Een kleine, moedige schrijver

Taslima Nasrin, Lajja - Schaamte. Uitgeverij De Kern/Novib, 236 blz., f35,-
In de Liberation van 31 augustus staat het antwoord van de vervolgde Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin aan de collega’s die haar de afgelopen maanden steunden met open brieven in kranten over de hele wereld. ‘Ik ben niet meer dan een kleine schrijver behorend tot een klein land’, opent Nasrin haar brief. Nadat zij wederom de benarde politieke omstandigheden in Bangladesh uiteen heeft gezet en de groeiende macht van de moslimfundamentalisten heeft gehekeld, eindigt ze plechtstatig: ‘Ik ben van mening dat u allen, grote schrijvers, niet behoort tot een enkel land of een enkel tijdperk, u behoort tot alle landen en alle tijden. In uw handen, die handen die gul de rechtvaardigheid en de rede steunen, plaats ik de mijne.’

De zinnen zijn tekenend voor haar situatie: de fatwa die over Nasrin is uitgeroepen maakt dat de ‘kleine schrijver’ overal bekendheid geniet; het 'kleine land’ waar ze over schrijft, is exemplarisch geworden voor al die plaatsen waar fundamentalistische krachten de boventoon voeren, waar godsdiensttwisten heersen en andersdenkenden de mond wordt gesnoerd. Het geldt ook voor haar controversiele roman Lajja - Schaamte: hoe minutieus zij de politieke gebeurtenissen in Bangladesh ook beschrijft, haar aanklacht tegen alle vormen van religieus extremisme is universeel.
Precies een jaar geleden loofden fanatieke Bengaalse moslimgeestelijken, de Raad van Soldaten van de Islam, vijftigduizend taka’s, ongeveer 2500 gulden, uit voor degene die Taslima Nasrin om het leven wist te brengen. De fatwa werd uitgesproken vanwege haar 'godslasterlijke’ roman Lajja - Schaamte. Het boek verscheen in februari 1993 in Bangladesh en er gingen meer dan zestigduizend exemplaren over de toonbank voordat het in september werd verboden. Na het decreet leefde de schrijfster negen maanden als een gevangene in haar flat in Dhake, terwijl onder haar raam met grote regelmaat protestmarsen plaatsvonden waarin duizenden moslims haar dood door ophanging eisten. Pas begin augustus kon Nasrin haar land ontvluchten; ze verblijft sinds die tijd in Zweden als gast van de Zweedse Pen.
Lange tijd was Nasrin louter een personage in de kranteberichten over haar affaire; de 'Salman Rushdie van Bangladesh’ werd ze genoemd. Vorige week verscheen de Nederlandse vertaling van Lajja - Schaamte, waardoor de tekst die aanleiding was tot de vervolging eindelijk ook kan worden gelezen. Het boek schetst de lotgevallen van Sudhamoy Dutta en zijn gezin. Hun hele leven al wonen zij in Bangladesh, waar zij deel uitmaken van de zwaar gediscrimineerde hindoestaanse gemeenschap. Het verhaal speelt zich af in december 1992, na de verwoesting van de Indiase Babrir- moskee door fanatieke hindoes. Nasrin beschrijft hoe moslims in Bangladesh zich wreken op de hindoeminderheid in eigen land en hoe hindoevrouwen worden verkracht. Voor de Dutta’s, die anders dan veel van hun familieleden en vrienden altijd hebben geweigerd naar India uit te wijken, is de wraak niet meer dan een schakel in een lange ketting van onderdrukking en geweld.
Nasrin toonde zich verbaasd over het verbod op haar boek, omdat het naar haar zeggen geheel op kranteberichten is gebaseerd. Inderdaad, alle voorbeelden van moslimterreur zijn nauwgezet, met exacte plaats en jaartal, opgetekend. In een kleiner lettertype worden kranteverslagen geciteerd, historische rijtjes geplaatst en statistische analysen weergegeven. Het maakt van het boek een geromantiseerde documentaire. Daarnaast is het boek onsmiskenbaar een schotschrift: de 'ziekte’ van het religieus fundamentalisme wordt op elke pagina aangeklaagd.
Het is duidelijk dat Lajja met literatuur weinig van doen heeft, daarvoor is de roman veel te uitleggerig en pamflettistisch. Maar misschien moet het boek ook niet als zodanig worden beoordeeld - Nasrin pretendeert ook niet literatuur te maken, niet voor niets noemt ze zichzelf een 'kleine schrijver’. Haar hartstochtelijke pleidooi voor godsdientstvrijheid, tolerantie en democratie is dapper en meeslepend. En het is ronduit bewonderenswaardig dat Nasrin ondanks alle bedreigingen onverdroten doorgaat.