Pure kaalslag of visie?

Een kleinere geluksmachine

De kabinetsmaatregelen buitelen de laatste weken over elkaar heen. Dat leidt tot veel gegrom en gemor. Is er sprake van hervormingen waar een visie achter zit of zijn het botte bezuinigingen?

ACHT MAANDEN zit minister-president Mark Rutte nu in het Torentje. Van daaruit stuurt hij zijn minderheidskabinet van VVD en CDA aan en overlegt hij met gedoogpartner PVV. Het aanvankelijke verwijt dat zijn kabinet niet veel doet, is verstomd. De bezuinigingen, visies en nota’s stromen inmiddels in groten getale naar de Tweede Kamer. Nu de Provinciale-Statenverkiezingen achter de rug zijn en de kiezer niet meer hoeft te worden verleid, laat het kabinet zien waar het op aankoerst en krijgt het in het najaar gesloten regeerakkoord concrete invulling.

Wat er naar de Kamer komt, varieert van een forse bezuiniging op defensie tot een nota over het integratiebeleid, van een nieuwe visie op de ruimtelijke ordening in Nederland tot het ingrijpen in de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) voor gehandicapten, van het korten van de overheidssubsidies op cultuur tot het snijden in het aantal landen dat ontwikkelingshulp krijgt, van een afspraak over de verhoging van de pensioenleeftijd met werkgevers en werknemers tot het versoberen van de kinderopvangregeling. Gevolg van dit alles? De cultuurwereld is boos, de omroepwereld mort, hoogleraren en studenten protesteerden, de pgb’ers rolden hun rolstoelen tot in de grote zaal van het Tweede-Kamergebouw, de bus- en tramchauffeurs legden al twee keer het openbaar vervoer in de grote steden plat, de gemeenten weigeren mee te werken aan de nieuwe regels voor de sociale werkplaatsen, binnen de werknemersorganisatie FNV is ruzie over het pensioenakkoord. Woorden als kaalslag, kille sanering en botte bezuiniging staan inmiddels met stip bovenaan in het lijstje van veelgebruikte woorden in Den Haag.

Minister-president Rutte zelf gebruikt die kwalificaties niet. Ze suggereren dat er visieloos wordt bezuinigd, terwijl Rutte zichzelf juist poneert als de primus inter pares van een hervormingskabinet. Tijdens Kamerdebatten en op zijn wekelijkse persconferenties bestrijdt hij de kritiek dat wat zijn kabinet doet zonder filosofie is. Zijn collega-bewindslieden doen dat ook: elke ingrijpende bezuinigingsmaatregel wordt gepresenteerd als modernisering, vernieuwing of hervorming.

De minister-president steekt overigens niet onder stoelen of banken dat het op orde brengen van het huishoudboekje van de staat bij hem wél op de eerste plaats komt. Hij somt graag op hoeveel rente de Nederlander elke dag moet betalen over de staatsschuld, geld dat anders besteed zou kunnen worden aan onderwijs of veiligheid. Bij dat huishoudboekje speelt Rutte’s opvatting over de staat een belangrijke rol: ‘De helft van wat wij verdienen, wordt door de overheid uitgegeven. Dat moet omlaag.’ Anders gezegd: de staat moet kleiner.

Op de tweede plaats komt bij Rutte het bevorderen van de economische groei, het geld moet eerst worden verdiend. Vervolgens neemt het kabinet volgens hem maatregelen met het oog op de vergrijzing van de samenleving, zoals het verhogen van de pensioenleeftijd. En als vierde belangrijke punt doet dit kabinet er, aldus de minister-president, alles aan om de sociale voorzieningen overeind te houden.

Vooral bij dat laatste punt wordt duidelijk hoe dit kabinet denkt. In een Kamerdebat zei Rutte onlangs waarom hij de onvoorziene stijgingen bij de uitgaven voor onder meer de pgb, kinderopvang en de Wajong-uitkering voor jong-gehandicapten wil wegwerken, maatregelen die hij naar eigen zeggen ook genomen zou hebben als de overheidsfinanciën er rooskleuriger zouden hebben voorgestaan. Dat er twee schoolklassen Wajongers per dag bijkomen, mag de samenleving volgens hem niet toestaan. Met een opmerking tijdens dat debat raakte de premier aan de kern van wat hij de visie van dit kabinet vindt: ‘Wij willen dat mensen aan het werk gaan en niet door de armoedeval in een uitkering blijven hangen.’ Eigen verantwoordelijkheid, dat is het achterliggende devies. Of, zoals Rutte het ook graag uitdrukt, de overheid is geen geluksmachine.

VRAAG JE de oppositie of bij dit kabinet sprake is van pure kaalslag of toch ook van een visie – al zijn ze het daar dan niet mee eens –, dan blijkt dat daar verschillend over wordt gedacht.

Waar fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie een leegte ziet gapen achter de maatregelen van dit kabinet ontwaart de fractievoorzitter van GroenLinks Jolande Sap wél een visie, maar een die ze hekelt: ‘Dit kabinet doet alsof het enige probleem waar Nederland mee kampt zou zijn dat de overheid de mensen klein houdt. Het kabinet doet alsof dat de bron is van alle kwaad. Die manier van denken is bij dit kabinet tot volle wasdom gekomen. Ze gaan daar erg ver in: de economische crisis was niet het falen van het neoliberale denken, maar van de overheid als bron van alle problemen.’

PVDA-woordvoerder financiën Ronald Plasterk op zijn beurt stoort zich aan het beeld van de overheid als geluksmachine dat dit kabinet neerzet. Volgens hem zien burgers de overheid helemaal niet als een geluksmachine. Door dat beeld neer te zetten, creëert het kabinet volgens Plasterk voor zichzelf eerst een vijand die het dan vervolgens kan gaan bestrijden.

Arie Slob denkt juist dat het kabinet met die geluksmachine wél een verhaal in handen gehad zou kunnen hebben waar het de bezuinigingen onder had kunnen schuiven. De CU-fractievoorzitter ziet echter achter de concrete maatregelen die het kabinet neemt geen verhaal, geen filosofie, maar slechts botte bezuinigingen: ‘Dat mensen zo min mogelijk in de Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten zitten, daar ben ik het bijvoorbeeld mee eens. Maar dan moet je wel de goede maatregelen nemen, nu dreigt een groot deel van hen achter de geraniums terecht te komen. Als er een probleem is bij de pgb omdat de uitgaven daarvoor harder stijgen dan gedacht, dan moet je vooral de indicatiestelling goed bewaken, want die indicaties worden soms te gemakkelijk gegeven. Het kabinet gaat echter de pgb omzetten in zorg in natura. Maar die zorg in natura is er niet, mede daarom stijgt de pgb juist.’

Ook Kamerlid Plasterk, in het vorige kabinet minister van Cultuur, zegt dat het dit kabinet vooral om de bezuinigingen te doen is: ‘Het vorige kabinet had zich 78 doelen gesteld waarop het afgerekend kon worden. Dat was wel veel en soms waren ze misschien wat vaag. Maar dit kabinet heeft helemaal geen concrete doelen, behalve dan de bezuinigingsdoelstelling.’ Dat dit kabinet zegt aan te sturen op vernieuwing, zoals in de cultuursector, vindt Plasterk een gotspe: ‘Dat klopt niet als je de topinstituten en de regio’s spaart. Want dan komen de bezuinigingen juist daar neer waar geëxperimenteerd wordt.’

Kamerlid Wouter Koolmees van D66, financieel woordvoerder bij die partij, is nog wel geneigd in een aantal maatregelen van dit kabinet hervormingen te zien, maar binnen zijn fractie worden die wel smalend hervormini’s genoemd. Een van die hervormini’s is het voornemen om het wonen in een zorginstelling niet meer te laten betalen uit de volksverzekering AWBZ, maar door de bewoner zelf. D66 hamert in haar kritiek op dit kabinet steevast op het uitblijven van grote hervormingen, op de woningmarkt, de arbeidsmarkt, in de zorg. De hypotheekrenteaftrek blijft buiten schot, het ontslagrecht wordt niet versoepeld, de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd komt te laat en te abrupt, en de ingrepen in de zorg zijn te hapsnap, terwijl daar juist heel fundamenteel naar gekeken zou moeten worden.

Het zal niet bevreemden dat bij regeringspartij CDA anders tegen de kabinetsmaatregelen wordt aangekeken. CDA-Kamerlid en vice-fractievoorzitter Mirjam Sterk kent de kritiek van de oppositie. Maar zij weigert te spreken over kaalslag: ‘Eerst maar eens zien of het zo rampzalig wordt als iedereen zegt. Toen de Wet werk en bijstand werd aangekondigd, stond ook alles en iedereen op z’n kop, maar uiteindelijk is die wet wél een succes.’ Volgens Sterk werkt dit kabinet aan een paradigmashift: ‘Een die overigens al veel eerder in gang is gezet. Dat zeg ik ook tegen mijn achterban als die zijn zorgen uit. We moeten af van de consumentenburger die direct naar de overheid kijkt als er iets mis is.’ Sterk verwijst naar de jaren negentig, toen er bijna een miljoen mensen in de WAO dreigden te komen: ‘Dat vonden we onwenselijk, zoals het nu onacceptabel is dat er vijftig jongeren per dag de Wajong instromen. Destijds werd er ook veel gemord toen er werd ingegrepen, maar uiteindelijk heeft dat over het algemeen positief uitgepakt. We moeten niet kijken naar wat mensen niet kunnen, maar naar wat ze wél kunnen. Dat is de omslag die we willen maken.’

Dat het dan vreemd is dat door dit kabinet juist wordt bezuinigd op de reïntegratiebudgetten om mensen aan het werk te helpen, pareert Sterk met een opmerking: ‘Toen het geld over de plinten klotste, werden deze mensen ook niet aan werk geholpen. Het CDA wil dat de werkgevers nu echt gaan leveren.’ De kleinere overheid waar dit kabinet op inzet, betekent wat Sterk betreft vooral méér samenleving: ‘Wat we de laatste jaren hebben gezien is de monetarisering van de informele zorg. Je kunt best vinden dat burenhulp of het oppassen op je kleinkinderen betaald moet worden door de overheid, maar dan ontploffen de kosten.’

GroenLinks-fractievoorzitter Sap ziet in de maatregelen bij de Wajong en de WSW waar Sterk naar verwijst toch vooral een beeld van de mens naar voren komen dat haar niet zint: ‘Dit kabinet doet alsof mensen niet bereid zouden zijn aan de slag te gaan. Dat vind ik eenzijdig. Het zijn de werkgevers die weigeren om gehandicapten in dienst te nemen. Ook bij de verhoging van de pensioenleeftijd is het zo eendimensionaal: de werknemer moet tot zijn 66ste blijven werken, maar wat doen de werkgevers om dat mogelijk te maken?’ Sap ontwaart in het doen en laten van dit kabinet ‘de laatste stuiptrekkingen van het oude denken’. Ze leest dat af aan het fanatisme en het karikaturale van sommige uitspraken: ‘Dat zie je wel vaker als de moed ontbreekt om echt te vernieuwen.’

Dat instellingen en instituties mensen te afhankelijk houden, op dat punt is Sap het wel eens met dit kabinet. Maar niet met de oplossingen die het vervolgens aandraagt: ‘Ik zie nog geen begin van een echte omslag. In de zorg bijvoorbeeld blijven de cliënten door de maatregelen die het kabinet wil nemen afhankelijk van instellingen die niet leveren. Om mensen in hun eigen kracht te zetten, zoals wij willen, zijn juist wél de rugzakjes en de pgb’s nodig, maar die worden door dit kabinet afgeschaft. Eigen verantwoordelijkheid betekent bij dit kabinet: eigen schuld, dikke bult.’

Volgens Arie Slob overleeft het kabinet tot nu toe al het gemor, omdat om premier Rutte een aureooltje hangt: ‘Hij heeft een vlotte babbel, is vrolijk, niet zo formeel en heel slim, daarmee pakt hij de Kamer én de journalisten in. Maar ik denk dat als een filosofie achter de bezuinigingen uitblijft, het afbladderen begint.’

Sap van GroenLinks kijkt daar net een slag anders tegenaan: ‘Dit kabinet blijft zitten, totdat het de PVV uitkomt om het naar huis te sturen. Dat zal de PVV niet zo gauw doen. Ook niet nu bijvoorbeeld in de crisis rondom Griekenland. Stel dat het kabinet een nieuwe lening geeft, terwijl daar een Kamermeerderheid tegen zou zijn, dan nog zie ik de PVV geen motie steunen die het kabinet naar huis stuurt.’

Uiteindelijk is de gedeelde kritiek van de oppositiepartijen dat dit kabinet wezenlijke hervormingen uit de weg gaat, omdat de PVV die blokkeert. Dat VVD en CDA acht maanden geleden toch met de gedoogsteun van Geert Wilders gingen regeren, heeft alles te maken met het willen uitoefenen van macht en de angst dat met de PVV in de oppositiebankjes de eigen partij zou worden leeggegeten.