Een joint opsteken in Saartjies Garage

Johannesburg - Het is een bekend fenomeen. In het Moskou van de jaren tachtig hielden ze bij gebrek aan beter exposities in flats. In Rotterdam organiseert het hippe volk volgens partykoning Ted Langenbach tegenwoordig zijn eigen evenementen, omdat ze die massale, commerciële en agressieve dansfeesten spuugzat zijn. En in Johannesburg en Pretoria nodigen de alternatievelingen muzikanten bij hen thuis uit om daar te komen optreden. De meest uitgekristalliseerde en best georganiseerde versie daarvan is Saartjies Garage, aan 2nd Avenue in de wat verloederde wijk Melville.

Als genodigde loop je langs een met kaarsjes afgezet pad naar het huis, waar je wordt verwelkomd met een glaasje vonkelwyn. In de tuin staan lange tafels, gedekt met zwarte lakens. Kaarsen branden. Je schuift aan bij mensen die je niet of nauwelijks kent, maar met wie je binnen de kortste tijd in discussies over de voors en tegens van e-readers bent verwikkeld. Iedereen heeft flessen wijn meegebracht, die gul worden gedeeld. Het eten kost drie euro en is simpel en voedzaam: potjiekos, stampot met schapenvlees.

Schrijver Rian Malan wil aan tafel een joint opsteken, maar wordt door gastheer De Waal met zachte hand naar een ruimte naast het huis begeleid. Politie-invallen zijn niet ongebruikelijk in Melville. De Waal vertelt dat de evenementen in Saartjies Garage (vernoemd naar zijn kat) zijn ontstaan omdat geen enkele club in Johannesburg meer avonden organiseert voor muziekliefhebbers die te oud zijn om met wijsvinger en pink het duivelgebaar te maken bij bands als Cortina Whiplash. Natuurlijk, je hebt cabaretachtige plekken als Die Blou Hond, maar wat zijn die truttig.

Om negen uur, precies als het begint te onweren, begeeft iedereen zich naar de garage. Zo'n veertig mensen passen erin, gezeten op strobalen en plastic stoeltjes. Op de kleine verhoging zit Valiant Swart, een van de bekendste Afrikaner liedjesschrijvers wiens mix van country, folk en rock klassiekers heeft opgeleverd als het epische Mystic Boer. Al is het geluid erg matig, Valiant heeft er zin in. Tweeënhalf uur lang trakteert hij ons op een bloemlezing uit zijn carrire die inmiddels ruim twintig jaar beslaat. Tussendoor vertelt hij met de nodige zelfspot verhalen over ’life on the road’. ‘Rammstein uit Duitsland speelde hier onlangs in een volle Coca-Cola Dome’, zegt hij. 'En ik speel in een uitverkochte garage in Melville.’

Terwijl de onweersbui zich woedend boven de stad uitleeft zet hij Mystic Boer in, over die ongrijpbare, naar vrijheid hunkerende Afrikaner. 'Oor sy skouer met 'n vreemde grynslag/ en dans in die nánag met die maan/ oor sy skouer met 'n oog wat uitdaag/ kom nader, kom vra my my naam/ ek’s die Mystic Boer, die Mystic Boer.’ Het onweer sterft weg. De regen drupt wat na.