Een klein land dat groot wil zijn

Het was bijna aandoenlijk om de Nederlandse politici de afgelopen weken te zien worstelen met de vraag of de Navo al dan niet moet ingrijpen in Kosovo, om hen te zien wikken en wegen en delibereren in het troebele jargon dat sinds de jaren zeventig het parlementaire taalgebruik heeft verdrongen, om uiteindelijk tot een weloverwogen slotsom te komen in het besef dat hun standpunt er internationaal gezien nauwelijks toe doet. Het herschikken van de dekstoelen op de Titanic is nu eenmaal bij uitstek een bezigheid van kleine landen.

De uitslag stond bovendien bij voorbaat vast. De enige verrassing was de unanieme steun van GroenLinks voor het besluit om deel te nemen aan eventuele luchtacties boven Servië. Een partij die afwisselend pleit voor opheffing van de Navo en inschakeling van de Navo als ‘facilitair bedrijf’ voor de Verenigde Naties dan wel de Europese Unie, toonde zich opeens voorstander van eigenmachtig Navo-optreden op Europees grondgebied.
De unanimiteit is echter alweer doorbroken. Een paar kamerleden van GroenLinks hadden namelijk een vergadering gemist. Nu ze alsnog zijn aangeschoven, blijkt de fractie opeens in Duitse trant verdeeld te zijn in Realo’s en Fundi’s, waarbij de laatsten, voornamelijk afkomstig uit kringen van de voormalige PSP en Evangelische Volkspartij, niet willen bombarderen maar wel grondtroepen willen inzetten om een definitieve regeling van het conflict te helpen afdwingen.
Hoeveel zin heeft zo'n marginaal debat in een klein land? Het feit dat pacifisten discussiëren over internationale mandaten en militaire 'opties’ bewijst hooguit hoezeer het politieke landschap sinds 1989 is gewijzigd. Waar vroeger alleen het gebruik van revolutionair geweld ten dienste van een onderdrukte bevolkingsgroep legitiem werd geacht, is nu het gebruik van militair geweld door staten aanvaard, mits het oogmerk humanitair is. En toch is de discussie binnen GroenLinks relevant. Wat sinds 1989 namelijk niet veranderd is, is de volkomen ondergeschikte rol van Nederland op het internationale toneel, met alle consequenties van dien. In de wereld is het nog even oneerlijk verdeeld als tien of vijftig jaar geleden. De grote landen vertrappen de kleintjes, de rijke landen buiten de arme uit en in de internationale rechtspraak regeert de wet van de traagheid, zodat genoegdoening voor de slachtoffers, als het daar al van komt, soms een halve eeuw op zich laat wachten.
We kunnen onze politici bezwaarlijk verwijten dat Nederland in deze internationale rat-race geen belangrijke rol speelt, maar het valt hen wel te verwijten als ze de consequenties van die machteloosheid niet onder ogen zien. De eerste consequentie is dat kleine naties belang hebben bij de handhaving en verdieping van de internationale rechtsorde, hun enige steun en toevlucht in het aangezicht van machtige buren en verre vijanden. De tweede consequentie is dat zij actief moeten deelnemen in zoveel mogelijk internationale fora en organisaties, omdat zij daar hun belangen zo goed mogelijk kunnen veiligstellen. Zolang zij deze twee vereisten respecteren, kunnen ze hun invloed vergroten door een bemiddelende rol te spelen. Omdat hun macht en belangen zo gering zijn, worden ze door derde landen gemakkelijk als makelaars geaccepteerd. Zo wisten de Noren in 1993 Palestijnen en Israeli’s tot elkaar te brengen in de 'Oslo-akkoorden’ en had Nederland op de bevolkingsconferentie van 1994 in Caïro een gewaardeerde spilfunctie. Zodra ze deze vereisten uit het oog verliezen, spelen kleine landen echter geen rol van betekenis meer.
Wat het besluit inzake luchtacties tegen Servië bijzonder maakt, is dat hier sprake is van een tegenstelling tussen de twee vereisten. Het Navo-optreden wordt met de beste wil van de wereld niet gedekt door enige Veiligheidsraadresolutie. Moet Nederland nu voldoen aan het vereiste van bondgenootschappelijke trouw, in het bijzonder aan de Verenigde Staten, of moet het de suprematie van het internationaal recht respecteren? In het eerste geval doet Nederland mee met bombarderen, in het tweede geval stuurt het alleen grondtroepen om een akkoord tussen de strijdende partijen te helpen uitvoeren.
Die keuze, die de aanleiding had kunnen zijn tot een boeiend principieel debat, is in de kamer echter niet aan de orde geweest. Zo is de eerste kans sinds jaren om in het paarse tijdperk authentiek politiek te bedrijven, helaas verkeken. Willen de fractieleden van GroenLinks voortaan geen vergaderingen meer verzuimen!