk is hij van mening dat sadomasochisme samenhangt met een minderwaardigheidscomplex, dat in het geval van Gerard Reve veroorzaakt zou zijn doordat broer Karel superieur was. Aan het bestaan ervan behoeft niet getwijfeld te worden omdat Gerard Reve zelf er in 1939, vijftien jaar oud, melding van heeft gemaakt, bij het invullen van een door Karel opgesteld enquêteformulier dat blijkbaar bewaard is gebleven. Dit minderwaardigheidscomplex nu, op gezag dus van de vijftienjarige als feit aanvaard en verder alleen onderbouwd met twee uitspraken van ruim een halve eeuw later waarin Gerard Reve iets zegt als dat hij altijd hard heeft moeten werken voor het succes, wordt vervolgens - tussen aanhalingstekens geplaatst - bestempeld als 'een symptoom van de masochistische kant van Reve’s persoonlijkheid’.
Wanneer het racisme ter sprake komt, snelt Nop Maas onmiddellijk naar de boekenkast om de Van Dale te raadplegen. In het geval van het sadomasochisme doet hij geen enkele poging om tot zoiets als een definitie te komen, net zo min als hij de moeite neemt om de verbanden die hij ziet tussen het sadomasochisme en grootheden als minderwaardigheid, jaloezie, gevoelsarmoede en contactgestoordheid in kaart te brengen, laat staan aannemelijk te maken. Het wordt alles als bekend verondersteld, om niet te zeggen als gesneden koek.
Misschien hierdoor gaat Maas geheel voorbij aan het feit dat de begrippen sadisme en masochisme in beginsel een seksuele gesteldheid aanduiden, een geaardheid die inhoudt dat mensen seksueel opgewonden raken van onderwerping, vernedering en pijniging. In dit opzicht was Gerard Reve ongetwijfeld een sadomasochist. We weten dit niet ondanks Gerard Reve. We weten het omdat hij het zelf wereldkundig gemaakt heeft, in vrijwel elk van zijn boeken en zo uitgesproken dat Hella Haasse, die er sinds Werther Nieland toch al niet zo veel meer aan vond, er spoedig geheel de brui aan heeft gegeven, ongeveer zoals Jan Wolkers er de brui aan gaf omdat hij met homoseksualiteit niks had.
Bestaat er een verband tussen de seksuele geaardheid en gedragingen die in het algemeen als sadistisch dan wel masochistisch worden aangemerkt? Ik weet het niet en vooralsnog weet niemand het, want naar de seksuele geaardheid is hoegenaamd geen onderzoek gedaan. Zelfs Dick Swaab, die vrijwel alles wat ons aan eigenaardigs bezielt neurobiologisch kan verklaren, moet bij afwezigheid van wetenschappelijke bevindingen de antwoorden schuldig blijven. Wel weet ik dat in de regel de sadist afhaakt waar het voor de psychopaat pas begint: als het slachtoffer het niet leuk meer vindt.
Nop Maas stelt de vraag niet eens. Hij gaat er kennelijk klakkeloos vanuit dat wie het zonder handboeien en een zweep erbij niet geil vindt, ook buiten de seks wel een sadomasochist zal zijn. Gerard Reve zegt: ik ben een sadomasochist. Maas zegt: o, ben jij er zo een, nou dan weten we het wel, zal ik jou eens wat vertellen, jij bent een sadomasochist. Waarbij hij als met een goocheltruc, want stilzwijgend, dat is: zonder er een woord aan vuil te maken en zonder zich te verantwoorden, de seksuele geaardheid verwisselt voor zoiets als een karakterfout of een persoonlijkheidsstoornis. Zo wordt de openlijk beleden seksualiteit in gepsychologiseerde vorm gebruikt om Gerard Reve ermee weg te zetten als een geval.
Daar komt nog bij dat Maas de jonge Reve de homoseksualiteit niet gunt. Uit de heel vroege jaren zijn er geen, uit de minder vroege jaren heel weinig getuigenissen waaruit de homoseksualiteit blijkt. De verklaring daarvoor ligt voor het oprapen: Gerard Reve was eerst een kind en heeft er daarna tot hij dik in de dertig was alles aan gedaan om geen homoseksueel te hoeven zijn, voor zichzelf al niet, laat staan voor zijn omgeving. Maas evenwel houdt het erop dat de jonge Reve eigenlijk heteroseksueel was. Om precies te zijn stelt hij de jonge Reve voor als een soort halfgare hetero, een gemankeerde minnaar zonder meer die in toenemende mate te kampen heeft met neigingen, wat weer inhoudt dat hij het jagen op seks met jongens en mannen niet kan laten, en die er dan ten einde raad maar toe besluit om homoseksueel te worden. Wanneer Gerard Reve tijdens de oorlog psychische hulp nodig heeft, is dat niet vanwege homoseksualiteit. Wanneer hij een zelfmoordpoging doet, hoe halfslachtig ook, is dat niet vanwege homoseksualiteit. Wanneer hij na de oorlog in therapie gaat, is dat niet vanwege homoseksualiteit. Zelfs wanneer Reve geen flauw idee heeft wat hij met de borsten van Tine Fraterman moet beginnen, komt de mogelijkheid dat dat iets met homoseksualiteit te maken zou kunnen hebben niet bij Maas op. We moeten maar aannemen dat Reve 'halsoverkop verliefd’ wordt op Fraterman en zich over 'de seksuele omgang’ met haar 'lyrisch’ uit. Ik veronderstel dat Maas zich baseert op de correspondentie met Fraterman, waarvan pas een paar bladzijden vol ferme vaststellingen verder in een tussenzin wordt gemeld dat ze helaas eenzijdig bewaard is gebleven: er is met andere woorden geen enkele brief van Gerard Reve aan Tine Fraterman overgeleverd. Ook de mededeling dat het met Hanny Michaelis 'liefde op het eerste gezicht’ was, wordt zonder bronvermelding gedaan. Omgekeerd worden getuigenissen uit of over de vroege jaren waaruit de homoseksualiteit wel blijkt, en waaruit bovendien blijkt dat de homoseksualiteit er altijd al geweest was, zoals de brief aan Louis Tas, de brief aan Hanny Michaelis over de verliefdheid op Lucas van der Land en het verslag van de reis naar Friesland in Het boek van violet en dood, successievelijk zonder commentaar gepasseerd, overklast door getuigenissen van anderen of op grond van insinuaties en onheuse argumenten verdacht gemaakt. Vooral bij het onderuithalen van getuigenissen van Reve zelf is Nop Maas vindingrijk. Een retorisch hoogstandje doet zich voor wanneer de vraag aan de orde komt of wat Frits van Egters zijn vader op het eind van De avonden wil vertellen zijn homoseksualiteit betreft: Gerard Reve die naderhand verklaart dat dat inderdaad het geval was, wordt als ongeloofwaardig weggezet op gezag van Gerard Reve die naderhand, maar bij een andere gelegenheid, verklaart dat hij het niet weet.
Het is wat dat aangaat opmerkelijk hoe hardnekkig Maas partij kiest tegen het onderwerp van zijn biografie, bijna alsof hij er eer in stelt Reve af te vallen zonder ooit een steek te laten vallen. De mensen die verontwaardigd verklaren dat de ouders in het echt veel aardiger waren dan ze in De avonden zijn afgeschilderd en dat aan tafel heus wel gesprekken werden gevoerd, het vriendinnetje en de echtgenote, de minnaar die er met een ander vandoor gaat, zelfs Jan Wolkers, met wie de vriendschap niet beklijft, en Cees Nooteboom, van wie een toneelstuk kritisch besproken wordt: iedereen krijgt van Maas gelijk of anders minstens het voordeel van de twijfel. Gerard Reve krijgt het nooit. Maar die was dan ook een sadomasochist.
Nu weet ik wel dat sadomasochisme voor mensen die geen sadomasochist zijn een vervelend onderwerp is - vraag maar aan Hella Haasse. Dit ongeveer zoals homoseksualiteit nog altijd een vervelend onderwerp is voor het leeuwendeel van de mensen die geen homoseksueel zijn - vraag maar aan Jan Wolkers. De mensen hebben er gewoon geen zin.
Dit overwegende, houd ik rekening met de mogelijkheid dat Maas in het geheel niet uit onbenul of te kwader trouw, maar juist uitermate slim, om niet te zeggen op doortrapte wijze te werk is gegaan door te proberen Gerard Reve ondanks de homoseksualiteit en het sadomasochisme aan de man te brengen. Maar het resultaat is hoe dan ook dat van de seksualiteit waarvan Gerard Reve een heel schrijversleven lang heeft getuigd een karikatuur is gemaakt. En daarmee van Reve zelf. Een karikatuur die wat mij betreft neerkomt op karaktermoord.

Willem Melchior is romanschrijver. Zijn meest recente publicaties zijn Het lichaam bestaat niet (2009) en Kindertijd (2007)

Nop Maas
Gerard Reve, Kroniek van een schuldig leven,deel 2. De 'rampjaren’ 1963-1975
Van Oorschot, geb. 855 blz., € 49,90