Een hollands schijndebat

Te oordelen naar de opiniepagina’s van de Europese kwaliteitsbladen slaat de angst voor ondergraving van de nationale identiteit, die vanaf de jaren zeventig in heel Europa leidde tot straatgeweld en fascistoide partijvorming, tegenwoordig ook menige intellectueel om het hart.

De aanhoudende immigratie, het uitblijven van een stabiele wereldorde en de onrustbarende gevolgen van de economische en culturele globalisering roepen het schrikbeeld op dat sinds de Franse revolutie talloze herstelbewegingen heeft geinspireerd: dat van de verbreking van alle sociale verbanden en de terugval van burgers en naties in een ‘natuurlijke’ staat van geweld en anarchie. In alle huidige discussies over het belang van de natiestaat ligt dit schrikbeeld onmiddellijk onder de oppervlakte.
Geen wonder dat linkse intellectuelen, die de solidariteit en sociale verantwoordelijkheid vanouds hoog in het vaandel schreven, zich nog meer zorgen maken over de teloorgang van de natiestaat dan hun rechtse tegenvoeters, die althans nog soelaas vinden in de vermeende voordelen van economische globalisering.
In Duitsland baarde vorig jaar de 'bekering’ van intellectuelen als Martin Walser en Hans Magnus Enzensberger heel wat opzien.
Walser pleitte in een omstreden artikel in Der Spiegel voor een herwaardering van het Duits nationaal besef voordat de neo-nazi’s voorgoed met het thema aan de haal gaan. Enzensberger luidde in zijn Aussichten auf den Burgerkrieg zelfs de noodklok voor de beschaving. Volgens hem hangen de schijnbaar zinloze geweldpleging op de Balkan, de gettovorming en criminaliteit in de westerse hoofdsteden en de gewelddadige esthetiek van Hollywood allemaal met elkaar samen.
Het zijn voorboden van de 'moleculaire burgeroorlog’ die we tegemoet gaan, een toestand van politieke en sociale ontheemding waarin ieder individu slechts met geweld een (imaginair) vaderland kan scheppen en in stand houden. Het slechte nieuws dat dagelijks over ons wordt uitgestort - zonder dat we er iets aan kunnen doen - bevat volgens Enzensberger de kiem van deze irrationele razernij, die hij ook in zichzelf voelt opwellen. Zij doet hem denken aan het hysterische enthousiasme waarmee de nazibeweging in de jaren dertig werd begroet.
Ook in Frankrijk slaat de paniek om zich heen. Wie de maandelijkse hoofdcommentaren van Ignacio Ramonet of Claude Julien in Le Monde Diplomatique leest, ontkomt niet aan de indruk dat deze internationalisten van weleer - de erfgenamen van mei '68 - de krachtigste pleitbezorgers van de natiestaat zijn geworden.
De jongste onheilsprofeet in dit genre is Jean Guehenno, die de stormachtige globalisering en informatisering van de westerse economie aangrijpt om de vernietiging van alle staatkundige eenheid en menselijke solidariteit te voorspellen. De samenleving verliest zijn grenzen, zijn historisch besef en zijn samenhang, zo concludeert hij in zijn boek Het einde van de democratie: 'Het is een samenleving zonder burger en dus, uiteindelijk, een non- samenleving.’
Ook hier klinkt de angst voor het wegvallen van sociale verbanden, de fatale verbreking van het bindweefsel van de beschaving, onmiskenbaar door.
In Nederland maakt zich een vergelijkbaar streven naar herwaardering van de nationale identiteit breed. De eenzame kruistocht van de Rotterdamse hoogleraar Couwenberg (die al sinds 1980 eerherstel bepleit voor de 'Nederlandse identiteit en traditie’) is niet tevergeefs geweest. In Nederland strijdt men echter niet met open vizier. Sinds de Luzern- rede van Frits Bolkestein staat de discussie hier niet in het teken van de toenemende internationale anarchie of economische globalisering, maar van onderdrukte vreemdelingenhaat. Onder het mom van de noodzakelijke bescherming van staatkundige verworvenheden - zoals parlementaire democratie, vrijheid van meningsuiting en de verregaande institutionalisering van de sociale zekerheid - wordt steeds vaker en openlijker de lof van het Nederlandse volkskarakter gezongen. 'Het debat over de verzorgingsstaat gaat uiteindelijk over de nationale identiteit’, schrijft NRC Handelsblad-columnist Paul Scheffer. En in een opiniebijdrage aan de Volkskrant stelt de Amsterdamse socioloog Erik van Ree het multiculturalisme 'principieel’ ter discussie. De natie is meer dan een paspoort en een sofi-nummer, aldus Van Ree; de libertaire politieke cultuur van ons land, en daarmee de samenhang van het Nederlandse volk als natie, wordt bedreigd door de instroom van migranten. Vooral de moslims met hun 'irrationele gevoeligheden’ zullen volgens hem de natie in de toekomst zwaar onder druk zetten.
Zodra het erom gaat de Nederlandse natie te definieren, vallen de schrijvers door de mand. Ze maken gewag van universele waarden als tolerantie, openheid en consensus - waarden die door grote groepen migranten gedeeld worden (zoals recente enquetes, wetenschappelijke onderzoeken en rapportages van het Sociaal en Cultureel Planbureau bevestigen), terwijl ze door kleinere groepen oorspronkelijke Nederlanders (orthodoxe christenen, Janmaat-aanhangers en andere politieke dwaallichten) juist worden verworpen. In bijna elk artikel wordt de Nederlandse natie gedefinieerd in negatieve termen: men tracht uit te maken welke groepen bij voorbaat zijn uitgesloten.
Zoals de natievorming in de negentiende eeuw zich voltrok door uitsluiting van 'vreemde elementen’ (doorgaans de joden, omdat hun aanwezigheid in religieus, sociaal en cultureel opzicht onverenigbaar werd geacht met een gezonde samenleving), zo voltrekt de huidige herwaardering van de natie zich ten koste van de meest voor de hand liggende vreemdeling: de islamiet.
Hoe bedekt de schrijvers het ook formuleren, telkens herhalen ze de antisemitische propaganda van weleer, maar nu toegesneden op de nieuwe zondebok: de moslims aanbidden een andere God, ze ondergraven onze huwelijksmoraal, ze dienen buitenlandse mogendheden en ze slachten zelf, hetgeen samenhangt met hun verachting voor het leven en hun voorkeur voor bloedige rituelen.
Het Nederlandse debat gaat slechts in schijn over het behoud van de natiestaat. In werkelijkheid gaat het over de toekomstige uitsluiting van islamieten.