H.J.A. Hofland

Een ijzeren gordijn

Het is al meer dan twee jaar geleden. David Ignatius, columnist van de Washington Post, was op bezoek bij sjeik Mohammed Hoessein Fadallah, van wie beweerd wordt dat hij de moderne zelfmoordbom heeft uitgevonden. Fadallah zou ook de aanslag van 1983 op de Amerikaanse ambassade en marinierskazerne in Beiroet (284 doden) op zijn geweten hebben, het feitelijke begin van de nieuwe oorlog die sinds 11/9 de oorlog tegen het internationale terrorisme heet. Niet de eerste de beste.

Ignatius schreef dat hij in het gesprek «oprecht respect» voor de overtuiging en intelligentie van zijn gastheer had gekregen: «Hij is een van de weinige geestelijke leiders in de islam die beseffen dat een betere verstandhouding met het Westen dringend geboden is.» Maar dat was iets anders dan het bestaansrecht van Israël erkennen. Of, zoals Ignatius hem citeerde: «Deze bizarre situatie, genaamd Israël, die vorm van kolonialisme, die door miljoenen Arabieren nooit zal worden aanvaard.» Ignatius vroeg of er dan enig uitzicht kon zijn op het einde van de spiraal van wraak en weerwraak. In zeker opzicht, antwoordde Fadallah: «Oorlog is niet langer een optie die van werkelijkheidszin getuigt.» Hij maakte een vergelijking met de Koude Oorlog. Toen hadden de VS nooit het bestaansrecht van de Sovjet-Unie erkend (het Rijk van het Kwaad, zei president Reagan), maar hadden ze ook nooit een schot op elkaar gelost. Vrede zou er niet komen, op z’n hoogst een wapenstilstand, dacht de sjeik. Een Koude Oorlog als het best bereikbare.

Onlangs, in zijn toespraak tot de Verenigde Naties, maakte ook de Pakistaanse president Musharraf een vergelijking met de Koude Oorlog. Er moet snel worden gehandeld, zei hij, anders zal een IJzeren Gordijn de wereld van de islam en het Westen scheiden. Musharraf zelf staat in zijn land aan het front van de strijd tussen de gematigden en het fundamentalisme. «We kunnen dan wel overwinningen tegen de terroristen boeken, maar we lopen gevaar de oorlog te verliezen als de wereld zich niet verenigt om de onrechtvaardigheden binnen de moslimgemeenschap tot een oplossing te brengen. De verwijdering van Saddam Hoessein was een opluchting, maar die is al lang verdrongen door de beelden uit de gevangenis van Abu Ghraib. En de tragedie van Palestina is een open wond in de ziel van iedere moslim.» Musharraf is een trouwe vriend van het Westen.

De Koude Oorlog als metafoor, gebruikt met tegengestelde bedoelingen. Wiens gelijk is het waarschijnlijkst? Laten we eerst vaststellen dat de Koude Oorlog en die tussen het fundamentalistisch terrorisme en het Westen onvergelijkbaar zijn. In de Koude Oorlog ging het om de superioriteit van het ene politiek-economische systeem ten opzichte van het andere. Dat het nooit tot een werkelijke oorlog is gekomen, ook niet als de casus belli duidelijk aanwezig was, is te danken aan de garantie van de wederzijdse vernietiging. De Sovjet-Unie heeft, na de laatste stuiptrekking van Gorbatsjovs glasnost en perestrojka zichzelf opgeheven. Vervolgens heeft de samenleving van de verliezer zich zo veel mogelijk tot het systeem van de winnaar bekeerd. Dat proces is na vijftien jaar nog niet afgelopen.

Het internationaal terrorisme heeft geen grond gebied, geen economisch of politiek systeem, het produceert niets, het is theocratisch reactionair en volstrekt genadeloos. Het leeft van de haat. Waarom juist tegen het Westen? «Laten we onszelf niets wijsmaken», schreef Josef Joffe van Die Zeit. «De onverzoenlijke haat van de terreur is niet gericht op wat het Westen doet, maar louter op het feit dat het bestaat.» Joffe is een gezaghebbend man. Te oordelen naar hun handelen zijn onze politieke leiders het met hem eens. Daarom voeren we de echte oorlog die de terreur ons heeft verklaard. Daarom is Afghanistan bevrijd van de Taliban, daarom zijn we in Irak, daarom wordt in Palestina al weer een jaar of vier gevochten.

Dat is de verklaring. Een andere vraag is of deze methode ons dichter bij de oplossing brengt. Als we voldoende terroristen doden, is de onuitgesproken verwachting, zullen de overlevenden de moed verliezen en zich tot aanvaardbare normen en waarden bekeren. Dit blijkt een ingewikkeld werk te zijn. Terwijl we er meer doden en daarbij de onvermijdelijke collateral damage aanrichten, groeit hun aantal. Ze leren ook beter wat onze kwetsbaarheden zijn, waardoor wij onze militaire en juridische verdediging weer verder moeten verbeteren. En onze overwinningen aan de fronten bezorgen ons nieuwe, onverwachte problemen. Na de verkiezingen in Afghanistan is dit land de grootste opiumproducent ter wereld, om een relatief klein voorbeeld te noemen.

Het is uitgesloten dat de fundamentalistische terreur het Westen kan verslaan. Maar doen we, met onze keiharde aanpak, misschien iets verkeerd? Hun haat is een gegeven. Was het niet beter geweest de macht van het Westen te gebruiken om Israël en Palestina, met een garantie voor beide staten, tot een militair bewaakte vrede te brengen, waarna ze elkaar desnoods, volgens sjeik Fadallah nog tientallen jaren, geweldloos kunnen haten? President Musharraf vreest een IJzeren Gordijn. Het wordt al zichtbaar. Het verschil met het oude is dat dit gordijn het geweld bevordert.