Een handvol mooie verhalen

Richard Ford
The Lay of the Land
Bloomsbury, 485 blz., € 19,50

In de inleiding op zijn bundeling The Granta Book of the American Short Story (1992) probeert Richard Ford erachter te komen wat een goed kort verhaal is, zonder dat hij de Amerikaanse literatuur in twee gesloten kampen wil stoppen: modernisten en traditionalisten. Daarom staan in zijn bloemlezing zowel de taalvirtuozen en sfeerschetsers Donald Barthelme, Harold Brodkey en William Gass als de rasvertellers John Cheever en Raymond Carver, en volgt John Updike meteen op William Kotzwinkle. Fords anthologie is een verademing, omdat die zich stilzwijgend richt tegen de literaire hokjesgeest en zielloos schematisme.
‘Moraliteit in actie’ is een van de formuleringen waarmee Ford het korte verhaal wil definiëren. De literatuur van de verbeelding – dat wat verzonnen is – vertelt iets anders dan de journalist, die in zijn stukken beelden van de realiteit schetst waarop de lezer kan reageren en handelen. Wie goed schrijft maakt een persoonlijke urgentie voelbaar, verandert de chaos die werkelijkheid heet in een particuliere literaire orde en weet zijn obsessies over te brengen. Lezers van een niet zo simpel samen te vatten fictieve tekst moeten hun primaire ongeloof (dit kan niet waar zijn!) maar even terzijde schuiven. Daarna kunnen ze pas inzien dat die verhalen vaak gaan over de gevolgen van menselijk handelen. De op herkenning gerichte lezer ziet maar al te vaak de eigenaardigheden van menselijk gedrag over het hoofd, ogenschijnlijk onbetekenende bewegingen in het leven van de hoofdpersoon die niet helemaal helder zijn maar die toch om een keuze vragen. Goede verhalen gaan uiteindelijk over keuzes die zowel van binnenuit als van buitenaf kunnen komen: de uitzonderlijke Stephen Dedalus van Joyce, die zich al snel tot een literaire balling in Ierland ontpopt maar die ook door zijn roomse vaderland tot ballingschap wordt gedreven. Een goed kort verhaal is een uitzonderlijk taalbouwsel dat niet zozeer een realistische reportage van het alledaagse leven wil zijn, maar dat onverwachte mogelijkheden beproeft. Daarom heeft Richard Ford het in zijn pas verschenen roman The Lay of the Land over de duivels die in het detail zitten.

Hoewel The Lay of the Land zelfstandig te lezen is, vormt de roman nadrukkelijk het slotdeel van een trilogie waarin Frank Bascombe – respectievelijk succesvolle korteverhalenschrijver, mislukte romancier, sportjournalist en makelaar – de hoofdpersoon is. In The Sportswriter (1986), dat zich rond Pasen aan de oostkust (New Jersey) afspeelt, blikt Bascombe al terug op een gestrand huwelijk en bevindt hij zich in een overgangsfase: ‘Ik geloof nog steeds in de mogelijkheden van hartstocht en romantiek.’ Voor het vervolg, Independence Day (1995), kiest Ford het weekend van de Vierde Juli uit, Amerika’s Onafhankelijkheidsdag. Bascombe, in de zomer van zijn leven, probeert het problematische verleden, vooral zijn gestorven zoon, te vergeten. De kernzin uit deze roman, waarin Bascombe zich afvraagt hoe afhankelijk hij van ‘vroeger’ kan worden en hoe onafhankelijk hij eigenlijk is in 1988, luidt: ‘De manieren waarop we ons leven mislopen vormen ons leven.’

Met de romans van Richard Ford heb ik altijd grote moeite gehad, in tegenstelling tot zijn korte verhalen, die van een cheeveriaanse onvoorspelbaarheid zijn: zowel glashelder als duister. Tien keer ben ik in Independence Day begonnen, tien keer opgehouden. Waar lag dat aan? Nu ik de trilogie gelezen heb, mag ik het zeggen: het ligt aan mij (natuurlijk) én aan de narratieve traagheid van Fords trilogie. In The Lay of the Land is Thanksgiving, de vierde donderdag in november 2000, de symbolische dag waaromheen Ford zijn zeer uitgesponnen roman drapeert. En inderdaad, we zitten in de herfst van Frank Bascombes leven. De succesvolle makelaar en Al Gore-stemmer heeft prostaatkanker en zijn tweede vrouw Sally is ervandoor met een vroegere geliefde die opeens weer in haar leven is opgedoken. Twee gebeurtenissen die tot nadenken stemmen. De zogenoemde Permanente Periode van zijn leven loopt af en de Volgende Fase breekt aan. Ik heb The Lay of the Land geduldig maar geïrriteerd uitgelezen. Geïrriteerd omdat Ford alles uitschrijft, inclusief geluiden en langere autoritten, en bovendien de trage voortgang (bijna vijfhonderd bladzijden voor een paar dagen) voortdurend onderbreekt door pijnlijke zaken uit het verleden op te roepen en uit te kauwen. Zijn dat verhelderende intermezzi? Soms.

Het beste is The Lay of the Land te lezen als een reeks memento mori’s, dat wil zeggen een bloemlezing korte verhalen, van een man die beseft dat hij enigszins onthecht in het leven van 2000 staat. De dood heeft zich aangekondigd, in zijn lijf en om hem heen. En de dood is gewelddadig en duikt opeens op: in de vorm van een gevecht in een café, een bomaanslag op een ziekenhuiscafetaria, een ingeslagen autoruit, een opduikende en zich opdringende ex, een vertrekkende echtgenote en een bijna fatale schietpartij na een autodiefstal bij de buren. Bascombe is goed in de stervensbegeleiding van anderen, maar als het om zijn eigen hachje gaat duurt het een tijd voordat hij een en ander onder ogen kan zien. Uiteindelijk blijft hij een eenzame wolf.

In de proloog drukt een krantenbericht hem met de neus op de feiten: is hij klaar om bij de hemelpoort God onder ogen te komen? Hoewel ‘contact met het plotselinge en het hier en nu’ een vereiste is, blijkt hij vervreemd te zijn van het heden: hij hangt nog te veel in de rouw, in niet-verwerkt verlies. De Permanente Periode wil alle tijden dan wel op één hoop gooien (vandaar die vertragende stapelvorm van de trilogie: alles speelt zich in het heden af, wat voorbij is blijkt niet echt achter de rug te zijn), maar het gevolg is wel dat het echte nú van Thanksgiving uit het zicht raakt. Frank Bascombe vraagt zich af of hij wel een vastomlijnd karakter heeft. Waarom op cruciale ogenblikken in je schulp kruipen en je terugtrekken? Hij is een makelaar zonder gsm, typisch iets voor een man die niet echt bereikbaar is voor anderen en cruciale telefoontjes misloopt. ‘Maar wat we wel echt hebben zijn herinneringen, hedens, toekomsten, verlangens, haatgevoelens, enzovoort. En het is aan ons om die zo goed mogelijk te besturen. Hoe we dat doen is misschien wel de enige karaktertrek die we hebben…’ Later in de roman wordt Bascombe ongrijpbaarder, evenals de werkelijkheid. Niet alleen het einde van The Lay of the Land heeft een deus ex machina, lang daarvoor springen er allerlei narratieve duiveltjes uit de schrijfdoos van Ford. Sommige onverwachte bewegingen en ontwikkelingen in het verhaal zijn verrassend, andere zijn flauw en zwak. Hoeveel keer heeft Ford vastgezeten in deze roman?

Het duurt verdomd lang voordat Frank Bascombe zich neerlegt bij zijn weglekkende ambities: dat hij een bestaan heeft gekozen dat minder voorstelt dan zijn (schrijf)talent vermag, ‘omdat een kleiner leven me gelukkiger heeft gemaakt?’ De ontwikkeling die hij doormaakt in The Lay of the Land, te vertalen als De stand van zaken (hoe alles erbij ligt), is die van beproevingen, vergissingen, onvoorspelbaar en onaangenaam gedrag en dagend inzicht: voordat je het weet is er zoveel dood om je heen. Zo begint de roman en zo eindigt hij. In The Lay of the Land zit een handvol mooie verhalen van zo’n twintig pagina’s per vertelling verborgen: over het vertrek van zijn tweede vrouw, over de vechtpartij in het café, over het aanzoek van zijn eerste vrouw Ann Dykstra, over de terugkeer van de eerste man van Franks tweede vrouw Sally. Maar daartussendoor sleept de roman zich veel te traag door het kustlandschap van New Jersey. Richard Ford had moeten variëren op het vertelprocédé van Sherwood Andersons klassieke Winesburg, Ohio (1919), een verhalenbundel die dankzij de ‘moraliteit in actie’ en de terugkerende personages als vanzelf voor de lezer tot een roman uitgroeit. Ik heb liever scherven en fragmenten van Richard Ford dan zijn pontificale, aan elkaar gelijmde romans.