Pleit het Mueller-rapport Trump werkelijk vrij?

Een komma, geen punt

Ook zonder aanklachten tegen president Trump heeft het werk van aanklager Robert Mueller resultaat geboekt: misdaad en corruptie zijn aan het licht gebracht. Maar leidt dat tot echte verandering?

© Pat Bagley, The Salt Lake Tribune / Cagle

De symboliek was onmiskenbaar. Toen Air Force One op zondagavond 24 maart de landing inzette naar Ronald Reagan Airport in Washington D.C. zat Donald Trump in de cockpit bij de piloot. Hier arriveerde een president met het gevoel de controle terug te hebben. Trump had het weekend doorgebracht op zijn resort in Florida, samen met familie en enkele Republikeinse kopstukken. De pers zag hem golfen en dineren op de veranda. Het gebruikelijke Twitter-spervuur viel stil.

Het was een voorbode van de conclusies die speciaal aanklager Robert Mueller op vrijdag 22 maart inleverde bij William Barr, de minister van Justitie. ‘Totale vrijpleiting’, twitterde Trump na landing. Hij had Washington verlaten als hoofdonderwerp van een gerechtelijk onderzoek, en keerde terug met twee zorgen minder. Zowel op het punt van samenzwering met Rusland als op het punt van obstructie van de rechtsgang komen er geen strafrechtelijke aanklachten.

Barr en Mueller leverden beiden een bijdrage aan die uitkomst. Het Mueller-onderzoek, zo schreef Barr in een brief die hij naar het Congres stuurde, ‘stelt niet vast dat leden van de Trump-campagne samenzwoeren of afspraken maakten met de Russische overheid over haar inmengingen in de verkiezingen’. Wat betreft obstructie verzamelde Mueller bewijs en tegenbewijs, maar schortte hij zijn oordeel op. ‘Hoewel dit rapport niet concludeert dat de president een misdaad heeft begaan, pleit het hem ook niet vrij’, zo citeert Barr Mueller, om vervolgens zelf de knoop door te hakken. ‘Het verzamelde bewijs is niet voldoende om vast te stellen dat de president een misdrijf in de vorm van obstructie heeft begaan’, aldus Barr.

Deze paar zinnen vormen de smalle basis waar het debat over Trump en de Russen nu op rust. Dat debat is vooral een interpretatiestrijd geworden. Trump claimt een volledig schoongeveegde lei, en loopt daarmee op de feiten vooruit. Mueller schrijft letterlijk dat zijn bevindingen Trump niet vrijpleiten. Het is zeer goed mogelijk dat Mueller, als feitenvorser, het bewijs heeft verzameld en geordend maar van mening is dat het uiteindelijke oordeel hierover niet aan hem is. Ook Leon Jarowski, de speciaal aanklager bij de Watergate-affaire, presenteerde enkel feiten en liet het aan de volksvertegenwoordigers over om te beoordelen of Nixon schuldig was aan belemmering van de rechtsgang. Kenneth Starr, die Bill Clinton onderzocht, deed hetzelfde. Barr negeerde deze precedenten. Als door het Witte Huis benoemde ambtsdrager maakte hij zijn oordeel kenbaar, nog voordat het Congres een afweging heeft kunnen maken over feiten en conclusie.

Gedraagt minister van Justitie Barr zich als stootkussen voor een omstreden president?

De volgende stap is de openbaarmaking van het Mueller-rapport, of gedeelten daarvan. Barr heeft gezegd halverwege april een ‘geredigeerde versie’ naar het Congres te sturen. De Democraten op Capitol Hill willen daar niet op wachten en gaan het ministerie van Justitie dagvaarden om het rapport zonder weglatingen te krijgen. Tot nu toe heeft slechts een handvol functionarissen Muellers volledige dossier kunnen lezen, en volgens het ministerie van Justitie wordt er geen kopie naar het Witte Huis gestuurd. Dat is waar de VS nu staan, wachtend op verder inzicht in wat de vijfhonderd getuigenverhoren en bijna drieduizend dagvaardingen door Mueller en zijn team hebben opgeleverd. Het enige dat bekend is bij het grote publiek is door een fijnmazig Barr-filter gegaan.

De minister van Justitie citeert in zijn samenvatting kort en fragmentarisch, zo blijkt bijvoorbeeld uit de zin ‘stelt niet vast dat de leden van de Trump-campagne samenzwoeren’. Die begint met een hoofdletter tussen vierkante haken, wat erop wijst dat dit een gedeelte is van een langere formulering. En dat wekt wantrouwen, of op z’n minst nieuwsgierigheid. Tel daarbij op dat het Mueller-rapport bijna vierhonderd pagina’s beslaat, en het is duidelijk waarom de roep om verdere openbaarheid groeit.

Mueller schreef een rapport dat in lengte de 62 pagina’s waarin de Watergate-affaire werd samengevat ruim overschrijdt en in de buurt komt van de 445 pagina’s waarin Kenneth Starr de escapades van Bill Clinton uit de doeken deed. Het is de vraag of Amerika zich voldoende geïnformeerd acht met een uitleg van vier kantjes waarin een paar korte citaten staan. Richard Stengel, een politiek commentator van de televisiezender msnbc, vatte de stand van zaken als volgt samen: ‘Als iemand je een korte samenvatting geeft van Oorlog en vrede, geschreven door een vijandige criticus, denk je dan dat je het hele boek gelezen hebt?’

Die ‘vijandige criticus’ komt daarmee steeds meer zelf in de schijnwerpers te staan. Is Barr een dienaar van de onafhankelijke rechtspleging of gedraagt hij zich als stootkussen voor een omstreden president? Barr was op geen enkele wijze verplicht zelf de Mueller-onderzoeken van conclusies te voorzien en hij was bij machte het rapport van de speciaal aanklager aan het Congres te geven zonder stukken weg te lakken, zoals ook zijn voorgangers onder Nixon en Clinton deden.

Veel vragen kunnen alleen met volledige kennis van Muellers werk worden beantwoord

William Barr trad aan op 14 februari met instemming van alle Republikeinse senatoren en drie van de 47 Democraten. Barrs staat van dienst – hij was eerder minister van Justitie onder George H.W. Bush – was onomstreden, maar de zorgen over zijn omgang met het Mueller-onderzoek ondergroeven bipartisan steun voor Trumps keuze. Barrs toezegging ‘zoveel transparantie te betrachten als de wet toelaat’, stelde niet gerust. Wat evenmin hielp was dat Trumps eerdere minister van Justitie Jeff Sessions was opgestapt onder druk van de president. Het stoorde Trump dat hij geen controle meer had over Muellers werk omdat Sessions zich had teruggetrokken als toezichthouder toen duidelijk werd dat hij zelf onderwerp was van de Rusland-onderzoeken. Het scenario waarvoor werd gevreesd lijkt zich nu af te spelen: Trump zocht een nieuwe minister die hem uit de wind kan houden.

Hoe Trump zijn oog op William Barr liet vallen blijft raadselachtig. De Amerikaanse pers heeft niet kunnen achterhalen wie precies Barr heeft aangeraden bij Trump. ‘Ik kende hem tot voor kort niet, maar mijn keuze lag vast vanaf dag één’, zei Trump toen hij Barr voordroeg. Trumps enthousiasme kan iets te maken hebben met een artikel dat Barr op eigen gelegenheid schreef en vervolgens opstuurde naar het ministerie van Justitie. In negentien pagina’s deed hij zijn kijk op het lopende werk van Mueller uit de doeken. Hij vond het aanstellen van de speciaal aanklager een ‘fatale vergissing’ en ‘gebaseerd op een juridisch onhoudbare lezing van de wet’. Barrs memo, dat veel weg had van een verkapte sollicitatiebrief, kwam terecht bij het Witte Huis en een half jaar later was Barr in functie.

In zijn memo gaf Barr ook aan dat in zijn optiek een president vrijwel nooit schuldig kan zijn aan obstructie, omdat bemoeienis met het justitieel apparaat – bijvoorbeeld door mensen te ontslaan of aan te stellen – valt binnen de kaders van de presidentiële bevoegdheid. Ook dat moet Trump als muziek in de oren hebben geklonken. In 2017 ontsloeg Trump fbi-directeur James Comey omdat die niet toegaf aan het verzoek de Rusland-onderzoeken te staken. Barr reageerde destijds met een opiniestuk in The Washington Post waarin hij Trumps optreden verdedigde. Barrs mening dat alle presidentiële bemoeienis met het rechtsapparaat in principe geoorloofd is, lijkt zijn conclusie over Muellers werk te hebben voorgekookt. De minister van Justitie had minder dan 48 uur nodig om op basis van Muellers enorme dossier te concluderen dat Trump op dit punt vrijuit gaat.

In zijn brief aan het Congres gaf Barr nog een kijk op obstructie: als er geen sprake is van samenzwering met Rusland kan onderzoek ernaar ook niet worden verstoord, concludeerde hij. Deze interpretatie van de wet is omstreden. In een gespreksbijeenkomst over Barrs samenvatting van het Mueller-rapport wees Mary McCord, een voormalige onderminister van Justitie en hoogleraar recht aan Georgetown University, erop dat er vele voorbeelden zijn waarbij obstructie losstaat van de vraag of er een misdaad kan worden aangetoond. Ook hier is een parallel met de Watergate-affaire, die de uitdrukking ‘the coverup is worse than the crime’ voorgoed in het Amerikaanse lexicon brandde. Het doorslaggevende bewijs waarmee Nixon het vertrouwen van het Congres verloor, was het bandje waarop te horen was hoe hij opdraagt de cia in te zetten om de fbi te overtuigen een einde te maken aan het onderzoek naar het afluisteren van de Democraten in het Watergate-hotel.

‘De president spande niet samen met Rusland. Maar waarom is hij dan zo dol op Poetin?’

En ook wat betreft de samenzwering met Rusland zijn de conclusies minder waterdicht dan Barrs woorden suggereren. Zoals een groep juridische experts van de denktank Brookings schreef op het weblog Lawfare: ‘Barr geeft niet actief aan dat Mueller geen samenzwering aantrof.’ Volgens de auteurs van het stuk is enkel duidelijk dat Mueller geen bewijs voor samenzwering heeft gevonden dat voldeed aan de ‘rigoureuze vereisten van het strafrecht’. Dit lijkt juridische haarkloverij en doet niets af aan het feit dat Trump vrij is van vervolging, maar het maakt duidelijk dat veel vragen alleen met volledige kennis van Muellers werk kunnen worden beantwoord.

Zoals de juristen op Lawfare concluderen laat Barrs samenvatting de mogelijkheid open dat Mueller veel bewijs aantrof voor een samenzwering, maar dat om technische redenen niet gebruikt voor een strafrechtelijke aanklacht. Het laat de mogelijkheid open dat zakelijke belangen in Rusland de politiek van Trump en zijn entourage kleuren. Het laat de mogelijkheid open dat leden van de Trump-campagne of de president zelf op de hoogte waren van de pogingen van Rusland om de verkiezingen te beïnvloeden, die pogingen verwelkomden en niet besloten te doen wat je van een Amerikaanse patriot verwacht: alarm slaan vanwege buitenlandse politieke inmenging.

Dat er nog steeds een wolk boven het Witte Huis hangt, komt door wat Mueller hoe dan ook heeft aangetroffen. De speciaal aanklager stelde onherroepelijk vast dat Rusland de Amerikaanse verkiezingen heeft ontregeld, met als doel Trump te helpen. De details hierover zijn te lezen in de aanklacht waarin Mueller 25 Russen en drie Russische organisaties een breed opgezette mis-informatiecampagne via sociale media en het hacken van servers van de Democratische Partij ten laste legt. Deze bevinding is minstens zo belangrijk als de vraag of de Trump-campagne hier deel aan had. Gezien het enthousiasme waarmee Trump en zijn aanhang Muellers conclusies hebben onthaald, gaan ze ervan uit dat de bevindingen van de speciaal aanklager betrouwbaar zijn. En als Mueller onomstotelijk een buitenlandse aanval op de Amerikaanse democratie heeft aangetoond, waarom doet de president de zorgen daarover dan nog steeds af als ‘oplichterij van het Amerikaanse volk’?

Kort na het verschijnen van Barrs brief somde de politiek commentator Blake Hounshell op Politico de vele opmerkelijke gedragingen van Trump richting het Kremlin nog eens op: de oproep tot het openbaar maken van gestolen Clinton-e-mails; Poetin op zijn woord geloven als hij ontkent dat Rusland de verkiezingen probeerde te ontregelen, ook al concluderen de Amerikaanse veiligheidsdiensten (en ook Mueller) het tegenovergestelde; het willen spreken met Poetin achter gesloten deuren, en het daarna in beslag nemen van de aantekeningen van de vertaler. ‘De president spande niet samen met Rusland. Maar waarom is hij dan zo dol op Poetin?’ vroeg Hounshell zich af.

De vraag of er wetten zijn gebroken is geen substituut voor de vraag of iets aanvaardbaar is

Die formulering raakt de kern. Het vraagstuk Trump-Rusland valt in twee stukken uiteen; het ene deel is juridisch, en daar staat een punt achter: geen criminele samenzwering. Het andere deel is minstens zo belangrijk, door en door politiek en wordt gevolgd door een komma: is Trumps opstelling richting Rusland, eerst als presidentskandidaat en daarna als president, aanvaardbaar voor Amerika, gezien het feit dat een groep Russen die nauw verbonden was met het Kremlin zich schuldig maakte aan criminele activiteiten in de VS?

Trump heeft er baat bij om de scheidslijn tussen de twee delen zo veel mogelijk te laten vervagen. Hij ontsloeg fbi-directeur James Comey naar eigen zeggen ‘vanwege dit Rusland-ding’. Op zijn eerste rally nadat Mueller zijn rapport had voltooid, sprak Trump als vanouds over de ‘Rusland-heksenjacht’. Deze aanduidingen zijn zo breed dat ze alles kunnen omvatten: het allerergste (een een-tweetje tussen het Kremlin en de Trump-campagne), het bekende (inmengingen in de verkiezingen) en vermoedens die zeer gegrond lijken (een verwevenheid van politieke en zakelijke belangen). Een andere harde conclusie die Muellers werk heeft opgeleverd is dat Trump tot aan de dag van zijn inauguratie bezig was met vastgoedprojecten in Moskou. Onderzoeksjournalisten hebben blootgelegd hoe de Trump-organisatie functioneerde als witwasmachine voor kapitaal van Russische oligarchen. Door alles samen te ballen en te verbinden met Muellers besluit niet te vervolgen wegens samenzwering, probeert Trump met één antwoord drie verschillende vragen van tafel te vegen.

Haast ongemerkt heeft daarmee een omkering van rollen plaatsgevonden. Terwijl het Mueller-onderzoek liep, hoopten de Democraten dat de speciaal aanklager een juridische route zou uitstippelen naar wat politiek niet te bereiken viel: een harde conclusie over het blazoen van Trump en of hij met dat blazoen geschikt is voor het hoogste politieke ambt in de VS. Nu het onderzoek klaar is, klampt juist het Trump-kamp zich vast aan dit onpartijdige onderzoek. Na twee jaar lang Mueller te hebben beschuldigd van een ‘heksenjacht’ en beweerd te hebben dat het een coupe was uitgevoerd door een ‘deep state’ gebruikt Trump Mueller nu als basis om victorie te kraaien. Beide kampen koesteren op hun eigen moment dezelfde fictie: dat het strafrecht antwoord kan bieden op een vraag waarover uiteindelijk de politiek een oordeel moet vellen.

Dat Muellers werk nu voltooid is, maakt voor de diepe politieke verdeeldheid in Washington weinig uit. Trump roept nu op tot een onderzoek naar de manier waarop het onderzoek naar zijn banden met Rusland tot stand is gekomen. De Republikeinen in het Congres eisen het aftreden van Adam Schiff, de Democraat die de inlichtingencommissie in het Huis van Afgevaardigden voorzit. Als reactie deed Schiff uit de doeken wat hij Trump en de zijnen aanrekent, Mueller of niet: deelnemen aan een geheime ontmoeting met Russen die compromitterend materiaal over een politieke tegenstander beloven (Donald Trump Jr., campagnechef Paul Manafort, schoonzoon Jared Kushner); Rusland oproepen een politieke tegenstander te hacken (Trump). Campagnedata verkopen aan Russische oligarchen (Manafort); het proberen op te zetten van een geheim communicatiekanaal tussen het Trump-team en Russische diplomaten (Kushner en Michael Flynn, Trumps veiligheidsadviseur); geheim overleg met de Russische ambassadeur voordat Trump president was, onder andere over het opheffen van sancties (Flynn, Jeff Sessions, Trump zelf). Schiff omschreef dit alles als ‘immoreel, onethisch, onpatriottisch en corrupt’.

Schiffs woordkeus is veelzeggend. Geen van de termen die hij gebruikte zal naar verwachting voorkomen in de vierhonderd pagina’s van Mueller. Het zijn politieke oordelen, en die vallen buiten de strafrechtelijke vraag of de speciaal aanklager een actieve samenzwering heeft kunnen aantonen. De jurist en voormalig onderminister Mary McCord omschreef het verschil tussen politiek en recht als volgt: de vraag of er wetten zijn gebroken is geen substituut voor de vraag of iets aanvaardbaar is.

De strijd over de vraag of Trumps opstelling als president te aanvaarden valt, zal ongetwijfeld verder oplaaien naarmate er meer van Muellers werk naar buiten komt. Het wordt een hoofdmotief op weg naar de verkiezingen van 2020. En tenzij Barr er een stokje voor steekt, heeft het onderzoek van Mueller resultaat: het draagt bij aan verdere oordeelsvorming over een van de meest omstreden presidentschappen in de geschiedenis van de VS. Dat Mueller in totaal 37 individuen en organisaties aanklaagde, onder wie Paul Manafort, Michael Flynn, Michael Cohen en andere directe medewerkers van Trump, betekent dat er een omvangrijke hoeveelheid misdaad aan het licht moest worden gebracht.

De meest vergaande theorie, waarin Trump een pion van de Russen is, kan volgens het principe ‘onschuldig tenzij schuld kan worden bewezen’ de ijskast in. Maar dat neemt niet weg dat er een hoop onder Muellers hoge lat door kan worden gedragen dat weliswaar geen strafrechtelijke consequenties heeft, maar waarvan Amerika het toch van publiek belang acht dat daar helderheid over komt. Niet om de vraag te beantwoorden of Trump wel of niet aan te klagen valt, maar om een volledig oordeel te kunnen vormen over de motieven waarmee machthebbers handelen.

In The Atlantic kwam David Kris aan het woord, een jurist die onder Obama als onderminister van Justitie werkte. ‘Het Amerikaanse volk mag meer van zijn publieke ambtsdragers verwachten dan het weten te vermijden van criminele aansprakelijkheid’, vond hij. Dat Amerikaanse volk, ondertussen, overstijgt de verdeeldheid in Washington: ruim driekwart van de Amerikanen is van mening dat het volledige Mueller-rapport volledig openbaar moet worden gemaakt.