Een kistje diamanten

Walter Zinzen, Mobutu: Van mirakel tot malaise. Uitgeverij Hadewijch, 203 blz., f34,90
Op 25 november 1965 greep legerbevelhebber Mobutu Sese Seko Koko Ngbendu Wa Za Banga in Kongo naar de macht. Walter Zinzen, reporter bij de Belgische televisie, heeft het Mobutu-bewind in Zaire dertig jaar lang op de voet gevolgd en schreef Mobutu: Van mirakel tot malaise.

Toen Mobutu op 14 oktober 1930 werd geboren, werd hij door Vlaamse missionarissen Joseph-Desir gedoopt. In 1949 werd hij om disciplinaire redenen van school gestuurd en voor zeven jaar ingelijfd bij het leger. Mobutu was nog officier toen hij - onder pseudoniem - als journalist begon te schrijven voor het antiklerikale blad L'Avenir, waarvan hij in 1956 adjunct-hoofdredacteur werd. Mobutu stond toen bekend als een uitstekende journalist met een enorme kennis en een scherp verstand. In 1959 liep hij stage in Belgie, waar hij kennis maakte met Larry Devlin van de Amerikaanse ambassade - zijn eerste kennismaking met de CIA. Toen Mobutu in 1960 onder de druk van de Amerikanen opperbevelhebber van het Kongolese leger werd, zorgde de CIA ervoor dat zijn soldaten werden betaald. Pas toen Mobutu eind jaren zestig stevig in het zadel zat, hield de CIA-geldstroom op, al bleef de steun. Rond de persoon van de chef hing weliswaar een sfeer van terreur, maar de Amerikaanse en westerse inlichtingendiensten keken een andere kant op uit waardering voor Mobutu’s anticommunisme.
Zinzen vertelt dat Mobutu zeven concurrerende veiligheidsdiensten oprichtte, opdat er nooit een te machtig werd. Voor de ordehandhaving werden twee afzonderlijke korpsen opgericht. Voor zijn eigen beveiliging was er de beruchte Division Speciale Prsidentielle, een troepenmacht van 15.000 man. Daarnaast was er de SARM, een soort politieke politie gemodelleerd naar Ceausescu’s Securitate. Sinds vijf jaar resideert Mobutu in Kawele, in een onneembare vesting, hoog op een rots, die wel eens met Hitlers Adelaarsnest wordt vergeleken.
Mobutu vestigde in de jaren zeventig de aandacht van de wereld op zich met zijn spectaculaire authenticiteitsbeweging. Kongo werd toen Zaire. Op straffe van vijf jaar gevangenis mochten katholieke priesters aan de Zairese baby’s geen westerse voornamen meer geven (mevrouw Mobutu weigerde echter van haar christelijke voornaam afscheid te nemen en bleef zich tot haar dood Marie-Antoinette noemen); Kerstmis moest op 24 juni worden gevierd; de koloniale aanspreektitel monsieur werd vervangen door citoyen en de vrouwen mochten geen westerse rokken meer dragen. Na een ontmoeting met de Chinese partijleider Mao introduceerde Mobutu de abacos (afkorting van a bas le costume: ‘weg met het pak’) als verplichte klederdracht voor mannen. Alle gezagsdragers moesten voortaan het partij-insigne met de beeltenis van Mobutu dragen, ook de rechters.
Zinzen geeft een goed beeld van de manier waarop Mobutu zich op kosten van het volk heeft verrijkt en een enorm fortuin heeft vergaard. Hoewel zijn inkomsten uit diamant, kobalt en petroleum zijn gedaald, haalt de man die zich graag in luipaardenhuid hult, toch nog zo'n 800 miljoen dollar per jaar. In Johannesburg is Mobutu een van Mitsubishi’s belangrijkste aandeelhouders en verder is hij de eigenaar van verscheidene luchtvaartmaatschappijen. Aangenomen wordt dat de president minimaal vijftien miljoen dollar per maand nodig heeft om zijn imperium te onderhouden. Een intimus van de president heeft aan Zinzen verteld dat elk staatshoofd dat bij Mobutu op bezoek komt, met een kistje diamanten naar huis gaat.