Tentoonstelling

Een hutkoffer, een schoentje en een rode bal

TENTOONSTELLING Dansen!

_Toen ik er in de jaren zestig van de vorige eeuw voor het eerst kwam, heette het nog Toneelmuseum. Nu is het Theatermuseum gevestigd in een aantal in elkaar geschroefde grachtenpanden, waar de schatkamers van het Nederlands toneel, de dans, de kleinkunst, de revue, de musical en wat al niet gevestigd zijn. Ze organiseren er tentoonstellingen. Hoe imposant de grachtenpanden ook ogen, eigenlijk is het Theatermuseum daarvoor niet toegerust. Iedere expositie betekent: woekeren met ruimte. Nu staat er een die Dansen! heet. En als U van dansen houdt – actief of passief – dan moet U daarheen. Het uitroepteken achter de titel van de tentoonstelling verwijst vooral naar plezier. Er zijn geen pretenties – dus voor De Geschiedenis Van De Nederlandse Dans bent U hier glad verkeerd. In de drie zaaltjes op de benedenverdieping – voor moeilijke bewegers is er één hindernis, de stenen grachtenpandtrap – worden vooral momentopnamen getoond. De zaaltjes hebben wel ‘thema’s’, maar die kun je snel vergeten; ze zijn onderling (drempelloos) verbonden en je kunt er verdwalen. Van de klompendans naar de eindigheid van een loopbaan als danser, van beroemde stijldansscholen (terreur van mijn puberteit) naar paaldansen en striptease. Er zijn kleine vitrines waar je even je neus tegen het glas wilt drukken: het laatste dansschoentje van Anna Pavlova dat na haar dood in 1931 werd gevonden in Hotel des Indes te Den Haag, in de kamer die nog altijd haar naam draagt (een zeldzaam afgetrapt schoentje trouwens, als leek moet je echt zoeken naar de voor- en de achterkant). Er zijn grote objecten, zoals de ‘kledingkist’ van het beroemdste dansechtpaar uit de recente Nederlandse geschiedenis: Han Ebbelaar en Alexandra Radius, een volledig uitgewoonde hutkoffer waar je – heel voorzichtig – je neus in kunt steken. Je snuift de reukloos geworden geur op van geschiedenis. En er zijn ontroerende, kleine objecten. Zoals de rode ‘contactbal’ die een danseres hielp met de revalidatie na een auto-ongeluk: ze wilde danslerares worden en met die glimmende rode bal is dat haar gelukt.

Aan de balie van het instituut krijg je een ‘waaier’ van papier. Vergeet die vooral niet te vragen. Je maakt er je eigen beeldverhaal mee. Met die waaier activeer je namelijk als bezoeker kleine filmpjes, momentopnamen uit de dansgeschiedenis. Dat is echt feest! Niet alleen kun je Anthony Quinn de sirtaki zien dansen op een Grieks strand (uit Zorba de Griek) of een klompendans activeren op een oud-Hollandse boerenbruiloft, je ziet ook Emio Greco een fysiek krachtige workshop geven aan jonge talenten. En in zaal 2 kun je een klein wondertje herbeleven uit een van de leukste dansvoorstellingen van de afgelopen seizoenen, Zwanenmeer Bijlmermeer, waarin heel goeie dansers van Het Nationale Ballet en heel goeie urban dansers van Don’t Hit Mama uit Amsterdam-Zuidoost en omstreken samen de tradities van het klassieke ballet en de uitdagingen van de streetdance verenigen. Remy van der Wees (Don’t Hit Mama) en Wendy Paulusma (Het Nationale Ballet) repeteren én dansen (onder leiding van choreografe Nieta Liem) een duet uit Tsjaikovski’s Zwanenmeer. En ze doen dat zo aanstekelijk, zo brutaal en zo geestig, dat de vier, vijf keer dat ik dat fragment ging zien, moeders en kinderen gierend van de lach samen met mij aan de monitor bleven plakken.

Deze piepkleine tentoonstelling gaat over plezier. Met een uitroepteken. Neem vooral kinderen mee.

Dansen!, t/m half mei 2008, Theatermuseum, Herengracht 168, Amsterdam_