Een heet kruis en een koel hoofd

Vrouwen raken wel degelijk ook lichamelijk opgewonden van pornofilms, zo toonde onderzoekster Ellen Laan aan. Maar een nat kruis is niet hetzelfde als je ook opgewonden voelen.
OOIT, IN DE EERSTE eeuwen na Christus, was het algemeen geaccepteerd dat vrouwen en mannen vrijwel dezelfde seksualiteitsbeleving hadden. Volgens een bisschop uit de vierde eeuw was het enige verschil tussen de seksen dat de geslachtsdelen zich bij de vrouw in het lichaam bevinden en niet zoals bij de man erbuiten. Het idee dat vrouwen een orgasme nodig hebben omdat er anders geen bevruchting kon plaatsvinden, ging zelfs terug tot de Griekse oudheid. Vrouwen deden daar waarschijnlijk hun voordeel mee.

Maar het tij keerde voor de vrouwelijke seksualiteit en in 1857 schreef chirurg W. Acton in een standaardwerk over voortplanting dat vrouwen absoluut onwetend horen te zijn inzake seksualiteit. De auteur prijst de samenleving dan ook gelukkig met het feit dat de meerderheid der vrouwen niet behept is met ‘enig seksueel gevoel’.
Vanaf de twintigste eeuw werd de seksualiteit van de vrouw steeds meer gerelateerd aan die van de man. In de westerse cultuur veronderstelde men decennia lang dat de vrouw alleen seksueel opgewonden kon raken door de tedere aanraking van een liefhebbende echtgenoot. Omstreeks 1900 schreef Havelock Ellis in zijn Studies in the Psychology of Sex: 'The maiden must be kissed into a woman.’ Tijdgenoot W. Stekel werkte dat nader uit in zijn Frigidity in Woman, waarin hij stelde dat het de taak van de man was om seksuele gevoelens bij de vrouw op te roepen. Deze verantwoordelijke taak moest de man vooral niet te licht opnemen - Stekel toonde zich hoogst verontwaardigd over de minnaar die alleen uit was op zijn eigen genot.
IN 1966 DEDEN Masters en Johnson als eersten grootschalig wetenschappelijk onderzoek naar genitale en buiten-genitale reacties na seksuele prikkeling. Al luidt de kritiek nu dat de onderzoekers vooral gefixeerd waren op het geijkte penis-vaginacontact, toch hebben zij de basis gelegd voor onderzoek dat gericht is op de wisselwerking van lichaam en geest bij seksualiteitsbeleving. In de jaren zeventig traden steeds meer vrouwelijke wetenschappers in hun voetsporen. In 1976 verscheen het eerste Hite-report, gebaseerd op honderden interviews met vrouwen over hun seksualiteitsbeleving en -praktijken. Daaruit bleek voor het eerst dat veel vrouwen er een lustvol fantasieleven op na houden, hetgeen zelfs na de seksuele revolutie een enorme schok veroorzaakte. Het kon niet zo zijn dat al die vrouwen, ook brave huismoeders en vlijtige secretaresses, er zo op los fantaseerden. De erotische fantasieen van vrouwen, zoals Nancy Friday die in de jaren zeventig te boek stelde, zorgden opnieuw voor een lawine van kritiek. Vooral mannelijke collega-wetenschappers vroegen zich af waar miss Friday haar schokkende verhalen - inclusief verkrachtingsfantasieen - vandaan haalde. Hoe dan ook, het taboe op de vrouwelijke lustfantasie was doorbroken. Veel vrouwen voelden zich gesterkt door de gedachte dat zij niet de enigen waren die 'perverse’ gedachten hadden tijdens het masturberen of het vrijen met een partner.
'DE TIJDEN ZIJN veranderd’, zegt klinisch psychologe Ellen Laan (32). De wetenschapster is vorige maand gepromoveerd op een onderzoek naar seksuele opwinding bij vrouwen. 'Vrouwen werden decennia lang geacht geen seksuele opwinding te kennen. Wij kijken nu op een volwassen manier naar seksualiteit: niet meer alleen naar gevoelens en onzekerheden, ook naar het lichaam dat plezier kan verschaffen.’
Nu is het niet eenvoudig om lichamelijke opwinding bij vrouwen te meten. Bij mannen gaat dat vrij simpel: de onderzoeker schat de toegenomen penisomvang met het blote oog of pakt er een meetlint bij. De fotoplethysmograaf, twintig jaar geleden ontwikkeld, bracht uitkomst. Het apparaat wordt als een tampon in de vagina ingebracht en geeft infrarood licht af dat door de vaginawand wordt weerkaatst. Een sterkere doorbloeding (maat voor een sterkere opwinding) betekent een sterkere weerkaatsing en deze wordt weer omgezet in een meetbaar elektrisch signaal.
Ellen Laan mat bij 289 vrouwelijke proefpersonen de genitale opwinding met behulp van zo'n fotoplethysmograaf, terwijl de vrouwen naar erotisch filmmateriaal keken. Naast deze 'objectieve metingen’ beantwoordden de vrouwen vragen over de mate waarin ze de beelden opwindend vonden, de zogeheten 'subjectieve beleving’. Daarbij werd ook gevraagd naar andere, positieve dan wel negatieve, emoties. In sommige gevallen werd aan de proefpersonen gevraagd te fantaseren over een prettige seksuele situatie.
'DE LUSTBELEVING van mannen en vrouwen bleek sterk te verschillen’, zegt de promovenda. 'Vrouwen rapporteren naast hun seksuele beleving allerlei positieve en negatieve emoties. Veel heeft te maken met de dubbele moraal en taboes die meisjes hebben meegekregen. Over het algemeen worden meisjes nog steeds behoudender opgevoed in seksuele kwesties dan jongens. Mannen kunnen objectiever waarnemen, die letten niet op alles. Zij rapporteren dan ook voornamelijk seksuele gevoelens zonder bijkomende emoties.’
De discrepantie tussen de 'objectieve’ en 'subjectieve’ opwinding bij vrouwen zou volgens Laan echter ook het resultaat kunnen zijn van de erotische films, waarin het genot van mannen centraal staat. Tot voor kort werd de porno-industrie gedomineerd door mannelijke producenten en regisseurs, en de produkten zelf waren uitsluitend gericht op een mannelijk publiek. Eind jaren tachtig kwamen er pas pornofilms op de markt die waren gemaakt door vrouwen en waarin de vrouwelijke acteurs veel meer initiatief nemen. De proefpersonen in dit onderzoek kregen uit beide soorten pornofilms fragmenten te zien - en warempel: de 'vrouwenfilm’ riep sterkere positieve emoties op dan de 'mannenfilm’, die bovendien tot meer negatieve emoties leidde.
Niettemin was de lichamelijke respons bij beide soorten films even hoog. Kennelijk werkt de lichamelijke reactie nogal los van de subjectieve beleving. Ook als keer op keer hetzelfde fragment werd herhaald, en de vrouwen aangaven dat ze zich inmiddels stierlijk verveelden, bleef de fotoplethysmograaf onverminderd uitslaan.
'Je zou kunnen stellen dat hier sprake is van een onwillekeurige respons’, zegt Ellen Laan. 'Ieder mens is behept met een bepaalde fysiologische manier van reageren. Uit soortgelijk onderzoek bij mannen blijkt echter dat deze na verloop van tijd niet meer opgewonden raken van almaar hetzelfde filmfragment. Bij vrouwen werkt dat dus anders. Maar misschien hebben die verschillende resultaten ook te maken met andere factoren, bijvoorbeeld dat vrouwen loyalere proefpersonen zijn.’
De onderzoekster is wel verweten dat ze op een 'mannenmanier’ naar vrouwelijke seksualiteit heeft gekeken. Laan: 'Het gevoel geen controle te hebben over het eigen lichaam kan voor vrouwen bedreigend zijn. Toch heb ik slechts willen aantonen dat het gewoon lichamelijke reacties zijn waar je mee te maken hebt. Het kan zijn dat een vrouw zegt dat ze niet opgewonden raakt van visuele beelden, en dat is dan ook zo omdat ze het zo ervaart. Toch kan het lichaam onderwijl iets anders aangeven. Een lichamelijke reactie is echter niet hetzelfde als iets op een bepaalde manier beleven, en daarom mag een man nooit zeggen: zie je wel dat je zin hebt, want je bent nat. Dan zou hij misbruik maken van de situatie.’
Een andere veelgehoorde opvatting is dat vrouwen 'in de stemming’ moeten zijn om opgewonden te raken. Ook dit onderzocht Laan. De proefpersonen kregen een jazzy saxofoonimprovisatie te horen, met de opdracht te denken aan positieve seksuele ervaringen. Maar of ze nu 'in de stemming’ waren geraakt of niet, voor de fotoplethysmograaf maakte het niets uit. Wel rapporteerden sommige vrouwen een sterkere subjectieve opwinding. Dit bleek onder andere samen te hangen met seksuele ervaring: vrouwen die 'het’ vaker doen of regelmatig masturberen, gaven meer subjectieve seksuele opwinding aan. Dat gold ook voor degenen die tijdens het onderzoek voor het eerste een erotische film zagen.
Wat zijn nu de praktische consequenties van dit onderzoek?
Laan: 'Een uitvloeisel zou kunnen zijn dat er meer over seksualiteit gepraat gaat worden. Het is zonde dat mensen zich ongelukkig voelen omdat de norm is dat er minstens twee keer per week gevreeen moet worden en zij daar geen zin in hebben. Een vrouw kan beter aan haar partner vertellen wat ze prettig vindt dan te klagen dat hij een slechte minnaar is. Seks wordt over het algemeen geproblematiseerd en staat vaak in het teken van incest en verkrachting. Dat is jammer. Seks zou verder uit de taboesfeer moeten komen, zodat je als vrouw rustig een pornofilm kunt huren zonder je ervoor te schamen.’