Eén jaar premier van Spanje (En Portugal heeft nu óók een socialistische leider)

Eén jaar Zapatero

De socialist José Luis Rodrigues Zapatero is een jaar premier van Spanje. Hij werd gekozen op 14 maart 2004, drie dagen na de terreuraanslagen in Madrid die door de zittende regering valselijk aan de ETA werden toegeschreven

In de zomer van 1936 schreef Juan Rodriguez Lozano, kapitein in het leger van de Spaanse republiek, in afwachting van zijn executie een afscheidsbrief aan zijn familie. «Ik sterf met een rein geweten», schreef de kapitein. «Ik heb mijn vijanden vergeven en verwacht van mijn nabestaanden dat zij hetzelfde zullen doen.» Kapitein Lozano sprak in zijn politieke testament over de noodzaak van een vereend Spanje. Daarnaast wees hij als socialist – het feit dat hij weigerde afstand te doen van zijn overtuigingen had zijn doodvonnis betekend – op de noodzaak van «sociale verheffing van de bezitlozen».

Op 18 augustus, 36 jaar oud, stierf kapitein Lozano voor een vuurpeloton. Hij was de grootvader van José Luis Rodrigues Zapatero, sinds een jaar premier van Spanje. Zapatero was veertien jaar oud toen hij het testament van zijn grootvader te lezen kreeg. Het was 1974 en het Spanje van Franco liep op zijn laatste benen, net als de dictator zelf.

«Het testament van kapitein Lozano was en is nog steeds van doorslaggevend belang voor het politieke denken van Zapatero», zegt Oscar Campillo, schrijver van de eerste biografie van de jonge premier. «In zijn brief schreef de grootvader dat hij geen wraak wenste, geen vendetta, maar dat zijn nabestaanden zich juist moesten inspannen voor verzoening en democratie in Spanje. Dat is de rode lijn geworden in het politieke denken van Zapatero. Hij is een bruggenbouwer, een man van pacten en overeenkomsten, en in die zin is hij de aangewezen premier voor het Spanje van vandaag.»

Campillo, hoofdredacteur van de krant El Mundo de Castilla y León, leerde Zapatero kennen in de jaren tachtig, toen de laatste voorzitter werd van de lokale PSOE in León. Zapatero werd politiek actief ten tijde van de beruchte couppoging in de Cortes – het Spaanse parlement – door luitenant Tejero. Zapatero organiseerde demonstraties ten bate van het democratische bewind. «We raakten bevriend, voor zover een journalist en een politicus vrienden kunnen worden», vertelt Campillo. Dat Zapatero ambitieus was, was vanaf het begin duidelijk. Zapatero was teleurgesteld in PSOE-leider Felipe Gonzalez, wiens politieke ondergang hem diep raakte. Hij behoorde tot een van de grootste voorstanders van een schoonmaak van de PSOE na het Gal-schandaal (de anti-ETA-doodseskaders waar de regering-Gonzalez banden mee bleek te hebben).

Maar dat Zapatero het zo snel tot premier van het land zou schoppen, had ook Campillo niet verwacht. «Het is als de onbekende speler uit de lagere divisies die op een dag opeens in de Champions League speelt en iedereen met open mond doet toekijken door zijn onverschrokkenheid en balbeheersing», aldus Campillo, net als Zapatero een kind van de vroege jaren zestig. «De favoriete speler van Zapatero is niet voor niets Figo. Met één onverwachte schaarbeweging de tegenstander volkomen op het verkeerde been zetten, dat is ook Zapatero. Zijn kracht is dat hij een politicus zonder hypotheek is. Zapatero is een kind van het democratische Spanje en hij torst niet allerlei mythen en legendes uit het verleden met zich mee. Daarnaast is hij uiterst ordelijk, loyaal, monogaam en heeft hij het talent mensen aan zich te binden. Kortom, Zapetero is, zoals sommige mensen vrezen, misschien wel een beetje té perfect. Maar ondanks al die kwaliteiten kan ik u verzekeren dat hij er niet voor terugdeinst om meedogenloos en koudbloedig te zijn, als de situatie dat vereist.»

Het zijn kwaliteiten die Zapatero de komende tijden hard nodig zal hebben om de boel bij elkaar te houden. Een jaar na de bomaanslagen op de metro in Madrid is Spanje ontwaakt uit zijn rouw en de tegenstellingen lopen hyperventilerend snel op. Zapatero ziet zich geconfronteerd met wat een bijna-ineenstorting van de Spaanse staat mag worden genoemd. Het Baskische parlement eist volledige staatsrechtelijke autonomie, de Catalanen doen het niet voor minder, en tot overmaat van ramp blijken er op Spaans territorium tal van schimmige, overwegend door Marokkaanse fundamentalisten bevolkte ondergrondse groepen actief die Andalusië in zijn oude luister van Kalifaat van Cordoba willen herstellen.

Van al deze dilemma’s is de Baskische kwestie de meest urgente, daar het Baskische parlement eind verleden jaar op de proppen kwam met het plan-Ibarretxe. Dit plan, vernoemd naar de voorzitter van het regionale parlement van Baskenland, stelt een referendum voor onder de Basken om zich uit te spreken over volledige autonomie voor de provincie, inclusief het recht om op eigen houtje internationale verdragen aan te gaan of juist te verbreken.

Zapatero is mordicus tegen het plan- Ibarretxe, dat hij ziet als «ongrondwettelijk». Het Spaanse parlement is het in grote meerderheid met hem eens, maar de Basken hebben hun zinnen erop gezet. Volgende maand gaat Baskenland naar de stembus voor het regionaal parlement, en het plan-Ibarretxe dreigt uit te groeien tot het alles overheersende thema van die verkiezingen. Zapatero beloofde deze week dat hij volledig mee zal werken om aan de Baskische wens tot zelfbeschikking te voldoen, maar binnen de context van behoud voor de Spaanse staat.

Aan de andere kant wordt de anti-Baskische stemming in de rest van het land steeds manifester. Een recente enquête leverde het ontluisterende gegeven op dat zestig procent van de bevolking van mening is dat desnoods het leger moet uitrukken om de Baskische opstandelingen het zwijgen op te leggen. Die anti- Baskische stemming wordt gevoed door de Partido Popular (PP) onder leiding van Zapatero’s oud-schoolgenoot Mariano Rajoy. De PP verdedigt zich met alle middelen tegen de beschuldiging dat Aznar als premier tegen beter weten in heeft geprobeerd de bomaanslagen van 11 maart 2004 in de schoenen van de ETA te schuiven. Voortdurend schermt de PP met «geheime dossiers» waaruit zou blijken dat de Baskische separatisten wel degelijk een joint venture met Bin Laden zijn aangegaan. Het is retoriek waar tot dusver geen spatje bewijs voor is geleverd, maar die het wel goed doet.

In het kielzog groeit de kritiek op de te «softe» houding van Zapatero. El Mundo, traditioneel op de hand van de PP, spreekt al over het «placebo-effect» van Zapatero: de patiënt – Spanje – zegt zich beter te voelen met Zapatero, maar eigenlijk doet hij niets

Onterechte kritiek, meent biograaf Oscar Campillo: «Tot nu toe heeft Zapatero precies gedaan wat hij tijdens de verkiezingen heeft beloofd. Hij heeft de Spaanse troepen uit Irak teruggetrokken, het onderzoek naar de aan slagen van 11 maart loopt volop (het dossier telt inmiddels vijftigduizend bladzijden, maar het is nog steeds geheim – rz) én hij is de dialoog aan gegaan met de pleitbezorgers van autonomie in Catalonië en Baskenland. Daarnaast heeft hij het voortouw genomen in de kritische her bezinning die in zijn ogen in Europa moet plaatsvinden op het buitenlandbeleid van de VS.

Zapatero is een politicus die met twee benen in de grote Europese traditie staat, en niet Angelsaksisch is georiënteerd, zoals Tony Blair, met wie hij ten onrechte veel wordt vergeleken. Het feit dat Blair in zijn presentatie een stuk mediterraner overkomt dan de altijd wat noordelijke, gesloten Zapatero, doet daar niets aan af. Bovenal is Zapatero heel wat meer socialist dan Blair ooit zal zijn.»

_______________________

Socialisme volgens José Socrates

Met het aantreden van José Socrates als premier van Portugal staat thans het gehele Iberische schiereiland onder socialistisch beheer. Gewezen milieuminister Socrates behaalde zelfs voor het eerst in de geschiedenis van de Partido Socialista (PS) een absolute meerderheid in het parlement en hoeft dus niet – zoals eerder gevreesd – te regeren met gedoogsteun van de gestaalde kaders van de Partido Comunista de Portugal (pcp) of de GroenLinks-achtige radicalen van het Bloc de Esquerda, partijen die het beide opvallend goed deden tijdens de jongste verkiezingen.

José Socrates is jong, modern, gaat scherp gekleed en maakte naam voor zichzelf met zijn beweging Novas Fronteiras (Nieuwe Grenzen), die zich tot doel heeft gesteld het nog altijd sukkelende Portugal de 21ste eeuw in te trekken. Bestrijden van de massale belastingontduiking, modernisering van de middeleeuwse medische zorg in het land en shocktherapie voor de hopeloos gestagneerde economie behoren tot de pijlers van het beleid dat Socrates wenst uit te dragen. Zijn grootste verrassing is de keuze van Diogo Freitas de Amaral als minister van Buitenlandse Zaken. Freitas de Amaral gold tot voor kort als het boegbeeld van de Portugese conservatieven. Hij is oprichter van de Partido do Centro Democrático Social (cds), een christen-democratische partij die het na de Anjerrevolutie van 1974 een tijdje goed deed en inmiddels is gefuseerd met de nieuw-rechtse Partido Popular, een hybride verzameling van monarchisten, Opus Dei- aanhangers en Berlusconi-achtige populisten. Inmiddels heeft het bestuur van de cds-pp het portret van oprichter Freitas de Amaral dat in de vertrekken van het partijkantoor hing, demonstratief verwijderd en opgestuurd naar het hoofdkwartier van de socialisten.

Freitas de Amaral is behalve politicus ook een gevierd schrijver van historische boeken over het glorieuze Portugese verleden. Maar dat was niet de reden dat Socrates zijn oog op hem liet vallen. Freitas de Amaral, die in 1995 voorzitter was van de Verenigde Naties, heeft de afgelopen jaren als geen andere politicus in Portugal zware kritiek geleverd op de War on Terrorism van George W. Bush. «De VS vormen de enige democratie in de wereld waar extreem rechts aan de macht is», aldus Freitas de Amaral in een artikel in 2002 waarin hij Bush beticht van machtsmisbruik in de traditie van Adolf Hitler en Mussolini.

Prompt werd hij van anti-Amerikanisme beschuldigd, waarop Freitas de Amaral liet weten dat hij pro-Amerikaans is, maar anti-Bush. Tot verontwaardiging van zijn oude partijgenoten liep Freitas de Amaral mee in diverse anti-oorlogs demonstraties en ageerde hij fel tegen wat hij «de anachronistische kruistocht tegen de as van het kwaad» noemt. Onder de vorige, centrum-rechtse regering van Durão Barroso en diens opvolger Santana Lopes ontwikkelde Portugal zich tot een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten in Irak.

Vorige week vrijdag ontving José Socrates, toen nog niet eens ingezworen als premier, al een telefoontje van het Witte Huis waarin Bush zijn zorgen kenbaar maakte over het aantreden van Freitas de Amaral als minister van Buitenlandse Zaken. Freitas liet de Amerikaanse ambassade in Lissabon daarop weten dat hij een voorstander is van «een terugkeer van de VS naar de normaliteit van multilateraal overleg, dialoog met Europa en diplomatieke betrekkingen als instrument om problemen op te lossen».