Onderzoek: Belastingparadijs Nederland

Een kamerplant doet wonderen

Nederland is het belangrijkste belastingparadijs voor Zuid-Afrikaanse bedrijven, blijkt uit onderzoek van De Groene en het Zuid-Afrikaanse weekblad Mail & Guardian. De Zuid-Afrikaanse overheid loopt hierdoor miljarden aan belastingopbrengsten mis.

Medium gorilla 160826

Over het onderzoek

Deze dubbelpublicatie van De Groene Amsterdammer en het Zuid-Afrikaanse weekblad Mail Guardian kwam mede tot stand dankzij het Connecting Continents-fonds van het Journalismfund en een crowdfunding via Yournalism. Journalisten werkten namens beide media gezamenlijk aan de totstandkoming van dit artikel.

We maakten voor dit onderzoek gebruik van een internationale database met daarin informatie over bedrijven en hun aandeelhouders. Op basis daarvan stelden we een lijst samen van relevante dochterondernemingen van de twintig grootste bedrijven van Zuid-Afrika. Daarop volgde een analyse van zo’n 170 jaarverslagen van hoofd- en dochterondernemingen. Die gegevens zijn aangevuld met data afkomstig van onder meer De Nederlandsche Bank en het Internationaal Monetair Fonds, interviews en een literatuurstudie.


Ismael Belela stampt op de grond, zijn voetafdruk blijft achter in de rode aarde. ‘Hier waar ek trap, my seun moet nie in dieselfde plek trap nie.’ Hij spreekt Afrikaans in het dialect van de provincie Noordwest die na de afschaffing van de apartheid ontstond op de grens met Botswana. De grote hoeveelheden koeien en schapen die er grazen zijn een erfenis van de Boeren, nazaten van de Nederlanders, die hier halverwege de negentiende eeuw met hun vee naartoe trokken.

Belela werkt op een boerderij met maïs en schapen. Hij wijst naar een zak maïskolven. ‘Daar hebben we er duizenden van. We tillen ze op onze schouders, zak voor zak. Het is goed werk en ik ben er trots op, maar het is ook zwaar. Ik wil niet dat mijn zoon later hetzelfde moet doen.’ Hij is 34 jaar oud, zijn zoon is zes. Belela heeft dus nog een paar jaar om te sparen voor een opleiding met toekomstperspectief, geen vanzelfsprekendheid voor de arme, zwarte bevolking.

Hij reageerde dan ook enthousiast toen hij een jaar of tien geleden in de krant las over een nieuw beleggingsplan. De overheid wilde dat bedrijven en hun aandeelhouders een betere afspiegeling van de bevolking zouden zijn. Bedrijven die niet meewerkten, dreigden de overheid als opdrachtgever te verliezen. Het probleem was dat de doelgroep te arm was om aandelen te kunnen kopen. Sommige bedrijven besloten dit daarom zelf te bekostigen.

In zijn lijfblad Beeld las Belela over het empowerment-programma Welkom Yizani. De krant is eigendom van mediabedrijf Media24, dat onderdeel is van mediabedrijf Naspers. Wie tot de doelgroep behoorde kon zich voor tien rand (0,67 euro) per aandeel inkopen in het bedrijf. Een goed aanbod, want de aandelen waren vijftig rand (3,35 euro) waard. Naspers financierde het verschil en schermde de nieuwe aandeelhouders af voor eventuele schuldeisers. In theorie klonk het fantastisch.

De kranten van Media24 gooiden hun volle gewicht in de strijd. Zolang de economie, en daarmee de advertentiemarkt, bleef groeien, zat het met zijn rendement wel goed, dacht Belela. En dus klopte hij aan bij zijn baas, de schapenhouder en maïsboer Jasper van Zyl. Die was al even enthousiast. Van Zyl: ‘Mijn eerste reactie was: zo zou het systeem moeten werken. Families kregen zo kansen die ze nooit eerder gehad hadden. Dus zei ik tegen ze: “Blanke mensen behandelen jullie vaders slecht, maar dat gaat nu veranderen.”’ Van Zyl gaf Belela en zijn collega’s een lening. Trots las Belela in Beeld dat hij zich mocht scharen onder grote Afrikanen met aandelen in het bedrijf, zoals zangeres Yvonne Chaka Chaka, ‘prinses van Afrika’, en de nationale rugbyheld Breyton Paulse.

Maar toen werd het stil. Het deel waarin Belela en andere armlastige Afrikanen hadden geïnvesteerd, waar de krantentitels onder vielen, bleek losgeknipt van de rest van het bedrijf en is nu een stuk minder waard dan gedacht. Het is een van de consequenties van de extreem ingewikkelde bedrijfsstructuur die Naspers ooit heeft opgezet om de macht van de oude aandeelhouders te beschermen en die nu goed van pas komt om in Zuid-Afrika en Nederland belasting te ontwijken (zie kader).

Het is het einde van de middag en de splinternieuwe kantoorpanden rond de Taurusavenue in Hoofddorp lopen leeg. Uit het zwartrode, bakstenen Europese hoofdkantoor van Naspers komt een man in houthakkersbloes naar buiten. Twee vrouwen van in de dertig spreken Engels tegen elkaar als ze tegen de stroom in van het station naar het gebouw lopen. Boven op het pand staat een grote satellietschotel. Decoratief of niet, Naspers laat zien dat het in contact staat met de wereld.

Naspers biedt betaaltelevisie aan door heel Afrika en online diensten over de hele wereld. Een eeuw geleden begon het bedrijf onder de naam Nasionale Pers als uitgever van Zuid-Afrikaanse dag- en weekbladen en daarmee kreeg het ook een stevige smet op het blazoen. Daniel François Malan, voormalig hoofdredacteur van Die Burger, was een van de belangrijkste architecten van de apartheid. Decennialang bleef de krant de voornaamste spreekbuis van de Nasionale Party en haar beleid. Voor de waarheidscommissies van de jaren negentig, die verzoening met het verleden moesten brengen, boden 127 journalisten hun excuses aan. Vorig jaar deed de bedrijfsleiding hetzelfde.

De inkomsten uit traditionele media investeerde Naspers in verschillende technologiebedrijven, waaronder internetbedrijven in opkomende economieën. Al in 2001 kocht het bedrijf aandelen in het Chinese internetbedrijf Tencent, onder meer bekend van WeChat en Weibo, respectievelijk de Chinese WhatsApp en Twitter. Later volgden belangen in het Russische internetbedrijf Mail.ru, dat eigenaar is van VKontakte en Odnoklassniki, het Facebook en de LinkedIn van Rusland. Daarnaast heeft het belangen in online winkels in onder meer India en het Midden-Oosten.

Medium gorillafinal
‘Internationale bedrijven kunnen eenvoudig gebruik maken van fiscale verschillen en zo hun winstbelastingdruk verlagen’

Hoewel het hoofdkantoor in Kaapstad staat, loopt wat Naspers zijn ‘agressieve uitbreidingsstrategie’ noemt via Hoofddorp. De Nederlandse banden groeiden historisch. Zo woonde voormalig topman Koos Bekker in Nederland en maakte hij hier zijn eerste grote klapper toen hij namens Naspers het Nederlandse abonneetelevisiekanaal Filmnet verkocht.

De keuze voor Nederland heeft echter ook fiscale redenen, zo bewijst een rechtszaak die Naspers de voorbije jaren voerde tegen de Nederlandse Belastingdienst. In vakkringen staat die te boek als de Mauritiuszaak. Uit geanonimiseerde rechtbankuitspraken die wij lazen voor dit onderzoek blijkt dat het bedrijf een kleine tien jaar geleden één miljard dollar ophaalde bij investeerders om zo vijf investeringen in internetbedrijven te bekostigen. Het opgehaalde geld belandde via een rentevrije lening bij een dochterbedrijf op Mauritius, een belastingparadijs voor de kust van Madagaskar. Vanuit Mauritius ging het geld als een lening met rente naar Nederland.

Het voordeel daarvan is dat de rente die het bedrijf in Nederland moet betalen aftrekbaar is van de belasting, terwijl het bedrijf in Mauritius geen belasting hoeft te betalen over de rente-inkomsten uit Nederland. Dit is typisch een voorbeeld van de mismatch tussen twee belastingsystemen, stelt fiscaal econoom Ruud de Smit. Hij werkt voor de Erasmus Universiteit en is een van de weinige academici in zijn vakgebied die niet tegelijkertijd werkzaam zijn voor een advocaten- of accountantskantoor. ‘Een mismatch betekent dat je gebruik maakt van het feit dat er in verschillende landen verschillende belastingregels zijn. Internationale bedrijven kunnen eenvoudig gebruik maken van die fiscale verschillen en zo wereldwijd hun winstbelastingdruk verlagen.’ Naspers haalde zo dubbel voordeel: een aftrekpost van dertien miljoen euro in Nederland over de aan Mauritius betaalde rente, belastingvrije rente-inkomsten op Mauritius.

Maar de Nederlandse Belastingdienst ging niet akkoord met die aftrekpost, waarop Naspers naar de rechter stapte. Zomer vorig jaar stelde de Hoge Raad de Belastingdienst in het gelijk. Naspers zei zakelijke redenen te hebben om het geld via Mauritius te sturen, maar volgens de rechter was de echte reden de belasting te ontwijken. De rechter verwees de zaak door naar het gerechtshof in Den Haag. Naspers trok de zaak in voordat het tot een uitspraak kwam. De Smit: ‘Fiscalisten zien dit als best een strenge uitspraak. De rechter zegt eigenlijk dat een multinational die allerlei interne leningen verstrekt en de rente daarop van de belasting af wil trekken hard moet kunnen maken dat daarvoor zakelijke redenen zijn. De redenen voor dit soort geldstromen binnen multinationals zijn bijna altijd fiscaal.’ Het ministerie van Financiën wil niet op de zaak ingaan op grond van geheimhoudingsplicht. Naspers liet meerdere verzoeken om op dit artikel te reageren onbeantwoord.

In ons onderzoek, dat gelijktijdig plaatsvond in Nederland en Zuid-Afrika, zoomen we in op Zuid-Afrikaanse bedrijven om zo de rol van Nederland in de belastingontwijking door multinationals concreet te kunnen maken. Hierbij is het goed om te weten dat ons land met circa honderd landen vergelijkbare handels- en belastingakkoorden heeft als met Zuid-Afrika. >

Van de landen die bekendstaan om hun gunstige belastingklimaat is Nederland veruit de belangrijkste bestemming voor Zuid-Afrikaanse multinationals die hun inkomsten veilig willen stellen, blijkt uit onze inventarisatie. Veertien van de twintig grootste bedrijven aan de aandelenbeurs van Johannesburg in Zuid-Afrika hebben één of meer dochterondernemingen in Nederland geregistreerd. In totaal zijn deze bedrijven goed voor 249 inschrijvingen bij de Nederlandse Kamer van Koophandel (zie tabel). Met dit aantal staan we met stip op de eerste plek in de top-twaalf van ‘respectabele’ belastingparadijzen als Luxemburg, Mauritius en de Britse Maagdeneilanden.

Illustratief voor de manier waarop kapitaal via Nederland de wereld rond vliegt is het Zuid-Afrikaanse vastgoedfonds New Europe Property Investments (nepi), dat overwegend in Zuid-Afrikaanse handen is. Via een kantoor in Amsterdam-Oud-Zuid investeert het fonds in vastgoedprojecten in Oost-Europa, blijkt uit de jaarverslagen. Het geld staat gestald bij het hoofdkantoor op Isle of Man, een belastingparadijs voor de westkust van het Verenigd Koninkrijk waar belastingen op dividenden of vermogens niet bestaan. Van daaruit ging de voorbije jaren ruim een miljard euro aan leningen naar Nederland, waar het geld weer werd geleend aan dochterbedrijven in Oost-Europa die daarvan winkelcentra bouwen. Het Nederlandse bedrijf ontvangt vaste, hoge rentes uit Oost-Europa en keert die uit aan het hoofdkantoor op Isle of Man. Daarbovenop komen nog wat royalty’s, zodat in Nederland echt niks overblijft. Door dit spel met rentes en vergoedingen verdwijnt jaarlijks zestig tot zeventig miljoen euro tegen 0,6 procent belasting naar een belastingparadijs. Zonder de omleiding via Nederland zou over de rente-inkomsten tien tot twintig procent belasting moeten worden betaald.

Het bestuur van nepi laat in een reactie weten dat deze constructie aan alle regels voldoet en onderdeel is van de bedrijfsactiviteiten. De keuze voor Nederland schrijft het toe aan het gunstige en internationale bedrijfsklimaat en het lidmaatschap van de EU. ‘Ook de goede internationale betrekkingen van Nederland, en de belasting- en investeringsverdragen met landen in Centraal- en Oost-Europa zijn voor nepi redenen om zich in Nederland te vestigen.’

De zo abstracte wereld van het grenzeloze kapitaal kwam dankzij de Panama Papers eerder dit jaar vol in de belangstelling. Een jaar lang verdiepten journalisten wereldwijd zich in miljoenen gelekte mails, pdf’s en andere documenten van het juridisch advieskantoor Mossack Fonseca Co, gevestigd in belastingparadijs Panama. Niet eerder werd zo duidelijk hoe wijdverspreid belastingontduiking is. Of het nu ging om zakenmannen, voetballers, politici of de georganiseerde misdaad: iedereen kon bij Mossack Fonseca aankloppen voor zijn of haar eigen brievenbusmaatschappij in een land met gunstig belastingklimaat naar keuze.

Die onthullingen kwamen een jaar nadat de LuxLeaks inzicht hadden gegeven in de belastingafspraken-op-maat die de Luxemburgse fiscus aanbiedt. Krap twee jaar eerder stond het Verenigd Koninkrijk op z’n kop toen bleek dat koffieketen Starbucks jarenlang nauwelijks belasting betaalde. Starbucks drukte de winsten door grote bedragen aan royalty’s te betalen aan het kantoor in Amsterdam. Hier stond de techniek om koffiebonen te branden geregistreerd, waardoor in Engeland nauwelijks iets overbleef om te belasten. Je hoeft maar op papier aan te tonen dat het intellectueel eigendom van je bedrijf in Nederland is gestald, en je betaalt ineens nauwelijks nog belasting.

Belastingvrije royalty’s en rente naar het buitenland worden vaak de ‘kroonjuwelen’ van het Nederlandse belastingstelsel genoemd. Een derde kroonjuweel is de deelnemingsvrijstelling, die voorkomt dat winst die elders al belast is niet nog eens wordt belast. Ook kun je hier met de Belastingdienst om de tafel gaan zitten om verrassingen in de toekomst voor te zijn.

‘Multinationals zien belastingen als kosten, niet als een bijdrage’

‘Multinationals zien belastingen als kosten, niet als een bijdrage’, legt belastingadviseur Jeroen van der Linden de gedachtegang in het internationale bedrijfsleven uit. In het verleden werkte hij voor grote accountancykantoren, maar nu heeft hij zijn eigen adviespraktijk aan de Amsterdamse Sarphatistraat waar hij met vier medewerkers middelgrote internationale bedrijven van fiscaal en juridisch advies voorziet. ‘Zie het als huur: je huurt een winkelpand of een kantoorruimte, en daarvoor betaal je huur. Hoe minder huur je betaalt, hoe meer winst je overhoudt om andere dingen mee te doen.’

Van der Linden vindt dat sommige belastingadviseurs ‘wat scherp voor de wind varen’, maar wil ook graag de andere kant van het verhaal belichten. ‘Mensen denken dat belastingadviseurs in de achterkamertjes de hele dag spannende structuren aan het verzinnen zijn. Maar waar het vooral om gaat is dat internationale bedrijven niet twee keer dezelfde belasting willen betalen.’ Hij geeft een voorbeeld dichter bij huis. ‘Stel dat jij een half jaar in Frankrijk en een half jaar in Nederland werkt. Je verdient vijftigduizend euro. In Nederland betaal je daarover veertig procent belasting en in Frankrijk vijftig procent. Als die twee landen dat allebei zouden innen, zou je 45.000 euro belasting moeten betalen. Gelukkig is er een verdrag om dat te voorkomen. Maar stel nou dat in dat verdrag staat dat de heffing afhankelijk is van hoe lang jij in het land bent. Jij hebt dan de keuze om één dag eerder terug te gaan naar Nederland en zo vijfduizend euro te besparen. Ben je dan met agressieve tax planning bezig? Het wordt een ander verhaal als je daarvoor eerst moet omrijden via Gibraltar en allerlei gekke dingen moet doen om dat voor elkaar te krijgen.’

Medium gorilla 1 final

Dat winst niet dubbel belast moet worden, daar zal niemand het mee oneens zijn. Wel is de laatste jaren een hevige discussie ontstaan over de industrie van belastingplanners die creatieve belastingontwijking tot kunst hebben verheven. Hierdoor is het mogelijk dat sommige multinationals niet alleen die dubbele heffing voorkomen, maar zelfs niet of nauwelijks belasting betalen. Het voorkomen van, in jargon, double taxation leidt dus vaak tot double non-taxation. Allemaal volgens de regels, maar misschien niet precies zoals die regels bedoeld zijn. Daarbij helpt het niet dat landen onderling met elkaar concurreren om het aantrekkelijkste vestigingsklimaat voor bedrijven te hebben. Zo kondigde Groot-Brittannië kort na het Brexit-referendum aan de winstbelastingen te verlagen zodat bedrijven niet zouden vertrekken.

De huisaccountant, vaak afkomstig van een van de big four van grote accountancykantoren, gaat met de bedrijven actief op zoek naar mismatches tussen belastingsystemen van verschillende landen, vertelt een adviseur van Deloitte ons op voorwaarde van anonimiteit. Een vestiging is voldoende om van de regels daar gebruik te mogen maken. Daarvoor moet je het bedrijf soms wel ‘een beetje aankleden’, legt hij uit. Een bedrijf moet namelijk voldoende substantie hebben, oftewel kunnen aantonen dat in de Nederlandse vestiging ook echt iets gebeurt. Zo schreef de website 925.nl dat het hebben van een kamerplant voor de Amsterdamse belastinginspecteurs al voldoende is. Want een echt bedrijf zorgt voor een goede werkomgeving en heeft dus een plant op kantoor staan.

Op vrijdagmiddag, aan het einde van de vakantie, is er weinig bedrijvigheid in deze uithoek van het bedrijvenpark rond station Sloterdijk in Amsterdam-Nieuw-West. Een aantal panden met hoge pilaren voor de ingang en wit gepleisterde muren staat rond een groen perkje.

Als we bij de receptie vragen of we iemand van het mijnbedrijf BHP Billiton mogen spreken, gaat de receptioniste wat moeilijk verzitten. Ze mag niet met journalisten praten, zegt ze.

Nu was dat ook een flauwe vraag. In de jaarstukken van het Nederlandse kantoor van BHP Billiton lazen we al dat hier niemand op de loonlijst staat. We zijn namelijk bij Citco, een van de bijna driehonderd trustkantoren die Nederland rijk is. Ze vormen een belangrijke schakel in de machinerie van de grenzeloze geldstromen. Of je nu bandlid van U2 of directeur van Walmart bent: tegen betaling leveren zij diensten als een postadres of een bestuurder, waardoor je op papier in Nederland gevestigd bent en dus gebruik kunt maken van de Nederlandse belastingregels.

Dat leidt geregeld tot controverses. Zo schreef NRC Handelsblad in juni nog hoe trustkantoor tmf het mogelijk maakte dat in Mozambique honderden miljoenen door de staat geborgde leningen buiten de begrotingen en het toezicht van het parlement bleven. imf-baas Christine Lagarde zag daarin een manier om corruptie te verdoezelen. Het gevolg: hulpprogramma’s werden nog eens tegen het licht gehouden of stopgezet, de inflatie schoot omhoog en de waarde van de nationale munt halveerde.

Ook Zuid-Afrikaanse bedrijven maken volop gebruik van de Nederlandse trustindustrie, blijkt uit cijfers die we opvroegen bij De Nederlandsche Bank. De voorbije jaren stond gemiddeld twintig miljard euro direct afkomstig uit Zuid-Afrika gestald bij Nederlandse brievenbusmaatschappijen. Geld dat via een omweg uit Zuid-Afrika naar Nederland komt, is hier niet eens bij opgeteld.

In dit ene pand bij Sloterdijk houden volgens de Kamer van Koophandel een kleine duizend bedrijven kantoor: van oliebedrijven tot supermarktketens en investeringsmaatschappijen. En dus ook BHP Billiton, het grootste mijnbedrijf ter wereld, dat in Zuid-Afrika de afgelopen jaren steenkool en aluminium uit de grond haalde en ook in Johannesburg aan de beurs genoteerd is. Bij de Nederlandse brievenbus van de firma ging er het afgelopen jaar maar liefst een miljard euro in en uit, zonder dat hier ogenschijnlijk iets gebeurde. Het bedrijf houdt in een reactie vol in Nederland marketingactiviteiten te ontplooien, maar gaf daarop geen toelichting.

bhp begon als Nederlands bedrijf, opgericht nadat drie Nederlanders in 1851 tin vonden op Billiton, een eiland in de oksel van Sumatra. De oprichting van de NV Billiton Maatschappij, tien jaar later, luidde een honderd jaar lange en uiterst lucratieve tinwinning op het eiland in waarvan zelfs de koninklijke familie als grootaandeelhouder een graantje meepikte. Tegenwoordig is bhp echter in Britse en Australische handen. Vorig jaar ontstond in Australië een controverse toen een senaatscommissie die belastingontwijking onderzocht onthulde dat bhp gebruik maakte van wat in accountancytaal de Singapore sling heet, vernoemd naar een populair drankje met gin en kersenlikeur.

Dat ging als volgt. bhp vestigde zijn marketingafdeling in Singapore, een stadstaat met lage belastingen en een belastingdienst die open staat voor belastingafspraken op maat. De marketingafdeling kocht voor tientallen miljarden dollars aan grondstoffen uit bhp-mijnen over de hele wereld, die ze vervolgens verkocht in Azië. Al dat koper, ijzer en die steenkool kwamen natuurlijk niet echt naar Singapore, de transacties vonden alleen plaats op papier. De winst van ongeveer een miljard dollar die het bedrijf met de verkoop maakte, ging de boeken in als marketingkosten die het kantoor in Singapore in rekening bracht. Zo verschoof het bedrijf de winsten van Australië, een land met hoge belastingen, naar een plek met lage belastingen.

bhp maakte daarvoor handig gebruik van transfer pricing, het vaststellen van de verkoopprijzen van goederen en diensten die binnen een concern worden verkocht. Het merendeel van alle wereldhandel vindt plaats binnen bedrijven. Niet vreemd dus dat een speciale commissie van het Europees Parlement schat dat die methode goed is voor zeventig procent van al het geld dat wordt weggesluisd. ‘Transfer pricing is het grootste probleem’, zegt ook belastingadviseur Jeroen van der Linden. ‘Het is een soort legitimatie om winsten te laten vallen waar je ze wil hebben.’ Hoewel er een boekwerk van 370 pagina’s is geschreven om de richtlijnen daarvoor vast te stellen, blijken die prijzen in de praktijk lastig te bepalen. Neem een Apple-laptop: betaal je voor de onderdelen die uit de fabriek in China komen rollen of voor het appeltje dat erop is geplakt? En wat is dat appeltje dan precies waard? Door veel kosten in rekening te brengen op plekken waar de belastingen hoog zijn, kun je de winsten terecht laten komen in landen met een gunstiger belastingklimaat.

We gingen naar het kantoor in Amsterdam Nieuw-West omdat we zagen dat het geld van bhp niet in Singapore bleef. Uit de jaarstukken blijkt dat het geld als dividend via een vestiging in Zwitserland zijn weg vervolgde naar Nederland. Zo betaalde bhp over een bedrag van ruim 1,1 miljard dollar in 2014 slechts 450.000 euro, of 0,04 procent belasting. Vanuit Nederland gaat het geld belastingvrij naar Engeland, waar het wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, waaronder pensioenfonds abp.

In 2014 zonden buitenlandse bedrijven ruim vierduizend miljard euro naar Nederland

Nederland was te klein toen president Barack Obama het land in 2009 in één adem noemde met Ierland en Bermuda als de top-drie van corporate tax havens. Toenmalig minister van Financiën Wouter Bos noemde die aantijging ‘volstrekt onterecht’. Staatssecretaris Jan Kees de Jager zei: ‘We zijn erdoor overvallen en het verbaast ons zeer.’ In 2013 stemde een meerderheid van vvd, pvda, cda, d66, pvv, 50Plus en sgp zelfs voor een motie waarin pvv-Kamerlid Roland van Vliet de regering vroeg ‘erop aan te dringen deze kwalificatie achterwege te laten’.

En inderdaad, Nederland heeft met 25 procent een winstbelasting die een stuk hoger ligt dan die van bijvoorbeeld Ierland (12,5 procent) of de Bahama’s en de Kaaimaneilanden (nul procent). Ongeëvenaard is echter de Nederlandse functie als doorvoerland, een term die ook instituten als het Internationaal Monetair Fonds en het Centraal Planbureau gebruiken. Internationaal kapitaal stroomt door Nederland, vervolgens gaat het kapitaal naar landen waar geen winstbelasting bestaat of landen met een bankgeheim. Het levert Nederland wat werkgelegenheid en belastinginkomsten op, maar de hoogte daarvan moeten we niet overschatten, zegt Francis Weyzig, belastingexpert van Oxfam Novib. ‘We verdienen er een paar honderd miljoen mee, maar tegelijk loopt Nederland zelf ook geld mis via dezelfde structuren die we faciliteren en waarvan bedrijven die hier gevestigd zijn ook gebruik maken.’

Cijfers uit een imf-database illustreren de omvang van de Nederlandse stapelmarkt voor internationaal kapitaal. In 2014 zonden buitenlandse bedrijven ruim vierduizend miljard euro naar Nederland. Daartegenover staat bijna vijfduizend miljard die vanuit Nederland naar het buitenland gingen. Een deel van dat geld is te verklaren doordat bedrijven investeren in andere landen, bijvoorbeeld in infrastructurele projecten of winkelketens. Maar vaak, zoals bij het eerder genoemde Zuid-Afrikaanse vastgoedfonds, dient Nederland voor die internationale geldstromen slechts als lucratieve tussenstop.

Zo dragen wij ons steentje bij aan de ongeveer duizend miljard euro die volgens de Europese Commissie jaarlijks aan belastingen worden ontweken (legaal) en ontdoken (illegaal). Het onderwerp staat daarom hoog op de politieke agenda. Vorig jaar toverde de Europese Commissie een nieuw wapen uit de hoge hoed: belastingafspraken zouden in strijd zijn met de EU-regels voor staatssteun. Het leidde ertoe dat Starbucks om de eerder genoemde deal ruim 25 miljoen euro aan de Nederlandse staat moest terugbetalen. Luxemburg vroeg een vergelijkbaar bedrag terug van autofabrikant Fiat. Begin dit jaar kreeg België de opdracht om zevenhonderd miljoen euro terug te vorderen van bijna veertig multinationals die volgens de Europese Commissie korting hadden gekregen op hun belastingaanslag.

Ook Rick Grashoff, woordvoerder financiën van GroenLinks, ziet de oplossing op Europees niveau. Zo stelt hij een Europese vennootschapsbelasting voor. ‘Niet dat elk land precies hetzelfde tarief moet gaan hanteren, maar het is bijvoorbeeld erg gek dat de Ieren een tarief hebben dat de helft is van dat in Nederland. We moeten af van die concurrentiestrijd tussen Europese landen en de race to the bottom die daarvan het gevolg is.’ Ook noemt hij een aantal maatregelen die Nederland kan doorvoeren. Zoals een betere verhouding tussen de reële economische activiteiten van een bedrijf met een brievenbusfirma in Nederland en een ‘paradijsbelasting’ voor geld dat naar belastingparadijzen gaat. ‘Zodra een bedrijf geld overmaakt van Nederland naar de Bahama’s kun je hier alsnog belasting heffen. Dat maakt het minder aantrekkelijk om het geld via Nederland te laten lopen. Ik ben er niet trots op dat we een draaischijf zijn voor kapitaal uit de hele wereld.’

Ook Francis Weyzig van Oxfam Novib zou het liefst het gehele systeem van belastingheffing voor multinationals op de schop gooien en aanpassen aan de geglobaliseerde wereld waarin we leven. ‘Bedrijven hebben nu eenmaal de mogelijkheid om met winsten te schuiven. Nu proberen we elke manier afzonderlijk aan te pakken. Het zou beter zijn om vast te stellen wat de winst van een bedrijf in z’n geheel is, en aan de hand van duidelijke maatstaven de winst per land te verrekenen.’ Dat is een internationale oplossing voor de lange termijn.

Op de kortere termijn moeten bedrijven volgens hem transparanter zijn over bijvoorbeeld hun winst, omzet en het aantal werknemers in een land. Daarnaast mogen winsten nergens meer onbelast blijven. ‘Als een bedrijf winst verschuift naar een dochterbedrijf op de Kaaimaneilanden kijk je gewoon wat daarvoor werd verdiend. Op de Kaaimaneilanden wordt de winst niet belast, dus het verschil kun je heffen bij het moederbedrijf, bijvoorbeeld in Nederland.’

Fiscalist Ruud de Smit waarschuwt wel voor een woud van regels dat zo kan ontstaan. ‘Vergeet niet dat ingewikkelde regels en dubbele belastingen ooit de reden waren waarom bedrijven aan belastingplanning gingen doen.’ Hij ziet dan ook mogelijkheden bij de rechterlijke macht. Op dit moment legt hij de laatste hand aan een artikel voor een juridisch vakblad waarin hij rechters oproept meer aandacht te hebben voor technologische ontwikkelingen en nieuwe internationale afspraken. ‘Zo zou de Hoge Raad rekening kunnen houden met het feit dat de uitwisseling van informatie tussen landen de afgelopen jaren veel beter is geworden. Daardoor krijgen we internationale mismatches scherper in beeld. De wet laat op sommige vlakken ruimte voor de interpretatie van een rechter. Ik vind dat die soms moet zeggen: dat hebben we destijds misschien zo gedaan, maar dat gaan we nu herzien.’

Hoeveel belastinggeld loopt Zuid-Afrika nu mis door de financiële constructies via Nederland? Dat is moeilijk te zeggen. Een onderzoeksgroep onder leiding van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki becijferde vorig jaar dat het hele continent naar schatting jaarlijks zestig miljard dollar niet ontvangt door allerlei vormen van belastingontwijking. In 2001 was dat nog twintig miljard dollar. Alleen Zuid-Afrika zou tussen 1970 en 2008 ruim 81,8 miljard dollar zijn misgelopen. In totaal zou het continent volgens sommige studies wel zestig procent meer kapitaal ter beschikking hebben als dat niet ongezien zou worden weggesluisd.

‘You never lose with Koos’, luidt een gevleugelde uitspraak over de Naspers-topman. Zijn goed getimede investeringen in internetbedrijven uit opkomende economieën, gecoördineerd vanuit Hoofddorp, maakten Koos Bekker een legende onder beleggers. Onder zijn leiding ging het aandeel Naspers dan ook door het plafond. Maar landgenoot en landarbeider Ismael Belela lijkt in een andere dimensie te leven. Hij en zijn collega’s dachten het geluk aan hun zijde te hebben, maar voor hen bleken andere wetten te gelden dan voor multinationals die hun winsten de wereld over laten vliegen en belastingregels met elkaar vergelijken zoals anderen in de supermarkt twee potten pindakaas vergelijken.

Bedrijven ‘optimaliseren’ hun belastingroutes om de winst voor hun aandeelhouders te maximaliseren. Bestuurders zeggen dat zij hiertoe verplicht zijn naar hun aandeelhouders. De ervaringen van Belela laten zien dat niet iedereen dezelfde behandeling krijgt.

Tien jaar terug voegde Belela zich dankzij het empowerment-programma voor arme, zwarte Afrikanen bij de club van tienduizenden Naspers-aandeelhouders wereldwijd. In de krant las hij hoe de waarde van het aandeel Naspers in die periode met 1565 procent steeg. Maar hij mocht in die periode slechts een waardestijging van 45 procent noteren. Of nog concreter: een investering in zijn aandelenpakket van duizend rand (67 euro) in 2006 is nu 1450 rand waard en leverde 230 rand aan dividend op. Als hij zijn geld op een risicovrije en kostenloze spaarrekening had gezet, zou zijn duizend rand nu 2533 rand waard zijn. Wie daarentegen de mogelijkheden had om hetzelfde bedrag in Naspers te investeren, zonder gebruik te maken van het empowerment-programma, kon die aandelen nu voor 16.656 rand verkopen en had daarbovenop jaarlijkse dividenduitkeringen gekregen.

Belela moest het slechte nieuws overbrengen aan de collega’s die hij had overgehaald mee te doen. ‘Ik moest ze vertellen dat ze hun geld nog niet terugkregen. Ze waren boos, maar ik zei dat de schulden zouden verdwijnen en dat we uiteindelijk meer geld zouden krijgen.’

‘We moeten af van de concurrentiestrijd tussen Europese landen en de race to the bottom die daarvan het gevolg is’

Dat bleek niet het geval. Jaren moesten ze wachten op informatie over de waarde van hun aandelen. Ondertussen schreef Naspers flink af op het fonds en blokkeerde het tijdelijk om zo te voorkomen dat investeerders hun verliezen zouden nemen en hun geld zouden ophalen. In 2013 werd het de empowerment-aandeelhouders zelfs verboden om hun aandelen door te verkopen. De waarde van het aandeel kelderde. In paniek keerden Belela en zijn collega’s zich tot het bedrijf waar zij mede-eigenaar van waren. ‘Zes dagen lang probeerden we te bellen’, zegt hij. ‘We vertelden ze dat we onze aandelen wilden verkopen en we vroegen ze wat onze aandelen waard waren. En zij zeiden: tien rand. Steeds maar weer: tien rand.’ En op de beurs bleef het aandeel Naspers maar stijgen.


Naspers’ ingewikkelde bedrijfsstructuur

De bedrijfsstructuur van Naspers is berucht ingewikkeld. Dat gaat terug tot 1994, toen de anti-apartheidspartij ANC van Nelson Mandela de macht greep. Naspers was nauw verbonden geweest met het apartheidsregime en vreesde dat de nieuwe machthebbers het op zijn bezittingen voorzien hadden. In datzelfde jaar ging Naspers naar de beurs en lanceerde een ingewikkeld systeem van verschillende soorten aandelen en interne overnames. Naspers stelt dat deze constructie nodig was om de onafhankelijkheid van het mediabedrijf te garanderen. Een bijkomend effect was dat zo verzekerd werd dat de blanke eigenaren altijd hun meerderheidsbelang zouden behouden. Die complexe structuur deed het bedrijf overigens bijna de das om. Een jaar of tien geleden maakte een investeerder handig gebruik van het feit dat niemand nog het overzicht had en kreeg voor bijna een habbekrats het hele bedrijf in handen.

Ook in Nederland is de bedrijfsstructuur onnavolgbaar. Wij stuitten op een wirwar van bedrijven die allemaal verlies maken. Voor één van die bedrijven werken zo’n tachtig mensen, daaronder hangt een zestigtal bedrijven zonder werknemers. De bedrijven zijn onderling verbonden door aandeelhouderschap, investeringen of leningen. Al die bedrijven vallen weer onder een holding uit Hongkong. Geldstromen uit de hele wereld komen samen in een interne bank in Nederland zonder jaarrekening. We hebben deze structuur aan verscheidene experts voorgelegd, maar kwamen niet tot een verklaring voor het bestaan ervan.


De 12 populairste belastingparadijzen

De twintig grootste beursgenoteerde Zuid-Afrikaanse bedrijven maakten gebruik van 734 dochterondernemingen in twaalf belastingparadijzen. De verdeling:

Nederland 249

Luxemburg 108

Mauritius 88

Britse Maagdeneilanden 57

Hongkong 49

Isle of Man 26

Cyprus 22

Jersey 19

Singapore 17

Guernsey 17

Bermuda 13

Kaaimaneilanden 10