Een halve pechstrook in Sri Lanka

Colombo - Sri Lanka heeft een snelweg. Goed, hij had een paar jaar geleden klaar moeten zijn. Maar nou ligt hij er toch maar. Tussen de hoofdstad Colombo en de tweede stad Galle. Nou ja, tussen… De weg begint pas 23 kilometer onder Colombo zodat je je eerst een uur door voorsteden moet wringen om er te komen. Maar dan word je ook met een enorm billboard verwelkomd door president Rajapaksa op zijn nieuwe, hypermoderne snelweg. In een uur de honderd kilometer naar Galle, terwijl het eerst drie uur duurde.
Er is wel iets geks aan de hand, met die weg. Ten eerste is hij uitgestorven. Waar zijn al die auto’s die normaal gesproken de wegen in Sri Lanka verstoppen? Misschien wordt het verkeer gedomineerd door lokaal transport. En de weg loopt bepaald niet langs de drukke kust, maar door het uitgestorven binnenland. Niet zo nuttig dus, als je tussen dorpen wilt pendelen. Bovendien zijn er maar zes afritten. En vrachtwagens, die graag afstanden willen afleggen, moeten het niet onaanzienlijke bedrag van bijna veertien euro aan tol betalen.
Probleem twee: waarom is die pechstrook maar driekwart auto breed? ‘De andere halve meter zit in de zak van de minister’, legt een journalist van The Island uit. Door te besparen op het asfalt viel er meer af te romen. Dat lijkt toch wel de meest doorzichtige manier van corruptie, werp ik tegen. In alle technische specificaties staat toch precies hoe breed die weg moet worden? Ja, dat staat er. Maakt dat dan niet uit? Nee, dat maakt niet uit. De bouwers hadden geld te kort en moesten het 'design aanpassen’. Mooi eufemisme. Met als gevolg dat de pechstrook maar anderhalve meter breed is; de Range Rover van de president is al bijna twee meter breed. 'Als hij een lekke band had gehad, had hij zijn deur niet veilig kunnen openen’, schreef een transportprofessor in de krant. Toch zijn de meeste Sri Lankanen er trots op. De snelweg is een symbool van de vooruitgang. Straks - als de weg wordt doorgetrokken, helemaal van het vliegveld ten noorden van de hoofdstad tot aan het zuidelijkste punt van het eiland - is de infrastructuur aanzienlijk verbeterd. Jammer voor die families die gedwongen moesten verhuizen, en die boerderijen die het veld moesten ruimen. 'Ze zijn goed gecompenseerd’, zegt de journalist van The Island. Dat klopt ook wel. Protesten zijn er niet veel geweest, die zijn effectief afgekocht door de president. Met steun van zijn Japanse vrienden, die een paar honderd miljoen gaven om de weg te bouwen.