Een Hollands boek over een Duitse zaak

Frits Boterman schreef een intellectuele geschiedenis van Duitsland, waarbij de ideeën gerelateerd worden aan maatschappelijke ontwikkelingen, in het bijzonder de politiek. Cultuur als macht, een explosieve combinatie.

Medium boterman   cultuur als macht hr

Laat ik eerlijk zijn: dit is een boek waar ik al jaren op wacht. Niet dat vergelijkbare boeken niet bestaan, zoals Frits Boterman, emeritus hoogleraar moderne Duitse geschiedenis van de UvA, stelt. Er zijn tientallen boeken als dit, zij het dat die bijna zonder uitzondering beperkter zijn in hun chronologie of eenzijdiger in hun thematiek. Boterman daarentegen pakt het groots aan, in de tijd en wat onderwerp betreft. Maar dat is niet de belangrijkste reden voor mijn reikhalzen. Dat is dat een boek als dit in het Nederlandse taalgebied uitzonderlijk is – we zijn en blijven calvinistische kooplui met weinig gevoel voor zoiets vaags als cultuur. Herman von der Dunk deed een en ander in deze richting, Henk Wesseling deed het ooit met betrekking tot Frankrijk, het interesseerde Maarten Brands en er is een groeiend aantal jongere historici dat zich verdiept in de thematiek die in dit boek centraal staat. Toch heeft de Nederlandse geschiedschrijving die thematiek over het algemeen links laten liggen. En dat is ernstig, vind ik, omdat het voor historische gebeurtenissen en processen veel en veel belangrijker is dan veelal wordt gedacht. Om het voorlopig in één zin te zeggen – hij staat al op de eerste pagina: ‘Weimar en Buchenwald liggen dichter bij elkaar dan men meestal denkt.’ Boterman bedoelt (Weimar en Buchenwald liggen daadwerkelijk vlak bij elkaar, daarom is de beeldspraak niet zo gelukkig gekozen): van de hoge Duitse cultuur naar de barbarij van de nazikampen is het niet meer dan een stapje.

Land von Dichter und Denker. Aldus de klassieke omschrijving van Duitsland. Op mijn netvlies staat een omslag van, als ik me niet vergis, De Groene Amsterdammer uit de jaren dertig waarop precies deze tekst stond met daarbij de afbeelding van twee handen die een insect de vleugels uittrekken. Dat is hetzelfde in andere ‘bewoordingen’: een kronkel die onvoorstelbaar moeilijk te duiden is maar volgens velen, onder wie dus ook Boterman, wel geduid moet worden om te begrijpen wat in een recent en minder recent verleden in Europa gebeurd is. Ik ben dat volledig met hem eens.

Klassiek is het volgende verhaal – anders dan in Frankrijk, Nederland en de Verenigde Staten slaagde de Duitse burgerij er in de loop van de negentiende eeuw niet in tot het centrum van de macht door te dringen. Vandaar dat haar geen andere mogelijkheid bleef dan haar eigen ‘macht’ te maken ofwel, wat op hetzelfde neerkomt, zich terug te trekken in de cultuur. Deze zou alles zijn, ver verheven boven de platitudes van alledag, lees de politiek. Vandaar dat Thomas Mann, om uit velen slechts de meest bekende te noemen, tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn Betrachtungen eines Unpolitischen schreef, met daarin het refrein dat het verschil tussen geest en politiek gelijkstaat aan het verschil tussen cultuur en civilisatie, ziel en maatschappij, vrijheid en stemrecht, kunst en literatuur. ‘Deutschtum’, schreef Mann, ‘das ist Kultur, Seele, Freiheit, Kunst und nicht Zivilisation, Gesellschaft, Stimmrecht, Literatur.’

Bak daar maar ’s brood van. Dat kan haast niet en bijna alle pogingen in die richting zijn dan ook mislukt. Ikzelf heb die mislukking in mijn studentenjaren en de eerste tijd daarna als nogal ingrijpend ervaren. Om redenen die ik niet kan achterhalen was het thema dat Boterman in Cultuur als macht aansnijdt precies het thema dat mij meer interesseerde dan welk ook. Ik verslond daarom boeken als Conscioussness and Society (1958) van Henry Stuart Hughes, The Politics of Cultural Despair (1963) van Fritz Stern, Weimar Culture (1968) van Peter Gay en The Decline of the German Mandarins (1969) van Fritz K. Ringer – op de eerste na overigens allemaal geschriften van naar de VS uitgeweken Duitsers. Genoemden en vele anderen beseften wat Boterman tot kernpunt van zijn boek heeft gemaakt: dat je die gekke ‘Duitse’ kronkel van cultuur naar macht moet begrijpen om het moderne Duitsland, ja zelfs Europa te begrijpen. Dat ik daar niet uitkwam, ligt voor de hand. Het is te ingewikkeld. Bovendien was destijds niemand in een onderwerp als dit geïnteresseerd. Vaag geneuzel, vond men. Macht ging over politiek en verder was het in de geschiedschrijving vooral om sociaal-economische zaken te doen. Cultuur en zo was flauwekul.

Medium anp 25959369

Vanaf de late jaren tachtig, begin negentig veranderde dit inzicht. Mentaliteitsgeschiedenis werd in toenemende mate populair. Postmodernistische en verwante denkrichtingen beklemtoonden dat beelden interessanter en belangrijker zijn dan feiten. Even zag het er zelfs naar uit dat memory studies de dienst begonnen uit te maken. Culture Matters: How Values Shape Human Progress luidt de titel van een van de vele boeken die in dit verband verschenen – in dit geval in het ronde jaar 2000 en onder redactie van een man die precies voor deze manier van denken nogal wat betekend heeft, Samuel Huntington, auteur van The Clash of Civilizations. Niet wat mensen doen of ‘eten’ (‘man ist was man isst’) maar wat mensen denken (‘de beelden in hun hoofd’) bepaalt de koers van de geschiedenis. Het is een oeroude kip-of-ei-discussie in een nieuw jasje. In de afgelopen, zeg, twintig jaar is dat jasje weer eens omgedraaid. Bij die omkering past dit boek van Boterman.

Al aan het begin ervan noemt Boterman bovenstaand verhaal van de unpolitische deutsche een mythe. Deze zou volgens hem al herhaaldelijk ontmaskerd zijn. Die zogenaamde apolitieke Duitsers waren helemaal niet zo apolitiek, stelt hij. Juist niet. Ze waren hartstikke politiek, alleen in een andere zin dan gebruikelijk. Het lijdt geen twijfel dat hij daarin gelijk heeft: unpolitisch is niet apolitiek maar een andere vorm van politiek, precies zoals Boterman aangeeft met de titel van zijn boek: cultuur als macht. Dat woordje ‘als’, daar gaat het om.

Talloze onderwerpen worden belicht, van Romantiek tot Verlichtingsdialectiek en van communisme tot rassen­hygiëne

Boterman weet als geen ander hoe onvoorstelbaar moeilijk het is om de vingers achter deze Duitse kronkel te krijgen en eerlijk gezegd vind ik ook dat hij er niet helemaal in slaagt. Dat heeft een aantal redenen. Een daarvan is dat hij in zijn boek een periode van meer dan twee eeuwen bestrijkt. In die tijd heeft het spel tussen cultuur en macht talloze veranderingen ondergaan. Daarvan kun je geen eenduidig verhaal maken. De tweede reden dat Boterman onmogelijk in staat is te bereiken wat hij wilde bereiken is gelegen in de onvergelijkbaarheid van cultuur en macht. Het is toch een beetje alsof je het proces van rups naar vlinder beschrijft. Je ziet de een, je ziet de ander, je ziet zelfs de tussenstappen en toch blijft de beweging ongrijpbaar. En dat dan tien, honderd keer sterker – het gaat tenslotte om cultuur, niet natuur.

De derde en vermoedelijk meest eenvoudige reden van Botermans ‘mislukking’ is een methodologische. Zijn project had meer kans van slagen gehad als hij een systematisch of theoretisch boek had geschreven, een boek waarin de symbiose van cultuur en macht als in een vivisectie ontleed of als in groeiproces geschetst werd. Een dergelijke werkwijze zou echter een ander, veel groter nadeel met zich meegebracht hebben: een onleesbaar boek zoals er in de Duitse letteren zovele zijn. Gelukkig daarom dat Boterman dit niet gedaan heeft en een, als ik het zo mag zeggen, Hollands boek over een Duitse zaak heeft geschreven. Een prachtig boek, laat daarover geen twijfel bestaan. En een sieraad voor de kast.

Concreet. In ruim duizend pagina’s schrijft Frits Boterman een geschiedenis van Duitsland waarin het hem uiteindelijk om slechts één thema te doen is: het snijpunt van denkbeelden en politiek. Eigenlijk is zijn boek dus een soort intellectuele geschiedenis van Duitsland, met de kanttekening dat de beschreven intellectuelen en hun denkbeelden niet (zoals zo vaak gebeurt, denk aan Hegel en vele anderen) in de lucht hangen maar steeds weer gerelateerd worden aan maatschappelijke ontwikkelingen, in het bijzonder de politiek. Vanuit een modern, antropologisch of Engelstalig perspectief hanteert Boterman dus een opmerkelijk enge omschrijving van het fenomeen cultuur: Kultur, daar heeft hij het over, Geist, Bildung. Stuk voor stuk begrippen die voor iemand die de Duitse taal niet machtig is nauwelijks te begrijpen zijn. Voor een Nederlander ligt dat anders. Tegelijkertijd staat hij, net als Boterman, om voor de hand liggende redenen ambivalent tegenover dergelijke verschijnselen. Instinctief weet hij dat ze iets unheimisch verbergen.

In honderden hoofdstukjes probeert Boterman dat ‘iets’ nader te omschrijven. Daarbij passeren talloze Duitsers, van Kant tot Walser en van Fichte tot Wolf, de revue zoals ook talloze onderwerpen, van Romantiek tot Verlichtingsdialectiek en van communisme tot rassenhygiëne belicht worden. Zoals gezegd lijkt de keuze voor dergelijke concrete zaken – individuen, stromingen, verschijnselen en gebeurtenissen – een zwaktebod, het is daarentegen een verstandige keuze want het voorkomt dat de thematiek in zichzelf verdwaalt.

Uiteindelijk is en blijft natuurlijk de vraag wat zich op dat snijpunt van cultuur en macht in Duitsland afspeelde oftewel hoe die kronkellijn van Weimar naar Buchenwald loopt. Laat ik niet roomser zijn dan de paus en proberen te doen wat zelfs Boterman niet doet: de problematiek samenvatten in een of enkele zinnen. Liever iets zeggen over twee van zijn honderden illustraties.

De titel van Botermans hoofdstuk over de jaren 1933-45 is veelzeggend: cultuur als faustiaans pact. Hierin laat hij niet alleen Hitlers bezetenheid voor kunst zien maar ontmaskert hij ook het cliché dat het Derde Rijk een grote culturele woestenij was. Dat was het aan het eind wel, aan het begin was het dat echter niet. Vraag: hoe heeft die verandering zich voltrokken? Boterman geeft hierop geen eenduidig antwoord maar suggereert wel een richting. Om te beginnen is er de enorme betekenis van Kultur bij de aanloop naar en opbouw van het Hitler-rijk. Hitler en de zijnen wilden iets groots – groter dan echt, ganz und gar jenseitig zoals het Derde Rijk wel genoemd werd. Dit verlangen lag in de lijn van het Duitse streven naar Kultur maar was daarvan ook een perversie omdat die cultuur, hoewel schijnbaar een doel, eigenlijk een middel was: tot macht. De waanzin, bezetenheid of, in Duitse termen, het faustische van deze macht zou zonder een beroep op het hogere niet of in ieder geval niet op deze wijze tot stand zijn gekomen. Maar eenmaal zo ver had dat hogere, de Kultur dus, geen andere functie dan die van propagandatruc, met alle gevolgen van dien. Deze ontwikkeling verklaart ook waarom zovele Duitse intellectuelen aanvankelijk bereid waren een of meer stapjes met Hitler mee te gaan. Zij doorzagen het faustische niet – of te laat.

Ander voorbeeld. Hoevelen hebben een jaar of dertig, veertig geleden niet net als ik dagen en nog eens dagen doorgebracht met een potloodje en het werk van Marcuse, Adorno, Habermas of andere figuren uit de hoek van de Frankfurter Schule? Wat zagen we daarin? Wat deed het met je? Met mij veel, heel veel, al begreep ik later, een en ander herlezend, totaal niet meer wat dat was geweest. Tegenwoordig, mede dankzij een boek als dit van Boterman, begrijp ik het weer wel. Ik ben volwassen geworden in de praktische jaren zeventig. Politiek was doen – een kwestie van bouten en moeren. Dat was voor mij te weinig. Ik wilde meer. Dat ‘meer’ vond ik in het werk van genoemden. Tegelijkertijd stond ik er ambivalent tegenover. Dat kwam doordat ik voelde dat het van hetzelfde laken gemaakt was als dat van de voorgangers van het fascisme: Deutsche Kultur.

‘Toen ik mijn theoretische model maakte, kon ik niet vermoeden dat mensen dit met molotovcocktails zouden proberen te verwezenlijken’, klaagde Adorno vlak voor zijn dood, verwijzend naar het Duitse radicalisme van de jaren zestig. Inderdaad. Dát is waar het om gaat. Cultuur als macht. Een even krachtige als explosieve combinatie.

Frits Boterman, Cultuur als macht: Cultuurgeschiedenis van Duitsland, 1800-heden. De Arbeiderspers, 1069 blz., € 59,95