Het Casa Pia-schandaal in Portugal

Een juridische staatsgreep

Portugal is dit jaar volledig in de greep van het Casa Pia-schandaal. Een netwerk van pedofielen, waaronder allerlei prominenten uit politiek en media, zou zich jarenlang systematisch hebben vergrepen aan de ingezetenen van het grootste weeshuis van Lissabon. Maar inmiddels heeft de Casa Pia-zaak de schijn gekregen van een politieke afrekening tussen links en rechts.

LISSABON — Het Estabelecimento Prisional in Lissabon heeft capaciteit voor 887 gevangenen, maar door het grote aanbod van gedetineerden zitten er 1234. In de extra bewaakte afdeling van Blok F, 21 cellen groot, bevindt zich een opvallend gezelschap. Sinds vijf maanden verblijft hier de beroemdste tv-persoonlijkheid van het land, Carlos Cruz. Cruz gold tot zijn arrestatie als het journalistieke geweten van Portugal. Zijn cel bevindt zich naast die van Jorge Ritto, de voormalige Portugese topdiplomaat en ambassadeur. Tot anderhalve week geleden bevond zich hier ook Paulo Pedroso, ex-minister van Sociale Zaken en tot zijn arrestatie fractieleider van de Portugese Socialistische Partij (PS) in het parlement.

Pedroso is inmiddels vrijgelaten, maar geldt nog steeds als een van de dertien verdachten in het zogeheten Casa Pia-schandaal, vernoemd naar het grootste weeshuis van Lissabon, waar een crimineel-pedofiel netwerk, met vertakkingen in de hoogste geledingen van de Portugese samenleving, zo’n tien tot vijftien jaar geleden zijn slachtoffertjes vandaan zou hebben betrokken. Het drietal vormt volgens de jonge, ambitieuze onderzoeksrechter Rui Texeira de spil van een grootschalig georganiseerde bende, gericht op seksuele uitbuiting en mishandeling van minderjarigen. Het Casa Pia-schandaal heeft Portugal nu al een half jaar totaal in zijn greep en stortte het land in de grootste politieke crisis sinds de hete herfst van 1975, toen het postrevolutionaire Portugal werd opgeschrikt door bomaanslagen en bankovervallen van zowel extreem links als extreem rechts.

Gesproken wordt over een «juridische staatsgreep», bedoeld om de socialistische oppositie en haar aanhangers in de media monddood te maken. PS-peetvader Manuel Alegre, de beroemde dichter uit Coimbra en een van de grote helden van de Anjerrevolutie, vergeleek de «juridische terreur» tegen zijn partij al met de heksenjachten onder links die de geheime dienst Pide placht te houden in de tijd van dictator Salazar. Alegre, die een zetel heeft in het parlement, pleitte voor een speciaal congres van de Portugese socialisten om zich te beraden op de ontstane «noodsituatie», die hij vergelijkt met de toestand van Portugal voor de Anjerrevolutie van 25 april 1974. Dit keer zijn het niet spionnen en martelkamers die het werk doen, aldus Alegre, maar het openbaar ministerie en de populistische massamedia, meer in het bijzonder het oppermachtige commerciële tv-kanaal SIC van mediatycoon Balsemão Pinto, enkele jaren geleden nog de gastheer van koningin Beatrix tijdens de Bilderberg-conferentie in Sintra.

Alegres zware beschuldigingen zijn vooral gebaseerd op het feit dat de SIC-televisie, daarbij ondersteund door het eveneens in handen van Balsemão Pinto verkerende populaire weekblad Expresso, voortdurend de hand weet te leggen op allerlei geheim onderzoeksmateriaal van het Casa Pia-onderzoek van het openbaar ministerie. Zo strooide het SIC-journaal begin deze week weer met een lading verslagen van door justitie afgeluisterde gesprekken tussen diverse kopstukken van de PS. Dat was opmerkelijk, zo niet verontrustend, want de Casa Pia-zaak verkeert formeel nog in de fase van vooronderzoek. De dertien mensen die door onderzoeksrechter Rui Texeira als verdachten zijn aangemerkt (naast de reeds genoemde kopstukken van de Portugese maatschappij ook de geliefde tv-komiek Herman-José, de advocaat Hugo Marçal, de arts Fereira Diniz en enkele oud-medewerkers van Casa Pia zelf) zijn nog nergens officieel van beschuldigd. Voor zover zij zich in de gevangenis bevinden, is dat in het kader van de «preventieve hechtenis», vanwege «de gecompliceerdheid van het onderzoek». Komiek Herman-José is ondanks het feit dat hij als verdachte is aangemerkt nog iedere week op tv te zien met een avondvullend programma. Het is hoogst ongebruikelijk om in zo’n stadium van vooronderzoek allerlei bewijsmateriaal via de media naar buiten te brengen.

Met name secretaris-generaal Ferro Rodrigues van de PS werd door de gepubliceerde telefoontaps in het nauw gebracht. In een afgeluisterd gesprek met een partijgenoot op zijn mobiele nummer bleek Ferro Rodrigues vijf maanden geleden, aan de vooravond van de arrestatie van Paulo Pedroso, alles in het werk te hebben gesteld om zijn partij genoot uit handen van justitie te redden. Hij zou daartoe ook contact hebben opgenomen met de Portugese president, Jorge Sampaio, eveneens een partijgenoot. De suggestie was duidelijk: de PS heeft voorkennis van het juridisch onderzoek naar Casa Pia en deed alles om een rechtsgang te vermijden. Het ergste van alles was dat de afgeluisterde Ferro Rodrigues geen blad voor de mond nam, en, zo blijkt uit de gepubliceerde verslagen van de telefoontaps, op een gegeven moment uitriep: «Tou-me cagando no segredo da justiça», te vertalen als: «Ik schijt op het juridische ambtsgeheim.» Ferro Rodrigues reageerde geschokt met de verklaring dat er «duistere krachten» in het spel zijn, die het hebben gemunt op «de liquidatie van de leiding van de PS».

Dit alles speelde zich afgelopen weekend in de Portugese media af, en het is het zoveelste bedrijf in de surrealistische soap die het Casa Pia-schandaal is geworden. De publicatie van de telefoontaps kan worden beschouwd als een represaillemaatregel voor de grote overwinning die de socialisten een week eerder konden vieren in de Casa Pia-zaak. Na vier maanden in preventieve hechtenis werd Paulo Pedroso, de 38-jarige politicus uit Setúbal die tot zijn arrestatie als een van de grootste talenten van de PS werd beschouwd, op vrije voeten gesteld. Hij werd linea recta overgebracht naar het Portugese parlement, alwaar hij onder luid applaus van de verzamelde socialisten in de armen werd gesloten door partijleider Ferro Rodrigues.

Pedroso geldt nog steeds als verdachte in de Casa Pia-zaak, maar het hoger gerechtshof, het Tribunal da Relação, oordeelde twee weken geleden dat het tot dusver vermelde bewijsmateriaal diens preventieve hechtenis niet rechtvaardigde. Inderdaad zijn de tot nu toe bekend geworden feiten in de zaak verre van overtuigend. Het gaat om verklaringen van ex-Casa Pia-leerlingen, die nu in de regel in de twintig zijn, dat zij als kind seksueel zijn misbruikt door personeel van de zorginstelling en allerlei prominente Portugese burgers. Ze zouden als kind het slachtoffer zijn geworden van een prostitutienetwerk, waarvan de Portugese «high society» gretig gebruik zou hebben gemaakt. Maar de getuigenissen van deze gewezen Casa Pia-ingezetenen zijn tot dusver allemaal anoniem gebleven. De wijze waarop de vermeende slachtoffers hun belagers hebben geïdentificeerd — in het geval van Pedroso op basis van een enkele oude krantenfoto — doet ook weinig overtuigend aan. Van directe confrontatie tussen de verdachten en de slachtoffers is geen sprake geweest. Tegenstanders van het «televisionaire heksenproces» van Casa Pia zijn dan ook van mening dat de verklaringen van de ex-leerlingen zijn gemanipuleerd, met als politiek oogmerk de vernietiging van de socialistische partij.

De aanhangers van deze complottheorie kregen zaterdag weer morele steun, toen een andere gedetineerde Casa Pia-verdachte, de advocaat Hugo Marçal, eveneens op last van het Tribunal da Relação op vrije voeten werd gesteld. In zijn geval bleek de beschuldiging van deelname aan een crimineel-pedofiel netwerk te stoelen op de verklaring van één enkele getuige. Het gerechtshof sprak dan ook van «niet geloofwaardige» getuigenissen. Het juridische kaartenhuis van onderzoeksrechter Rui Texeira, die volgens zijn tegenstanders de misplaatste ambitie heeft net zo veel spektakel te leveren als zijn Spaanse collega Balthasar Garzón (bekend van de zaak-Pinochet), dreigt in elkaar te storten nog voordat de rechtsgang van de Casa Pia-zaak echt is begonnen.

Een extra klap voor de immer in spijkerpak gestoken onderzoeksrechter was dat de vuilcontainers voor zijn kantoor het afgelopen weekeinde vol bleken te zitten met vertrouwelijke documenten uit de Casa Pia-zaak en werden gevonden door journalisten. Een blamage, vooral omdat Rui Texeira dag na dag hamert op de heiligheid van het «juridisch ambtsgeheim». Texeira deed er alles aan om de vrijlating van Marçal te verhinderen. Nadat het Tribunal vorige week woensdag zijn vrijlating had gevorderd, werd Marçal na drie minuten in vrijheid te hebben doorgebracht weer gearresteerd op last van Rui Texeira. Pas afgelopen weekend, na een marathonverhoor van ruim dertig uur, werd de advocaat definitief op vrije voeten gesteld.

Inmiddels spreekt de bekende Portugese journaliste Judith de Sousa van de staatsomroep RTP van een «gevecht tussen de juridische en de politieke klasse». Daarbij vergeet ze dat die politieke klasse tot nu toe exclusief beperkt is gebleven tot het socialistische deel. De vrijlating van Paulo Pedroso was dan ook een belangrijke overwinning voor de socialisten, die hun verloren zoon met alle égards ontvingen in het parlement. De regeringspartijen PSD en PP waren niet geamuseerd en spraken er schande van dat de socialisten het parlement hadden misbruikt voor een «Big Brother-show». Pedroso toonde zich ondanks de zware beproevingen in de gevangenis ongebroken. Opvallend genoeg verklaarde hij dat hij in de gevangenis nog de meeste steun kreeg van een medegevangene die in de hete herfst van 1975 bomaanslagen had gepleegd uit naam van extreem rechts.

Pedroso is vastbesloten te vechten voor zijn totale rehabilitatie. Bij zijn terugkomst in het parlement, waar hij zijn werk als volksvertegenwoordiger inmiddels heeft hervat, verklaarde hij ervan overtuigd te zijn dat er Casa Pia-kinderen zijn misbruikt, maar dat hij daar zelf niets mee te maken heeft. De gewezen minister van Sociale Zaken onder de socialistische premier Antonio Guterres zegt het slachtoffer te zijn geworden van een kafka eske juridische nachtmerrie, en belooft alles in het werk te stellen om uit te vinden wie achter deze juridische machinaties zitten. «Ik vergeef niet», zo verklaarde Pedroso in een interview met het weekblad Focus. Pedroso’s fractiegenote Ana Gomes, de gewezen ambassadrice van Portugal in Jakarta tijdens de crisis in Oost-Timor, ging al een stap verder en eiste in het parlement op hoge toon een justitieel onderzoek naar beschuldigingen in het Franse weekblad Le Point als zouden twee ministers van de huidige centrum-rechtse regering onder leiding van premier Durão Barroso zich schuldig hebben gemaakt aan pedofiele praktijken.

Ook de advocaat van Paulo Pedroso, zijn broer João, tot voor kort lid van het Portugese hooggerechtshof, deed zich gelden in de vendetta tegen de regering. Toen zijn broer nog in de gevangenis zat, verklaarde João Pedroso over sterke aanwijzingen te beschikken dat de Casa Pia-zaak wat de media betreft werd gecoördineerd vanuit het hoofdkwartier van de huidige minister van Defensie Paulo Portas, de enigmatische leider van de nieuw-rechtse regeringspartij Partido Popular. Portas, oud-journalist, zou de Casa Pia-zaak hebben aangezwengeld om de aandacht af te leiden van een ander politiek schandaal dat Portugal de afgelopen jaren in zijn greep heeft gehouden, de rechtszaak rond de Universi dade Moderna in Lissabon, die in het verleden zou hebben gefungeerd als een geheim maçonniek netwerk dat illegaal handelde in onder meer wapens en diamanten. In het verleden is Paulo Portas als ex-bestuurslid van de Universidade Moderna regelmatig beschuldigd van participatie in deze praktijken.

Momenteel loopt nog steeds een onderzoek naar de kwestie bij de rechtbank in Monsanto, waar Paulo Portas als getuige werd gehoord. Maar het veel mediagenieker geweld van de Casa Pia-zaak overvleugelde de Universidade Moderna-zaak op alle fronten. Het grote publiek en de pers toonden weinig belangstelling voor het ingewikkelde proces. Als Paulo Portas de Casa Pia-zaak — een dossier dat nog stamt uit de tijd van de eerste regering-Guterres — inderdaad bewust heeft willen aanzwengelen om de aandacht af te leiden van de lijken in zijn eigen kast, dan is hij daar met vlag en wimpel in geslaagd. Overigens ontkende premier Durão Barroso, van de grootste regeringspartij PSD, beschuldigingen in die richting afgelopen week in alle toonaarden, en beklemtoonde nogmaals de absolute autonomie van de Portugese justitie.

Bij het progressieve dagblad Público lijkt men inmiddels de buik vol te hebben van het Casa Pia-schandaal. De krant wijdde afgelopen week de satirische zaterdagbijlage aan de stand van politiek Portugal, waarbij werd gesteld dat niet pedofilie het meest acute probleem in die sector is, maar «platonische gerontofilie», met andere woorden: de oppermacht van de oude mannen.

_________________________________

Portugese non redt de paus

Nergens ter wereld wordt het 25ste jubileum van het pontificaat van Z.H. Paus Johannes Paulus II met meer passie gevierd dan in Portugal. In het bedevaartsoord Fátima werd afgelopen week met massale overgave gebeden voor het behoud van het leven van de Poolse paus, die door de devote Portugezen als een van hen wordt beschouwd. Speciaal voor de gelegenheid gaf de laatste in leven zijnde zieneres van de kerkelijk goedgekeurde Maria-verschijningen van 1917 in Fátima, de inmiddels 96-jarige non Lúcia dos Santos, vanuit haar klooster in Coimbra een exclusief interview aan de katholieke tv-zender TVI.

Lúcia verklaarde dat ze in een nieuw visioen te horen had gekregen dat God de huidige paus beschouwt als «de belangrijkste vertegenwoordiger van de christenheid in de wereldgeschiedenis» en dat de rol van de Heilige Vader op aarde daarom nog lang niet is uitgespeeld. De aanbeden Lúcia hield het interview kort. Maar voor de lijdende paus in Rome was haar verklaring ongetwijfeld een grote troost.

Johannes Paulus II is een overtuigd voorstander van het wonder van Fátima. Sterker nog, hij zegt dat hij er zijn leven aan te danken heeft. De aanslag op zijn leven die op 13 mei 1981 op het Sint-Pietersplein in Rome werd uitgevoerd door de Turkse Grijze Wolf Ali Agça, vond plaats op dezelfde dag als waarop Onze Lieve Vrouw van Fátima in 1917 voor het eerst zou zijn verschenen aan de toen tienjarige Lúcia en haar nichtje Jacinta en neefje Francisco. Als een speciaal teken beschouwde de paus het feit dat Ali Agca hem bij de moordaanslag niet goed kon raken doordat hij zich precies op het moment dat de schoten vielen, vooroverboog in de pausmobiel om een button te bestuderen van de Heilige Moeder van Fátima, die een klein meisje op haar jas had gespeld. Dit miraculeuze incident zou de paus ervan overtuigd hebben dat het Fátima-mysterie een cruciale rol speelde in zijn leven, aldus zijn biograaf Malachi Martin, gewezen docent van het Pontificale Bijbelse Instituut van het Vaticaan.

In het ziekenhuis herstellend van de schotwond liet de paus de tot dan toe als topgeheim gekoesterde brief van zieneres Lúcia met het zogeheten «derde geheim van Fátima» naar zich toe brengen en voorlezen.

Vanaf dat moment waren er voor de paus geen twijfels meer: de aanslag op zijn leven was voorzien door de Portugese Maria-verschijning van 1917. «Een hand haalde de trekker over, de andere hand geleidde de kogel», verklaarde hij. Precies een jaar na de aanslag, op 13 mei 1982, toog de paus voor het eerst in zijn leven naar Fátima. Als dank voor de goddelijke interventie liet de paus de kogel die Ali Agça op hem had afgevuurd, inzetten in het standbeeld van Onze Lieve Vrouw van Fátima. Bij die gelegenheid had Johannes Paulus II een twintig minuten durende ontmoeting met zieneres Lúcia.

Op 13 mei 1991 toog de paus weer naar Fátima. Dit keer om de Heilige Maagd te prijzen voor haar inspanningen versus het heidense communisme. Want ook daarover zou Maria tijdens haar verschijning van 1917 uitgebreid met Lúcia hebben gesproken. Als demonstratie van de triomferende wil van de Heilige Maagd werd op het terrein van het heiligdom een groot stuk uit de Berlijnse Muur tentoongesteld.

Drie jaar geleden liet de paus het derde geheim van Fátima eindelijk openbaar maken door kardinaal Ratzinger. Dit geheim, zo was de publieke opinie altijd geweest, was «te verschrikkelijk om te vertellen». Men dacht aan een aankondiging van de Apocalyps, of de Derde Wereldoorlog, of toch op z’n minst een atoomramp. Nu bleek het te gaan over de mislukte moordaanslag op Johannes Paulus II, die Lúcia in een door Maria gestuurd visioen had gezien. De meeste schriftgeleerden die zich na de bekendmaking op het geheim stortten, konden overigens maar moeilijk meegaan in deze interpretatie. Uiteindelijk werd deze paus noch vermoord, zoals in het visioen van Fátima, noch «bedolven onder pijlpunten», zoals de tekst van het gereleveerde geheim wil. Portugese tegenstanders van Lúcia (die zijn er ook) kwalificeerden de uitverkoren non als een «fantastische mythomane die het als romanschrijfster nog ver zou hebben geschopt». Die kritiek van ongelovigen zal de paus een zorg zijn. Het wonder van Fátima is zijn grootste wapen in het «geopolitieke eindspel», aldus zijn biograaf Malachi Martin. René Zwaap