Een kattebelletje

Hizir Cengiz kreeg een kattebelletje van een vriendin die hij al lang niet had gesproken.

Eens interviewde ik iemand die zichzelf een powervrouw noemt. Die trots was nieuw. In haar jeugd was ze misbruikt, dus zij moest de scherven oprapen, vertelde ze. Een taak waar ze jaren mee bezig was geweest. Het had haar vele depressies bezorgd. Maar nu staat ze op podia, in het middelpunt van de aandacht, en is ze een powervrouw geworden.

Ik gaf de krant aan een vriendin, zodat zij het interview kon lezen, ter inspiratie. Ik wist dat zij iets soortgelijks had doorgemaakt. Alleen keek die vriendin nog altijd machteloos naar de scherven om zich heen. Wat haar precies was overkomen, kon ze niet vertellen. Ze kwam woorden tekort, haar vocabulaire was niet met haar meegegroeid.

In de achterkamer van hun vorige huis, waar ze achtereenvolgens heen werd getild en getrokken, leerde ze in de donker, terwijl ze op de grond werd gelegd, stil te zijn. Geen gehijg, gekrijs of geschreeuw. Hij leerde haar dat pijn lijden in stilte moet.

Toen al had hij haar levensvreugde en al het licht ontnomen. Het zit in een man om iemand geheel te verwoesten.

Ze was losgerukt en binnengedrongen. Daarna aan haar lot overgelaten. Ze werd een prooi voor vele angsten: beesten die hun tanden in haar zetten en niet loslieten.

Altijd was ze bang: voor lege kamers, stilte, voor mensenmassa’s, voor menselijk contact, een knuffel, een schouderklopje, überhaupt vriendelijk te worden aangesproken, en voor mannen sowieso. Ze vreesde de wereld, terwijl het gevaar dichtbij had gezeten en hetzelfde bloed had gehad.

In haar dromen speelde het zich allemaal opnieuw af, elke keer weer. Vandaar dat zij nachten wakker doorbracht – liever sliep ze niet, nog liever verdween ze, zei ze. Om sommigen thuis ook te laten lijden. Zij zouden haar dan moeten uitstrooien, vrijlaten. En, zolang zij leven, zullen zij haar met zich meedragen, haar nooit vergeten. Haar heengaan zou een zwaar kruis moeten worden. Het zou wraak zijn.

Ze zocht altijd de hoeken van ruimtes op. Stond met haar rug naar het leven. Ze droeg alleen grijstinten. Zweeg voortdurend en werd steeds magerder.

We hebben elkaar al lange tijd niet gezien. Ze stuurde een paar dagen geleden een kattebelletje. Ze heeft haar schooldiploma gehaald. Inmiddels studeert ze, ver van huis zodat ze geen bekenden tegenkomt. Daar waar ze eerder altijd probeerde te verdwijnen, verzorgt zij nu haar lichaam. En ze is voor het eerst trots op zichzelf, zei ze: ze heeft sinds kort een vriend.