Contes immoraux – partie 1: Maison mère, Phia Ménard © Jean-Luc Beaujault

Het was stil in de loods. Het publiek, zo’n tweehonderd man, zat in klassieke rijen achter elkaar, gezicht naar het toneel. Op het podium zat een blonde vrouw, gehurkt. Toen ze opstond zag je haar futuristische outfit: een rood leren hesje over een korset, leren rokje, rode gescheurde netkousen met kniebeschermers en zwarte laarzen met blokhakken. Een kostuum dat geleend leek te zijn uit de film Blade Runner, uit het heden zoals dat in 1982 was voorgesteld. Op de grond lag ribbelkarton, van dat bruine waar ze verhuisdozen mee maken. Platen die de vrouw met behulp van een ijzeren haak oppakte en ordende. Met de plakbandrol uit haar gordel begon ze met plakken. Het geluid van het afrollen van het plakband klonk hard door de zaal. Veel meer zou er het komende anderhalf uur niet te horen zijn. Te zien des te meer.

Dit was de openingsscène van Maison mère, de artiest in de imposante outfit was Phia Ménard. De performance staat dit jaar op het Holland Festival en werd voor het eerst vertoond in 2017 in Kassel, als onderdeel van Documenta 14. Documenta is de vijfjaarlijkse kunstmanifestatie die sinds 1955 in Kassel is gehouden, grotendeels bekostigd door de Duitse staat. Het internationale kunstevenement wordt traditioneel omschreven als het belangrijkste ter wereld, met gebeurtenissen en kunstwerken die direct in de grote kunstcanon kunnen worden bijgezet. Hoofdcurator Adam Szymczyk had besloten de editie van 2017 deels in Athene te houden. De curator wilde af van het beeld dat de manifestatie vanuit Duitsland de rest van de wereld zou uitleggen wat de status was van de hedendaagse kunst. ‘We willen het een continuüm van esthetisch, economisch, politiek en sociaal experiment maken in de huidige crisistijd’, stelde de curator. Oftewel: een uiterst zelfkritische, politieke benadering van het evenement. Het motto werd dan ook: ‘Learning from Athens’.

Ménard bezocht Athene in 2016. De stad was op dat moment vooral toneel van de mogelijke Grexit, hoofdstad van een land met een torenhoge binnenlandse schuld, dat de landen van de eurozone maar met veel moeite wilden steunen. Er verschenen karikaturen in de Griekse pers van Duitsers met hakenkruizen. Ook was het de hoofdstad van het land dat van Europa de meeste vluchtelingen ontving, uit Syrië en elders, en daar nauwelijks mee kon omgaan. Documenta 14 begon in april in Athene, vanaf juni kwam daar Kassel bij. Szymczyk liet alle deelnemende kunstenaars vooraf Athene bezoeken, veel beeldend kunstenaars maakten voor beide locaties een werk. Performancekunstenaar Ménard bereidde voor Kassel een voorstelling voor die doordrongen was van het Griekse drama, maar ook haar eigen geschiedenis speelde er een belangrijke rol.

Ménard kwam in Athene en zag daar, hoe kan het ook anders, het Parthenon. Het huis van Pallas Athene, de beschermvrouwe van de stad. ‘Wonder woman’ noemt Ménard haar in een filmpje over het project, zelf wordt Ménard een punkversie van de godin. De tempel is hét symbool geworden van de bescherming – heel direct in het logo van unesco, de organisatie die wereldwijd zorg draagt voor het materieel en immaterieel erfgoed. En inmiddels in Nederland ook gekaapt door een partij die een heel radicale vorm van bescherming nodig acht.

Op het toneel zal Ménard dat huis van Athene opnieuw bouwen om Europa te redden, stelt ze met een glimlach. Een huis van karton, precies zoals de rest van Europa zich Griekenland voorstelt voor de vluchtelingen die via de eilanden Europa binnenkomen. Dat het ook in Griekenland weleens kan regenen, daar hadden de politieke leiders niet over nagedacht.

Phia Ménard is geboren in 1971 in Nantes. Haar grootvader van moeders kant kwam om bij een van de zogeheten tapijtbombardementen die de geallieerden in 1943 uitvoerden boven de bezette stad om de haven en infrastructuur te beschadigen. Bijna vijftienhonderd mensen stierven, en de stad lag in puin. Voor de jonge Phia waren de bommen aanvankelijk iets uit een sprookje. Pas later, toen haar duidelijk werd dat haar grootvader niet, zoals haar grootmoeder, een eigen graf op een begraafplaats had, maar een plek in een massagraf, begon ze de impact van de bommen te begrijpen, zo schreef ze in de toelichting bij de performance.

‘Misschien dat ik toen in m’n hoofd de woorden “Marshall Plan” heb opgeslagen, het programma dat de wederopbouw van Europa financieel ondersteunde na de Tweede Wereldoorlog’, vervolgde ze. ‘Men organiseert een massavernietiging en bekommert zich vervolgens over de wederopbouw van de door de oorlog vernietigde steden. Zoals je een huis herbouwt en opnieuw een stadsvernieuwingsplan tekent.’

De tempel, het huis van Pallas Athene, is hét symbool geworden van de bescherming

Transformatie, het veranderen van niets naar iets of andersom, speelt een belangrijke rol in het werk van Ménard. Ze is jongleur, performer, choreograaf en regisseur. Ze kreeg een circus- en jongleeropleiding van Jérôme Thomas, grondlegger van het hedendaagse Europese jongleren, nam dansles van Hervé Diasnas, die met zijn ‘présence-mobilité-danse’ een dansmethode ontwikkelde voor circusartiesten en andere performers. De basis is sterk geïnspireerd op de bewegingen van water, qua golfbewegingen en met betrekking tot evenwicht en beweging, als alternatief voor een letterlijk uitgebeeld verhaal of emotie. Ook bij Ménard zijn die bewegingen vaak terug te zien.

Ménard richtte in 1998 haar eigen gezelschap op, Non Nova – niets nieuws. Aanvankelijk richt ze zich op een herwaardering van het jongleren. Est-il vraiment sérieux de jongler? vraagt ze zich af in de titel van een van de voorstellingen. In 2008 begint ze een meerjarenplan: Injonglabilité complémentaire des eléments, een studie naar erosie en transformatie in de elementen. Haar eigen transitie kwam in datzelfde jaar centraal te staan in de solovoorstelling P.P.P. (afkorting voor Position Parallèle au Plancher). ‘Tijdens het toeren met mijn gezelschap werd mijn mannelijke huid onverdraagbaar, ik voelde me een vrouw die zich als man had verkleed’, schreef ze. Jongleren werd het ‘fondement d’écriture’, het schrijfgerei: jonglerend met ballen van ijs, gekleed in een bontjas met daaronder slechts ondergoed, laverend tussen grote ijsblokken en een weg gravend met een ijsschep vond ze een evenwicht. De voorstelling was zo’n succes dat ze hem tot in 2015 bleef uitvoeren.

Tussendoor werkte ze aan nieuwe voorstellingen. Bij L’après-midi d’un foehn ging het over de levensduur en het gewicht van plastic zakken en de klimaatverandering, bij Les os noirs, de zwarte botten, ging het over het beeld van de dode maagd, over Camille Claudel, Virginia Woolf, ‘en misschien over Jeanne d’Arc’. Saison sêche, dat in 2018 de openingsperformance was van het Festival d’Avignon, ging over de prooi die ze zich voelt in de publieke ruimte, verbeeld door zeven vrouwen die zich op soms hilarische, soms dramatische wijze verzetten tegen de opgelegde normen, gebaren en gebruiken. Een wegbreken uit de van boven opgelegde norm.

In Maison mère was Ménard zelf de enige performer. Ze stond alleen op het podium, als een Athene die de mensheid zou beschermen van het onheil. Gewapend met een paar attributen – plakband, enkele lange stokken die op noodzakelijke momenten de kartonconstructie ondersteunen, een hoofdlamp en een decoupeerzaag – en met de nodige balanceerkunsten maakte ze van de stapel karton een tempel. ‘Een Carthénon’ noemt ze het gekscherend op haar website. Ze was klaar, ze bekeek haar werk nog eens rustig. En toen viel er een druppel. Nog een, nog een, en daar was de stortbui, de zondvloed. Verslagen zat de heldin naast haar werk, dat langzaam veranderde in een hoop natte pulp. Verwijtend keek ze richting het publiek.

Maison mère was in 2017 een politiek geladen performance, vier jaar later is het dat nog steeds, of opnieuw. Intussen waren er grote en kleine verschuivingen op het wereldtoneel, de tentenkampen op de eilanden staan er nog steeds, vluchtelingen zijn ook in de pandemie de laatsten in de rij. Nieuwe bestuursculturen, nieuwe presidenten en nieuwe machtsverhoudingen moeten een betere wereld maken, terwijl een deel van de mensen alleen maar terugverlangt naar het oude, want toen was het beter.

Juist in Duitsland, land waar de wederopbouw niet snel genoeg kon gaan, waar platgebombardeerde middeleeuwse stadscentra in beton het oude stratenplan bleven volgen maar nu doorkliefd werden door een snelweg, stortte de tempel meteen weer in. In de tentoonstelling in Kassel waren meer tempels te zien. Er was het Parthenon van verboden boeken van kunstenaar Manja Minujin. Een wat simplistisch maar fotogeniek project op de plek waar nazi’s in de jaren dertig boeken verbrandden, waarbij ze het Parthenon op ware grootte met een hekwerk had nagebouwd, en volgehangen met boeken in plastic zakken – vanwege de regen.

Verderop hingen historische verbeeldingen. De Acropolis, geschilderd door Louis Gurlitt in 1858. Niet alleen het beeld van de tempel was belangrijk, de kunstenaar was de overgrootvader van de kunsthandelaar die in 2010 nog een enorme collectie roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog bleek te bezitten. Na de oorlog koos Theodor Heuss, de eerste president van de Bondsrepubliek, Griekenland als reisdoel voor het eerste staatsbezoek, in 1931 had hij zelf zijn blik op de tempel getekend. In de versie van Ménard overheerst de kwetsbaarheid van het fundament van de zogenaamde beschaving, en het idee dat het allemaal zo weer opnieuw kan beginnen.

Maison mère was vanaf het begin bedoeld als eerste deel van een drieluik met de titel La trilogie des contes immoraux (pour Europe), drie immorele sprookjes – een verwijzing naar de gebroeders Grimm, die begin negentiende eeuw in Kassel begonnen met hun levenswerk. Na Maison mère volgt Temple père, rond het thema van dominantie en onderwerping – een schijnbaar eindeloos grote fallische toren zal het theater domineren, vijf slaven bevolken het (de première is voorzien op het festival van Avignon, eind juli 2021). Het derde deel heet La rencontre interdite en zal gaan over de collateral damage die gepaard gaat met rampen als gevolg van menselijk falen, de explosie in Beiroet in 2020, het instorten van Rana Plaza bij Dacca. De voorstelling wordt ‘immersief, en zal zich buiten het kader van het theater afspelen’, schrijft Ménard. Zelfs die tempel is niet voor de eeuwigheid gebouwd.

Maison mère is op 12 en 13 juni te zien op het Holland Festival.