Film

Een held zonder ziel

FILM & DVD The Bourne Identity, The Bourne Supremacy en The Bourne Ultimatum

De geheim agent heeft een ingewikkeld politiek en geestelijk leven: James Bond (Ian Fleming) was een exotisch droombeeld voor het kille, naoorlogse Groot-Brittannië, George Smiley (John Le Carré) een cynicus die volmaakt in de Koude Oorlog paste; Harry Palmer (Len Deighton) een everyman die net als wij allemaal boodschappen deed na een lange dag op kantoor. En Jason Bourne?

Zijn schepper was Robert Ludlum (1927-2001), een Amerikaanse auteur van meer dan twintig succesromans, stuk voor stuk snelle verhalen waarin mannelijke helden in een wereld van hoogtechnologie, mysterie en samenzwering terechtkomen. Het zijn ‘superthrillers’ met weinig aandacht voor reflectie of psychologische diepgang. De ironie is dat de films gebaseerd op Ludlums werk thematisch wél complex zijn – en daardoor veel beter. Neem The Osterman Weekend (1983) van Sam Peckinpah, het schoolvoorbeeld van een Ludlum-film die het origineel overtreft. Peckinpah buigt Ludlums thriller om tot een briljante satire waarin geweld, voyeurisme en paranoia kernelementen van de moderne mediamaatschappij zijn. Deze motieven zijn slechts mondjesmaat in Ludlums origineel aanwezig; op het witte doek zijn ze veel krachtiger uitgewerkt.

Dat geldt eens te meer voor de nieuwe Ludlum-verfilmingen van de Britse regisseur Paul Greengrass: The Bourne Supremacy uit 2004 en nu The Bourne Ultimatum. Beide films, maar vooral de laatste, beelden een wereld uit waarin de harde, geopolitieke werkelijkheid ontmenselijkt, zodat de hoofdfiguur een eenzaam personage is, een held zonder een ziel. En dat is mooi.

In de drie Bourne-films – er is ook het mindere, door Doug Liman geregisseerde The Bourne Identity uit 2002 – speelt Matt Damon de rol van Jason Bourne, een Amerikaanse spion die zijn identiteit kwijt is en daardoor op de vlucht voor de cia en soortgelijke internationale doodseskaders. De jacht op Bourne – daar draait alles om, drie keer twee uur lang, wat de vraag doet rijzen: waarom boeien deze films toch zo?


Het heeft veel te maken met de specifieke stijl van Paul Greengrass. De regisseur trad twee jaar geleden op de voorgrond met zijn bekroonde 9/11-film United 93, een beklemmend, maar toch teleurstellend werk. Want: doordat ieder feit over het nieuws_-event_ overbekend was, werd die film geen moment spannend. Wat wél boeide was Greengrass’ stijl. Al zijn films hebben een bijzondere textuur, met donkere, bijna kleurloze beelden en een vérité-achtige cameravoering. Tijdens de lange achtervolgingsscènes in The Bourne Ultimatum transformeert de camerablik het bioscoopscherm tot een wirwar van beweging. Informatie op het scherm is dubbelzinnig, net als identiteit in het verhaal. Dat werkt desoriëntering en verwarring in de hand. Het beeld draagt gevoelens van angst en wanhoop over – de kernelementen van de Bourne-films. Door deze complexiteit krijgt The Bourne Ultimatum authenticiteit en integriteit, eigenschappen die ver te zoeken zijn in de meeste hedendaagse actiefilms. En ook in de Ludlum-boeken, die toch een meer romantische Bourne schetsten dan het personage van Greengrass.

Greengrass’ Bourne-films zijn het beste te omschrijven als een mix van de werelden van Bond en Smiley. Vooral de sfeer van achterdocht en beklemming die Le Carré’s Koude Oorlog-boeken kenmerkt, is voelbaar in The Bourne Ultimatum. Daarom past deze thriller zo goed bij de tijdgeest: een constante sfeer van oorlog en conflict, geheime operaties door schimmige overheidsinstanties, met subtiele referenties aan de oorlog tegen het terrorisme, en een geheim agent als populaire held die geen idee heeft wie hij werkelijk is. De chaos tiert welig.

The Bourne Identity en The Bourne Supremacy zijn uit op dvd. The Bourne Ultimatum is overal te zien in de bioscoop