Een heerlijk sukkelige fluxus-ervaring

Ik zit op een stoel in een witgeverfde, geblindeerde kamer in de Amsterdamse Pieter Nieuwlandstraat bij stichting Ultima Thule.

Ik zit, ik kijk en ik denk.
Kijk naar een cactus in een potje in de vensterbank.
Daarachter de omtrekken van een scherp de blauwe lucht in priemende torenspits.
Op de muur tegenover mij een grote tekening/situatieschets van de cactus in de vensterbank, de torenspits op de achtergrond en het toekijkend publiek.
Vanuit de cactus lopen lijntjes naar de hoofden van de bezoekers. Verbindingsstreepjes tussen plant en mens. De kleurentekening die de situatie in de kamer reproduceert, kunst die gaat over de blik van de toeschouwer en de poëzie van het kleine, onooglijke en nauwelijks waarneembare.
Ik denk over kunst als ‘concentratieplek’ (De Gruyter) en concentreer.
Voebe de Gruyter (1960) buigt zich over zaken als hoe onze waarneming werkt in dichte mist, uitgespogen kauwgumballetjes, het stof dat schoenen meedragen of een op de muur gesmeerde 'vlek’ van leem. Alles kortom waar hedendaagse kunsthaters zich mateloos over kunnen opwinden.
Henri Roquas, Ultima Thules geestelijk vader en begenadigd kookkunstenaar, ziet zijn woning als een plek waar projecten worden georganiseerd die het poëtisch verband tussen de beeldende kunst en de kunst van de maaltijd aanschouwelijk en proefbaar moeten maken (motto: 'tegen de onherroepelijkheid van het verdwijnen, de onaantastbaarheid van de poëtische daad’).
De poëzie van een leemvlek op de muur past daar natuurlijk uitstekend in. Een plak leem waarin kleine steentjes parelmoer zijn gelegd; het onooglijke met het luxueuze verbonden, alleen waar te nemen door de bezoeker wanneer hij ronddanst in de door De Gruyter met tape aangegeven 'looppassen om de vlek te bekijken’: door vanuit verschillende hoeken naar de plak leem te kijken, bij wisselende lichtval, zien we het parelmoer schitteren.
Dat is mooi.
Dat is, in al zijn simpelheid, een heerlijk sukkelige Fluxus-ervaring.
Dat levert stof tot denken over het functioneren van onze waarneming.
Net zoals het werk op het balkon, door De Gruyter voorzien van de prikkelende titel TV-persoonlijkheid die weggepikt wordt, een kunstwerk waarvan de leeghoofdige voltooiing wordt voltrokken door koerende duiven en schichtig kijkende spreeuwen die de uit vet en vogelzaad geboetseerde kop krijsend leegpikken - neus en ogen eerst.
Is Voebe de Gruyter, met haar aandacht voor de kleine, alledaagse verschijnselen die al te gauw aan de aandacht ontsnappen de Johnny van Doorn van de beeldende kunst? Eerder verkocht ze 'wandelingen door de mist’ (hoe dikker de mist, hoe duurder de rondleiding) waarbij de aandacht van het publiek gericht werd op 'het zicht vanaf vijf meter’.
Het perspectief van onze meestal in de verte gerichte waarneming veranderen, daar is het Voebe de Gruyter om te doen, tekenend, schrijvend of op video. Met dezelfde humoristisch-ernstige ondertoon die het werk van de enkele jaren geleden overleden schrijver/performer Johnny van Doorn kenmerkt.
Ook De Gruyter laat de geest waaien - eerder in propjes verkreukeld zuurtjespapier, kauwgomballetjes, inktresten van een bic-ballpoint, nu in een cactus en in het hoofd van een tv-persoonlijkheid op het balkon van een nieuwbouwwoning in Amsterdam-Oost.

  • Visionair Oostenrijk/ Austria im Rosennetz, 27 februari t/m 12 juli, Paleis voor Schone Kunsten, Ravensteinstraat 23 Brussel, dagelijks (behalve maandag) van 10.00 tot 18.00 uur. De Oostenrijkse geschiedenis en cultuur van de afgelopen honderdvijftig jaar belicht door voormalig Documenta-leider Harald Szeemann. Ruim baan voor de aberraties van de gekwelde Oostenrijkse ziel. Dus: Kokoschka, Schiele, Rainer en Nitsch. Plus: film, muziek en architectuur.
  • Benin tussen gisteren/morgen. Zes hedendaagse kunstenaars uit Benin, 22 februari t/m 4 mei, Gemeentelijk Van Reekum Museum, Churchillplein 2 Apeldoorn, dinsdag t/m vrijdag 10.00-17.00 uur. Kunstenaars uit Benin staan garant voor een bruisende tentoonstelling. Traditie sijpelt door in hedendaagse vormentaal: maskers, schilderijen, afvalbeelden en een totaalkunstwerk. Trefwoorden: parodie én kritiek op de westerse wegwerpmentaliteit die Afrika tot 'vuilnisvat van Europa’ maakt.