Profiel: Alexandrine Tinne

Een Hollandse koningsdochter in de Sahara

In de wadi Berdjudj, een droge rivierbedding in de Libische Sahara, zijn een paar boeren aan het werk. Met behulp van irrigatie verbouwen zij graan. De sproei-installaties bestaan uit tientallen meters lange geperforeerde buizen op wieltjes, die net als de wijzers van een klok langzaam ronddraaien. De graanvelden vormen daardoor grote groene cirkels in de woestijn.

Ongeveer op de plek waar de sproei-installaties staan, werd in 1869 de Nederlandse ontdekkingsreizigster Alexandrine Tinne vermoord. Alexandrine, een tijdgenoot van de Britten Stanley en Livingstone, was bezig aan een reis die haar dwars door de Sahara naar het huidige Nigeria zou brengen. Daar wilde ze naar het oosten afbuigen, om ten slotte te eindigen in de Soedanese hoofdstad Khartoem.

Er waren in de negentiende eeuw veel ontdekkingreizigers in de Sahara. Met name Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië waren in deze periode verwikkeld in een felle strijd over de verdeling van het gebied. De binnenlanden van Afrika behoorden tot de weinige delen op de aardbol waar nog nooit een Europeaan was geweest. De onderlinge relaties tussen de ontdekkingsreizigers waren slecht. Ze hielden zich vooral bezig met de vraag hoe ze elkaar konden aftroeven.

Alexandrine Tinne vormde wat dat betreft een uitzondering. De Nederlandse historicus J.G. Kikkert, die een biografie over haar schreef, heeft geen enkele aanwijzing gevonden die erop duidt dat zij voor een buitenlandse mogendheid werkte; en Nederland had nauwelijks interesse in Afrika. Beroemd worden — de drijfveer van de meeste andere ontdekkingsreizigers — interesseerde Alexandrine Tinne niet. Dat haar reizen gevaarlijk waren, was iets wat ze accepteerde.

Tinne, in 1835 in Den Haag geboren, was een van de beroemdste vrouwelijke ontdekkingsreizigers uit de negentiende eeuw. Ze kwam uit een zeer rijke Haagse familie. Nadat haar vader in 1844 overleed, maakte Alexandrine samen met haar moeder talloze reizen door Europa en het Midden-Oosten. Ook bezochten ze Egypte en Soedan, waar haar moeder in 1863 stierf aan malaria. Na de dood van haar moeder trok Alexandrine met kamelenkaravanen door het huidige Libië en Algerije.

In tegenstelling tot de meeste andere ontdekkingsreizigers, die uit geldbesparing vaak met zeer minimale middelen reisden, sjouwde Alexandrine een enorme ballast met zich mee. Ze had talloze cadeaus bij zich voor de lokale heersers die ze onderweg wilde bezoeken, van fietsen tot kanonnen. Lange tijd liet ze een ijzeren ledikant meezeulen. Door de grote rijkdom die Alexandrine tentoonspreidde, kreeg ze van de lokale bevolking de bijnaam «Bint al-Raïs», koningsdochter.

Via brieven hield Alexandrine contact met familie en kennissen in Nederland. In de kranten verschenen regelmatig berichten over haar avonturen. Zelfs het Britse dagblad The Times besteedde aandacht aan haar belevenissen. De meeste Nederlanders vonden Alexandrine echter een vreemde vrouw die onverantwoorde risico’s nam. Maar Alexandrine trok zich daar niets van aan. Reizen en fotograferen waren haar lust en haar leven.

Murzuk was de plek waar Alexandrine woonde in de maanden voor haar dood. In die periode lag Murzuk op de grens van het Ottomaanse rijk. Alles in de stad draaide om de trans-Saharahandel in met name goud en slaven. Regelmatig arriveerden uit het zuiden karavanen met duizenden negerslaven, die als vee dwars door de woestijn naar het noorden werden gedreven. Lang niet alle slaven overleefden de tocht. Europeanen die het gebied bezochten, verhaalden over vele halfvergane lijken die langs de routes lagen.

Tegenwoordig is Murzuk een ingeslapen plaatsje, dat vol staat met moderne gebouwen. De trans-Saharahandel in slaven is al meer dan honderd jaar voorbij. Een van de weinige dingen die nog aan vroeger herinneren, is het oude Ottomaanse fort aan de rand van Murzuk. Het van leem gemaakte gebouw verkeert in slechte staat. Elke keer als het in Murzuk regent — zo eens in de tien jaar — brokkelen de muren verder af.

Alexandrine maakte in Murzuk plannen om het rijk van Toeareg-hoofdman Ichnoechen te bezoeken, dat in het gebied lag waar tegenwoordig Libië, Algerije en Niger aan elkaar grenzen. De Toearegs, een islamitisch woestijnvolk bij wie niet de vrouwen maar de mannen zich sluieren, oefenden al eeuwenlang een grote aantrekkingskracht uit op Europese ontdekkingsreizigers. Het was bekend dat de Toearegs niet van indringers hielden. Diverse Europeanen die hadden geprobeerd het Toeareg-rijk te bereiken, waren onderweg vermoord. Desondanks vertrok Alexandrine in juli 1869 met een uitgebreid gevolg naar Ghat, de woonplaats van Ichnoechen. Ghat ligt zo'n vijfhonderd kilometer ten westen van Murzuk. Maar Alexandrine zou er nooit aankomen. Op de ochtend van 2 augustus reed haar karavaan, die uit meer dan vijftig kamelen bestond, ongeveer zeventig kilometer ten oosten van Murzuk in een hinderlaag. Alle bagage werd geroofd en Alexandrine werd vermoord, net als het grootste deel van haar gevolg, inclusief de twee Nederlandse bedienden Adriaan Jacobse en Cornelis Oostmans. Alleen enkele lokale knechten slaagden erin te ontsnappen. Zij brachten het nieuws over haar dood naar Murzuk. Het lichaam van Alexandrine is nooit teruggevonden. De Ottomaanse heersers van Murzuk — Alexandrine had een goede relatie met sjeik Ibrahim ben Alkia — ondernamen geen zoekpogingen omdat ze het gebied te gevaarlijk vonden. Ook de twee halfbroers van Alexandrine, die naar Libië reisden, durfden de streek niet te bezoeken.

Wie verantwoordelijk was voor de moord is nooit duidelijk geworden. Toeareg-hoofdman Ichnoechen ontkende dat hij er iets mee te maken had. Maar Toearegs in het hedendaagse Libië betwijfelen dat. «De Toearegs hebben zich tot diep in de twintigste eeuw met alle macht verzet tegen Europese inmenging», zegt Geralla Abdessalam, een Toeareg uit Ghat die als gids in de toeristenindustrie werkt. «Zij vreesden dat ontdekkingsreizigers de kust kwamen verkennen, waarna niet veel later de koloniale legers zouden volgen. Dat was een logische gedachte. Het noorden van Algerije was in die periode al bezet door de Fransen.»

Met de dood van Alexandrine Tinne werd een nieuw slachtoffer bijgeschreven op de lange lijst van Europeanen die hun reizen door de Sahara met de dood moesten bekopen. Na haar zouden nog velen volgen. Sommige ontdekkingsreizigers werden net als Alexandrine vermoord, anderen stierven aan mysterieuze ziektes of kozen het verkeerde spoor in de woestijn, waarna ze verdwaalden en omkwamen van de dorst.

«De Sahara stelt de mens voortdurend op de proef», zegt Touku Souquaia, een vrachtwagenchauffeur die regelmatig dwars door de woestijn naar Tsjaad en Niger rijdt. «Een moment van onachtzaamheid kan de dood betekenen.» Ook Toearegs verdwalen regelmatig. Vooral nu ze hun kamelen inruilen voor auto’s. «Met de auto komen ze in delen van de Sahara die ze niet zo goed kennen. Bijna elk jaar worden er uitgedroogde lijken van verdwaalde reizigers gevonden.» Volgens Souquaia zijn Toearegs nog altijd niet gesteld op indringers. Mensen die vanuit Libië naar Niger reizen, lopen grote kans midden in de woestijn in een hinderlaag te rijden. Toch is de situatie 132 jaar na de dood van Alexandrine Tinne iets verbeterd. Souquaia: «De bandieten zijn vooral uit op geld en auto’s. De kans dat je net als vroeger vermoord wordt, is erg klein.»

De Libiërs kunnen nauwelijks geloven dat een Nederlandse vrouw meer dan honderd jaar geleden met een kamelenkaravaan door hun land reisde. «Reizen met een kameel door de woestijn is een helse onderneming», zegt Fatima Said, een studente uit de stad Sebha. «En al helemaal voor een vrouw. Zij moet enorme ontberingen hebben doorstaan.»

Een van de boeren in de wadi toont zich geschokt als hij over het lot van Alexandrine hoort. «Ik wist niet dat hier ooit een Nederlandse mevrouw is vermoord», zegt hij met diep medeleven. De man staart voor zich uit en schudt zijn hoofd. «Ik hoop dat de Nederlanders niet boos op Libië zijn», zegt hij. «Als dat wel zo is, bied ik hierbij mijn oprechte excuses aan.»