Kunst - Grayson Perry, buitenbeentje

Een huis voor een vrouw in Essex

Hij bakt zijn eigen vazen en houdt van schoonheid. Grayson Perry is een conceptuele kunstenaar die zich voordoet als handwerker.

Medium grayson 20perry 2c 20 23lamentation 2c 202012. 20courtesy 20n. 20sargent 20foundation

‘Ons grootste probleem zijn haar tepels’, zegt een medewerker van de fabriek waar de keramische tegels worden gemaakt die het exterieur van Grayson Perry’s A House for Essex zullen bedekken. Op de groen- en witgekleurde tegels staan reliëfafbeeldingen van haarspelden, cassettebandjes, familiewapens en een naakte vrouwfiguur die haar armen en benen gespreid houdt als een middeleeuwse sheela na gig, brenger van geluk en vruchtbaarheid én onheilverdrijver in één. Als Julie (haar naam staat in kapitalen onder haar voeten) uit de oven komt, laten haar tepels almaar los. Tenslotte worden ze stuk voor stuk handmatig op hun plek geplakt.

De documentaire Grayson Perry’s Dream House, mei vorig jaar uitgezonden door Channel 4, nu te zien in het Bonnefantenmuseum Maastricht, volgt het bouwproces van het meest ambitieuze project van de excentrieke Britse kunstenaar Grayson Perry (1960) tot dusver: een compleet huis, volledig naar zijn wens vormgegeven. Hij werd hiertoe uitgenodigd door Alain de Botton, die met zijn bedrijf Living Architecture spectaculaire vakantiehuizen bouwt vanuit het idee dat bijzondere architectuur een grote invloed op ons heeft, maar dat we dat te weinig kunnen ervaren. De Botton koppelde Perry aan FAT, een architectenbureau dat zich vrolijk verzet tegen het dictaat van het modernisme en onder meer het tv-studiocomplex van de bbc in Cardiff voorzag van een hyperornamentele gevel waar je in Disneyworld niet van zou opkijken.

A House for Essex, prachtig gesitueerd aan de oever van de Stour-rivier in Wrabness, Noordoost-Essex, heeft nog het meest weg van een peperkoeken sprookjeshuis. Het is geïnspireerd op Scandinavische staafkerken en bestaat uit vier huisjes die trapsgewijs, als een baboesjkapop, in elkaar zijn geschoven. Rondom een decoratief, groen-wit mozaïekpatroon, een puntdak van glimmend koper met ramen als kikkerogen, en bovenop vier beelden die fier de lucht in priemen. De naakte, zwangere vrouw die ertussen staat stelt wederom Julie voor, Julie May Cope zoals haar volledige naam luidt. Voor Perry, die haar verzon, personifieert zij de doorsnee Essex-vrouw. Dit huis is haar tempel.

Hold Your Beliefs Lightly in het Bonnefantenmuseum laat een kant van de kunstenaar zien die we in Nederland nog nauwelijks kenden. Perry werd in 2003 in één klap beroemd toen hij de prestigieuze Turner Prize won met traditionele, handgemaakte vazen, rijkelijk gedecoreerd met gewelddadige, scabreuze, maar ook humoristische voorstellingen en teksten. In de eerste zaal van het museum staan er verschillende in een kring opgesteld: stuk voor stuk fraaie objecten waarop, zoals in al zijn werk, ontzettend veel te ontdekken valt.

Wel blijkt meteen dat de scheidslijn tussen provoceren en koketteren met tegendraadsheid bij Perry soms vrij dun is. Op een van de sierlijkste vazen staat bijvoorbeeld ‘I love beauty’, omdat Perry echt van schoonheid houdt, maar natuurlijk ook omdat je dat als hedendaagse kunstenaar eigenlijk niet zou mogen zeggen – een nogal achterhaald cliché. Andere zijn wel heerlijk snedig, zoals de vaas met ironische statements als ‘Pottery is the new video’, ‘Sincerity is the new shocking’ en ‘It’s about time a transvestite won the Turner Prize’. Al sinds zijn pubertijd hult Perry zich graag in vrouwenkleren, en dan noemt hij zichzelf Claire. De Turner Prize haalde hij op als Claire, wat zeker heeft bijgedragen aan zijn shot to fame.

Perry, die er prat op gaat dat hij al zijn vazen zelf maakt, wordt gezien als wegbereider van een nieuwe handwerkbeweging, zeker nadat hij in 2012 in het British Museum in Londen de tentoonstelling The Tomb of the Unknown Craftsman samenstelde, een hommage aan alle anonieme makers achter veel van de objecten uit de museumcollectie. Een gietijzeren schip vol decoraties en artefacten uit allerlei landen en tijden, die Perry voor deze gelegenheid maakte, is te zien in Maastricht en vormde in 2013 het pronkstuk van de tentoonstelling Hand Made: Lang leve het ambacht in museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Toch herkent Perry zich niet in het beeld van handwerkgoeroe, net zoals hij zichzelf liever geen pottenbakker noemt: ‘Ik ben een conceptuele kunstenaar die zich voordoet als handwerker.’

Ondertussen geldt hij als luis in de pels van de kunstwereld. Een beetje overdreven, maar een buitenbeentje is hij zeker: hij schopt graag tegen heilige huisjes, heeft weinig op met heersende opvattingen, en laat zich – in interviews, op Twitter, en in zijn werk – vaak schertsend uit over de kunstwereld. Bijvoorbeeld in zijn ets The Island of Bad Art, een fictieve landkaart van een eiland in de vorm van wat lijkt op een struikelende kat. De straten zijn er geplaveid met woorden als ‘Theory’, ‘Kitsch’, ‘Fake’ of ‘Just plain dull’. De baaien rondom het eiland hebben namen als ‘Failed ambition’ en ‘Lack of commitment’.

Perry’s ambivalentie tegenover de kunstwereld hangt voor een belangrijk deel samen met zijn typisch Britse fascinatie voor smaak en klasse. Voor Channel 4 maakte hij er verschillende – prijswinnende – tv-series over, zoals Who Are You? en In the Best Possible Taste, maar bij ons was dit aspect van zijn oeuvre nog tamelijk onderbelicht. In het tweede deel van de tentoonstelling in Maastricht wordt dit goedgemaakt met de aandacht voor A House for Essex, en de afsluitende serie van zes enorme wandtapijten getiteld The Vanity of Small Differences.

Deze tapijten zijn geïnspireerd op het moralistische beeldverhaal A Rake’s Progress van de achttiende-eeuwse schilder William Hogarth, over de opkomst en ondergang van ‘losbol’ Tom Rakewell. Op Perry’s wandtapijten volgen we het leven van de fictionele figuur Tim Rakewell uit Sunderland, hoe hij omhoog klimt op de maatschappelijke ladder, totdat hij vroegtijdig sterft door een auto-ongeluk. De kleurrijke werken zijn enorm rijk aan details en zitten boordevol verwijzingen naar typisch Britse aspecten van het leven, van bepaalde interieurs en politieke protesten tot de obsessie met voetbal, celebrity’s en roddelbladen.

Hij haat de arbeidersklasse vanwege haar agressie, disfunctionele gezinnen, luidruchtigheid en rotzooi

Perry’s fascinatie voor klasse is intrigerend, want complex en fluïde. Voor een deel gebaseerd op afkeer: hij haat de arbeidersklasse vanwege haar agressie, disfunctionele gezinnen, luidruchtigheid en rotzooi, en heeft een hekel aan de middenklasse vanwege haar keurslijf van conventionaliteit, obsessie met consumeren, auto’s en huizenbezit. ‘Ik kan het eigenlijk alleen goed vinden met mensen van adel’, grapt hij. Maar als een hedendaagse Hogarth sympathiseert hij ook met de lagere klassen en gebruikt hij de clichés die hierover bestaan als een vorm van zelfrelativering.

Perry is immers zelf ook een Essex-boy: zijn moeder was huisvrouw, vader elektricien, en zijn stiefvader (die vanaf zijn vierde bij hem woonde) de plaatselijke melkboer. Doordat de arbeidersklassegewoontes van zijn moeder niet altijd strookten met zijn stiefvaders middenklasse-aspiraties was hij zich al vroeg bewust van een ‘wij’-en-‘zij’-denken. Thuis was een a-culturele omgeving zonder boeken, muziek of kunst. De enige afbeelding aan de muur was die van een zeilboot die gratis bij een pak waspoeder zat.

Echt op zijn gemak voelde de jonge Perry zich zelden. Zijn stiefvader intimideerde hem zozeer dat hij zich vooral op zijn eigen kamer schuilhield, waar hij een allesomvattende fantasiewereld creëerde, die werd aangevoerd door zijn teddybeer Alan Measles (nog altijd zijn trouwe compagnon, die in menig werk figureert – en ook de alias is van zijn Twitter-account). Zonder ouders die hem daarin konden ondersteunen, formuleerde Perry zijn eigen wereldbeeld. Omdat hem niet werd geleerd hoe te kijken naar het leven ontwikkelde hij zijn eigen ideeën, aldus zijn vrouw Philippa, die psychotherapeut is.

De kunstacademie leidde hem verder weg van zijn wortels. Hij sloot zich aan bij de kaste van kunstenaars, voor wie rijkdom, opleiding, en huizenbezit – typische klasse-indicatoren – minder hoog staan aangeschreven dan de waarde van ideeën en persoonlijke expressie. Al bleef Perry, door zijn sterk persoonlijk geladen werk, waarin hij zijn seksuele fantasieën ruim baan gaf, daar ook een buitenbeentje.

In A House for Essex komt dit alles op bijna ontroerende wijze samen. Het van binnen en buiten rijkelijk gedecoreerde gebouw vertelt in feite het levensverhaal van Julie Cope, de Essex ‘everywoman’. Perry schreef haar biografie in een lang gedicht waarin hij en passant de hele sociale geschiedenis schetst van Essex sinds de oorlog. Julie werd in 1953 geboren op Canvey Island, op de dag van de grote overstroming. Ze verhuisde in de jaren vijftig naar Basildon, een naoorlogse ‘nieuwe stad’, een conglomeraat van vier kleine dorpen, die was ontwikkeld om de enorme groei van de Londense populatie op te vangen. Daarna trouwde ze en ging ze in een nieuwbouwhuis wonen.

Nadat ze haar kinderen had grootgebracht, ging ze terug naar de universiteit, waar ze haar tweede man ontmoette, met wie ze in Colchester neerstreek, voordat ze uiteindelijk naar Wrabness verhuisde. Daar kwam ze om het leven na een botsing met een pizzakoerier. Haar man liet het huis bouwen ter nagedachtenis, als een Taj Mahal aan de Stour-rivier.

Aan het einde van de documentaire ontmoeten we zes ‘real life’ Essex-vouwen die Perry selecteerde om het huis aan te onthullen. Gekleed als Julie, een crea-bea met een lekkere grote kralenketting, fietst Perry met hen langs locaties die een belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van zijn Julie. Terloops worden interessante beweegredenen achter het project aangestipt. In een café, bij een glas wijn, vraagt een van de Julies zo voorzichtig mogelijk aan de kunstenaar: ‘Representeert het huis, zeg maar, je moeder?’ Perry, die zijn moeder in geen jaren heeft gezien, erkent dat Julie inderdaad misschien een idealisering van zijn moeder is.

Indrukwekkend hoe dit fictieve leven, ook de rauwe, treurige kanten ervan, correspondeert met Perry’s eigen leven – en met de levens van de echte Julies. Meermalen wordt er een traantje van herkenning weggepinkt. Perry slaagt erin iets essentieel persoonlijks te externaliseren – vrij uitzonderlijk in de hedendaagse kunst.


Grayson Perry, Hold Your Beliefs Lightly, t/m 5 juni, Bonnefantenmuseum, Maastricht; bonnefanten.nl

Beeld: Grayson Perry, #Lamentation (onderdeel van The Vanity of Small Di erences), 2012. Wol, katoen, acryl, polyester en zijden tapijtwerk, 200x400cm (N. Sargent Foundation / Bonnefantenmuseum Maastricht)