Appeltjes van Oranje

Een Hollands sprookje (2)

(Wat voorafging: er was eens een meisje uit een land hier heel ver vandaan dat prinses wilde worden. Na lang zoeken ontmoette ze een prins die met haar wilde trouwen, ondanks het feit dat ze alleen maar de dochter van de slager was. Probleem was de Boze Schoonmoeder en haar toverspiegel. Na een ruzie ten paleize sprong het meisje in haar auto. Toen hoorde ze een harde knal.)

Toen het meisje eindelijk haar ogen open durfde te doen, zag ze een knalgele Smart-car, een piepklein autootje dat door de botsing nog een stuk kleiner was geworden. Daarin zat een man pijnlijk bekneld, en hij schreeuwde het dan ook uit van de pijn. Shit, daar gaat mijn imago, dacht het meisje toen ze uit de auto stapte en van alle kanten politieagenten zag komen aanrennen. Gelukkig waren de agenten helemaal niet boos. Ze wisten niet eens wie ze was, want ze noemden haar telkens bij een verkeerde naam. Daarna moest ze alleen maar op een soort fluitje blazen en sloegen ze een warme deken over haar heen en reden haar naar huis terug, waar de prins heel ongerust op haar wachtte. Tja, dit was toch werkelijk een heel raar landje, dacht het meisje toen ze die avond haar drie weesgegroetjes had gezegd en rustig slapen ging.

Maar weer had het meisje buiten de Boze Schoonmoeder gerekend. Die was nog steeds woedend dat haar toverspiegel had gezegd dat zij niet langer de populairste van het land was en zon op maatregelen. Toen ze had gehoord wat het meisje was overkomen, vaardigde ze meteen een straatverbod uit. Voortaan mochten haar onder danen het meisje alleen nog via internet toezwaaien, zo besloot de koningin. Het meisje was daar erg verdrietig over, want het laatste wat ze wilde was alleen maar een virtueel meisje te zijn. Ze was juist heel erg een materieel meisje. Dagen zat het meisje in haar kamer te pruilen achter haar computer. Tevreden stelde ze vast dat de site waarop het volk haar kon toezwaaien in no time was gecrasht. Zelf vond ze al snel een chatroom voor ongelukkige prinsesjes, zodat ze door de eenzaamste uren heen kwam. En ondanks alles bleef ze de populairste van het land.

De Boze Schoonmoeder riep haar Geheime Raad bijeen voor rigoureuzere stappen. Een van de raadsheren, de chef van Volk & Vorst, de grootste krant van het land, adviseerde haar het meisje gewoon naar het bos te laten brengen en daar door de koninklijke jachtmeester te laten vermoorden, maar daar paste de koningin voor. «Wij zijn nog altijd constitutioneel monarch», sprak ze trots. Ze had bovendien zelf al iets beters verzonnen.

De volgende dag ging de Boze Koningin naar haar geheime keuken en maakte ze een heel speciale Argentijnse biefstuk, waarvan ze wist dat dat het favoriete gerecht van het meisje was. Nadat het meisje die avond van de vergiftigde biefstuk had gegeten, viel ze direct in een diepe slaap, en toen ze wakker werd, keek ze recht in het gezicht van zeven dwergen die rond haar bed stonden opgesteld en haar verwonderd aanstaarden.

«Hallo», zeiden de mannetjes, «wij zijn de kabouters van de Rijks Verzwijgingsdienst, kortweg de rvd genaamd.»

«Wat een kleine mannetjes zijn jullie», zei het meisje. «En wat doet die Rijks Verzwijgingsdienst dan zoal?»

«Verzwijgen natuurlijk», sprak de oudste van de zeven dwergen vermanend. «De bedoeling is dat wij u gaan verzwijgen, wel honderd jaren lang! Het moet van de koningin! Wees maar blij, want als het aan de grootvizier van Volk & Vorst had gelegen, was het nog veel slechter met u afgelopen.»

Bedroefd keek het meisje voor zich uit. Was ze nu maar van die biefstuk afgebleven! Nu zat ze met de gebakken peren. Honderd jaren eenzaamheid met alleen die zeven dwergen om haar heen, het was nu niet bepaald een prettig vooruitzicht. Was haar vader er maar. Die had wel raad geweten met die dwergen. Bovendien maakte die veel lekkerder biefstuk.

Ondertussen, op het paleis, had de Boze Schoonmoeder de scherven van haar toverspiegel weer aan elkaar geplakt. Maar op haar vraag wie nu de populairste van het land was, luidde het antwoord wederom zeer teleurstellend. De koningin had nu definitief tabak van pratende toverspiegels en gooide het ding in een dekenkist die in de diepste kelder van het paleis werd opgeborgen, zodat niemand ooit nog van hem zou horen. Daarna kondigde ze haar Grote Charme-Offensief af. Zelfs haar echtgenoot, die altijd zo raar huppelde en met de stropdas zwaaide, mocht weer naar buiten. Zo moest de herinnering aan de slagersdochter voorgoed vervagen.

(wordt vervolgd)