Een iraanse zwaan

VAN DE KONINGIN mocht ze in Nederland blijven. Ze danste zo leuk. Na de opening van het Amsterdamse Muziektheater was ze met de andere dansers van het Nationaal Ballet in een rij gezet om voorgesteld te worden aan koningin Beatrix. ‘Waar kom je vandaan?’ vroeg de vorstin, en Susanna legde uit dat ze uit Teheran kwam, al vijf jaar lang elke maand haar visum moest verlengen en vanwege haar Iraanse paspoort vaak niet mee kon op tournee. ‘Een artiest heeft haar vrijheid nodig’, beschikte Beatrix en een goede maand later had de vorstin er een nieuwe onderdaan bij, een keurige balletdanseres.

Een week later kocht Susanna op koninginnedag een T-shirt met de afbeelding van haar vorstin erop en fietste met een paar klompen aan uitgelaten op een bakfiets door de stad. Ze woont op een boot in Amsterdam, samen met haar dochtertje Sarah. Bij het Nationaal Ballet had ze het tot grand sujet geschopt, één stap verwijderd van de grote solistenrollen, maar om Sarah besloot ze te stoppen, na twaalf jaar bij het gezelschap te hebben gedanst. Inmiddels is ze gestart met een nieuwe carrière. Tza Tza noemt ze zich nu, en ze is fotografe.
KRAP VEERTIEN jaar oud werd ze door haar vader voor een vakantie naar vrienden in Cannes gestuurd. Omdat moeder Frans was, sprak ze de taal goed en de eerste week was een feest. Tot vader belde.
Tza Tza: ‘Hij zei dat de situatie in Iran opeens heel slecht was geworden. Het was eind augustus 1978 en de sjah was uit Teheran gevlucht. Ayatollah Khomeiny keerde terug om de stad van haar westerse invloeden te ontdoen en het land weer streng aan de islam te binden. In de rest van het land werd hij met open armen ontvangen, want de sjah had het grootste deel van de staatskas gebruikt om van Teheran een echte westerse stad te maken.
Ik herinner me inderdaad nog hoe ik met mijn ouders in een open Chevrolet naar een drive-in-bioscoop ging. Met een grote beker Coca-Cola in de hand keken we naar de film. Het servetje van de pizzeria waar we mijn laatste avond in Teheran pizza’s aten, heb ik nog steeds.
Papa zei dat ik in Frankrijk moest blijven en dat hij mijn moeder en mijn zusje ook het land uit probeerde te krijgen. Later bleek hij het nieuwe regime zo gek nog niet te vinden en hij hield mijn moeder en zusje bij zich.
Daar zat ik, veertien jaar oud, in een vreemd land en zonder geld. Iran werd compleet afgegrendeld en bellen met mijn familie bleek al snel onmogelijk. De vrienden bij wie ik in Cannes logeerde, vertrokken na de vakantie naar hun huis in Parijs en ik kreeg een lijstje met de adressen van een paar internaten waar ik kon gaan vragen of ze me wilden hebben. Een ervan was een dansschool in Cannes, L'École de Dame Rosella Hightower. Ik had geen enkele ervaring met dansen maar ik mocht er toch een proefles volgen. Madame Rosella moet een beetje medelijden met me hebben gehad, want ik mocht blijven. Ik kreeg een bed en een plaats op de school tussen vijftig andere meisjes.
Het was een heel dure privéschool en om de lessen te betalen kon ik er werken. ’s Ochtends om zes uur stonden we op en terwijl de andere meisjes zich voorbereidden op de eerste les, maakte ik hun ontbijt klaar. ’s Middags deed ik de lunch en tussen de bedrijven door verkocht ik kaartjes aan buitenlanders die extra lessen kwamen volgen. De andere meisjes waren aardig voor me, maar vriendinnen heb ik er nooit echt gehad. Ze kwamen uit heel goede milieus en ik denk dat ze het van huis uit niet zo gewend waren om een buitenlandse te accepteren. En er was een groot verschil tussen ons: voor mij was dansen een noodzaak om te overleven, het maakte dat ik naar school kon om een diploma te halen, zodat ik naar een universiteit kon gaan en kon vertrekken uit dat vreselijke Frankrijk, waar je als buitenlander altijd een buitenstaander zal blijven. Daar was ik heel vastberaden in.
Tegenover mijn familie en de vrienden die ik had achtergelaten, voelde ik me verplicht om hard te werken. Soms dacht ik: “Waar ben je in godsnaam mee bezig?” Ik hoorde van vriendinnen die in de gevangenis zaten of werden uitgehuwelijkt, en ik zat op een privé-balletschool in een van de rijkste steden van Frankrijk!’
'MAAR IK BEGON van het dansen te houden. Ik had een grote achterstand in te halen en moest twee, drie keer zo hard werken als de andere meisjes. Om hun niveau te kunnen bereiken, stond ik op de avonden en de zondagen vaak in mijn eentje te oefenen in de studio. Een leraar, monsieur José, nam me onder zijn hoede. Het was een heel oude man met een erg hevig karakter en hij wist precies hoe hij me aan moest pakken. Ik heb iemand nodig die me met mijn kop tegen de muur slaat en me wakker houdt. Hij heeft dat echt knap gedaan. Niet door te zeggen: “Wat ben je fantastisch.” Hij zei: “Je bent verschrikkelijk, een ramp, je kan helemaal niets, je bent een nul.” En dat heeft me heel veel geholpen.
Er waren heel mooie danseressen bij, maar monsieur José was continu met mij bezig. Altijd voelde ik zijn ogen op me gericht, en stond ik niet precies genoeg, dan was er een tik van zijn stokje om me te corrigeren. Hij probeerde me heel klein te krijgen, maar ik wist dat hij van me hield. Hij vond me de moeite waard. En ik wou zó graag danseres worden dat het gewoon is gelukt. Ik geloof in talent, maar ik geloof meer in werken. Je moet er alles voor doen, want naturel talent gaat dood.’
Na viereneenhalf jaar bij madame Hightower in Cannes, haalde Tza Tza haar baccalaureaat, pakte een koffer in en stond klaar om te gaan. Bij het Iraanse consulaat bleek echter dat het met een Iraans paspoort onmogelijk was om een visum voor een Europees land te krijgen. Ze had vanwege haar Franse moeder wel recht op een Frans paspoort. Ze nam echter liever genoegen met de Iraanse nationaliteit en een toeristenvisum van een week voor Nederland.
Tza Tza: 'Ik kwam aan op het Centraal Station in Amsterdam en ik zag al snel posters van het Nationaal Ballet hangen. Ik vroeg de weg, ging met de tram naar de Stadsschouwburg en vroeg of ik er auditie mocht doen. Ik had geluk, audities waren er alleen in december, maar omdat Rudi van Dantzig die dag al naar een Duits meisje kwam kijken, kon ik er ook nog wel bij. In de kleedkamer keek ik mijn ogen uit. Dit was de echte balletwereld en ik kreeg zomaar een unieke kans. Na de les moesten we bij Rudi op kantoor komen. Voor het andere meisje had hij niets, maar ik mocht een contract tekenen! Ik kon meteen de volgende dag beginnen. Ik mocht blíjven.
De eerste maanden keek ik mijn ogen uit. Een dansgroep is echt de droom van een danseres. Er is zoveel te zien. De groep was heel groot, er waren rond de negentig dansers, en er was een heel groot verschil tussen de solodansers en het corps de ballet. Na twee jaar als aspirant en élève hoor je of je mag blijven en in het corps de ballet komt. Als je hard knokt, kun je vervolgens opklimmen van coryphée naar grand sujet; sommigen worden soliste en een enkeling schopt het tot prima ballerina. Je moet je echt bewijzen. Toen ik stopte was ik grand sujet en vier maanden zwanger. Ik weet zeker dat als ik echt had gewild, ik nog verder was gekomen.
Het probleem was echter dat ik niet echt ballet-minded was. Techniek, ik kan het allemaal, maar in mijn hoofd wou ik ook een normaal leven naast het ballet. Ik genoot zo van het dansen dat het al genoeg was om op het toneel te mogen staan. Gewoon dansen, maakt niet uit wat. Dat is natuurlijk niet de houding waarmee je de beste wordt. Ik wou ook normale mensen leren kennen die niet bezig waren met ballet. Maar dat was niet zo makkelijk. Behalve op zondag ben je elke dag van ’s ochtends tien tot ’s avonds twaalf uur bezig - eerst lessen, dan repetities, en tot slot een voorstelling. Op een gegeven moment zat ik elke koffiepauze in de kantine om naar buiten te kunnen kijken naar de gewone mensen op straat. Het voelde alsof daar buiten het leven doorging terwijl ik in een wereld leefde waar de tijd stil stond. Toen bij een routinecontrole bleek dat ik een aandoening had waar ik voor geopereerd moest worden, was ik een jaar uit de roulatie. In dat jaar heb ik zelfs op het Waterlooplein gewerkt om maar te ontdekken hoe het was om buiten rond te lopen en niet opgesloten te zijn in dat enge, afgeschermde balletwereldje. Maar op een ochtend werd ik wakker en wist ik: ik wil weer dansen. Dat jaar heeft me, ondanks de operatie, eigenlijk alleen maar goed gedaan. Voortaan danste ik niet meer als een stapjesmachine, maar als een echt mens dat menselijke gevoelens wou uitbeelden.’
'VANAF DAT MOMENT heb ik echt genoten van iedere dag. ’s Ochtends word je wakker en je hebt pijn, maar je voelt je strak, je voelt je lekker. Door de pijn voel je elk stukje van je lichaam, Je weet precies wat je bent en wat je kan. Spierpijn is lekkere pijn want je weet wat je ervoor hebt gedaan. Je lichaam kan heel veel hebben, veel meer dan je hoofd. Het leert sneller en onthoudt langer. Als je iets met je lichaam hebt geleerd, vergeet je het nooit.
Wat ik nu het meeste mis is niet de balletwereld, maar het dansen op het toneel. Als je in de disco danst, ben je jezelf, maar op het toneel vergeet je jezelf. Het is alsof je vier uur pauze van je leven neemt. Nu ben ik vanaf het moment dat ik ’s ochtends wakker word tot ’s avonds laat mezelf. Maar op het toneel… het orkest begint, de gordijnen gaan omhoog en je bent jezelf niet meer. Je gaat in je rolletje en je vergeet je problemen. Applaus, daar dènk je niet eens aan. Dansen is absoluut geen exhibitionisme. Je doet alles voor het publiek. De dansers zijn er op het toneel om een sfeer te creëren, een fantasiewereld, en het mooie is dat publiek en dansers in hetzelfde schuitje zitten. Voor vier uurtjes gaan ze samen op reis naar een dromenland. Jij bent daar om hen te laten vergeten, en zij maken weer dat jij vergeet wie je bent.’
TZA TZA WERD zwanger en stopte met dansen. Ze kreeg Sarah en met geld uit een speciaal fonds van het Nationaal Ballet volgde ze een opleiding fotografie. Ze noemde zich Tza Tza, fotografe. Sinds een half jaar is ze klaar met de opleiding en werkt ze voor tijdschriften; ze had drie exposities, doet portretfotografie voor theatergroepen en casting-bureaus en fotografeert voor het Nationaal Ballet.
Tza Tza: 'Al die jaren had ik vrijwel alleen maar aan mezelf gedacht: ik, ik en nog eens ik. Toen was er iemand anders. Dat was echt heel leuk, je hoeft je opeens niet meer alleen af te vragen hoe het met jezelf zit, want er is een ander om voor te zorgen. Ik ging ook ineens veel praten, dat deed ik toen ik nog danste nauwelijks. Dansers spreken met hun lichaam. Ze zijn gewend om zich met beweging duidelijk te maken. Ook als je fotografeert, hoef je geen woorden te gebruiken om mensen te laten weten hoe je denkt.
Ik geloof niet dat ik een grote ambitie heb. Als danser wóu ik gewoon dansen, en nu wìl ik fotograferen. Maar ik wou alleen geen prima prima ballerina worden, en nu wil ik ook niet de beste fotograaf worden. Ik wil gewoon mooie foto’s maken. Destijds was het dansen de kick, nu het maken van foto’s. De meeste dansers blijven in de danswereld hangen, ze gaan lesgeven of zo. Maar daarvoor kan ik nu nog te weinig geven. Dan word ik een van die gefrustreerde leraren die meer springt en zweet dan de studenten.
Vier jaar wou ik geen ballet zien en heb ik al mijn klassieke muziek de deur uitgegooid. Als ik klassieke muziek hoorde, begon ik onmiddellijk te tellen en stapjes te maken in mijn hoofd. Nu ben ik eindelijk teruggegaan naar het theater om Het Zwanenmeer te fotograferen. Het was of ik eindelijk wakker werd. Ik keek niet meer naar dansers met kritische ogen, om stapjes te analyseren en te zien wat ze fout doen. De afgelopen weken heb ik voor het eerst echt ballet gezien. Alleen maar geluisterd, beweging gekeken en geprobeerd klikjes te maken op het moment dat ik dacht: dit is nou mooi. Door de camera kon ik terug en leerde ik weer genieten van het ballet.’
ZE VOELT ZICH nog wel eens schuldig als ze aan Iran denkt. Met haar ouders is Tza Tza gebrouilleerd. Haar vader vindt dat zijn dansende dochter haar lichaam aan het publiek showde als een hoer. Haar familienaam wil ze niet meer dragen.
Tza Tza: 'Ik ben de verrader want ik ben weggegaan. De rest van de familie mag niet weten dat ik danseres ben geweest. Mijn hand was toen ik vijf jaar oud was al vergeven aan een jongen van een rijke familie. Dus als ik niet op vakantie was gegaan, liep ik nu waarschijnlijk in Teheran met een hoofddoek om en een rits kinderen aan mijn rokken braaf achter mijn man.
Nu is Sarah mijn familie, ik voed haar alleen op. Nederland wil ik haar als geboorteland schenken: een eigen taal en een eigen land waar ze altijd thuis zal kunnen zijn. Maar professioneel danseres mag ze niet worden van me. Dansen mag ze, maar net zo fanatiek als mama? Dat is niet goed voor haar.’
Uit Iran heeft ze nog een klein rood koffertje met briefjes van vriendinnen en andere kleine-meisjesspullen. Laatst vond ze op een rommelmarkt net zo'n soort koffertje en kocht het voor Sarah. Langzaam worden nu haar spulletjes in het koffertje van Sarah overgeheveld. Maar één ding moet altijd in het Iraanse koffertje blijven zitten: het buisje met zand uit haar geboorteland.
Tza Tza: 'Als ik met dat zand speel en aan Iran denk, ruik ik het land en voel ik de zon. Ik weet wel dat het dezelfde zon is als hier, maar toch voelde hij anders. De mensen mis ik niet meer, maar mijn land zal ik altijd blijven missen.’