Hoofdcommentaar

Een kinderhand is snel gevuld

Op 30 juni is de bezetting van Irak voorbij. De Amerikanen en de Britten zullen dan de macht overdragen aan een nieuw in te stellen Iraakse overgangsregering. De ontwerpresolutie die afgelopen maandag aan de VN-Veiligheidsraad werd gepresenteerd, is echter niet de tekst die de Europese Unie en de Verenigde Staten na een ongemakkelijk jaar nader tot elkaar brengt. De Duitse minister Joschka Fischer van Buitenlandse Zaken was weliswaar redelijk positief, maar Frankrijk, van begin af aan de meest voorname dwarsligger in de Irak-crisis, vond de ontwerpresolutie onvoldoende eenduidig. Er zal nog het een en ander geschaafd moeten worden, wil dat land in de Veiligheidsraad niet gebruikmaken van zijn veto.

Dat is niet onbegrijpelijk. Ondanks alle diplomatieke inspanningen geeft de tekst toch weer aanleiding voor verschillende interpretaties. De Verenigde Naties krijgen, zoals verwacht, een zwaarder aandeel bij de weder opbouw van Irak. De druk op de Amerikanen en de Britten om na de overdracht van het bestuur op 30 juni de rol van de VN te versterken, was groot. De nieuwe Iraakse interim-regering krijgt, volgens de Britse VN-ambassadeur die de resolutie toelichtte, «volledige soevereiniteit». Ook zo’n formulering viel te verwachten. Al is de invulling van dit concept voor velerlei uitleg vatbaar.

Het gaat daarbij in de eerste plaats om de rol van de coalitietroepen. Die zullen — weinig verrassend — in Irak blijven. De nieuwe interim-regering krijgt over de «multinationale troepenmacht» in eigen land slechts beperkte zeggenschap. Het commando zal in Amerikaanse handen blijven en de troepen kunnen alles doen wat ze goeddunkt om veiligheid en stabiliteit te handhaven én om terrorisme te voorkomen — ongeacht de nieuwe Iraakse wetgevende macht. Wat dat kan betekenen heeft vorige week Ahmed Chalabi, lid van de huidige regeringsraad, ervaren. Het huis van de uit de gratie geraakte Amerikaanse vertrouweling werd overhoop gehaald omdat hij geheime veiligheidsinformatie aan Iran zou hebben doorgespeeld.

Terwijl de Amerikaanse regering bij monde van ambassadeur Paul Bremer en veiligheidsadviseur Condoleezza Rice vorige week nog aangaf dat de troepen zullen vertrekken zodra het Iraakse bestuur dat wenst, is deze optie niet zo expliciet in de conceptresolutie opgenomen. De vurige wens van Frankrijk (en Duitsland en Rusland) om een einddatum voor de Amerikaans-Britse aanwezigheid in Irak op te nemen, is terzijde geschoven. Het mandaat van de multinationale troepenmacht zal twaalf maanden nadat de VN-resolutie wordt aangenomen «of op verzoek van de overgangsregering van Irak» worden «herzien». De Irakezen krijgen dus wel de mogelijkheid de discussie opnieuw aan te zwengelen, maar lijken zich niet direct te kunnen uitspreken over de aanwezigheid van de buitenlandse troepenmacht.

Dat werd bevestigd door de interpretatie die president Bush aan de resolutie gaf. In een toespraak voor het Army War College in Pennsylvania zei hij maandagnacht dat de 138.000 Amerikaanse soldaten zullen blijven «zo lang als nodig is», met andere woorden: zolang de Amerikanen het nodig achten. De Amerikaanse troepen gingen immers naar Irak «om onze veiligheid te bewaken», zei Bush. Het «vijfstappenplan» dat hij in zijn toespraak ontvouwt, wordt gepresenteerd als een Amerikaanse inspanning, terwijl de meeste van de vijf stappen conform de resolutie door de VN zouden moeten worden gezet.

De toespraak van Bush, de eerste in een rij van zes, was bestemd voor binnenlands gebruik. Nog slechts 41 procent van de Amerikanen heeft volgens de laatste peilingen vertrouwen in de president en liefst 65 procent van de ondervraagden is ervan overtuigd dat Amerika in Irak een verkeerd beleid voert. Dat is niet handig, in een verkiezingsjaar. De concept resolutie voor de Veiligheidsraad is nu juist voor internationaal gebruik. Maar een jaar geleden vond Bush die Veiligheidsraad nog «een overbodige praatclub». En het blijft de vraag of na 30 juni de nederige toon uit de conceptresolutie of de ferme interpretatie daarvan in Bush’ verkiezings toespraken bij bestuur en wederopbouw van Irak gaat gelden.

Nog voordat op deze vraag een antwoord kwam, heeft de Nederlandse regering ronduit enthou siast op de conceptresolutie gereageerd. Minister Bot vond het «meer dan verwacht». Maar ook zijn reactie was weer voor binnenlands gebruik. Terwijl er binnen de verschillende lidstaten van de Europese Unie over de tekst van de resolutie nog lang geen overeenstemming is, ziet het Nederlandse kabinet in de «leidende rol van de VN» reden het mandaat voor de Nederlandse troepenmacht te verlengen. Dat was immers de eis van de kleinste regeringspartij D66. En premier Bal ken ende heeft in een interview met Andries Knevel laten doorschemeren dat het kabinet zich alleen om wille van D66 voor de nieuwe VN-resolutie sterk heeft gemaakt. «Wanneer je te maken zou hebben met CDA en VVD alleen, dan was je er misschien al uitgekomen. Maar juist omdat je te maken hebt met gevoeligheden, zetten we ons in voor de rol van de Ver enigde Naties», zei Balkenende.

Maar het Nederlandse kabinet heeft niet alleen te maken met de gevoeligheden van D66. Ook de gevoeligheden van andere Europese lidstaten moeten een maand voor aanvang van het belangrijke Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie een rol spelen. Niet het minst nu de partij van Balkenende en Bot, het CDA, zich bij monde van Europees lijsttrekker Camiel Eurlings heeft uitgesproken voor een gezamenlijk buitenlands beleid. Het enthousiasme van het kabinet vóór de verlenging van de Nederlandse troepenmacht in Irak, onder Amerikaans commando en onder verantwoordelijkheid van de Amerikaanse minister van Defensie Rumsfeld, is derhalve wat voorbarig.

De kloof tussen de Verenigde Staten en Europa is deze week immers eerder groter dan kleiner geworden. Zaterdag was er de voor Amerikanen provocatieve Gouden Palm voor regisseur Michael Moore op het filmfestival in Cannes, maandag kwam de voor een deel van de Europese Unie dubbelzinnige conceptresolutie bij de VN-veiligheidsraad in Irak. Premier Balkenende is ter voorbereiding van zijn voorzitterschap alle nieuwe lidstaten van de Unie afgereisd om kennis te maken met de plaatselijke regeringsleiders. Maar dat is in de woorden van coalitiepartner Rumsfeld het «nieuwe Europa». Het ware wijs geweest ook het «oude Europa» in de tournee te betrekken.