Een halve eeuw hersenknarsen

Altijd in de veronderstelling geleefd dat cryptogrammen er gewoon zijn, ergens, in de grote eindeloze cryptogrammenverzamelhemel. Dat iemand ze daar vandaan plukte en ze in de krant zette. Eigenlijk nooit echt beseft dat cryptogrammen door mensen worden gemaakt. Bedacht. Verzonnen. Dat ze vakje voor vakje bij elkaar worden gegoocheld, letter voor letter, woord voor woord. Zwart-wit, zwart-wit.

De cryptogrammenmaker, dat wil zeggen de schepper ervan, is een bijzonder mens, dat kan niet anders. Een verheven geest. Hij tovert woorden aaneen tot nieuwe woorden, hij jongleert met betekenissen, hij verstopt de goede oplossing achter een rookgordijn van wartaal. Hij is een milde sadist. Zoals de oplossers van het cryptogram - de volgelingen, discipelen van de schepper - zoete masochisten zijn. In clubjes werken ze, soms. De cryptofanatici bellen elkaar op: ‘Heb jij 5 horizontaal al? Dan krijg je van mij 13 verticaal.’ In enkele Amsterdamse bejaardenhuizen schijnen eigenwijze groepjes Groenelezers te bestaan die zich week in, week uit verbeten maar vastberaden buigen over hun cryptogram. Hoe moeilijker, hoe leuker. De oplossers knarsen hun tanden. Ze beginnen te transpireren. Ze lijden. Maar ze genieten van dat lijden. (De Groene heeft nog nooit zo veel opzeggingen gehad als toen op een kwade dag, een jaar of zeven, acht geleden, een of andere snoodaard besloot het cryptogram uit de krant te verwijderen. En nooit is De Groene sneller tegemoetgekomen aan de wens van haar lezers. In no time was het terug.) Een cryptogram is wartaal. Warrige taal. Door de war gehaalde taal. Dooreengevlochten woorden. Want hoe anders kun je komen van 'haalt haar uit het bos, voor het te laat is (15)’ tot 'dennen-scheerder’? Of van 'degene die de inhoud veel te heet draait? (6)’ tot 'was-zak’? Alleen als je op een kronkelige manier denkt: op een cryptogrammatische manier. Zo noemde De Groene Amsterdammer het tenminste toen voor de allereerste keer dit geheel nieuwe verschijnsel werd geopenbaard. Het was op 12 februari 1949, dat wil zeggen vijftig jaar en drie weken geleden. Op het omslag staat luid vermeld: 'EEN NIEUW SOORT KRUISWOORD-PUZZLE: PAG. 4!’ (Verder in De Groene: 'Een groot journalist ging heen. S.F. van Oss’: 'Wie “Van Oss"zegt, zegt "Haagse Post”, of, zoals het vroeger adverteerde, het blad voor de betere kringen.’ En: 'Door Amerikaanse bril’: 'Ik denk wel eens, dat er eigenlijk een actie moest worden op touw gezet om een eind te maken aan al die campagnes voor beter begrip tussen de volken.’ (Americus) En: 'De Telegraaf redivivus’ (over die krant en zijn 'popularisering’): 'Maar er zijn ook gevaren en grote gevaren aan deze ontwikkeling verbonden. In de eerste plaats is er het gevaar, dat men vanwege de populariteit met beginselen zal gaan transigeren teneinde zoveel mogelijk lezers naar de mond te praten en hen althans niet door uitgesproken meningen te verontrusten, en dat men zijn kracht meer in het amusement dan in de voorlichting van zijn lezerskring zal gaan zoeken, waarbij te bedenken valt, dat de waarheid, helaas, slechts zelden amusant is.’) Op pagina 4: 'Kruiswoordpuzzles worden volwassen: KRYPTOGRAMMEN’: 'Wij willen niets kwaads zeggen van kruiswoordpuzzles. Er zullen onder u genoeg, serieuze, mensen zijn, die van ze houden. In Engelse clubs kan men constateren dat de grootsten der (Londense) aarde hun beste uren vullen met het zoeken van een woord met zeven letters, dat de eigenschap van een negerstam in Oost-Afrika beschrijft. Hoe dat ook zij - kruiswoordpuzzles zijn sedert enige tijd voor een groep verlichten in Engeland en Amerika een overwonnen standpunt. De werkelijke zoekers houden zich daar bezig met wat wij voor u gedoopt hebben: kryptogrammen. Kryptogrammen bedienen zich ook van de gebruikelijke tableaux van hokjes. Maar de gezochte woorden worden op een volkomen nieuwe en een zeer geraffineerde manier aangeduid. Zij mogen in feite op iedere manier aangeduid worden, die de maker belieft. Die aanduidingen bestaan uit zinnetjes, en daarin is met een of meer woordspelingen het gezochte woord verborgen. Achter de aanduiding staat tussen haakjes het aantal letters dat het gezochte woord (of woorden) heeft. Kryptogrammen vereisen geen schoolse kennis, en ook geen woordenboek, atlas, kookboek, spoorboekje; zij vereisen slechts een dosis gezond verstand van een zeer speciaal kryptogrammatisch soort. Het oplossen van deze dingen schijnt in het begin een helse taak. Men heeft een minuut nodig om de oplossing te begrijpen, dus om hem te vinden waarschijnlijk een dag. Maar na een zekere tijd wordt het gemakkelijker. Dan ziet men door de zinnen heen, en blijkt zich een derde oog te hebben verworven. Zoiets is natuurlijk niet uit te vlakken. Daarom gaat De Groene u dan ook aan het instituut der kryptogrammen voorstellen.’ (Bij dat allereerste cryptogram staat geen maker vermeld. Alsof het al bestond, en alleen maar uit die grote, eindeloze cryptogrammenverzamelhemel hoefde te worden geplukt.) De cryptoïst is een woordspelig mens. In zijn hoofd tolt de draaimolen der woorden, een carrousel van betekenissen. Het gaat om die ene associatie die de gedachten de goede kant op stuurt. 'Schlemielig chauffeur op tropische gronden (9)’ bijvoorbeeld. Trucker, lulletje, rijder, hmm, rijden, hmmm, een rijdende schlemiel, een rijdende stakker - hé een rij-stakker, rijst-akker. Alles wat de schepper aan aanwijzingen geeft, is van belang. Geen woord te veel, geen letter. Om tegelijkertijd een rookgordijn op te trekken én alle clous te geven die nodig zijn om tot de oplossing te komen. (Rookgordijn… echt een cryptowoord.) Een fervent cryptomaker: 'Voor mij is het echt een soort verslaving. Dat klinkt overdreven, maar zo voelt het wel. Het eerste wat ik elke week doe als ik De Groene krijg, is beginnen met het cryptogram. Maar dan laat ik het na een uurtje altijd weer liggen. In het weekend ga ik dan weer verder. Dat is vaste prik. Een ritueel. Het oplossen van het cryptogram geeft me het gevoel dat ik echt mijn hersenen laat werken. Ik hoor ze kraken, ha ha! Ik vind het vooral fascinerend om te ontdekken hoe mijn eigen denken werkt. Je piekert je suf, je peinst en peinst, maar je komt er niet op. Tot dat magische moment dat je opeens, pats, de ingeving hebt. En dat is een, ja, een euforisch gevoel. Ik denk dat het half transpiratie en half inspiratie is. Meestal valt het kwartje pas als je eerst een half uur de verkeerde kant op hebt gedacht. Ik hou gewoon van de taal. Van woorden. Anders was ik er natuurlijk nooit aan begonnen.’ Het cryptogram is hét speeltje voor de homo ludens met een woordspelige inslag. Voor 'de werkelijke zoekers’, die 'door de zinnen heen’ zien, en die dan 'een derde oog’ blijken te hebben verworven. En dat 2500 keer achter elkaar.