Cadeau voor de huiswerkindustrie

Een klaslokaal vol klanten

De bijles- en huiswerkmarkt krijgt een miljoenenimpuls door subsidies om corona-achterstanden weg te werken. Schoolleiders voelen zich gedwongen steeds meer taken aan private bedrijven uit te besteden. ‘Dit is een verkapte privatisering van het publieke onderwijs.’

Het Christelijk Lyceum in Veenendaal ligt er op woensdagmiddag na schooltijd verlaten bij. Alleen in lokalen 23, 24 en 25 buigen leerlingen zich nog over hun schoolboeken of laptop. Joyce Potters zorgt ervoor dat de leerlingen niet te veel op hun telefoon zitten: ‘Luca, is dat werk wat je aan het doen bent?’ Ze scrolt door het online leerlingvolgsysteem en helpt een tweedeklasser met haar planning: ‘Ik zie dat je nog huiswerk moet doen voor wiskunde, Engels en natuurkunde.’

Joyce werkt al twintig jaar in het onderwijs, maar ze werkt niet voor het Christelijk Lyceum. Deze drie lokalen zijn namelijk voor Breinbrekers, de vaste leverancier van huiswerkbegeleiding op de Veenendaalse school. Acht jaar geleden kreeg het bijlesbedrijf die ‘eigen’ lokalen. ‘Een wereld van verschil’, zegt ze. ‘Ik zit veel dichter op de leerlingen en ben meer betrokken bij de school.’

Om en om melden de leerlingen zich voor in de klas om samen met Joyce hun huiswerk in te plannen. Om kwart over vier inventariseert ze wie het afgesproken werk af heeft. Als het niet af is krijgen de ouders een mail: ‘Zij zijn onze klanten.’

Het zijn echter niet de ouders die betalen voor extra huiswerkbegeleiding, maar de school koopt de dienst in voor alle leerlingen die willen. Zo huurde het Christelijk Lyceum het private Breinbrekers dit jaar in voor een ‘crashcourse’ en ‘steunlessen’, speciaal om corona-achterstanden weg te werken. Vanwege de ‘coronasubsidies’ had de school er nu geld voor.

Vorig jaar maakte het kabinet ruim negentig miljoen euro beschikbaar voor middelbare scholen om leerachterstanden als gevolg van de pandemie in te halen. Dat is nog maar een voorproefje van wat komen gaat. Eerder dit jaar kondigden demissionair onderwijsministers Slob en Van Engelshoven in totaal 8,5 miljard subsidie aan. Een ongekende financiële impuls, waar het onderwijs al decennia om vraagt. Maar dat geld moet wel binnen 2,5 jaar ‘op’ zijn en dat zorgt vrijwel onmiddellijk voor kritiek. Kamerleden vrezen dat het publieke geld daardoor in private zakken terechtkomt. Ook volgens minister Slob ligt het ‘op de loer dat allerlei commerciële partijen het misschien gaan overnemen’. Hij raadt schoolleiders daarom aan ‘die wereld daarbuiten’ alleen in te schakelen als het nodig is, en ze anders ‘op grote afstand’ te houden.

In werkelijkheid gebeurt het omgekeerde, blijkt uit ons onderzoek. Bijlesinstituten, huiswerkbegeleiders en examentrainers staan al lang niet meer ‘op afstand’. Bedrijven in het zogenoemde ‘schaduwonderwijs’ hebben hun eigen lokalen en worden gepromoot door de school. Onder de radar zijn ze een volwaardige onderwijspartner geworden waardoor een deel van het publieke onderwijs ongezien privatiseert.

Dat zien we terug in de besteding van de ruim negentig miljoen subsidie die middelbare scholen afgelopen jaar ontvingen voor inhaal- en ondersteuningsprogramma’s na de eerste lockdown. Scholen gaven ongeveer dertig miljoen uit aan private huiswerk- en bijlesbedrijven om leerachterstanden weg te werken, blijkt uit onderzoek van platform Investico voor Trouw, EenVandaag en De Groene Amsterdammer onder alle schoolleiders die de subsidie ontvingen.

Het schaduwonderwijs is een almaar groeiende miljoenenindustrie geworden die blijkens ons onderzoek bovendien steeds meer gedomineerd wordt door één speler: huiswerkbegeleider en examentrainer Lyceo. Het van oorsprong Leidse bedrijf is met afstand het meest gebruikte bedrijf in onze enquête. Het kocht vrijwel ongemerkt concurrent na concurrent over, en omzeilt met goedkope krachten de zwaar bevochten onderwijs-cao’s. In tijden van lerarentekorten en overvloedige subsidies gaan steeds meer scholen met het bedrijf in zee.

Bijles was ooit iets voor rijke ouders die extra aandacht regelden voor hun kinderen, omdat ze toch echt het vwo móesten halen. Tegenwoordig maakt volgens onderzoeksbureau seo ongeveer één op de drie middelbare scholieren gebruik van aanvullend onderwijs. Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde dat ouders daar gemiddeld acht keer meer geld aan uitgeven dan twintig jaar geleden. Dat aanvullende onderwijs komt grofweg in drie smaken: een-op-eenbijles, begeleiding bij het maken van huiswerk en kortdurende trainingen voor het eindexamen. En ook lente- en zomerscholen raken steeds meer in zwang en er is een waaier van extra ondersteuning voor schoolkinderen ontstaan, van Cito-training tot faalangstcursussen. De markt groeit explosief, zo blijkt uit cijfers die we opvroegen bij de Kamer van Koophandel: sinds 2014 komen er bijna elk jaar meer dan honderd bedrijven bij die zich bezighouden met studiebegeleiding en bijles. Dat varieert van eenpitters die studiebegeleiding geven in de buurt tot miljoenenbedrijven die nationaal opereren.

Aan al dat extra onderwijs hangt vaak een prijskaartje. Daardoor profiteert niet iedereen er evenveel van. Hoe hoger de opleiding van de ouders, hoe groter de kans dat ze betalen voor extra begeleiding voor hun kind, blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau seo. ‘Het onderwijs krijgt onbedoeld steeds meer kenmerken van een vrije markt’, schreef de Onderwijsinspectie eerder dit jaar, ‘met alle kansen voor wie de weg kent, maar ook met de voorspelbare achterblijvers.’ In 2019 waarschuwde ook minister Slob: ‘Als een deel van de kinderen extra onderwijs ontvangt en een deel niet, kunnen verschillen ontstaan.’

Een van de effecten van de miljardensubsidie is dat deze discussie over kansenongelijkheid de komende jaren meer naar de achtergrond zal verdwijnen. Scholen hoeven het niet meer aan rijke ouders te laten om bijles en examentraining in te kopen: ze kunnen dat nu voor al hun leerlingen doen. Hiermee versterkt corona de reeds ingezette trend waarbij scholen huiswerkinstituten in de arm nemen om in de school structureel extra taken te verrichten.

Alle waarschuwingen ten spijt houdt niemand bij welke bedrijven de coronasubsidies voor het onderwijs opstrijken. Het ministerie weet wel hoeveel subsidie elke school het afgelopen jaar kreeg, maar de scholen hoeven nauwelijks te verantwoorden hoe ze dat geld uitgeven.

Dus vroegen wij het de scholen. We hielden een enquête onder alle 574 scholen die vorig jaar subsidie ontvingen om corona-achterstanden in te halen. We vroegen hoeveel daarvan ze uitgaven aan commerciële aanbieders. 135 van de ondervraagde schoolleiders (24 procent) reageerde. Twee derde besteedde het geld aan externe bedrijven, en zij gaven daar gemiddeld de helft van het subsidiebedrag aan uit. Dat betekent dat van de in totaal negentig miljoen euro subsidie grofweg dertig miljoen euro naar het schaduwonderwijs is gegaan.

Zelfs als schoolleiders het geld intern willen besteden, lukt dat vaak niet, blijkt uit gesprekken die we voerden met 25 schoolleiders. Omdat de subsidie eenmalig is, kunnen ze die niet besteden aan nieuwe vaste contracten, en er zijn überhaupt nauwelijks leraren om die contracten aan te geven. Een schoolleider die we spreken weet ‘van gekkigheid’ niet waar hij het geld aan uit moet geven.

‘Met zo’n kortdurende subsidie én een leraren-tekort is dit de perfecte situatie om naar een externe partij te gaan’, zegt schoolleider Ezra Meijer van het Scala College, die voor zijn eigen school verschillende bureaus heeft ingehuurd. ‘Als ik al een eerstegraads wiskundeleraar vind, ga ik die echt niet inzetten voor huiswerkbegeleiding’, zegt Henk van Ommen van Het Baarnsch Lyceum. ‘Die zet ik voor de klas.’

Schoolleiders zijn vaak tevreden over de kwaliteit van commerciële instituten, blijkt uit onze enquête. De bedrijven ontzorgen en schoolleiders zijn blij dat ze meer kunnen bieden aan kinderen met leerachterstanden. Toch voelen ze vrijwel allemaal ongemak bij het uitbesteden van taken waarvoor ze vroeger zelf verantwoordelijk waren en die ze als vanzelf op zich namen. ‘Die hele industrie is eigenlijk een signaal van de tekortkoming van het onderwijssysteem’, zegt Marjan Weekhout van het Twents Carmel College. ‘Als Lyceo bij ons examentrainingen geeft, regelt het álles. Het materiaal, de begeleiders en de evaluaties. Wij hoeven niets te doen’, zegt schoolleider Pauline Wenderich van het Almende College. ‘Maar hoe groter ze worden, hoe vanzelfsprekender het wordt dat ze taken van ons overnemen.’

Bovendien zijn die bedrijven er nu eenmaal, zeggen veel schoolleiders, en dan kun je ze maar beter inzetten. ‘Zo kun je de kosten lager houden en een beetje regie voeren. Als je ze helemaal loslaat, neemt de ongelijkheid nog verder toe’, zegt Ezra Meijer van het Scala College. Maar hij worstelt er wel mee, want eigenlijk ‘moet de school dit kunnen doen’. Ook Henk van Ommen van Het Baarnsch Lyceum zit ermee in zijn maag. Hij huurt zelf verschillende partijen in voor examentrainingen en surveillance, maar diep in zijn hart is hij er tegen. ‘We moeten ons gaan afvragen of we willen dat steeds meer taken door commerciële partijen worden ingevuld.’

Dat ongemak geldt niet alleen voor de subsidies van afgelopen jaar. De schoolleiders verwachten hetzelfde voor de miljarden die er in de komende jaren aankomen. De Algemene Rekenkamer en de Onderwijsraad waarschuwden de afgelopen maanden al voor ‘ondoelmatige uitgaven’ omdat scholen het geld in korte tijd moeten besteden. ‘Het is absurd dat het binnen twee jaar op moet zijn’, zegt rector Hans Timmermans van het Segbroek College. ‘Het personeelstekort blijft. Als de leraren er niet zijn om onze vacatures te vullen, zoeken wij eerst docenten in opleiding. En als die er ook niet zijn, neem je je toevlucht tot studenten die voor die bedrijven werken.’

‘Als Lyceo bij ons examen­trainingen geeft, regelt het álles. Maar hoe groter ze worden, hoe vanzelfsprekender het wordt dat ze taken van ons overnemen’

Er valt nog iets op in de enquête. Eén bedrijf blijft maar opduiken: huiswerkinstituut Lyceo, dat zichzelf met recht ‘de grootste onderwijsondersteuner van Nederland’ noemt. Lyceo begon ooit met examentrainingen, waarbij leerlingen in aanloop naar de eindexamens in een paar dagen worden bijgespijkerd door studenten. Inmiddels is het uitgegroeid tot de marktleider met een breed scala van soorten aanvullend onderwijs. Het bedrijf geeft huiswerkbegeleiding op 140 middelbare scholen door het hele land, en voor kinderen van andere scholen zijn er nog eens zestig ‘hubs’: losse locaties in panden van Lyceo.

Aan de gevel van die locaties prijkt niet altijd de naam ‘Lyceo’. Ouders en scholen kopen de huiswerkbegeleiding vaak bij bedrijven als ‘Juffrouw Julia’, of ‘Haags Studiepunt’. Die bedrijven staan als ‘kennispartner’ op de Lyceo-website, maar dat betekent dat ze zijn overgekocht door Lyceo. Onder de Lyceo Onderwijsgroep vallen nu maar liefst 44 verschillende handelsnamen, blijkt uit gegevens van de Kamer van Koophandel.

In 2019 werd het bedrijf in één klap nog een stuk groter. Toen nam het concurrent Studiekring over, dat zich tot dat moment ook marktleider noemde en op meer dan tachtig vestigingen huiswerkbegeleiding geeft. ‘Een strategische samenwerking noemden ze het, of soms ook een huwelijk’, zegt Stefan Brakman, die tot 2020 als docent en manager bij Studiekring werkte.

‘Maar dat werd alleen mondeling kenbaar gemaakt’, zegt hij. ‘De overname moest onder de radar blijven’, vult een oud-collega aan die anoniem wil blijven. ‘Het mocht niet op papier. We mochten het zelfs niet mailen.’ Studiekring en Lyceo staan inderdaad als verschillende bedrijven met verschillende directeuren geregistreerd bij de Kamer van Koophandel. ‘Maar ze zitten nu gewoon bij elkaar op kantoor in Leiden’, zegt de oud-werknemer.

Lyceo houdt zo de schijn op dat vertrouwde, kleinere bedrijven nog steeds huiswerkbegeleiding geven op school. Henk van Ommen, rector van Het Baarnsch Lyceum, had bijvoorbeeld wisselende ervaringen met Lyceo, de kwaliteit van studiebegeleiders verschilde sterk. ‘Dat is ook niet zo gek, want ze hebben duizenden begeleiders.’ Daarom heeft Het Baarnsch Lyceum nu het kleinere bedrijf pios in de arm genomen om examentrainingen te geven. Wat zelfs de rector niet wist, is dat pios eerder dit jaar werd overgenomen door Studiekring, dat dus weer in handen is van marktleider Lyceo.

Intern blijkt het bedrijf ook niet volledig transparant. ‘Tijdens de eerste lockdown in maart vorig jaar kreeg ik door dat er iets niet klopte. Alle examentrainingen werden geannuleerd, en wij bleken nergens recht op te hebben’, zegt Yasmin Ait Abderrahman (21). Zij werkte bij het uitbreken van de coronapandemie anderhalf jaar voor Lyceo als examentrainer en huiswerkbegeleider, als bijbaan naast de lerarenopleiding. Aanvankelijk dacht ze dat haar Lyceo-loon wel gecompenseerd zou worden via een van de vele steunregelingen, maar dat bleek niet het geval. ‘Er kwamen steunpakketten voor werknemers en voor zzp’ers. Maar wij waren geen van beide, dus kregen we niks’, vult haar oud-collega Theo Fonville (25) aan. De examentrainers en huiswerkbegeleiders van Lyceo vielen tussen wal en schip.

Wie voor Lyceo of een van de vele dochterbedrijven aan de slag gaat, tekent meestal geen normaal arbeidscontract, maar een zogenaamde Overeenkomst van Opdracht (ovo). Die overeenkomsten zijn gebruikelijk als een opdrachtgever een zzp’er inhuurt voor een klus, maar ook dat zijn de examentrainers meestal niet, omdat ze niet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ze zijn formeel gezien freelancers, die slechts een opdracht van Lyceo aannemen. Ze hebben geen ontslagbescherming en Lyceo is niet verplicht ze door te betalen als er geen werk is. Bovendien hoeft het bedrijf geen loonbelasting te betalen. Dit soort constructies staan onder druk sinds de rechter in 2019 oordeelde dat maaltijdbezorger Deliveroo zijn bezorgers in dienst moest nemen, omdat ze onterecht zzp’er waren.

‘Schijnconstructies’, noemt Hacer Karadeniz ze. Zij is bestuurder bij vakbond fnv Young & United en kreeg Lyceo tijdens de eerste lockdown in het vizier. De bond dwong onderhandelingen met Lyceo af, en eiste dat het bedrijf de studenten in dienst nam en compenseerde voor het gemiste werk. ‘Daar kwam niets uit’, zegt Karadeniz, ‘dus bereiden we nu een rechtszaak voor.’

Tegelijk met de studenten kreeg ook een andere groep geen geld van Lyceo: de ouders die al voor een examentraining hadden betaald. Toen in 2020 de eindexamens werden geannuleerd, gingen natuurlijk ook de examentrainingen niet door. Maar aan de ouders die al 290 euro per examentraining hadden overgemaakt, bood het bedrijf slechts een voucher aan. Anders dan bij vliegtickets doet iemand als het goed is maar één keer eindexamen, en waren de vouchers dus voor veel ouders nutteloos.

‘Ze bleven maar zeggen dat ze failliet zouden gaan als ze de ouders terug zouden betalen’, zegt Arwin Mulderij, die als jurist honderden ouders bijstond in een collectieve zaak tegen Lyceo. ‘Maar tegelijkertijd betaalden ze hun werknemers ook niet door. Wij vroegen waar ze dan zoveel kosten aan hadden, maar dat hebben ze nooit deugdelijk onderbouwd.’

‘En dan bleken ze ook nog hun algemene voorwaarden te hebben aangepast.’ In de huidige algemene voorwaarden van Lyceo staat dat ‘een lockdown of (overheids)maatregelen als gevolg van een pandemie’ situaties zijn waardoor Lyceo haar verplichtingen niet hoeft na te komen. ‘Maar dat hebben ze pas na het uitbreken van corona toegevoegd. Daar mag je je natuurlijk niet op beroepen’, zegt Mulderij. Volgens Lyceo zijn in november 2020 alle ouders die dat wilden terugbetaald. ‘Dat was niet gebeurd als wij geen zaak hadden aangespannen’, zegt Mulderij. ‘Ik was echt verbaasd over hoe egocentrisch Lyceo te werk ging.’

Lyceo was niet bereikbaar voor een interview. Aanvankelijk hield het bedrijf zelfs het telefoonnummer van de perswoordvoerder geheim, maar na herhaaldelijk aandringen was het huiswerkinstituut wel bereid tot het beantwoorden van schriftelijke vragen.

Studiekring is inderdaad in 2019 overgenomen, stelt het bedrijf. Het geeft geen antwoord op de vraag waarom de overname niet naar buiten toe is gecommuniceerd. ‘Lyceo is intern volledig transparant, maar het kan wel zo zijn dat wij aan werknemers vragen om strategische of concurrentiegevoelige informatie niet te delen.’ Lyceo opereert onder verschillende namen omdat ‘het succes van aanvullend onderwijs staat of valt met de reputatie op school en onder ouders op het schoolplein’.

Verder stelt Lyceo dat er alleen incidentele werkzaamheden worden verricht onder de onzekere ovo-constructie, namelijk bijles en examentraining. Die ‘incidentele werkzaamheden’ vormen tegelijkertijd twee van de grootste takken van het bedrijf. Daarnaast zaten de belangrijkste kosten voor examentrainingen volgens het bedrijf in de voorbereiding, zoals werving en het drukken van lesmateriaal en logistiek. Ten slotte zegt het bedrijf dat het elke organisatie vrij staat haar algemene voorwaarden ‘van tijd tot tijd’ aan te passen.

‘Dat is de vrije markt, dat is niet aan ons.’ Dit antwoord kreeg Louise Elffers, onderzoeker aan zowel de Universiteit als de Hogeschool van Amsterdam, toen ze jaren geleden haar bevindingen over de groeiende bijles- en huiswerkmarkt met het ministerie van Onderwijs besprak. Ze vindt het opvallend dat minister Slob scholen nu waarschuwt om niet te veel aan externe partijen uit te geven. ‘Opeens is er een opgeheven vingertje. Terwijl scholen vaak al heel lang met die partijen samenwerken.’ De subsidies helpen de positie van het schaduwonderwijs te verstevigen, zegt ze, ‘maar die positie was vóór corona ook al heel stevig’.

Het gaat niet alleen maar om de problematische tweedeling tussen kansarm en kansrijk. ‘De groeiende rol van het schaduwonderwijs roept ook de vraag op welke taken de school zelf moet vervullen en welke taken mogen worden uitbesteed aan commerciële aanbieders’, zegt Elffers. ‘Het is een verkapte privatisering van een deel van het publiek bekostigde onderwijs waar de overheid nul toezicht op houdt.’

Ook scholen onderkennen de rol van schaduwonderwijs nog te weinig, zegt ze. ‘Schoolleiders en leraren van dezelfde school hebben soms compleet verschillende ideeën over de taken die aanvullend onderwijs mag vervullen. Als je dat gesprek als school niet voert kun je ook niet aan de minister communiceren welke taken je niet meer zelf uit kunt voeren, bijvoorbeeld door het lerarentekort.’ We lijken ons niet te realiseren hoe diep die bedrijven soms al in het onderwijs zitten, zegt ze. ‘Het is net als het moment dat in de discotheek aan het eind van de nacht het zaallicht aan gaat. Dan zie je pas wie er al die tijd heeft staan meewalsen.’

En al die bedrijven brengen hun eigen arbeidsvoorwaarden mee. Waar scholen tegen elkaar op moeten bieden om de schaarse leraren binnen te halen, verdienen bedrijven als Lyceo juist aan studenten op onzekere flexconstructies, en omzeilen ze zo de hard bevochten onderwijs-cao’s. Het hele politieke spectrum wil de ‘doorgeschoten flexibilisering’ van de arbeidsmarkt terugdringen, maar onder de radar flexibiliseert ons onderwijs steeds verder.

‘We hebben een systeem gecreëerd waarin we gevangen zitten’, zegt Merijn Sprenger, rector van het Trinitas Gymnasium. Toen hij daar zes jaar geleden aantrad, had Lyceo nog een eigen lokaal op school, maar Sprenger constateerde dat leerlingen daar te weinig baat bij hadden en beëindigde die samenwerking. ‘Ik begrijp heel goed dat scholen externe organisaties inhuren voor zaken waar ze zelf niet aan toekomen, maar je belemmert als school ook je eigen leren. Als je te sterk op al die bedrijven leunt om fouten in het onderwijssysteem te herstellen, kan dat je lui maken als organisatie.’

‘Toch neem ik ouders die het wel inkopen niets kwalijk’, zegt hij. ‘Ik maak me ook zorgen over de groeiende invloed van schaduwonderwijs. Maar toen mijn kinderen geen goed rekenonderwijs kregen, heb ik ook een rekencoach ingehuurd. Ik heb zeker boter op mijn hoofd, maar je wil wel dat je eigen kind het haalt.’