Een kinderboekenmissie maydo van marwijk kooy

TIJDENS DE Kinderboekenweek gaat het uiteraard over letters en plaatjes, maar altijd ook even over cijfers. In Nederlandse gezinnen werden het afgelopen jaar ruim viereneenhalf miljoen kinderboeken gekocht, een papierberg die het voorstellingsvermogen ruim te boven gaat. De aanschaf van een beetje aardig kinderboek is de afgelopen twintig, dertig jaar aanzienlijk eenvoudiger geworden. Kwaliteitsboekhandels kunnen het zich nauwelijks meer veroorloven om de jeugdliteratuur weg te proppen op twee planken onder de kook- of reisboeken.

In de media krijgen de klanten immers breed uitgemeten hoe de huidige generatie met ‘ontlezing’ wordt bedreigd en dus stellen zij ook voor hun kinderen vragen en eisen. Verspreid over het land zijn er dertien gespecialiseerde, vaak buitengewoon uitnodigend ingerichte kinderboekwinkels, waar lawaai- en snottebelbestendig personeel zich met even veel toewijding verdiept in de nieuwste Griezelbus als in de laatste Toon Tellegen. Boekenclubs hebben een actueler en interessanter aanbod dan vroeger en wie zuinig aan moet doen kan via de zestien filialen van De Slegte voor ongeveer een derde van de oorspronkelijke prijs een bibliotheek voor het leven opbouwen.
TOCH IS ER een half jaar geleden een nieuw en ongewoon distributiepunt bij gekomen. In een verbouwde boerderij even buiten Zutphen vestigde zich de eerste Nederlandse boekenclub die zich uitsluitend bekommert om lezers van nul tot en met acht jaar. Het kwartaalblad Kinderboekenpost biedt gemiddeld dertig titels aan. Abonnees krijgen op hun bestellingen circa twintig procent korting. Dezelfde korting geldt wanneer ze met de in het blad afgedrukte bonnen naar de boekhandel gaan. Hierin wijkt de organisatie af van andere clubs. Ook is er geen afnameverplichting.
Directeur Maydo Kooy (1953) licht haar initiatief toe: 'Ouders willen het beste voor hun kinderen en voor steeds meer mensen horen boeken daarbij, ook al lezen ze zelf niet. Maar welk boek is geschikt? Als ouders twee keer de plank misslaan, beginnen ze er niet zo gauw meer aan. Kinderboekenpost is in de eerste plaats bedoeld om te helpen kiezen. Met kleine kinderen naar de boekhandel is een hele onderneming, want voor je het weet hebben ze alle onderste planken leeggeruimd. Bovendien is niet bij iedereen om de hoek een kinderboekwinkel gevestigd. Aan recensies in de krant kom je niet altijd toe, en lees je eens een lovende, dan vergeet je hem natuurlijk weer uit te knippen. En dan is er de jaarlijks verschijnende Gids Boek en Jeugd, maar die is vooral bestemd voor wie al geinteresseerd is. Hij is informatief, maar veel te dik: minstens vijftienhonderd titels en alleen maar lettertjes. Ik beeld elk boek ook af, in kleur en soms nog met plaatjes uit het binnenwerk, zodat iemand kan denken: wow, dat boek wil ik.
Ouders met jonge kinderen en vaak ook nog een baan zitten in een hartstikke drukke periode van hun leven. Het is handig om dan de informatie op een presenteerblaadje door de brievenbus te krijgen. Iemand die je kunt vertrouwen vertelt af en toe: daar zullen jij en je kind van genieten. En wie wil, krijgt zo'n boek ook nog met korting thuisbezorgd.’
OMDAT DE leeslust niet vroeg genoeg kan worden gewekt, is de kinderboekenclub bij de jongsten begonnen, maar bij gebleken succes ligt er zeker een uitbreiding naar oudere kinderen in het verschiet.
Het idee voor Kinderboekenpost is afkomstig uit Zweden, waar op initiatief van Astrid Lindgren twintig jaar geleden de Barnens Bokklubb startte. De club loopt uitstekend en kent afdelingen voor verschillende leef tijdscategorieën. De meest recente richt zich sinds drie jaar speciaal op baby’s!
Maydo Kooy: 'Vanwege de infrastructuur is Zweden traditioneel een postorderminnend land. Er zijn nauwelijks boekwinkels en de boekenclub - meestal uitgeverijgebonden - is een normaal verschijnsel. Het succes van de kinderboekenclubs wordt mede bepaald doordat 95 procent van de getrouwde vrouwen buitenshuis werkt en doordat de Zweden grote waarde hechten aan kindercultuur. Na de oorlog zijn er enorme bedragen in bibliotheekvoorzieningen, theater, film en radio gestopt, en ook nu de kraan na de economische crisis is dichtgedraaid, blijft de instelling dat je in kinderen moet investeren, bestaan.’
Kooy volgde de opleiding voor uitgeverij en boekhandel en studeerde Scandinavische talen. De Zweedse situatie leerde ze met name kennen via uitgeverij Lemniscaat, waar ze vertaalwerk deed en midden jaren zeventig redacteur was voor de zogenaamde veertien-plusserie. Daarmee werd beoogd via actuele en vaak taboedoorbrekende onderwerpen jongeren die het lezen eraan dreigden te geven, vast te houden en hen bovendien bewust te maken van de wereld om hen heen. De reeks was trendsettend, maar werd vanwege het hoge probleemgehalte in vakkringen later wel aangeduid als 'de kommer-en-kwelserie’ of 'het rampenfonds’. Een gedeelte van de titels vond Kooy in Zweden, waar ze altijd voorop hebben gelopen in het bij de naam noemen van de dingen voor een jeugdig publiek.
Hoewel dit soort boeken samen met de gedrevenheid van de jaren zeventig al lang is bijgezet in de geschiedenis van de jeugdliteratuur, kijkt Kooy er met tevredenheid op terug. Ook toen probeerde ze dat te realiseren wat ze zelf had gemist: 'Ik was 22 en kon me nog heel goed herinneren wat ik had willen lezen toen ik veertien was. Ik had geen idee wat ik aan moest met Het stenen bruidsbed na Gideons reizen.’
EIND JAREN zeventig werkte Kooy enige tijd bij een grote Amerikaanse uitgeverij, waar ze zich toelegde op de verkoop van rechten. Besmet met de geest van 'voor jezelf beginnen’ zette ze bij terugkomst een eigen literair agentschap op. Na tien jaar werd het vele gereis naast een gezin met drie kinderen haar te zwaar, waarop ze zich terugtrok op een boerderij in de Achterhoek. En daar groeiden de plannen voor de boekenclub. Kooy: 'De ECI is er ook mee bezig geweest, maar zag blijkbaar te weinig marge. Aan een kinderboek is nu eenmaal minder te verdienen dan aan een fijn kookboek voor tachtig gulden. Je kunt je suf lezen over verkooppunten en omzetcijfers en dat heb ik ook gedaan, maar de werkelijke drijfveer is dat ik in de kleine-kinderentijd zèlf zo'n club heerlijk zou hebben gevonden. Ik zit nu in een soort proefjaar, probeer met hulp ook de verzending in eigen huis te doen. Dat is geen sinecure. De vrachtwagen van het Centraal Boekhuis bijvoorbeeld kan ons hobbelpad niet over, zodat we met eigen auto de boeken bij de weg moeten gaan halen.
Boekhandelaren zullen mij misschien met argusogen volgen, bang dat er iets van hun markt af gaat. Ik ga er juist van uit dat er uiteindelijk iets aan die markt wordt toegevoegd, namelijk nieuwe lezers, die gewend zijn om boeken te kopen. Zo is er ook altijd commentaar op de openbare bibliotheken geweest omdat die klanten zouden afsnoepen, maar volgens mij houden bibliotheken het boekhandelskanaal juist levend.’
Inmiddels zijn er drie afleveringen van Kinderboekenpost verschenen. Het blad (zestien pagina’s dik) is zowel uiterlijk als inhoudelijk met grote zorg samengesteld en kent een vaste indeling. Elk nummer heeft een thema. Deze keer is dat heksen, in aansluiting op het thema van de Kinderboekenweek. In de rubriek 'Op een rij’ zijn daarom oude en nieuwe heksenboeken bijeengebracht, waaronder Hanna Kraans Verhalen over de boze heks, maar ook Paulus de Boskabouter, De heksen van Roald Dahl, Platvoetje van het echtpaar Schubert, en Otfried Preusslers Kleine Heks. Elke keer worden er enkele mooie en bruikbare prentenboeken aangeboden, materiaal voor beginnende lezers en een voorleesbundel. Er is aandacht voor de verschillende leeftijdscategorieën binnen de doelgroep, en onder het hoofdje 'Nieuwe media’ verschijnen videobanden van de hond Dribbel, geluidscassettes van Paulus en het Pippi Langkous-computerspel. Soms is er ook een boekverwante knuffel in de aanbieding.
Opvallend is de ruimte voor het boek dat zijn kracht al lang heeft bewezen - Gouden Boekjes, De kleine kapitein, De wortelkindertjes - met steeds één klassieke titel die groot wordt uitgelicht: Lionni’s Frederick, of Babar van Jean de Brunhoff. Het idee daarachter is dat zich om de vier àvijf jaar een nieuwe generatie lezers aandient. 'Ook al is een boek dertig jaar oud, als het belangrijk is moeten ouders van nu ook weten dat het bestaat’, aldus Kooy.
De begeleidende tekstjes bij de boeken in de gids schrijft Kooy allemaal zelf. Ze zijn informatief, enthousiasmerend en persoonlijk van toon. Het is of de vertegenwoordigster van Het Goede Boek op bezoek is met het mooiste stapeltje onder de arm: 'De beste boekjes om mee te beginnen’ of 'Ik ken weinig prentenboeken die zo direct aanspreken’.
Kooy: 'Ik pretendeer niet dat dit de ultieme keuze is op het gebied van de jeugdliteratuur. Ik volg zeker niet alleen mijn persoonlijke smaak, maar probeer juist ook mensen voor ogen te houden die net beginnen met een eigen kinderboekenplank. Toegankelijkheid staat bovenaan mijn lijstje. Ik heb wel behoefte om mijn mening te toetsen, maar ik wil per se geen officieel panel. Kinderboekenpost moet van de grond komen zonder dat het meteen geïnstitutionaliseerd wordt. Ik wil vermijden dat ik links en rechts tevreden moet houden of met allerlei belangen rekening moet gaan houden. Ik zie mezelf als de moeder om de hoek, die toevallig wat meer kinderboeken gelezen heeft dan andere volwassenen.’