Elizabeth Strout heeft in haar werk het patent op psychologische aardverschuivingen © Ali Smith / Guardian / ANP

De Nederlandse titel van Elizabeth Strouts roman Het verhaal van William is een veel te neutrale en weinig dynamische ‘vertaling’ van Oh William! Die titel is een levendige uitroep vol mededogen en medelijden. Bovendien wordt Oh William! verteld en betekenisvol gemaakt door Williams ex-vrouw Lucy Barton. Die kennen Strout-lezers van de sublieme roman Ik heet Lucy Barton (2016), waarin een schrijverspersonage worstelt met een liefdeloze, gewelddadige en geïsoleerde armoejeugd met een moorddadige moeder en een getraumatiseerde vader.

In Oh William! lijdt de 63-jarige Barton, dan een succesvolle schrijver, nog immer onder die desolate, cultuurloze en tv-loze jeugd op het platteland van Illinois: door haar kille kinderjaren meent ze onzichtbaar te zijn. Mág ze er wel zijn, zij die met niets is begonnen en die een moeder had die haar alleen met geweld aanraakte? Daarom gaat Strouts roman óók over de wijze waarop Barton haar eigen verleden verwerkt én over de overeenkomsten met Williams achtergrond. Waarom trouwde hij uitgerekend met haar? Haar huwelijk met de ontrouwe William onderging ze steeds meer ‘als een vogel in een krap doosje’. Ze verliet hem, waarna ze bevriend bleven.

Barton voelde zich geknakt als de steel van een tulp, haar lievelingsbloem, toen ze erachter kwam dat haar man haar bedroog met haar beste vriendin. Dat geknakte bleef. Maar: ‘Sindsdien is mijn schrijven waarachtiger geworden.’

De academicus William is een 71-jarige parasitoloog, voormalig docent microbiologie en hij is inmiddels een paar huwelijken verder. Hij neemt zijn ex-vrouw Lucy in vertrouwen als hij haar onthult angstaanvallen te hebben en nachtmerries waarin zijn gestorven moeder onaangenaam aanwezig is. In hun huwelijk onderkende ze met een ‘koud kiezeltje angst’ zijn ‘minzame afstandelijkheid’. Onbereikbaar bleef hij voor haar ondanks zijn vriendelijke blik. Erger nog, want achter die minzaamheid ‘sluimerde en kinderachtig soort verongelijktheid, iets stuurs wat door zijn ziel speelde, een mollig jongetje met een pruillip…’

Lucy’s vader vocht in de Tweede Wereldoorlog tegen de nazi’s en hield daar ptss aan over, die zich uitte in angst en seksuele drift. Williams vader was een Duitser die vóór de nazi’s was, een oorlogsprofiteur bleek en als krijgsgevangene naar Amerika moest. Later wilde William de erfenis van zijn vader niet weigeren.

Hoe ver kan de ontrafeling van het raadsel mens gaan?

Oh William! concentreert zich op twee gebeurtenissen: Williams derde vrouw verlaat hem onverwacht én hij ontdekt dat hij een halfzusje heeft. Het schrijverspersonage Lucy Barton registreert die feiten niet alleen, ze ontwikkelt zich ook tot actieve getuige van wat volgt. Want wie is Williams moeder als zij het bestaan van dat halfzusje heeft verzwegen? Het ‘kind’ William vraagt zijn ‘moeder’ Lucy om met hem mee te gaan naar het half ontvolkte platteland van Maine om daar zijn halfzusje en het geboortehuis van zijn moeder te vinden.

In dat godvergeten landelijke gebied krijgt Lucy een paniekaanval, alsof zíj terugkeert naar háár verstikkende jeugd, en niet William. Hield Lucy’s moeder van haar of niet? Haar psychiater: ‘De wens sterft nooit.’ En hoe zit het dan met Williams moeder, die dankzij een erfenis en succesvolle makelaarsactiviteiten in Maine ruim in haar middelen zat en Lucy afscheepte met afdankertjes (nachtkleding)? Zij golfde en was bemiddeld, maar waar kwam ze vandaan, waar en waarom dumpte ze haar dochtertje, Williams halfzus?

De ontdekking van het geboortehuis van zijn moeder blijkt een psychologische aardverschuiving, eentje waarop Elizabeth Strout het patent heeft. Williams moeder wist haar leven lang een rol te spelen. Achter haar masker verborg ze haar ware afkomst, die een klap in het gezicht van William is maar tegelijkertijd één keuze in zijn leven lijkt te verklaren. Lijkt, want Strout is niet een schrijver die resolute conclusies trekt of een waarheid verkondigende psycholoog vol eenvoudige oorzaak-gevolgverhalen wil zijn. Het raadsel mens ontrafelen is een fascinerende bezigheid, maar hoe ver kan die ontrafeling gaan? Hoe kom je ooit echt te weten wat een ander ervaart of door- maakt?

‘Mensen zijn eenzaam, dat wil ik [Lucy Barton] hier maar mee zeggen. Veel mensen kunnen niet tegen degenen die ze goed kennen zeggen wat ze misschien wel zouden willen zeggen.’

Als dat zo is – toch een moordkuil van je hart maken – houdt de ontraadseling veel sneller op dan we wensen. In het dagelijks bestaan botsen milieuverschillen, die we als volwassenen verdringen of weg weten te masseren maar die op onverwachte momenten toch opduiken. Zeker bij de nooit écht wereldwijs geworden schrijver Lucy Barton. Een jeugd vol armoe en ‘achterstand’ schud je nooit voorgoed van je af, al golf je later dagelijks en vier je vaak vakantie in een eersteklas Caraïbisch hotel aan zee. De details van het dagelijks leven blijven verraderlijk en tonen af en toe je ware afkomst. In Oh, William! laat Strout dat zien dankzij een pseudo-achteloze vertelwijze en uitgekiende dosering (o ja, dat moet ik ook nog even vertellen). Wat betekent ‘kiezen’ in het bestaan? Beschikt iedereen over een vrije wil? Strout laat haar schrijverspersonage die vragen wel stellen, maar zijn we er sinds Sartre wijzer op geworden in onze existentie? Kan dat, zonder het te beseffen, weten we wie zijn?

Aan het slot van Oh William!, als de lezer weet waar Williams moeder écht vandaan kwam, doemt er helderheid op, maar wel een die de duidelijkheid wensende lezer niet zal bevredigen: ‘Maar wanneer ik Ach, William denk, bedoel ik dan niet ook Ach, Lucy? Bedoel ik niet Ach, iedereen, ach, lieve iedereen op de hele wereld, we kennen niemand, niet eens onszelf!’

Zo’n slotconclusie kan alleen komen van schrijvers die echt durven. En Elizabeth Strout behoort tot die categorie.