Een jaar eerder

Dat was mijn ui. Mijn uitverkoren ui. Als logisch gevolg van het wonder dat slechts eenmaal in de duizend jaar, wat zeg ik, eenmaal in de eeuwigheid, aan een ui het spraakvermogen wordt vergund. Dat het hier om mijn ui ging, behelsde impliciet dat ook ik was uitverkoren. Om deze ui te kunnen verstaan. Horen, begrijpen of ander woord. Maar de ui en de anderen, hoe zat dat? Moest nog beproefd worden.

‘Dank voor dit telegram waarin ik vast en zeker word gevraagd opnieuw mijn mening te geven over dit of dat of helemaal niets. Ik sta hier trouwens, dat wil zeggen in de keuken natuurlijk, net even gezellig, hoewel dat is ook maar net hoe je het bekijkt, met een ui te praten en nu wil ik vragen of u, zonder enige verplichting overigens, een ogenblik wilt binnenkomen om te zien of u ook iets hoort wanneer u naar deze ui kijkt.’ Voordat je het wist, het viel al eerder, zit je als de vrouw van de man met de vrouw die een eenhoorn in de tuin zag, in het gekkenhuis. Al kon het ook anders uitpakken. De postbode heeft tenslotte de reputatie een begrijpend karakter te bezitten. Misschien dat deze man, met hoofd zo kaal als een zijkant van de ui, die 'Where no vultures fly’ de mooiste film vond die hij ooit van zijn leven had gezien en wiens goede vriend een jaar eerder van school was gegaan om als bellboy te gaan varen bij de KNSM, en die drie maanden later nog een leuk paar sokken voor hem had meegebracht uit Demerara. Sokken die dun wit, dan weer dikker groen en ten slotte nog blauw daar tussenin waren gestreept. Misschien dat deze man die in zijn schaarse vrije tijd het liefst muizentrappetjes vouwde, gewoon zou zeggen dat je dat wel meer hoorde tegenwoordig. Dat mensen hun diepste gevoelens op tafel legden voor een bepaald gewas. Dat daar het tekortschieten van de religie van vandaag de dag voor aansprakelijk gesteld mocht worden. Maar dan begreep deze brievenbesteller de zaak van de ui toch verkeerd. Ik had in plaats daarvan juist te veel onder tafel geschoven. Of niet? Vooral mijzelf.