Een keukenmeid redt de paus

Paus Pius XII zit postuum in de lift. Het Simon Wiesenthal-centrum noemde hem pas nog ‘een man die de ziel van de kerk aan de nazi-duivel verkocht en door nalatigheid een passieve medeplichtige werd van het opperste kwaad’. Dankzij kardinaal Simonis weten we sinds verleden week beter. Pius de Zwijger was in werkelijkheid diep begaan met het lot van de Europese joden. In 1942, vertelde de kardinaal voor de NPS-radio, schreef Pius zelfs een protestbrief tegen de deportaties naar de gaskamers. Maar uiteindelijk verscheurde hij zijn pauselijk schrijven, bevreesd dat het de nazi’s slechts zou aansporen. Eerder protest van de Nederlandse aartsbisschop De Jong tegen Rijkscommissaris Seyss-Inquart sorteerde dat effect, zei Simonis. Toen gingen er bij wijze van represaille tegen de kerkelijke opstandigheid 213 Nederlandse joden ‘extra’ op transport, onder hen ook mensen die katholiek waren gedoopt.

Het nieuws kwam als geroepen. De huidige paus zat nog te broeden op ‘het definitieve woord van de kerk over anti-judaïsme in eigen kring’. De Nederlandse onthulling maakte het een stuk makkelijker. De bronnen van de onthulling bleken helaas troebel: de huishoudster van Pius(XII, ene zuster Pasqualina, zou erbij zijn geweest toen de paus zijn brief schreef en vervolgens verscheurde. Pasqualina vertelde het haar vriendin, moeder Bertoli, werkzaam op het Hollands College in Rome, die het weer doorvertelde aan de Nederlandse vertegenwoordigers van de Heilige Moederkerk.
Het verhaal valt in de rubriek keukenmeidenrumoer. Niettemin greep menig medium de gelegenheid dankbaar aan om de 'mythe van de pauselijke collaboratie aan de holocaust’ eens en voor altijd in het rariteitenkabinet van de geschiedschrijving bij te zetten. Menigeen lijkt liefst zo snel mogelijk de vlekjes op de reputatie van Pius XII te willen vergeten: zijn verdrag met Mussolini, zijn visie op het fascisme als stormram tegen de communistische dreiging, de wijze waarop het Vaticaan vluchtende topnazi’s naar Zuid-Amerika hielp ontkomen. De goodwill daartoe is enorm in dit naar verzoening en vergeving smachtende einde van de twintigste eeuw.
Hetzelfde zien we ook in eigen land. Onlangs nog mochten we de biografie ontvangen van Henri Deterding, de Shell-directeur. Hij kampte net als Pius met een besmet verleden. In naam van dezelfde communistenvrees als de paus zag Deterding Hitler c.s. als de ideale remedie en werd hij in de aanloop tot de Tweede Wereldoorlog een belangrijke fondsenwerver ten faveure van de bruine c.q. zwarte horden. Maar ook dat bleek een misverstand. Biograaf Paul Hendrix, voorheen van Shell, schreef dat deze opvattingen berusten op nawerkende agitprop vanuit het Kremlin en dat Deterding in werkelijkheid een hartstochtelijke antifascist was. Hendrix’ bewijzen waren nihil, maar zijn pathos was groot. Frits Bolkestein, ook van Shell, neemt ondertussen het voortouw in nog een communistenjacht in de Nederlanden. Iedereen die ooit een hand heeft uitgestoken naar de DDR moet boeten, terwijl de voormalige vrienden van Hitler toch nog een soort verzetskruisje krijgen opgespeld. Een achterdochtig mens zou zeggen: hier is sprake van een patroon.