Een koloniaal liefdespaar

Antonius und Cleopatra is in het kader van het Holland Festival op 8 en 9 juni in de Amsterdamse Stadsschouwburg te zien. Let op: gewijzigde aanvangstijd: 18.30 uur. Op 9 juni is er na afloop een nabespreking met regisseur en acteurs.
Ik heb op deze plek eerder beweerd dat Holland Festival-directeur Jan van Vlijmen als eerste een Zadek-voorstelling naar Nederland heeft gehaald. Dat klopt niet; Willy Hofman haalde in de jaren zeventig Zadeks Othello naar Rotterdam.
‘Antonius en Cleopatra’ toont op het Holland Festival niet alleen over de verwoestende liefde tussen twee heersers. In Peter Zadeks enscenering is het tevens een stuk over de nadagen van het kolonialisme.

WENEN - ‘Solch eine Frechheit!’ - 'De brutaliteit!’ De heftig met Schmuck behangen zwaarlijvige Weense dame sist woedend tussen haar tanden. Ze heeft zojuist ontdekt dat de uitvoering vier uur gaat duren. Zonder pauze!
Het door Mozarts librettist Schikaneder opgerichte Theater an der Wien wordt al vanaf een uur voor de premiere in de gaten gebouden door maar liefst vier televisieploegen. Een Zadek-premiere, vier maanden gerepeteerd in Oost-Berlijn, vindt plaats in Wenen. 'In Berlijn maakt men er al grappen over’, sniert de Oostenrijkse krant Die Presse: 'de Weners komen met de geldkoffer. U wenst, wij spelen, u betaalt.’
Na drie uur hel licht over het ver de zaal ingebouwde podium, na vier uur hel licht ook in de toeschouwersruimte (waardoor weglopen echt een daad wordt), is het opeens donker geworden. Antonius, de protagonist, is dood, ten langen leste gestorven aan de verwondingen die hij zichzelf met zijn eigen zwaard heeft toegebracht. Een aanhanger van Antonius brengt diens zwaard naar Octavius Caesar, de grote tegenstander, de overwinnaar. Vijfde acte, scene een.
Caesar: 'O, Antonius, hiervoor heb ik jou nagezeten/ maar wij snijden zweren aan ons lichaam open./ Ik was gedwongen jou mijn ondergang te laten zien,/ of die van jou te aanschouwen.’ En dan komt die ene zin. William Shakespeare: 'We could not stall together/ In the whole world.’ Evert Straat vertaalde hem ooit: 'Voor ons samen was er geen ruimte op de wereld.’ En in de vertaling van Elisabeth Plessen klinkt het zo: 'Wir konnten nicht zusammen/ Hausen in der ganzen Welt.’
Het klinkt als een koele constatering. Shakespeare schrijft in deze scene tranen voor, de tranen van een Nijlkrokodil ('Maar toch vergiet ik tranen om ons beider gesternte’). Veit Schubert, de acteur die in de Berlijnse Zadek-enscenering van Antonius und Cleopatra (premiere in Wenen, 7 mei 1994) Octavius Caesar speelt, huilt niet. Tijdens dat ene zinnetje ('Wir konnten nicht zusammen/ Hausen in der ganzen Welt’) veegt hij simpelweg Antonius’ bloed van diens zwaard. En met dat schouderophalende gebaar drukt Caesar een luis uit de pels van het universum (om Lucebert te citeren) - hij wist een eenling weg uit de geschiedenis. 'Shakespeare’s “Antonius und Cleopatra” ’, schreef een Duitse criticus, 'is het drama van het historische schouderophalen, een poetische en woedende dramatisering van het condoleancebezoek aan de verliezer. De winnaar krijgt op een steriele, koude manier zijn overweldigend gelijk.’ Peter Zadek in een televisie-interview, drie jaar terug: 'Shakespeare verdraagt, nee eist voortdurend nieuwe interpretaties. Maar zijn onverbrekelijke optimisme en zijn vitaliteit vallen slecht bij de Duitsers met hun onveranderlijke neiging tot cultuurpessimisme. Shakespeare kon overigens alles beter, dat maakt hem ook zo irritant voor Duitsers. Zijn dichterlijke taal is beter dan die van Schiller, zijn personages zijn interessanter, de situaties die hij schrijft zijn spannend, het verhaal wordt altijd nauwkeurig verteld. Mijn verhouding tot Shakespeare is in de loop van de tijd ingrijpend veranderd. In de jaren zeventig, toen ik “King Lear”, “Hamlet” en “Othello” regisseerde, zocht ik vooral naar het antwoord op de vraag: wat wilde hij? Wat intrigeerde de schrijver in een personage als Othello? Ik zocht in mijn regies naar de perfide en perverse kanten van thema’s als racisme, seksualiteit, loyaliteit. Nu realiseer ik me vooral dat Shakespeare werkte voor een breed publiek. In de elisabethaanse theaters zat iedereen! Shakespeare heeft volkstheater geschreven en geensceneerd, voor een werkelijk groot publiek, een bioscooppubliek. Met soms tweeduizend toeschouwers per voorstelling. In Duitsland zijn we die binding met zijn stukken kwijtgeraakt. We maken gepolijste Shakespeare-voorstellingen, waarin vooral naar een eenheid van stijl wordt gezocht. Mij interesseert juist het onaffe, het “nicht fertige”, de tegenstrijdigheden in de tekst.’
ZADEK HAD TOEN net in Wenen bij het Burgtheater Der Kaufmann von Venedig gemaakt, voor de vierde keer in zijn loopbaan. Antonius und Cleopatra stond ook toen al op zijn verlanglijst. Het Burgtheater bood echter niet het juiste klimaat voor dat stuk: het ensemble bleek niet bereid de vele kleine rollen goed te bezetten.
Gert Voss (zeven jaar lang de ster van het eerste Weense toneelgezelschap, nu onder Zadeks regie Antonius) zei onlangs in het Oostenrijkse theaterblad Die Buhne: 'Er zijn maar vier prachtige rollen in dit stuk. Maar in een ensemble moeten ook zeer goede acteurs de bereidheid hebben kleine rollen te spelen, zich ondergeschikt te maken aan het geheel van een voorstelling. In Stuttgart speelde ik eens in “Faust” tien kleine rollen, waaronder een waterplant.’
Binnen het Berliner Ensemble, het voormalige Brecht-gezelschap, bleek die bescheidenheid wel te bestaan. De groep - waar Peter Zadek sinds enkele jaren met onder meer Fritz Marquardt en Heiner Muller in de artistieke leiding heeft plaatsgenomen - bood het juiste ensemble voor Antonius und Cleopatra.
Zadek ('Es gibt kein schlechte Rollen. Es gibt nur schlechte Schauspieler’) weet als geen andere regisseur dat een goede bezetting het halve werk van een enscenering is. Hij kan het zich langzamerhand ook permitteren om regies tot in de kleinste uithoeken perfect te bezetten. Ruim 25 acteurs en actrices dragen de voorstelling van Antonius und Cleopatra; het dubbele aantal medewerkers functioneert achter de schermen.
Vier maanden werd in Berlijn gerepeteerd, drie weken aansluitend in Wenen gemonteerd. Voor vier avonden. Amsterdam (Holland Festival) is het eerstvolgende station dat de produktie aandoet, daarna het Schotse Edinburgh. Berlijn krijgt het beroemde liefdespaar pas in oktober te zien, in het thuistheater aan de Schiffbauerdamm.
ANTONY AND CLEOPATRA is zeker niet de makkelijkste Shakespeare-tragedie - zo die al bestaat. Het stuk verhaalt over het kolkende gemoed van de Romein Antonius. Over de wilde bewegingen in zijn gemartelde geest. Van zijn intense liefde voor de Egyptische koningin Cleopatra naar zijn machtshonger en zijn rol van stokebrand binnen het driemanschap dat het Romeinse imperium bestuurt.
Zadeks protagonist Gert Voss over het stuk: ’ “Antonius und Cleopatra” schakelt op geniale wijze voortdurend tussen komedie en tragedie. Het stuk handelt over de verwoestende kracht van de liefde tussen twee mensen die zich aan die liefde uitleveren in een absolute bezetenheid. Antonius en Cleopatra zijn politieke mensen op het hoogtepunt van hun carriere die iedere verantwoordelijkheid voor de wereld afwijzen, slechts voor de liefde willen leven. Liefde in deze vorm is voor de maatschappij een regelrechte bedreiging, pure anarchie. Antonius is een personage vol tegenspraken. Eerst denkt het publiek dat hij volledig voor Cleopatra valt. Dan gaat hij naar Rome en sluit een verstandshuwelijk met Octavia, de zuster van zijn politieke tegenstander Octavius Caesar. Hij doet dat alleen om rust te vinden. Na dit schijnbare verraad keert hij meteen naar Cleopatra terug en onderwerpt zich weer volledig aan haar. Dat is wonderlijk en opwindend. Waarbij men nooit precies weet of zijn afhankelijkheid hem zo handelen laat, zijn lafheid, of zijn verlangen naar de dood.’
Voss voedt het personage van Antonius met de brandstof die drie van zijn grote Weense rollen in de voorbije zeven jaar tot ware toneelmonumenten maakte: de lust van Shakespeare’s Othello (regie: George Tabori), de politieke wellust van Shakespeare’s Richard de Derde (regie: Claus Peymann) en de verscheurdheid van Tsjechovs Ivanov (regie: Peter Zadek). Door het Weense theaterpubliek wordt Gert Voss overigens als een 'verrader’ beschouwd, net zoals de Romeinen indertijd tegen Antonius aankeken. Voss keerde de Oostenrijkse hoofdstad onlangs de rug toe en reisde Zadek achterna, naar het voormalige Oost-Berlijn. Hij gaat daar straks Strindbergs Dodendans doen, met Angela Winkler en Ignaz Kirchner, en misschien ook Brecht en Goethe’s Faust (deze keer zeker niet als waterplant).
Waarom die omschakeling van Wenen naar Berlijn? Voss, in Die Buhne: 'Ik moest in Wenen meerdere hoofdrollen present halten, wat ingewikkeld en moeilijk was. Een stuk werd vaak plotseling weer op het repertoire gezet. Een stuk dat een maand lang niet meer is gespeeld, kan niet zonder risico weer op het speelplan worden gezet. Dan moet je minstens een week repeteren. Ik speelde Macbeth, en dan opeens weer Shylock, die ik drie maanden niet had gedaan. Dan opeens weer Ritter, Dene, Voss, een stuk dat een vol jaar niet was gespeeld. Tussendoor nog Tabori’s Goldberg Variationen. Ondertussen studeerde ik nieuwe rollen in. Ik raakte in paniek, werd ’s nachts badend in het zweet wakker. Bij het Berliner Ensemble gaat het beter. We hebben Der Kaufmann von Venedig daar in twee maanden 32 keer voor een uitverkocht huis gespeeld. Terwijl we in Wenen twee seizoenen nodig hadden om aan 32 voorstellingen toe te komen.’ Het repertoiresysteem heeft ook zo zijn nadelen. DE BUHNE VOOR Antonius und Cleopatra (ontwerp: Wilfried Minks, al jaren een van Zadeks vaste decorontwerpers) is wijd, diep, open en kent een ruim voortoneel van minstens zeven toeschouwersrijen. Achter het speelvlak hangt een zandkleurige horizon, af en toe zakt een geel doek uit de toneeltoren teneinde een intiemere ruimte te creeren. Er is slechts een enkel meubelstuk. Verder een houten toren, voorstellend een scheepsdek, een mausoleum. Voor de rest is het speelvlak kaal, arm als het elisabethaanse theater ooit moet zijn geweest.
De grandeur zit in de kostuums (ontwerp: Norma Moriceau). Dat wordt meteen in de eerste scene duidelijk: Egypte, het liefdespaar herenigd. Het land viert feest, Noordafrikaans carnaval. De maskers van Cleopatra’s gevolg tonen de heilige hond, leeuw, kever en krokodil. Cleopatra wandelt op in een gouden haremrobe, Antonius in het hoogtijdagengewaad van een sjeik. Ook de toon van de taal in deze enscenering wordt meteen gezet: harde omgangsteksten, zonder de zangerigheid die Duitse Shakespeare-vertalingen soms zo onverdraaglijk maken.
Voorbeeld. De openingsteksten van het liefdespaar. Eerst Shakespeare:
Cleopatra: 'If it be love indeed, tell me how much.’ Antonius: 'There’s beggary in the love that can be reckoned.’ Cleopatra: 'I’ll set a bourn how far to be beloved.’ Antonius: 'Then must thou need find out heaven, new earth.’ Dan Elisabeth Plessen, Zadeks levensgezellin, vertaalster: Cleopatra: 'Wenn es wirklich Liebe ist, sag mir wieviel.’ Antonius: 'Nur Bettler konnen Liebe zahlen.’ Cleopatra: 'Ich setze eine Liebesgrenze fest.’ Antonius: 'Dann musst du Himmel und Erde auch neu erfinden.’
ZADEK KIEST ZIJN middelen helder en zuiver. Een kaalgeruimd plankier geeft de acteurs de ruimte het betoog van het stuk in alle rust op te zetten. De kostuums plaatsen de onderscheiden partijen trefzeker tegenover elkaar. De vertaling verklankt zonder toeters en bellen een hard verhaal.
Welk verhaal? Het verhaal van Octavius die de wereld overwint. Het verhaal van Antonius die zichzelf overwint. Het verhaal van Cleopatra die het wint van beiden. Het stuk wordt gesitueerd ergens in de verwarrende nadagen van het kolonialisme. De Romeinen dragen afwisselend 'billentikkers’ en hoge hoeden, modieuze smokings en avondjurken, khaki uniformen. 'Ze babbelen over dood, overwinning en tactiek’, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung, 'en ze doen dat op de conversatietoon van een herensocieteit binnen het koloniale leger van de jaren veertig. Shakespeare tussen Tobruk en El Alamein.’
In Egypte is het modeshow, harem en RTL-seks met doorkijkbloesjes. De radicale rebel Sextus Pompejus en zijn mannen treden aan als zwaarbewapende fundamentalistische fedajins. De Antonius van Gert Voss zwalkt overal tussendoor. In elegant khaki, in frak, met zwierige Arabische hoofdtooien - een oudere broer van Lawrence of Arabia, verscheurd, de fles Ballantine’s permanent binnen handbereik. De Cleopatra-vertolking van Eva Mattes (eerder bij Zadek al een legendarische Desdemona in Othello en een fraaie Portia in Der Kaufmann von Venedig, oogt hier koel en bijna berekenend in haar hartstochten. Meer Benazir Bhutto dan Elisabeth Taylor, zou ik zeggen.
CHANGEMENTEN ZIJN ER niet. De enscenering heeft een energiek tempo, vol plezier over het vertellen van een groot verhaal. De scheidslijnen tussen de scenes en bedrijven van Shakespeare zijn hier volledig vervallen. De permanente filmische switch van de ene locatie naar de andere (soms maar voor het uitspreken van een paar zinnen) stroomt permanent door. Daarom is het afzien van een pauze heel begrijpelijk. Het stuk lijkt er - zeker in deze vorm - bijna tegen te protesteren om voor een kop koffie of een glas sekt in de steek te worden gelaten. (Na afloop van de Weense premiere overwoog Peter Zadek in Amsterdam toch een pauze in te lassen. Ik hoop dat hij streng blijft voor zichzelf. En voor ons. Zoals hij ook elektronische 'boventiteling’ in Edinburgh hardvochtig heeft afgewezen.)
De stemming van de enscenering wisselt sneller dan de acteurs van kostuum veranderen. Het is zoals Gert Voss zei: de brille van deze tekst is dat ze voortdurend van komedie in tragedie vervalt en vice versa. De liefdesscenes tussen Antonius en Cleopatra moduleren van teder tot ronduit grof. De met whisky doorspoelde alleenspraken van Antonius schieten van larmoyant melodrama naar monologen die intens pijn doen aan oog en oor. De beroemde scene waarin Antonius aan zijn kameraad Eros vraagt om hem te doden, waarna Eros besluit zichzelf het leven te benemen, is van een adembenemende integriteit, schoonheid en zuiverheid. Meteen daarop laat Zadek ons geen enkele ruimte voor welk sentiment dan ook: Antonius springt in zijn eigen zwaard, doet dat verkeerd, en ligt vervolgens plat op zijn rug met een wiebelend wapen als een soort slappe fallus in zijn hand.
Cleopatra heerst als een trotse vorstin over de vijfde acte, haar slotbedrijf. Maar aan het eind trekt Eva Mattes een lullig plastic addertje uit een mand. Ze sterft weggezakt in een keukenstoel, als een door de fatale hartaanval overvallen huisvrouw. Bij Zadek geen Cecil B. de Mille-pronk. Doodgaan is ingewikkeld, het beeld van de dood zelf is banaal, onsentimenteel, simpel.
DE DUITSE PERS is genadeloos over Zadeks enscenering van Antonius und Cleopatra heengevallen. 'Die Hure vom Nil tragt ein Reptilchen aus Plastik.’ (De hoer van de Nijl draagt een plastic reptieltje). En: 'Romer-Tand aus der Kolonialwarenhandlung.’ (Vrij vertaald: 'Romeinse snuisterijen uit het museum voor Volkenkunde’). Mij viel vooral op dat de Duitse critici hun lezerspubliek veel informeerden over wat ze hadden willen zien, om vervolgens te beschrijven wat ze allemaal niet hadden gezien. Een oude, klassieke en beproefde verdwijntruc van theaterrecensenten. Ik weet niet of het u geruststelt: de voorstelling maakte me warm, de kritieken in de Duitse bladen lieten me nagenoeg koud.
Peter Zadek in een interview dat vier jaar geleden verscheen: 'De kritiek in Duitsland krijgt veel meer kolommen toebedeeld dan in andere landen. Ze krijgen steeds weer de kans om hun esthetische uitgangspunten voor zichzelf te bevestigen. In Engeland, Amerika en Frankrijk is de ruimte voor critici in de kranten beperkt. Ze hebben weinig kolommen tot hun beschikking. Dus moeten ze kortweg opschrijven wat belangrijk is aan een voorstelling. Ze hebben dus geen ambitie om een theaterroman te schrijven. Ze zien wat belangwekkend is aan een voorstelling (of niet), en schrijven dat op in anderhalve krantenkolom. Ze zoeken de essentie van een regie, en vermijden het om die essentie heen te draaien.’