Een halve Barbiepop

George Saunders laat de lezer bepaald niet met lege handen achter © Redux Pictures / ANP

Laat ik mijn kaarten maar meteen op tafel leggen: ik ben zeldzaam vrolijk geworden door het lezen van A Swim in a Pond in the Rain. Het was een vrolijkheid die lijkt op wat er gebeurt in de scène uit het verhaal van Tsjechov waaraan het boek zijn titel ontleent: reiziger komt na lange wandeling aan bij molen, zijn gezellen gebruiken het water in de vijver om zich te wassen, maar hij duikt naar de bodem, zwemt naar de overkant, negeert hun vermaningen, neemt de tijd, spettert onder het slaken van wilde kreten vrolijk om zich heen, wenkt naar het publiek op de kant, geniet ook nog van een frisse regenbui – en is na afloop natuurlijk niet minder schoon dan zijn vrienden zijn. Waarom zou je recht op je doel afgaan als er zoveel moois via omwegen valt te halen?

Dit boek komt voort uit lessen die George Saunders jarenlang aan studenten ‘creatief schrijven’ heeft gegeven. Het bevat de tekst van zeven korte verhalen van vier Russische auteurs (Tsjechov, Gogol, Tolstoi, Toergenjev) die hij zeer vakkundig demonteert om te laten zien hoe ze functioneren. Hij doet dat op een prettige praattoon, waarbij hij komische terzijdes, uitweidingen en idiote vergelijkingen niet schuwt (een verhaal is een uitslaande brand, een nachtclub, een speelgoedracebaan met autootjes die op tijd moeten tanken). Hij noemt zichzelf dan ook geen wetenschapper maar eerder variété-artiest.

En moralist, dat is hij ook. De studie van Tsjechov noemt hij even essentieel voor de beginnende schrijver als het spelen van Bach voor een jonge pianist. Maar niet alleen om technische kennis op te doen, ook om ‘misschien wel het belangrijkste te leren wat literatuur vermag’, namelijk dat er nog een ander bewustzijn is dan het jouwe en dat ieder mens interessant genoeg is om over te lezen, niet alleen de kunstenaar of de grootgrondbezitter maar ook de dagloner en de koetsier.

Die laatste stelling klonk in het Rusland van de negentiende eeuw allicht revolutionairder dan tegenwoordig. Tot je beseft dat je haar ook kunt lezen als een minzaam geformuleerd pleidooi tegen literaire identiteitspolitiek: tegen eindeloos gegraaf in de eigen gevoelens en tegen het streven naar ‘herkenbaarheid’ voor de eigen achterban. Saunders wijst literaire en politieke agenda’s net zo hard af als commerciële en citeert met instemming Milan Kundera: het ambacht van het schrijven dient om een wijsheid aan te boren waarvan de schrijver zich niet bewust was, die buiten hemzelf ligt. Moraal is een kwestie van techniek.

'A Swim' is geen how to-boek, maar literatuur over literatuur

Zijn eigen nogal absurdistische werk (vijf bundels met korte verhalen en de met de Man Booker Prize bekroonde roman Lincoln in de Bardo) lijkt in niets op het realisme van de Russen die hij behandelt, met uitzondering van Gogols beroemde farce ‘De neus’. Maar gul prijst hij niet alleen hun aanpak maar verdedigt hij ook fouten en onhandigheden, zoals de overdadige beschrijvingen die een verhaal van Toergenjev af en toe hinderlijk tot stilstand brengen. Over zijn eigen ontwikkeling als schrijver vertelt hij in korte hoofdstukken (‘afterthoughts’) na de behandeling van elk verhaal.

Saunders had best Hemingway willen zijn, of Steinbeck of Carver of een van die bewonderde Russen, en heeft dat ook geprobeerd. Maar hij moest zijn eigen toon vinden en toen dat gebeurde was hij niet alleen opgelucht maar ook teleurgesteld, verdrietig. Alsof hij ‘de jachthond van zijn talent’ het veld in had gestuurd om een prachtige fazant op te halen en het dier terugkwam met in zijn bek ‘het onderlijf van een Barbiepop’.

Saunders volgde een ingenieursopleiding en construeert zijn verhalen door middel van ‘blokken’ die ieder voor zich iets te vertellen moeten hebben. De kunst is ze in de beste volgorde te leggen. Die volgorde staat niet tevoren vast, er is geen bouwtekening, hij gelooft niet in schema’s of in zulke abstracte en wat hem betreft nietszeggende begrippen als ‘thema’ of ‘karakterontwikkeling’ of ‘plot’. Voor hem geen organogram, geen loglines, geen gekleurde briefjes aan de wand boven het bureau of een la met de biografieën van zijn karakters.

Zo’n blok begint met één zin, die de eigenschap moet hebben dat ze nieuwsgierig maakt naar de volgende en zo verder tot er voldoende materiaal is om te schuiven, te wijzigen, te schrappen. Pas als het voltooid is, zal duidelijk worden waar het verhaal over gaat. Zo naverteld lijkt zijn methode een serie open deuren. Zijn controlevraag ‘does this sentence offer delight’ doet zelfs verdacht veel denken aan opruimgoeroe Marie Kondo wanneer ze in een rommelig huishouden een hebbeding tussen duim en wijsvinger pakt en vraagt: ‘Does this spark joy?’

Wat Saunders redt is relativering. Hij pakt zijn lessen meticuleus aan. Hij verstrekt zelfs oefenopgaven. En toch is A Swim geen how to-boek, geen handleiding, maar literatuur over literatuur. Na bijna vierhonderd pagina’s zou je er van alles van geleerd kunnen hebben, bijvoorbeeld dat het nergens voor nodig is om zoals de grote Russen te schrijven, of zoals George Saunders, maar sta je bepaald niet met lege handen. Integendeel.

Ik betrapte me erop dat ik steeds langzamer ging lezen, omdat ik niet wilde dat het op zou zijn. En dat ik zin kreeg in lezen, herlezen, bespreken, lesgeven, ja zelfs in schrijven.