Kunst: ‘Het laatste politieke kledingstuk’

Een heel alledaagse sweater met een capuchon eraan

Wie heeft de luxepositie om zorgeloos een hoodie te kunnen dragen, en wie moet voortdurend alert zijn met een hoodie om het hoofd? Kijken naar de hoodie betekent kijken naar onze emoties en vooroordelen.

Elle Perez © John Edmonds, Untitled (Hood 13), 2018

Wat heeft Mark Zuckerberg gemeen met Trayvon Martin, de zwarte, ongewapende tiener die acht jaar geleden in Florida werd vermoord door een buurtwacht en daarna uitgroeide tot symbool van de Black Lives Matter-beweging?

Natuurlijk, ze delen de Amerikaanse nationaliteit, beiden zijn man, maar er is een veelzeggender gemeenschappelijke factor: hun voorliefde voor hoodies. Zuckerberg vertoont zichzelf al jarenlang publiekelijk in hoodies, oftewel wijde truien met capuchon, uitgesproken casual. Volgens velen is dat een weloverwogen keuze: zo laat Zuckerberg zien dat hij ondanks zijn gigavermogen en enorme wereldwijde invloed ver af staat van de gelikte maatpakken die bij de politiek horen, ver af van alles wat riekt naar Wall Street of grootkapitaal. Een buitenstaander, kortom.

Net als Trayvon Martin, die op een avond in februari 2012 nietsvermoedend over straat liep, nadat hij bij een lokaal supermarktje boodschappen had gedaan. Tot hij werd gespot door de vrijwillige buurtwacht George Zimmerman, die vlak voor hij Martin neerschoot het nationale alarmnummer belde: hij zag een ‘verdachte kerel in een donkere hoodie, een grijze hoodie’. Slechts een paar weken later zei Geraldo Rivera, talkshowhost van het populaire programma Fox & Friends dat ‘de hoodie net zo goed verantwoordelijk is voor de dood van Trayvon Martin als George Zimmerman’. Er gingen stemmen op om het kledingstuk te verbieden, anderen begonnen het juist uit protest te dragen, zeker nadat Zimmerman werd vrijgesproken. Men organiseerde zelfs een ‘Million Hoodie March’. Het doel: de hoodie te bevrijden van alle negatieve connotaties.

Al jaren dringt zogeheten straatkleding – een lastige term, meestal komt het neer op typische hiphopoutfits: sneakers, trainingsbroeken, wijde truien – nadrukkelijk door tot het publieke domein. Petjes en trainingspakken bepalen aanzienlijke delen van het westerse straatbeeld (ook in Nederland), gevestigde modehuizen als Versace en Gucci brengen tegenwoordig hun eigen trainingspakken op de markt, gebaseerd op de kledinglijnen van sportmerken en populair onder rappers en bekende vloggers. Hoodies lijken eveneens meer in trek dan ooit, ondanks de bijbehorende controverses. Alleen al die vergelijking tussen Martin en Zuckerberg toont aan in wat voor verschillende werelden het kledingstuk opduikt, met uiteenlopende betekenissen, van bescheiden tot sympathiek tot levensgevaarlijk.

En dat terwijl de hoodie oorspronkelijk werd bedacht als opsmukloze en vooral praktische sportoutfit. Over de precieze totstandkoming van het kledingstuk doen verschillende verhalen de ronde, het wordt regelmatig teruggevoerd tot gezichtsbedekkende kostuums en monnikspijen uit de late Middeleeuwen of zelfs de twaalfde eeuw – uit die tijd stammen ook de etymologische wortels van de term, die voortkomt uit het Angelsaksische begrip hōd, familie van het hedendaagse hat. Wat vaststaat: toen al, eeuwen voor Martin en Zimmerman, eeuwen voor Facebook, werd de hoodie gezien als een vrij gewoon kledingstuk waarmee mensen zich desgewenst konden afschermen, hun privacy konden waarborgen. Wat ook vaststaat: het Amerikaanse sportmerk Champion, in 1919 opgericht door de keurige (witte) arbeidersbroers Feinbloom, ontwierp in de jaren dertig de hoodie zoals wij die tegenwoordig kennen. Het idee was om een makkelijke, betaalbare trui te produceren waarmee atleten zichzelf voor en na het sporten konden warmhouden. Daar bleek behoefte aan, en ook veel Amerikaanse arbeiders begonnen Champion-hoodies te dragen, tegen de vrieskou waarin ze maandenlang moesten werken.

Een halve eeuw later, via Sylvester Stallone’s iconische bokspersonage Rocky Balboa (die het liefst trainde in grijze hoodies) en vooral via de opkomst van hiphop, groeide de hoodie uit tot een kledingstuk voor veel meer segmenten van de westerse samenleving. De ontwikkeling van de hoodie liep min of meer parallel aan de ontwikkeling van rappers: eerst was hun muziek een Amerikaanse aangelegenheid, enigszins obscuur en marginaal. De capuchontrui werd in getto’s gedragen door artiesten die zich onopgemerkt voelden en hun stem via muziek eindelijk konden laten horen. Prompt gold de hoodie ook als een rebels en stoer kledingstuk, een symbolische outfit van mensen die zich niet langer lieten onderdrukken, die hun eigen voorkeuren en gewoontes uitdroegen, die met harde woorden en (de suggestie van) geweld de confrontatie durfden aan te gaan.

Lucy + Jorge Orta, Refuge Wear Intervention London East End 1998 © John Akehurst

Samen met de populariteit van rappers groeide vervolgens de populariteit van de hoodie, en inmiddels zijn beide volledig onderdeel van de mainstreamcultuur. Want, voor de goede orde, Mark Zuckerberg is helemaal geen uitzondering: in Silicon Valley worden nauwelijks pakken gedragen, veel programmerende en ondernemende miljonairs lopen daar rond in hoodie, niemand die er aanstoot aan neemt. Terwijl de grimmige bijklank van de hoodie – militant, opstandig, subversief – evenmin ooit helemaal verdwenen is; Trayvon Martin is ook geen uitzondering, de Million Hoodie March heeft daar niets aan veranderd. In 2015 nog werd in Oklahoma een wetsvoorstel ingediend om het dragen van een hoodie te verbieden. Jongeren in Amerika worden nog altijd bovengemiddeld vaak aangehouden wanneer ze een hoodie dragen (zeker als ze van Afro-Amerikaanse afkomst zijn), en in sommige universiteiten, gevangenissen en musea is het dragen ervan zelfs strikt verboden.

De huidige hoodie valt makkelijk te herkennen in eeuwenoude pijen

Ook buiten de Amerikaanse grens ligt het onderwerp vrij gevoelig. In Nederland wordt regelmatig gediscussieerd over het verbieden van gezichtsbedekkende kleding (denk aan het boerkaverbod), in Engeland bestaat al decennialang een zeer wantrouwende blik ten opzichte van de hoodie, die wordt gezien als uitermate vijandig. Toen David Cameron, destijds nog premier, vrij treffend opmerkte dat mensen hoodies wellicht eerder uit defensieve dan offensieve overwegingen dragen, werd hij fel bekritiseerd door de Labour Party, die zijn speech een ergerlijk slap voorbeeld vond van ‘[to] hug a hoodie’.

Al die betekenissen van de hoodie komen overtuigend naar voren in The Hoodie: Het laatste politieke kledingstuk. Deze kleine, originele expositie in Het Nieuwe Instituut draait hoofdzakelijk om de sociologische en culturele rol van de hoodie; veel van bovenstaande casussen worden uitgediept aan de hand van reclameposters, albumhoezen, videobeelden, fotocollages, no hoodies-bordjes, eeuwenoude pijen waarin de huidige hoodie makkelijk te herkennen valt, backpacks, varianten van de hoodie wereldwijd, een gasmasker in de vorm van een hoodie.

Schrijnend is het geëxposeerde scherm gewijd aan #iftheygunnedmedown, de Twitter-hashtag die in 2014 in het leven werd geroepen na het overlijden van een andere ongewapende Amerikaanse zwarte tiener die door agenten werd neergeschoten. Zijn naam was Michael Brown, en in de periode na Browns overlijden werden er vooral foto’s van hem verstrekt waarop hij een hoodie droeg, rookte of dronk. Hiermee werd niet het zuckerbergiaanse beeld van een sympathieke buitenstaander opgeroepen, maar eerder dat van een uitvreter, een baldadige, potentieel gewelddadige tiener. Met de begeleidende tekst #iftheygunnedmedown verspreidden hierop duizenden Afro-Amerikanen twee foto’s van zichzelf, die op dit scherm beurtelings vertoond worden: links hun keurige, goedlachse verschijning, in pak na een diploma-uitreiking of betrokken voor de klas, rechts hun losbandiger voorkomen, hangend op een sofa, met een sigaret in de mond of, jawel, een hoodie aan. De ongemakkelijke boodschap: als agenten hen straks doodschieten, verstrekken die ongetwijfeld suggestieve beelden zoals de rechterfoto, niet de linkerfoto.

Al is het sterkst van deze expositie misschien wel een veel simpeler museumstuk: de klassieke Champion-hoodie zelf, uitgestald op een verder lege buste. Daar zie je waar het in al de bovenstaande gevallen om draait – een heel alledaagse sweater met een capuchon eraan. Niet chic of stijlvol, weinig sprankelend, eigenlijk tamelijk niksig. Alles wat er omheen verteld of bij gevoeld wordt, al die zo uiteenlopende connotaties en verhalen, dat is door mensen ingegeven. Kijken naar de hoodie betekent kijken naar onze eigen primaire reacties, kijken naar welke emoties en vooroordelen op welk moment de overhand krijgen, en op welke momenten juist helemaal niet.

Zelf draag ik graag hoodies. Op de bank, voor de televisie, achter mijn laptop, bij het sporten. Het kledingstuk zit comfortabel wijd en is ideaal om een beetje in te verdwijnen. Vlak voor ik naar een publieke presentatie of zelfs maar een koffieafspraak ga, wissel ik mijn hoodie steevast om voor een strakkere effen trui of een overhemd.

Zoals bekend vertellen kleren een verhaal over de dragers, en hoodies, zo is de onuitgesproken boodschap waarvan iedereen in mijn omgeving weet heeft, dragen wel erg veel jeugdige, a-modieuze ontspanning uit, doorgeslagen comfort, slonzigheid wellicht. Deze betekenissen zijn al bijna een eeuw verbonden aan het kledingstuk. Tegelijkertijd verraadt het een bevoorrechte positie dat ik hoodies uitsluitend op die manier interpreteer, zo maakt de expositie The Hoodie pijnlijk duidelijk: voor anderen is wel of geen hoodie dragen een kwestie van al dan niet worden opgepakt of neergeschoten. De vraag waar het op neerkomt is eigenlijk: wie heeft de luxepositie om de hoodie zorgeloos te dragen, en wie moet met een hoodie aan steeds alert zijn?

In The Hoodie: Het laatste politieke kledingstuk wordt deze vraag impliciet opgeworpen door een lange reeks tijdschriftencovers. Achter een vitrine staan zeker twintig recente Amerikaanse magazines uitgestald, met voorop steeds een andere prominent afgebeelde celebrity die een hoodie draagt. In gedachten hoor je hun stylisten al zeggen: ja, dit kledingstuk moet je aantrekken, hiermee lijk je lekker gewoon of juist stoer, dit doet je imago goed. Van achter het glas kijken meerdere rappers ons aan, steeds nogal ferm, hun hoofd deels bedekt door hun capuchon: Eminem, Lil Wayne, Kendrick Lamar. Tussen hen in, op andere glimmende tijdschriftomslagen, poseert een zorgvuldig opgemaakte David Beckham met een hoodie aan, een wat afwezig kijkende Benicio Del Toro, de voor zijn doen ernstige Will Ferrell, en daar is Zuckerberg weer, tegen zijn gewoonte in breeduit lachend.

Ook bevindt zich achter dat glas een tijdschriftcover waarop enkel een hoodie staat afgebeeld, zonder gezicht of lichaam erbij, maar met slechts een naam eronder: Trayvon Martin. Zijn lichaam hoorde bij deze hoodie. Alleen heeft hij het nooit tot de cover van welk tijdschrift dan ook geschopt, dat had hij misschien kunnen bereiken als hij jaren geleden nooit een hoodie had aangetrokken.


The Hoodie: Het laatste politieke kledingstuk, t/m 12 april in Het Nieuwe Instituut, Rotterdam. Toegang is gratis voor wie een hoodie draagt