Aernout Mik ontregelt het Stedelijk Museum

Een kelder vol levende brokstukken

Gerechtelijke machten, politieke kopstukken en burgerbelangen buitelen over elkaar heen voor de camera van Aernout Mik. Zijn paranoïde installaties behelzen de hoogste vorm van ervaringskunst. Rechterlijke machten, politieke kopstukken en burgerbelangen buitelen over elkaar heen voor de camera van Aernout Mik. Zijn paranoïde installaties behelzen de hoogste vorm van ervaringskunst.

Medium shifting sitting1 original

‘Wat een brutale kop heeft die vent toch.’ Een oudere dame kijkt vol afschuw naar de drie videoschermen voor haar. Ze tonen een chaotisch tafereel in een rechtszaal, met als stralend middelpunt een man die als twee druppels water op Silvio Berlusconi lijkt. De voormalige premier heeft zijn armen over elkaar geslagen en kijkt vol zelfvertrouwen naar de menigte om zich heen. Shifting Sitting (2011) heet de video-installatie, onlangs aangekocht door het Stedelijk Museum. Aernout Mik maakte het werk speciaal voor zijn solotentoonstelling Communitas, waarin dertien geluidloze video’s en een mysterieus live- element bijeen zijn gebracht. Na Jeu de Paume en Museum Folkwang is Communitas nu in Amsterdam geopend.

Mik (1962) vertegenwoordigde Nederland tweemaal op de Biënnale van Venetië, maar verdween na 2000 min of meer van het Nederlandse kunsttoneel. Zijn werk is sinds die tijd drastisch veranderd. Uit de vroegste video in de tentoonstelling, Softer Catwalk in Collapsing Room (1999), blijkt nog duidelijk zijn achtergrond als beeldhouwer. Acteurs wandelen doodkalm door het puin van een langzaam instortend huis: een sterk staaltje performatieve sculptuurkunst, opgenomen op video. Later is Mik het medium gaan gebruiken om de bewegingen van politieke en sociale groepen in kaart te brengen. Rechterlijke machten, politieke kopstukken en burgerbelangen buitelen in Miks recentste werk over elkaar heen.

Dat de man in Shifting Sitting niet echt Berlusconi is, lijkt niet vanzelfsprekend. Zelfs niet wanneer de ene absurditeit na de andere zich voltrekt in de rechtszaal, die steeds meer de vorm van een theater aanneemt. Burgers gaan zich met het proces bemoeien, de pers duikt er bovenop. In alle hectiek worden er dranghekken om Berlusconi en zijn gevolg geplaatst. ‘Jammer dat het geluid uit staat’, vindt de vrouw in de tentoonstellingsruimte. ‘Daarom is het kunst, en geen televisie’, aldus haar man.

De verwarring over het waarheidsgehalte van de beelden zal Mik goed doen. Door een gewiekste mix van enscenering en documentaire beelden laveren zijn video’s tussen fictie en realiteit. De ruimtelijke installaties waarin Mik zijn werk presenteert, dragen bij aan het uncanny karakter. Voor zijn solotentoonstelling in het Museum of Modern Art in New York in 2009 plaatste hij Middlemen (2001) midden in de lobby, naast de hoofdentree aan 53th Street. Deze geënsceneerde video toont mannen in pak die verbouwereerd over de beursvloer dwalen. Sommigen zitten terneergeslagen op de grond, tussen een berg papieren, anderen kijken vol hoop en wanhoop naar een scherm in de lucht. Uitgeputte bezoekers van het MoMA namen plaats rond het kunstwerk, waar ze ongemerkt deel van gingen uitmaken. Ze staarden even apathisch naar de video als de beurshandelaren naar hun noodlottige financiële rapporten.

Middlemen is ook te zien, verstopt in het architectonische gangenstelsel dat Mik in de kelder van het Stedelijk ontwierp. De expositieruimte van duizend vierkante meter werd al in gebruik genomen voor de tentoonstelling van Mike Kelley, maar je kunt gerust stellen dat Mik haar met Communitas alsnog inwijdt. Hij creëerde een doolhof van gangen, met wanden die soms doorzichtig, soms ondoorzichtig zijn, waarin het publiek zelf de route bepaalt. De videoschermen plaatste Mik op de grond. De corrupte politici, vluchtende immigranten en bloedende slachtoffers uit zijn video’s bewegen zo op gelijke hoogte als de bezoekers. Communitas is een begrip uit de antropologie dat staat voor sociale gelijkheid, solidariteit en saamhorigheid. In het werk van Mik ontstaat gelijkheid door ontregeling. Zorgvuldig opgebouwde structuren moeten in werking treden bij politieke conflicten, rampen en obsessief consumentengedrag. Mik onderzoekt deze sociale mechanismen op heersende vooroordelen en angsten, niet zonder humor.

Touch, rise and fall (2008) bijvoorbeeld, toont de geoliede machine van de beveiliging op een vliegveld. Met latex handschoenen aan wordt hier gezocht naar het kwaad, dat elke vorm kan aannemen. Een beveiliger steekt zonder aarzeling een stanleymes in het lijf van een pluchen paardje. Hij rukt de vulling eruit en geeft de lege huls van de stoffen huid geroutineerd door aan de collega naast hem. Een volgende koffer gaat open, en nog een. De bordjes naast de video’s geven geen informatie over de duur van het werk: de beelden blijven maar komen.

De stilte in de zaal is heerlijk en door het gebrek aan tijdsbesef is het alsof de alarmerende gebeurtenissen als een roes voorbijtrekken. Maar dan dat ‘live-element’. Op internet zingt de oproep voor vrijwilligers voor een ‘performance’ tijdens de tentoonstelling al weken rond: ‘Met kleine bewegingen en gebaren creëer je een situatie die de bezoeker zal herkennen en die tegelijk een nieuwe ontregelende ervaring biedt op de ruimte en het werk.’ Met deze wetenschap wordt alles verdacht. Het meisje met hoge hakken dat het zicht op een video belemmert, de suppoost die ongepast hard zijn neus snuit.

Het hart van de performance blijkt zich echter overduidelijk rond het nieuwste werk van de kunstenaar te bevinden. Die verdachten waren waarschijnlijk gewoon zichzelf. Tongues and Assistants (2013) is een registratie van een dienst van de Pinksterbeweging in Brazilië. Aanhangers van deze religie komen samen in steriele congrescentra waar ze dansen, huilen en schreeuwen met hun handen in de lucht, de ogen gesloten. Beveiliging in zwarte pakken houdt de blinde menigte nauwlettend in de gaten.

‘Ervaringskunst’ is ongekend populair. Ryan Gander liet zijn bezoekers verdwalen in het gangendoolhof van zijn Locked Room Scenario (2011), waarbij ze als klap op de vuurpijl werden uitgescholden door zijn figuranten. Ook Tino Sehgal, dit jaar genomineerd voor de Britse Turner Prize, joeg zijn publiek op door groepen acteurs wild door de Turbine Hall van Tate Modern te laten rennen.

Zonder de ‘ontregelende’ ervaring in het Stedelijk hier prijs te geven, kun je stellen dat het videowerk van Mik dergelijk gebrekkig toneelspel helemaal niet nodig heeft. De verstoring van de scheiding kunst/realiteit werd al beter uitgevoerd. Door hemzelf, gewoon in een videowerk. In Convergencies (2007) bijvoorbeeld, momenteel te zien in het krappe souterrain van Castrum Peregrini. De tentoonstelling Shapeshifting, met werk van onder anderen Maria Barnas en Alfredo Jaar, maakt deel uit van de manifestatie My Friend. My Enemy. My Society. Castrum Peregrini is gestoeld op vriendschap: de culturele stichting aan de Herengracht 401 fungeerde in de Tweede Wereldoorlog als onderduikadres.

Convergencies is opgebouwd uit archiefmateriaal van internationale persbureaus. Twee videoschermen tonen beelden van immigranten, die zich als een kudde schapen door agenten over een akker laten drijven. In een volgende scène wordt een gewonde vrouw over een perron van Utrecht Centraal begeleid. Wacht even: er was een treinbotsing in Amsterdam, maar een ongeluk in Utrecht? De beelden blijken registraties van oefeningen. Fluorescerende hesjes en baretten toveren mannen en vrouwen om tot hulpverlener of agent. Versleten plastic tassen en wollen mutsen zijn de rekwisieten voor asielzoekers. Bloed is een indicatie voor slachtoffers. Samen repeteren ze scenario’s die als een zwaard van Damocles boven ons hoofd hangen, en vaak zelfs al realiteit werden. Tussendoor verschijnen beelden uit de realiteit, flitsende opnamen uit rampgebieden waar de oefeningen in praktijk worden gebracht. Gevangen in duister beeld komt een groep vluchtelingen de Kanaaltunnel uit rennen. Met een gele helm op zijn hoofd vist een man een kledingstuk uit prikkeldraad.

In de totale chaos van mediabeelden wordt de werkelijke dreiging nooit duidelijk. Mensen lopen verdwaasd rond, als levende brokstukken van een ramp die zich buiten het zicht van de camera heeft voltrokken. Dat is de essentie van Miks paranoïde installaties: ergens middenin zitten en niet weten waar het centrum is.

In een zaal naast het gangenstelsel in het Stedelijk Museum draait Raw Footage (2006), de enige installatie met geluid. Op twee schermen verschijnen persbeelden uit de oorlog in Joegoslavië, de strijd waarin vriendelijke buren transformeerden tot een moordende vijand. Het zijn registraties die het journaal niet haalden, zoals een langdradige opname van een rokend gebouw, begeleid door het indringende geblaf van een hond. De journalist is blijven filmen, wellicht in afwachting van een mediagenieke voltreffer. Die bleef uit, de opname werd aan de kant gegooid en het geblaf belandde in de archieven van Reuters en itn.

In een volgende scène tijgert een soldaat door een berm. Met een sigaret in zijn mond schiet hij onophoudelijk door de grashalmen. Een soldaat op het scherm naast hem doet precies hetzelfde. Misschien schieten ze op elkaar. Net als in Convergencies rijst ook hier de vraag waar de kern zich eigenlijk bevindt.

Geïndoctrineerd door de spectaculaire explosies op het journaal maakt de alledaagsheid van het beeldmateriaal in Raw Footage onverwacht veel indruk. Op een weiland rijdt een boer op zijn tractor langs artillerie die ritmisch kogels afvuurt. Besmeurde strijders zitten onder een Coca-Cola-parasol te wachten op het volgende gevecht, als op een zomers terras. Vogels tjilpen, ook tegen een achtergrond van rookpluimen. Wat was deze oorlog aangrijpend echt.

Dat Communitas de hoogste vorm van ervaringskunst bereikt, blijkt paradoxaal genoeg pas echt buiten de muren van het museum. Ajax speelt deze dag voor het landskampioenschap, supporters bezetten luidruchtig het centrum en hangen in lantaarnpalen boven het Leidseplein. Politie en Mobiele Eenheid, herkenbaar aan hun gele hesjes en gummiknuppels, cirkelen om de groep heen. ‘Dit is mijn club, dit is mijn ideaal’, staat op sjaals die de supporters in de lucht houden. Deze ‘communitas’ is niet als een kudde bijeengedreven, maar opgebouwd uit een ideo­logie, als leden van de Pinkstergemeenschap. In een stad elders in het land voltrekt zich een soortgelijk ritueel, met tegengestelde belangen. En dit is nog maar sport.


Aernout Mik, Communitas, 4 mei t/m 25 augustus, Stedelijk Museum; stedelijk.nl.Shapeshifting, 25 april t/m 23 juni, Castrum Peregrini, Amsterdam; castrumperegrini.org