H.J.A. Hofland

Een historisch jaar

Waar is de wereld gebleven? Welke wereld bedoelt u? Nederland heeft er twee. In de ene worden we kampioen, die verven we oranje. Aan de andere doen we mee. Dat is de politieke wereld, die van Arafat, Bush en Crapuul tot Zinni. Nooit van gehoord. Die wereld bestaat op het ogenblik niet meer. In tientallen jaren is het verkiezingsdebat niet zo hoog opgelopen. Nooit is de buitenlandse politiek zo afwezig geweest. Dat is ook al revolutionair.

Is het een nadeel? Moeten we eerst ons eigen huis op orde brengen voor we de rest van de wereld kunnen herontdekken? Of maken we de definitieve breuk, leggen we ons erbij neer dat we een dorp zijn waarin we niets anders aan ons hoofd hebben dan wat zich als hemeltergend in het dorp aandient?

Misschien, maar kijk eerst eens naar de historische ontwikkeling.

Heel lang geleden heeft Nederland een minister van Buitenlandse Zaken gehad die er niet tegenop zag om tegen de wereld te vechten: mr. J.M.A.H. Luns. Hij verloor. Dat maakte hem niet onmogelijk. Hij werd secretaris-generaal van de Navo. «Weet u wel dat de Nederlandse vloot niet zoveel kleiner is dan de Britse?» zei hij tegen me toen ik in Brussel eens in het hoofdkwartier op bezoek was. Als internationaal ambtenaar bleef hij nationalist.

Intussen was hier het tijdvak van Joop den Uyl aangebroken. Het buitenland werd niet verwaarloosd. De laatste resten machtsimperialisme mochten met het vliegdekschip Karel Doorman verdwenen zijn; het werd vervangen door moreel imperialisme. Van koloniale mogendheid werd Nederland gidsland. Dat wekte de hoon van de partijen die Luns hadden gesteund en bewonderd. Die hadden het over «het opgeheven vingertje». Wel maakten ze gemene zaak met de fascistische Griekse kolonels. Max van der Stoel, minister van Buitenlandse Zaken, liet zich niet van de wijs brengen. Vandaar dat er in Athene nu een Max van der Stoelplein is, en geen Lunsplein.

De buitenlandse politiek bleef hoog op de agenda van het publieke debat. Cuba, Nicaragua, hulp aan Palestina, voetballen in Argentinië, kruisraketten, beter een raket in je tuin dan een Rus in je keuken. Het ging zo ver dat er een hek om het Amerikaanse consulaat in Amsterdam moest worden gezet. Toen viel de Muur en de Sovjet-Unie werd opgeheven. Einde van de geschiedenis. Help de Russen de winter door: laatste stuiptrekkingen van het gidsland, dageraad van het poldermodel. Opnieuw werd Nederland een voorbeeld voor de wereld. Tien jaar later blijkt dat we het voorbeeld zelf hebben opgesoupeerd.

In Nederland rijden de treinen niet meer op tijd, van alles en nog wat zakt in, brandt af, ontploft. Terwijl de topmanagers zich excessief verrijken, aannemers dubbele rekeningen schrijven, maffiosi het vuur op elkaar openen, sta je zelf met bolletjesslikkers, zakkenrollers en WAO’ers in de file. Ja, dan heb je in eigen land kopzorg genoeg.

Stel je eens voor dat het anders was geweest, allemaal even voorbeeldig als we dachten dat het was. Geen zwerfvuil, niemand door rood licht, wel naar het WK voetballen, in Srebrenica gevochten tot de laatste man, en de Hollanders present op alle wereldzeeën. Misschien hadden we dan ontdekt dat we in een andere wereld leven dan vorig jaar om deze tijd, waar werkelijk een nieuw soort wereldoorlog aan de gang is en meer wordt voorbereid. Een verkiezingsstrijd heeft hier altijd een internationale kant gehad. In 2002 is de wereld eindelijk verdwenen. Daarom: een historisch jaar.