Film

Een harde man

Film: ‹King Arthur› van Antoine Fuqua

Leren lezen, schrijft John Steinbeck, is de moeilijkste taak waar de mens ooit aan begint. Dat moet hij doen wanneer hij een kind is. Voor een volwassene is leren lezen — het reduceren van de menselijke ervaring tot een serie symbolen — bijna onbegonnen werk. Als kind haatte Steinbeck lezen; boeken waren voor hem als «demonen». Tot hij een exemplaar van Le morte d’Arthur van Sir Thomas Malory in handen kreeg.

De legende van koning Arthur en zijn ridders, van Uther Pendragon, Guinevere, Mordred en de oude tovenaar Merlijn had een enorme invloed op de jonge schrijver. Zijn ideeën over rechtvaardigheid en zijn keuze voor de onderdrukten en tegen de onderdrukker kwamen uit dat «geheime boek», aldus Steinbeck. Om het «geheim» te delen, herschreef hij de Malory-tekst in modern Engels, onder de titel The Acts of King Arthur and His Noble Knights (verschenen in 1976). Zijn doel was het toegankelijk maken van de legende, zodat mensen de verhalen weer zouden lezen. En hij wilde strijden tegen strips en films waarin de oude verhalen wanstaltige vormen aannamen.

Steinbeck zou hebben gegruwd van de nieuwe kaskraker King Arthur van regisseur Antoine Fuqua en producent Jerry Bruck heimer. Want weg is Merlijn, weg is de Graal, weg is Morgan le Fay. En op komt de halve Brit Lucius Artorius Castus (Clive Owen), een Samartariër die samen met een groep dappere vrienden rond 175 voor Chr. vocht aan de kant van het Romeinse Rijk en tegen de Saksische horden. En Guinevere (Keira Knightley), een sexy, in lederen bikini gestoken en blauw geschminkt boogschuttertje. Ze behoort tot de sjamanistische Woad-mensen. Een man die Merlijn heet is hun leider.

Dit is volgens de makers het echte verhaal van Arthur. Maar de ironie is dat King Arthur evenzeer bijdraagt tot de Arthur-canon als fictieve werken als John Boormans meesterlijke film Excalibur (1981) en de in het genre fantasy-literatuur populaire feministische hervertellingen van de legende, met name The Mists of Avalon van Marion Zimmer -Bradley. De canon van Arthur is oncontroleerbaar, als een virus.

Steinbeck schrijft: de verhalen leven in ons, zelfs in hen die ze niet hebben gelezen. Zij leven ook in regisseur Fuqua. Zijn werk vergt kennis van de taal van film, van het lezen van film. En dat is misschien net zo moeilijk aan te leren als het lezen van het gedrukte woord, waar Steinbeck het over heeft. Fuqua’s film heeft veel weg van een western, The Magnificent Seven of beter nog The Wild Bunch van Sam Peckinpah, een regisseur die meer beïnvloed was door Malory en de gedroomde Arthur dan hijzelf ooit had kunnen weten. Peckinpah ondermijnde noties van nobelheid en dapperheid en hij vervormde het oude Wilde Westen. Dat doet Fuqua met Engeland. Hij smeert zijn film vol met modder, zwart bloed en grijze mist. Zijn Arthur is een harde man die in de hele film niet één keer lacht, een gevechtsmachine met een rechtvaardig hart die strijdt voor een vaag idee van vrijheid. Arthur heeft veel weg van de keiharde Pike (William Holden) in The Wild Bunch.

Pas aan het einde van de film is de magie er. Dan trouwen Arthur en Guinevere en razen er drie paarden over het heideveld. De dieren symboliseren de gestorven ridders. En zij representeren het begin van de legende. Vanaf nu zullen mensen gaan lezen over de Arthur van de literatuur, de Arthur waar kinderen als John Steinbeck over droomden. Hij zal in niets lijken op de Arthur van 2004. En waarom is dat zo slecht?

Te zien vanaf 29 juli