Een impuls voor het verdrag tegen kernwapens

Medium commentaar 41 2017 kernwapens

Precies 150 jaar nadat wapenfabrikant Alfred Nobel, de ‘handelaar van de dood’, het dynamiet uitvond, gaat de vredesprijs die zijn naam draagt naar een organisatie die de sterkste explosieven uit de geschiedenis uit de wereld probeert te bannen. De Internationale Campagne voor Afschaffing van Nucleaire Wapens (ican) gaat het prijzengeld dat Nobel met zijn oorlogspatenten verdiende uitgeven aan haar voornaamste doel: het verder promoten van het Verdrag voor het Verbod op Nucleaire Wapens. Dat verdrag kwam dit jaar tot stand na een stemming bij de VN in juli. 122 landen stemden voor, één tegen: Nederland. Buitenlandse Zaken feliciteerde vorige week ican via Twitter: ‘Belangrijk om juist nu kernontwapening op de agenda te houden.’ Wat een daverende afgang.

Zoals de afgelopen jaren gebruikelijk probeert het Nobelcomité urgente zaken in de wereld te beïnvloeden. Het had daarbij groter wild op de korrel dan Nederland. Bij de bekendmaking van de prijs liet het comité weten dat ‘het risico dat nucleaire wapens worden gebruikt groter is dan het lange tijd geweest is’, en dat er ‘een reëel gevaar bestaat dat meer landen nucleaire wapens zullen proberen te krijgen, zoals Noord-Korea’. Nogal wat commentaren zagen hierin een tik op de vingers van Kim Jong-un, de Noord-Koreaanse dictator. Maar hij heeft zijn kernwapens al, en deze opmerkingen gingen niet speciaal over hem. Het land dat kernwapenanalisten minstens evenveel zorgen baart, dat het dichtst tegen daadwerkelijk gebruik aan lijkt te zitten, is het enige land dat ooit kernwapens in een oorlog heeft gebruikt.

Een baby-man heeft sinds een paar maanden de wereldvrede onder zijn vinger

Ooit mocht Barack Obama de vredesprijs in ontvangst nemen. Onder meer vanwege zijn toewijding aan ‘een wereld zonder nucleaire wapens’, die hij kort na zijn aantreden had aangekondigd in Praag. Maar uiteindelijk sneed Obama minder in het Amerikaanse arsenaal dan elke andere president sinds de Koude Oorlog, en kondigde hij kort voor zijn aftreden een extreem dure vervangingsronde aan van Amerika’s kernwapens (prijskaartje: een biljoen dollar). Al tijdens Obama’s presidentschap kwam in de VS een lobby op van leden van militaire en strategische denktanks, defensiebedrijven en consultants, die wilden dat de VS een scala van ‘kleine’ kernwapens zouden ontwikkelen. Sinds Donald Trump president is, verspreidt die roep zich ook binnen de Amerikaanse overheid en het Pentagon.

Deze wapens worden soms speels ‘special effects’-kernwapens genoemd, omdat ze heel specifieke eigenschappen hebben. Sommige geven weinig collateral damage rond de explosie, andere geven veel extra straling af. De VS hebben ook kort geleden de eerste precisie-geleide kernbom getest. Dit alles komt op het volgende neer: de VS ontwerpen kernwapens die voor heel concrete, specifieke scenario’s zijn ontworpen – het vernietigen van de ondergrondse kerncentrales van Iran, bijvoorbeeld, of de commandobunkers van Noord-Korea. Juist die concreetheid en die relatieve ‘gelimiteerdheid’ maken het waarschijnlijker dat ze ooit worden gebruikt.

Dat is geen fijne gedachte nu een baby-man sinds een paar maanden de wereldvrede onder zijn vinger heeft. ican-voorzitter Beatrice Fihn stelde in een reactie op het winnen van de Nobelprijs dat het presidentschap van Trump ‘een schijnwerper’ had gericht op de gevaren van nucleaire wapens, en dat door zijn verkiezing ‘veel mensen zich erg ongemakkelijk voelen over het feit dat hij in z’n eentje kan beslissen over het gebruik van kernwapens’. Dat is dan ten minste een zilveren randje aan de donkere wolk, want vreemd genoeg leek de angst voor nucleaire wapens in veel landen sinds de Koude Oorlog weggegleden. Hopelijk kunnen we, met hulp van ican, het verdrag tegen kernwapens verder helpen. Misschien zelfs met een Nederlandse stem in de VN.