Milosevic’ oorlogen

Een kleine geschiedenis van groot falen

Slobodan Milosevic staat terecht wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kosovo in 1999 en in Kroatie in 1991-92. De zaak maakt gemengde gevoelens los. «Het waren niet Milosevic’ oorlogen, het ging niet om een Groot-Servië. Het is veel complexer.»

«Het grootste collectieve falen op veiligheidsgebied sinds de jaren dertig», noemde de Amerikaanse speciale gezant Richard Hol brooke de Joegoslavische tragedie in een artikel in Foreign Affairs uit 1995. En hij herhaalde het in zijn boek To End a War. Holbrooke had herhaaldelijk rechtstreeks met Milosevic over vrede onderhandeld, en met eigen ogen vastgesteld dat hij een beslissende invloed kon uitoefenen op de leiders van de Bosnische Serven, en op hun generaal Ratko Mladic. De Bosnische Serven waren de sterkste partij in de Bosnische oorlog en traden zeer bruut op. Toch legde Holbrooke de verantwoordelijkheid voor de oorlogen in eerste instantie niet bij Milosevic, maar bij de westerse leiders. Zij staan niet terecht voor het Joegoslavië Tribunaal in den Haag. Milosevic wel.

Sinds het begin van de vijandelijkheden in Joegoslavië in 1991 hebben westerse politici zich moreel verantwoordelijk gevoeld en politiek verantwoordelijk gesteld voor het beëindigen van het bloedvergieten en het berechten van oorlogsmisdadigers. Maar al vóór het geweld goed en wel op gang was gekomen, zetten zij een reeks misrekeningen en blunders in gang die tot enorm leed hebben geleid.

De reeks fatale fouten begon bij het besluit van de Europese Gemeenschap in 1991 om onder Duitse druk en Nederlands voorzitterschap de afscheiding van Slovenië en Kroatië te erkennen. Dat zette de geweldsspiraal in werking. Het misplaatste gevoel dat Europa na de val van het communisme de eigen boontjes wel kon doppen en daar de Amerikanen niet bij nodig had, was een tweede fout. Pas toen Bill Clinton wel wat buitenlandse afleiding kon gebruiken wegens het seksschandaal waarin hij verwikkeld was geraakt, liet hij zich weer in met de arrogante Europeanen die de oorlog in Joegoslavië wel even zouden hebben opgelost, maar die volstrekt niet in staat bleken tot krachtdadig ingrijpen. Het verdrag van Dayton, afgedwongen met door de Amerikanen geëntameerde Navo-bombardementen, heeft tot op de dag van vandaag niet kunnen leiden tot het herstel van de multi-etnische samenlevingen die Bosnië en Kroatië ooit waren. En het behoud daarvan als belangrijkste doel.

Nog verbijsterender is dat het Kosovo-conflict vanaf het einde van de jaren tachtig dwars door alle Joegoslavische oorlogen heen heeft kunnen dooretteren, en dat het in weerwil van menige deskundige waarschuwing buiten het Dayton-verdrag werd gehouden, zodat het uiteindelijk in 1998 kon leiden tot opnieuw een guerrillaoorlog in Balkanstijl. Compleet met een underdog (in dit geval de Kosovo-Albanezen) die smeekten om ingrijpen in een conflict dat ze zelf in gang hadden gezet. Toen de Serviërs tijdens afgedwongen «onderhandelingen» in Rambouillet (de Kosovaarse en Servische delegaties ontmoetten elkaar niet één keer) zoals verwacht weigerden akkoord te gaan met een dictaat dat door middel van de ondertussen beruchte «Appendix B» de Navo vrije toegang verschafte tot het hele klein-Joegoslavische grondgebied, kwam dat ingrijpen er. Het bleek een van de grootste inschattingsfouten uit de recente internationale politiek.

Milosevic bond niet in na het vallen van de eerste bommen, zoals Navo-chef Javier Solana, Bill Clinton en zijn minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright (die de paar woorden Tsjechisch die ze beheerste verwarde met politiek inzicht in Centraal-Europese en Balkan-aangelegenheden) hadden verwacht op grond van eerdere ervaringen. Onder de bommenregen kwam een massale uittocht van Albanese Kosovaren tot stand die de hele regio ontwrichtte. Navo-bondgenoten begonnen te morren naarmate er meer Servische burgerslachtoffers begonnen te vallen en «strategische burgerdoelen» als elektriciteitscentrales, drinkwateropslag, bruggen, wegen en fabrieken tot de standaardbestemmingen van de Navo-bommen begonnen te behoren. Duitsland wilde een bommenpauze, Italië wilde helemaal stoppen, Frankrijk lag dwars bij het kiezen van doelen, Griekenland wilde met de hele actie vanaf het begin zo weinig mogelijk te maken hebben en Hongarije verbood een troepenopbouw van het bondgenootschap waarvan ze nota bene net lid was geworden.

De Navo verkeerde in een enorme crisis die zijn voortbestaan bedreigde. Intussen stroomden de Albanezen Kosovo uit — op de vlucht voor de bommen, voor het Servische leger (dat er ondanks de bombardementen in slaagde het Kosovo Bevrijdingsleger effectief te bestrijden), en voor allerhande milities die uit waren op oorlogsbuit. Dat Milosevic na maanden van bombardementen toch inbond, was te danken aan Russische druk. Natuurlijk gebeurde het onvermijdelijke: in het kielzog van de Servische politie- en legereenheden vluchtten de tweehonderdduizend Serven die nog in Kosovo woonden. De enkelingen die overbleven, werden onder de ogen van Navo- (en later VN-) eenheden vermoord of op de vlucht gedreven; hun huizen geplunderd en in brand gestoken.

Na jaren van rampzalige beslissingen rond het uiteenvallen van Joegoslavië was het de EU en de VS inzake Kosovo opnieuw gelukt precies dat te doen wat de ellende slechts vergrootte. Het internationale recht was op groteske wijze geschonden, een etnische zuivering in de hand gewerkt, burgers waren gedood en de onrust op de Balkan werd alleen maar heviger. Niet de bombardementen maar een geweldschuwe protestbeweging van Servische jongeren dwong Slobodan Milosevic, die wegens het trotseren van de «Navo-agressie» vaster in het zadel zat dan ooit, op de knieën. Ook dat was een blamage voor het Westen — want zijn politiek van de big stick was gericht geweest op de politieke eliminatie van Milosevic, en nu moesten er kinderen aan te pas komen die slechts gewapend met gebalde vuisten, vlaggen en leuzen een heel volk op de been brachten en een revolutie ontketenden.

Waarom deze kleine geschiedenis van groot falen opgerakeld? Omdat dit alles dreigt weg te zakken in het drijfzand van de historie, zeker nu Slobodan Milosevic terecht staat voor het Joegoslavië Tribunaal. De man met wie alles in gang werd gezet, de Slachter van de Balkan, het monster in wiens naam genocide, moord, brandschatting en verkrachting werd gepleegd. Het zou zo mooi zijn als met zijn berechting de hardnekkige smet op het laken der Europese geschiedenis grondig zou worden weggewassen. Maar zo eenvoudig gaat dat niet.

Milosevic is aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Kosovo in 1999 en in Kroatië in 1991-92. Bovendien proberen de openbare aanklagers te bewijzen dat Milosevic verantwoordelijk is voor genocide in Bosnië tussen 1992 en 1995. Voor elk van de 66 misdaden die hem ten laste worden gelegd kan hij een levenslange gevangenisstraf krijgen. Het zal nog een hele klus worden voor de openbare aanklagers Carla del Ponte en Geoffrey Nice om daadwerkelijk aan te tonen dat Milosevic verantwoordelijkheid droeg voor de gruweldaden. De aanklagers erkennen dat. Zij waarschuwden reeds dat dit een zeer ingewikkeld en uitputtend proces zal worden, dat waarschijnlijk zo’n twee jaar in beslag zal nemen.

Milosevic weigert het tribunaal te erkennen. Zijn aanvankelijke houding van obstructie heeft hij inmiddels verruild voor voorbeeldig gedrag. Blijkbaar heeft hij besloten gebruik te maken van de mogelijkheid zich tegen de aanklachten te verdedigen, hoewel hij weigert zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat. Dat zou immers betekenen dat hij het tribunaal erkent. Dus voert hij zijn eigen verdediging, en onderwerpt hij zelf getuigen aan een kruisverhoor. Milosevic, die rechten studeerde, toont zich daarin niet onbekwaam. Van het verhaal van de eerste getuige tegen Milosevic, de Kosovaarse politicus Mahmut Bakalli, bleef weinig heel.

De aanklagers hebben ervoor gekozen alledrie de oorlogen, die elk zijn ondergebracht in een aparte aanklacht, te behandelen in één proces. Als officiële reden wordt aangevoerd dat dat zwaar getraumatiseerde getuigen in staat stelt in één keer hun verhaal te doen. Waarnemers houden het erop dat een samenvoeging van de aanklachten het proces zo lang laat voortslepen dat nieuwe arrestaties, zoals die van Mladic en Karadzic, aangeklaagd wegens misdaden in Bosnië, in de nabije toekomst de aanklagers enkele zwaarwichtige getuigen in handen zouden kunnen spelen. De verwachting is dat Mladic en Karadzic tegen elkaar en tegen Milosevic uitgespeeld kunnen worden, mochten ze ooit worden aangehouden. Ook wordt aangenomen dat het bewijsmateriaal in de zaak-Kosovo alléén weleens te mager zou kunnen zijn om de rechters van Milosevic’ schuld te overtuigen.

In eerste instantie wezen de rechters de samenvoeging af. Vooral Kosovo was in hun ogen een oorlog van een andere orde. Pas toen de aanklagers betoogden dat Milosevic’ misdaden in alledrie de conflicten onderdeel waren van het plan om een Groot-Servië te creëren, ging het rechterlijke gezag overstag.

«Door drie leugens bij elkaar op te tellen krijg je niet de waarheid», reageerde Milosevic, «maar vergroot je de leugen slechts.»

«Ik heb gemengde gevoelens bij de zaak», zegt Raymond Detrez, Balkanhistoricus aan de Katholieke Universiteit Leuven en auteur van enkele gerenommeerde werken over Kosovo, de Joegoslavische desintegratie en de geschiedenis van de Balkan. «De manier waarop deze rechtszaak wordt gevoerd, bevestigt een onjuiste perceptie van het conflict in Joegoslavië. Het waren niet Milosevic’ oorlogen, het ging niet om een Groot-Servië. Het is veel complexer.

Er heerste indertijd een enorme angst. Als Joegoslavië uiteen zou vallen, zou een derde van de Serven buiten Servië leven, als minderheden in gebieden waar andere nationaliteiten niet bepaald geneigd waren hun rechten te respecteren. Op hun beurt waren andere nationaliteiten beducht voor de macht van Servië, het grootste volk van Joegoslavië dat bovendien het Joegoslavische Volksleger domineerde. Nationalisme was het overheersende sentiment eind jaren tachtig, onder zo’n beetje alle nationaliteiten van Joegoslavië. Neem het Memorandum van 1986 waarin Servische intellectuelen hun beklag doen over de Albanezen en de manier waarop de Serven worden behandeld. Dat is veel belangrijker dan al Milosevic’ toespraken bij elkaar. Milosevic was een product van de toestand, niet de oorzaak.»

Ook de International Crisis Group, algemeen aanvaard als autoriteit in de analyse van Balkanaangelegenheden, meent dat «oversimplificatie van de schuldvraag» dreigt. «Niet één politieke partij of etnische groep had een monopolie op het geweld, de hebzucht en het kortzichtige beleid die ‘Balkan’ synoniem hebben gemaakt voor verdeeldheid en onrust», menen onderzoekers van de gerenommeerde denktank. «De misdaden en wreedheden, inclusief etnische schoonmaak, konden niet worden uitgevoerd zonder een brede organisatie en hoge mate van lokale acceptatie. Niet één individu of instituut was de enige bron voor de rampen waardoor de regio werd bezocht.»

De Nederlands-Poolse schrijver en Balkandeskundige Milo Anstadt noemt de Joegoslavische tragedie «niet het gevolg van het optreden van één leider of één volk, maar een monsterlijk samenspel van allen». Hij legt de verantwoordelijkheid vooral bij het Westen, met name bij Duitsland. De erkenning van Slovenië en Kroatië in 1991 moedigde de extremisten aan om hun wapens uit het vet te halen en welgemoed ten strijde te trekken voor hun eigen etnisch zuivere republiekjes. Autoriteiten als Mischa Glenny (auteur van The Death of Yugoslavia) en György Konrad zijn dezelfde mening toegedaan, en zijn zelfs geneigd de schuld grotendeels niet bij Milosevic maar bij zijn Kroatische tegenspeler wijlen Franjo Tudjman te leggen, die door het Westen werd gesteund. «Het is uit een oogpunt van menselijk leed niet voldoende dat oorlogsmisdadigers door een tribunaal worden berecht», schrijft Milo Anstadt. «De betrokken politici in Oost en West behoren verantwoordelijkheid af te leggen voor de mislukkingen van hun beleid. Het is onaanvaardbaar dat zij, nadat zij zoveel gruwelijke fouten hebben gemaakt, gehandhaafd worden op hun riante posten. Ze waren gewaarschuwd. Tal van kenners van de Balkan hebben hun stem laten horen.»

Vuk Draskovic, ooit Milosevic’ belangrijkste tegenspeler maar nu van het politieke podium verdwenen, beschouwt hem als een overtuigd Joegoslaaf die niet maalde om etnische afkomst. In 1998 zei hij in De Groene Amsterdammer: «Hij is een slachtoffer van zijn eigen beleid. Milosevic wilde Joegoslavië niet vernietigen. Hij heeft geen enkel nationaal gevoel. Hij heeft internationalistische communistische sentimenten. Een Joegoslavisch gevoel, in feite. Hij is ziek van Joego-nostalgie. Maar hij heeft ongelooflijke fouten gemaakt, waardoor hij Joegoslavië in de afgrond heeft gestort. Hij gedroeg zich als een jongen die een meisje wilde veroveren door haar te slaan. Hij wilde Joegoslavië behouden door Slovenië, Kroatië en Bosnië aan te vallen. Hij zag daar de consequenties niet van in. Met die politiek heeft hij niet alleen zijn grote liefde om zeep geholpen, hij heeft ook duizenden mensen opgeofferd. Hij moet daarvan de verantwoordelijkheid onder ogen zien.» Ook volgens Raymond Detrez is Milosevic geen gelovig nationalist, maar een verstokt communist die tot het uiterste wilde vasthouden aan het Joegoslavische ideaal van een federale, multi-etnische staat. «Zijn retoriek is er niet een van nationalisme, maar een van broederschap en van het oude titoïsme. Het ging hem helemaal niet om het Servische volk. Het ging hem erom manieren te vinden waarop de kaste waaruit hij voortkwam, de ex-communistische nomenklatoera, haar economische en politieke macht kon behouden. Om dat te bereiken waren in zijn ogen alle middelen geoorloofd. Een daarvan was het gebruiken van nationalistische sentimenten onder brede lagen van de bevolking. Dat heeft tot veel ellende geleid en daarvoor moet hij boeten. Maar het is te makkelijk om alleen hém in laatste instantie verantwoordelijk te stellen voor het uiteenvallen van Joegoslavië. Er is een grote collectieve verantwoordelijkheid die verder reikt dan Servië.»

Wil het tribunaal zijn morele gezag behouden, dan zullen álle partijen in het conflict in de beklaagdenbank moeten. Ook de toenmalige leiders van de EU en de VS. «Milosevic wijst terecht op wat de Navo heeft aangericht met de bombardementen», zegt Detrez. «Die worden vaak gebagatelliseerd, maar ze zijn afschuwelijk geweest. De foto’s van verkoolde lijken van vrouwen en kinderen die hij toonde, waren echt. Nog altijd is onduidelijk of de Navo wel op eigen houtje een soeverein land had mogen aanvallen om humanitaire redenen. En waarom niet eerst de guerrillabeweging werd aangepakt die die ramp veroorzaakte. In plaats daarvan werd Joegoslavië gebombardeerd en maakte de Navo het Kosovo Bevrijdingsleger tot zijn grondtroepen.»

Joegoslavië is geschrokken van de eenzijdigheid van de aanklacht tegen Milosevic. Del Ponte benadrukte dat niet de Servische natie maar «het individu Milosevic» terechtstond. Maar volgens veel Serven is hun volk al bij voorbaat veroordeeld. President Vojislav Kos tunica noemde het proces tegen zijn voorganger «goedkope politiek en hypocrisie», en wil dat de samenwerking met het tribunaal aan wettelijke grenzen wordt gebonden.

Volgens Detrez zou het in Den Haag niet alleen over Milosevic moeten gaan, maar ook over de rol van leiders als Tudjman en Izetbegovic, en de invloed van westerse politici en de Navo. «Zolang dat niet gebeurt», weet hij, «zal dit tribunaal niet kunnen bijdragen tot bezinning. Laat staan tot verzoening.»