Popmuziek

Een Houellebecq-vrij universum

Popmuziek: Gorki, ‹Plan B›

In Vlaanderen kent iedereen Luc de Vos. Luisteraars van de populaire radiozender Studio Brussel riepen hem uit tot Vlaming van de Jaren Negentig, en het nummer Mia van zijn band Gorki tot beste Belgisch lied aller tijden.

In Nederland geldt Luc de Vos als cultheld en het overtuigende bewijs dat lyrische cd-recensies in muziekbladen geen verkoop garanderen. Het zevende studio-album Plan B speelt zich af in een vergelijkbaar muzikaal, stilistisch en thematisch universum als zijn voorgangers en dat is dan ook meteen het enige bezwaar: de nummers van Gorki beginnen steeds meer op elkaar te lijken. Daar staat tegenover dat niemand anders nummers schrijft die aan Gorki doen denken.

Op Plan B bezingt De Vos zijn kostschooljeugd: «Donkere stille gangen/ De geur van bleke jongens/ Er hangt bloemkool in de lucht». En vanuit zijn vertrouwde perspectief van de even ontgoochelde en verwonderde als hoopvolle Vlaming die het tempo van de samenleving niet altijd kan bijbenen, verbaast hij zich over internetrelaties en de seksuele jongerencodes anno 2004: «Zou het anders zijn geweest/ Als ik later geboren was/ Als een kind van mijn tijd».

In de eerste regels van het titelnummer («Dans nog eenmaal/ Als het gabbertje dat je was») blijkt andermaal dat voor De Vos het postpuberale leven een strijd tegen onvermijdelijkheden en een terugverlangen naar het grote verlangen zélf betekent: «Het antwoord is plan B/ Berusten in dingen die voorbij gaan/ Berusten in wat je hebt gehad». Plannen komen niet uit en verdwijnen, dus siert Brezjnev het cd-hoesje.

In zijn opvallend ironie-arme tweede literaire werk De rest is geschiedenis geeft hij nog meer van zijn levensbeschouwing prijs, wanneer hoofdpersoon Vos — als zanger van popgroep Gorki te gast in een tv-programma — Michel Houellebecq ontmoet, «een echte ketter die goddeloze boeken schreef en veel zoop en naar de hoeren ging. Niet echt een man naar mijn hart.»

Houellebecq boezemt De Vos angst in, omdat hij de schrijver niet zozeer van zekerheden, als wel van de troost berooft die zijn katholieke opvoeding als nakomertje in een gezin van zeven kinderen in een CVP-plattelandsgezin hem heeft gegeven. Al predikt De Vos de rock-’n-roll en moedigt hij decadentie aan (dus laat hij in zijn roman wijlen Queen-zanger Freddy Mercury als verpersoonlijking van beide tot held verklaren), het katholicis me heeft hem gemoedsrust verschaft. Het is dezelfde spagaat als die in Gorki’s repertoire: melancholische levensliederen spelen en tegelijk de wijdbeense rockgod willen zijn.

Natuurlijk bestaat God niet, vindt De Vos, maar, zo houdt hij Houellebecq voor, zonder mysterie geen bestaan. Daarom lijkt de ronkende lach weliswaar nabij wanneer hoofdpersoon Vos in het laatste hoofdstuk naar Lourdes afreist, maar ontsnapt schrijver De Vos aan die verleiding. Want Lourdes is uiteindelijk de optelsom van liefde en mysterie en bij Luc de Vos overwinnen die alles, zeker cynisme. Dat dit in een volwassen wereld onhoudbaar kan blijken, drijft hem terug naar de nasmaak van de jeugd. Dus kijkt hij nog maar eens naar Jungle Book, concludeert dat daar in dat duistere oerwoud Mowgli in ieder geval van Baloe hield en concludeert hij in Plan B: «Jong zijn doe je zo/ Je neemt wat je hart verlangt/ En betalen doe je later wel een keer».

Luc de Vos

De rest is geschiedenis

Atlas, 160 blz., € 16,50