Een intraculturele houding naar de kindjes toe

‘Ikke, ikke, ikke!’ Een beetje Nederlands kennen de zestig Turkse, Marokkaanse, Afrikaanse, Surinaamse en Antilliaanse dreumesen in kinderdagverblijf Sanne wel. Maar het meeste onderlinge contact op deze woensdagmiddag bestaat toch uit lawaai. Twee pikzwarte jongetjes rollen brullend over de grond, een duo lichtbruine meisjes crosst er op fietsjes joelend tussendoor, terwijl donkerbruine ogen verlegen van achter de rokken van een leidster spieden. Witte peuters zijn ook welkom in de crèche die drie jaar geleden in de Haagse Schilderswijk haar deuren opende. Maar ze worden zelden gesignaleerd.

‘Een crèche is altijd een afspiegeling van de samenleving’, vertelt leidster Karen-Ann van Gogh in het kantoortje. Naast haar staat een Turkse vrouw de was te strijken. 'Het grootste probleem is de taalbarrière. Veel kinderen verstaan geen Nederlands. Maar met onze handen en voeten redden we het wel.’ Ze wordt alleen wel eens tureluurs van de verschillende geloofsregels die de kinderen moeten naleven. 'Vandaar dat we de kindjes het liefste maar altijd kip geven.’
Karen-Ann krijgt bijval van hoofdleidster Henny Jilleba, eveneens autochtoon. 'Het gaat erom dat niemand wordt buitengesloten. We proberen naar de kindjes toe dan ook een soort intraculturele houding uit te stralen, waarin iedereen iets van zijn eigen cultuur kan vinden.’
Een bonte verzameling wandkleden, posters en foto’s uit diverse buitenlanden siert daarom de wanden. 'Daar aan die muur hing bijvoorbeeld een foto van een Afrikaanse moeder met een baby op haar arm’, vertelt Henny. 'Een Ghanees kindje herkende zichzelf daarin. Hij zei telkens: “Dat is mama, dat is Maikel.” We hebben hem dat plaatje toen gegeven, en dat vond hij enig!’
Karen-Ann laat de poppenhoek zien, waarin witte en zwarte poppen gezamenlijk thee drinken uit een Turks theeserviesje. Uit de verkleedkist puilt een bonte verzameling exotische kledij. Diverse uitheemse trommels staan klaar voor lawaaiige peuterhanden. Ook beschikt de crèche over een uitgebreide verzameling muziek. Henny, trots: 'We dansen natuurlijk ook! Als we een Arabisch cassettetje draaien, beginnen de islamitische kindjes gelijk te dansen, want dat kennen ze natuurlijk van thuis. De andere kindjes doen dan ook mee, en dan komt de sfeer er echt in!’
Natuurlijk zijn er ook wel probleempjes. 'In andere culturen is het niet zo vanzelfsprekend dat ze schoongewassen in hun pyjamatjes naar Sesamstraat kijken en dan naar bed moeten. Vaak wacht men gewoon tot ze in slaap zijn gevallen’, aldus Henny. 'Daar worden ze natuurlijk hartstikke moe van.’ Ook bespeurt ze een achterstand in de taalontwikkeling. 'Nederlandse kindjes worden meestal voorgelezen. Allochtone ouders doen dat niet, want in hun geboorteland spelen de kindjes vaak de hele dag buiten. We besteden daarom extra aandacht aan het lezen van boekjes.’
Discriminatie is Jilleba nooit tegenkomen. 'Eerder het tegendeel. Nederlanders zeggen hier vaak: “O, wat een schattige bruine kindjes!” Of: “O, wat is die al slim!” Maar het gaat helemaal niet om huidskleur of intelligentie. Het gaat erom dat het allemaal kindjes zijn.’