Europese verkiezingen

Een karikatuur van een familiedag in Brussel

In de aanloop naar de Europese verkiezingen op 22 mei beschrijft Betto van Waarden, voormalig stagiair en beleidsmedewerker bij Directoraat-Generaal Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie, de dagelijkse praktijk van de politieke besluitvorming in Brussel.

‘Je moet je collega’s gewoon een mooie shit sandwich geven’, vertelde een Britse diplomaat me eens. ‘Je begint en eindigt je commentaar met veel lof voor het werk dat het voorzittende land [van de Raad van de Europese Unie] en de [Europese] Commissie gedaan hebben, en daar tussenin stop je je kritiek.’

Toen ik voor het eerst namens DG Onderwijs en Cultuur van de Commissie naar een vergadering van de Raad ging, had ik verwacht dat het er diplomatiek ‘positief’ aan toe zou gaan, maar de lidstaten waren nog ‘positiever’ over ons Commissievoorstel dan ik had verwacht en zodoende schreef ik bijna in mijn vergaderingsverslag dat iedereen het wel met ons eens was. Na enkele vergaderingen realiseerde ik me echter dat een Raadsvergadering met de lagere ambtenaren van alle EU-lidstaten net een karikatuur van een familiedag is: totaal verschillende karakters met diverse interesses en belangen komen tijdelijk samen en proberen er maar het beste van te maken. Ze zijn overdreven vriendelijk en positief tegenover elkaar, omdat ze niet weten wanneer ze elkaar nog eens nodig kunnen hebben.

Oma Raadsvoorzitter (tijdens mijn tijd in Brussel opeenvolgend Cyprus, Ierland, Litouwen en Griekenland) opent de familiedag meestal met een uitleg van haar visie op het voorstel van Opa Commissie. Vervolgens mogen de kleinkinderen aan het woord. Ze vinden opa’s plannen vaak te ambitieus en onhaalbaar, en proberen daarom gedurende de rest van de dag opa’s wetsvoorstel af te zwakken door het invoegen van allerlei nuanceringen, zoals ‘waar mogelijk’ en ‘nationale wetgeving in beschouwing nemende’. Kleinkind Nederland en de andere noordelijke kleinkinderen zijn doorgaans to-the-point (en soms enigszins bot): ‘Dank u mevrouw de voorzitster. Nederland wilde graag drie punten maken. Punt één is… punt twee is… en punt drie is… Dank u wel voor uw aandacht.’ Hun zuidelijke neven en nichten daarentegen vertellen de rest van de familie graag lange mooie verhalen. Ze praten ieder vaak ruim tien minuten over hoe mooi het is dat de hele familie vandaag bij elkaar is gekomen, hoe belangrijk het wetsthema van de dag wel niet is voor de Europese samenleving, en ga zo maar door. Soms lijken ze helemaal geen punt te hebben of is hun punt verloren gegaan ergens in hun lange verhaal, maar dat doet er niet toe: de zuidelijke familieleden hanteren de regel dat elk gerespecteerd familielid het woord neemt, ongeacht of hij of zij iets wil veranderen in opa’s voorstel of niet. Zodoende fluistert Opa Commissie me een keer toe dat als ik koffie wil halen ik even moet wachten totdat Neef Italië de beurt krijgt. Zodra Italië even later begint te spreken, staan er dan ook meteen vier andere neven en nichten op om koffie te halen of even te gaan roken. Dit zijn natuurlijk nationale stereotypes, maar zoals veel van mijn collega’s zeggen: ‘Als je langer in Brussel verblijft realiseer je je dat veel stereotypes toch een grote kern van waarheid hebben.’ Over het algemeen gaan de kleinkinderen gewillig mee met de voorstellen van opa en oma. Oma grapt zelfs een keer dat veel jongere kleinkinderen – vooral de Oost-Europese – nauwelijks lijken te beseffen dat ze ook daadwerkelijk tegen opa’s voorstel zouden kunnen stemmen. Vervolgens vreest ze wel dat deze kleinkinderen ineens het voorbeeld van hun oudere neven Nederland en Zweden zouden kunnen volgen wanneer deze in de werkgroep voor sport (vergadering van lagere ambtenaren van de lidstaten) aangeven tegen het Health Enhancing Physical Activity beleidsvoorstel te zullen stemmen. Doorgaans durven echter alleen Vader Duitsland en Moeder Frankrijk – en natuurlijk de altijd chagrijnige maar hoogst beleefde Oom Verenigd Koninkrijk – echt tegen opa en oma in te gaan.

Tijdens de pauzes, lunch, en eventuele borrel proberen de kleinkinderen allemaal om even met Opa Commissie en Oma Raadsvoorzitter te schmoozen om ervoor te zorgen dat ze het favoriete kleinkind worden en een mooi kerstcadeau binnen kunnen slepen. Een Ierse Raadsvoorzitster geeft na Ierlands Raadsvoorzitterschap dan ook toe tegen mij dat bijvoorbeeld Zweden vaak kreeg wat het wilde in de onderhandelingen over Europees onderwijsbeleid, gewoon omdat de Zweedse attaché zo’n vriendelijke man was – terwijl sommige andere landen juist relatief weinig gedaan kregen omdat hun attachés sociaal te onhandig waren. Ook Opa Commissie zelf laat deze gelegenheden om de kleinkinderen naar zijn hand te zetten niet onbenut. ‘Je moet gewoon even one-on-one met die attachés praten om ze het gevoel te geven dat ze ertoe doen’, zegt een Commissie-collega van me een keer. Vooral onze pittige Moeder Frankrijk vereist vaak het nodige ‘masseren’ om tot inkeer te komen. Helaas hebben niet alle kleinkinderen tijd om met opa en oma te lunchen: sommigen moeten op hun kleine broertje of zusje passen. Zo vertelt een attaché dat ze de nationale ambtenaren die ook voor de vergadering zijn overgekomen uit haar hoofdstad moet ‘babysitten’ tijdens de lunch. Soms is er gelukkig aan het eind van een dag familieformaliteiten en -drama de gelegenheid om zich te ontspannen onder het genot van oma’s specialiteit: een traditioneel drankje uit het voorzittersland, aangeboden op diens permanente vertegenwoordiging in Brussel. De Litouwse drank eind 2013 viel zo goed in de smaak bij de rest van de familie dat er de volgende ochtend een gat ter grootte van Letland, Italië en Griekenland aan de vergadertafel was tussen Nicht Luxemburg en Oma Voorzitter. Doorgaans is er ook één familie-uitje naar het land van Oma Raadsvoorzitter. Maar what happens outside Brussels, stays outside Brussel. Hoewel we mogen aannemen dat de onderwijswerkgroep niet voor niets als ‘feestwerkgroep’ bekend staat.

De Europese familie is een samenraapsel van eigenzinnige landen met uiteenlopende belangen en gebruiken, die niet altijd even ‘efficiënt’ en doelgericht bezig is (en dat deels ook niet kan zijn). Maar uiteindelijk is het belangrijkste wellicht dat die familie toch af en toe een dag bij elkaar komt om de familiebanden aan te halen en de vrede te bewaren.